Terug naar de EC1-finale van 1978: ‘Liverpool is Liverpool en wij zijn Club Brugge’

10 mei 1978: supporters stromen toe voor de finale van de Europacup voor Landskampioenen. © GF
Jacques Sys
Jacques Sys Jacques Sys is hoofdredacteur Sport/Voetbalmagazine

Club Brugge is de enige Belgische club die de finale van de Europacup voor Landskampioenen speelde, de voorloper van de Champions League. Dat was op 10 mei 1978. Op de heilige grasmat van Wembley werd met 1-0 verloren van Liverpool.

Ruim 25.000 Brugse supporters verplaatsten zich voor die bewuste wedstrijd naar Londen. Ze hoopten op een stunt. Club was dat seizoen, 1977/78, in een sfeer van irritatie aan de Europese campagne begonnen. Het verloor op de tweede competitiedag met 6-1 van Anderlecht. Een dag later riep de illustere trainer Ernst Happel zijn ploeg samen: hij liet weten dat het zo niet verder kon en dat er voortaan mandekking zou gespeeld worden.

Club moest twee dagen later naar Kuopio, in Finland, voor de eerste wedstrijd in de Europacup voor Landskampioenen. Een aantal spelers probeerde Happel om te praten, Club had nog nooit mandekking gespeeld. Na lang zeuren draaide de trainer bij en bromde dat hij de ploeg nog een laatste kans zou geven. Club won met 0-4, achteraf is er nooit meer over mandekking gesproken.

Het was de voorbode van een memorabele Europese campagne, waarin de spelers hadden leren leven met de nukken en onvoorspelbaarheden van hun trainer. Club schakelde na Kuopio eerst Panathinaikos en dan Atlético Madrid uit en botste in de halve finale op Juventus. Drie dagen voor de heenwedstrijd speelde het een competitiewedstrijd op Lierse. Daarin werd Jos Volders vervangen. Toen de linksachter het veld verliet, maakte hij een wat ongelukkig gebaar. Toen zei Happel dat Volders thuis zou blijven.

Met de trein

Maar er zaten sterke persoonlijkheden in de ploeg. De spelers vonden dat dit niet kon. Aanvoerder Fons Bastijns liet de trainer weten dat er in dat geval niemand zou meegaan. Maar Happel wilde van geen wijken weten. ‘In dat geval vertrekken we met de juniores’, riep hij. Uiteindelijk kwam Michel Van Maele, de sterke man van Club, tussenbeide en ging Volders toch mee. Hij speelde een ijzersterke partij. Club verloor op Juventus met 1-0, na een wat vreemde verplaatsing waarin twee spelers, Paul Courant en Edi Krieger, met de trein naar Turijn waren gereisd. Zij waren bang om te vliegen. Na de wedstrijd spoorden ze terug naar Brugge en kwamen daar 24 uur na de andere spelers aan.

Eigenlijk had Birger Jensen het stiftballetje van Kenny Dalglish moeten hebben.

Niemand die daar moeilijk over deed. Ook Happel niet, de bluffer en gokker. Dat deed hij in de terugwedstrijd tegen Juventus toen hij tot verbijstering van de Italianen vier aanvallers opstelde. Club won met 2-0 en beukte de poort van de finale van de Europacup voor Landskampioenen open. Met het geld van de televisie verdiende het aan die wedstrijd 56 miljoen frank, zo’n 1,4 miljoen euro. Terwijl het budget 22 miljoen frank was, 550.000 euro.

24 flessen

Club Brugge leefde in die periode helemaal op het ritme van Ernst Happel. De Oostenrijker was als trainer een verademing. Hij betrok de bal bij al zijn oefeningen – je vroeg je af waar hij het haalde. Happel deed alles zelf, zijn assistent, Thieu Bollen, was een beetje zijn pispaal. Hij noemde hem altijd provincialer Limburger. Als er tijdens een training een bal in de struiken vloog en Bollen vond die niet meteen, zei Happel dat hij het licht van zijn mijnwerkershelm moest aanzetten. Dat was dan lachen geblazen. Maar toen de trainer later naar Standard vertrok, nam hij Bollen wel mee.

Happel had veel lef. Wanneer het in een wedstrijd niet liep, bracht hij een aanvaller in voor een verdediger. Eigenlijk sprak hij amper met de spelers. Hij snauwde meer. Zijn favoriete woord was Scheisse. En Happel kon ongelooflijk drinken. Spelers die hem voor de wedstrijd voorbijliepen, snoven een walm van alcohol op. Maar tijdens de wedstrijden reageerde hij heel alert. Club was eens op afzondering in Knokke en Happel had een paar Oostenrijkse vrienden uitgenodigd om te kaarten, zijn favoriete tijdverdrijf. Doelman Birger Jensen ging de dag nadien in een afstelhokje kijken en daar stonden 24 flessen. Leeg, welteverstaan. Jensen schrok zo hard dat hij het aantal flessen nog twee keer telde. Intussen zat Happel te ontbijten. Je zag niets aan hem.

