‘Vanhaezebrouck is de toekomst van het Belgisch voetbal’

Aad de Mos: 'Er is een dimensie aan het Belgisch voetbal bijgekomen: door Vanhaezebrouck is het zeer aanvallend geworden. Dan wordt er ook meer geëist van spelers.' © KOEN BAUTERS

Voetbalkenner en analist Aad de Mos vindt het niveau van het Belgisch voetbal best meevallen, maar benoemt ook de pijnpunten van de topploegen.

Buiten regent het, maar in zijn favoriete hotel in Eindhoven schijnt de zon in Aad de Mos‘blik wanneer hij over het Belgisch competitievoetbal spreekt. De Mos, die met KV Mechelen de Europabeker won en met Anderlecht champagnevoetbal speelde tegen Barcelona, zegt wel gewoon wat hij ziet, zonder handrem op. Omdat hij voor tv ook wedstrijden in de Nederlandse Eredivisie meepikt en analyses van matchen in Spanje en Engeland maakt, is hij goed geplaatst om te vergelijken. ‘Als ik al eens een wedstrijd als West Bromwich Albion-Burnley bekijk, wil ik al na tien minuten naar huis. Bij een wedstrijd in de Eredivisie val ik na een kwartier in slaap. In België vind ik het allemaal razend spannend. Eupen dat Club Brugge klopt voor de beker, dat zie je in Nederland niet.’

Wat heeft je voor Nieuwjaar op de Belgische velden aangenaam verrast?

Als ik als pure liefhebber ergens een abonnement zou nemen, zou ik dat altijd doen bij AA Gent.

AAD DE MOS: ‘Als ik als pure liefhebber ergens een abonnement zou nemen, zou ik dat altijd doen bij AA Gent. Ik vermaak me enorm als ik AA Gent in hun stadion bezig zie, of merk hoe ze in de laatste seconde tegen Konyaspor de kwalificatie afdwingen. Iedereen zou in zo’n laatste minuut lange ballen gaan spelen, maar zij bleven geduldig zoeken naar de oplossing. Dat vind ik het meest opvallende: dat Hein Vanhaezebrouck een soort voetbal speelt dat mensen raakt. Zijn escapades naast het veld horen een beetje bij de emotie en het niet meer gewend zijn om wedstrijden te verliezen.

‘Opvallend vind ik ook de remonte van KV Mechelen met Yannick Ferrera en dat gun ik hem van harte. Ik heb Aleksandar Jankovic altijd een beetje een blaaskaak gevonden, die zich goed omringt met een kringetje van makelaars, en die bij Standard belandde omdat hij in het circuitje van Olivier Renard zit. Ferrera vind ik iemand die een wedstrijd leest en een ploeg naar zijn hand kan en wil zetten.’

Ben je van mening veranderd over hem? Vorig jaar was je erg kritisch toen je hem opportunisme verweet bij zijn overstap van STVV naar Standard.

DE MOS: ‘Dat klopt. Maar hij heeft mij intussen wel getoond dat hij het in de vingers heeft, beginnend met het winnen van de beker en door de manier waarop hij kan wisselen van systemen. Hij heeft bij Standard zijn nek uitgestoken door wat vedettes op de tribune te zetten. Daar had hij steun van de beleidsmakers voor nodig, en die heeft hij niet gekregen. Maar nu is Mechelen een kandidaat om bij de eerste zes te komen.’