Listig lobballetje

Club Brugge op Wembley: het werd een historische trip. Vier dagen voor de finale moest blauw-zwart voor de beker spelen op Sporting Charleroi. Er waren zoveel geblesseerden dat Happel voor de wedstrijd zijn spelers zei dat ze niet mochten tackelen, uit schrik voor nieuwe blessures. Club verloor de wedstrijd met 3-1, Charly Jacobs was de man van de match. Die begreep niet dat hij zo ongehinderd door de defensie van Club mocht wandelen. De ballon bleek bij Club helemaal leeg. Dat zou in de wedstrijd tegen Liverpool blijken. Raoul Lambert was niet fit te krijgen, daarom werd van een 4-3-3 naar een 4-4-2 overgeschakeld. De Hongaar Lajos Kü deed mee, die had in Charleroi zijn eerste match gespeeld. Paul Courant was geblesseerd, Leen Barth zat als tweede doelman op de bank met een ontwrichte schouder. Kü begreep absoluut niet waarom hij werd opgesteld. Hij had geen matchritme nadat hij de zomer voordien Hongarije vanwege het communisme ontvlucht was en zijn club Ferencvaros zonder toestemming had verlaten. Hij werd voor één jaar geschorst. Die schorsing liep net af voor de finale.

Europese helden Daniël De Cubber, Edi Krieger, Georges Leekens, René Vandereycken en Birger Jensen groeten de fans.
Europese helden Daniël De Cubber, Edi Krieger, Georges Leekens, René Vandereycken en Birger Jensen groeten de fans. © GF

Club Brugge verloor met 1-0. Birger Jensen speelde zijn levensmatch, al werd hij na 64 minuten geklopt door een listig lobballetje van Kenny Dalglish, toen de absolute vedette van Liverpool. Het gebeurt nog geregeld dat Jensen op deze wedstrijd wordt aangesproken. Dan vertelt hij steeds weer dat hij die bal van Dalglish had moeten hebben. Engelse aanvallers, zegt hij, schoten toen altijd hard, die ballen waren gemakkelijk te pakken. Alleen Dalglish pakte toen soms uit met van die stiftballetjes. Dat, sakkert de intussen 71-jarige Deen nog steeds, had hij moeten weten.

Dat niemand hem vooraf op dat soort dingen had gewezen, bleek heel normaal te zijn. Onder Happel werden er nauwelijks tactische besprekingen gehouden. Het enige wat de coach deed was het elftal van de tegenstander op het bord schrijven. Voor de finale sprak hij voor het tactisch bord: ‘Liverpool is Liverpool en wij zijn Club Brugge.’ Het was de kracht van blauw-zwart: er werd naar niemand gekeken.

Zeldzame tactische fout

De nederlaag ten spijt zorgde de finale in Brugge voor een volksfeest. De spelers verschenen op het balkon van het stadhuis en werden stormachtig toegejuicht. Midden alle opborrelende euforie zei Michel Van Maele intern dat het tijd was om van Happel afscheid te nemen. Hij voelde kennelijk een en ander aan. Happel was na dat memorabele seizoen op het WK bondscoach van het Nederlands elftal.

Het daaropvolgende seizoen speelde Club in de eerste ronde van de Europacup voor Landskampioenen tegen het Poolse Wisla Krakow. Thuis won het met 3-1, op verplaatsing stond Club met 1-0 achter. Op tien minuten van het einde gaf Happel de opdracht om niet meer met de buitenspelval te opereren. In de 88e minuut maakten de Polen de tweede treffer, Club was uitgeschakeld. Een zeldzame tactische fout van de trainer. In de kleedkamer deed Birger Jensen zijn schoenen uit en gooide die naar Happel. Die zei gewoon: ‘Straks ben je van mij verlost.’

Een paar weken later was het tijdperk van Ernst Happel bij Club Brugge effectief voorbij. Hij kwam de kleedkamer binnen en zei: ‘Meine Herren, Danke schön und auf Wiedersehen.’ Happel werkte nog een paar maanden voor tweedeklasser Harelbeke, een vriendendienst voor voorzitter Pierre Lano, en trok dan naar Standard.

Finale 10 mei 1978 Londen

Liverpool-Club Brugge 1-0

Doelpunt: 64’ Dalglish (1-0)

Club Brugge: Jensen; Bastijns; Krieger, Leekens, Maes (70’ Volders); Cools, De Cubber, Vandereycken, Kü (65’ Sanders); Simoen, Sörensen

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier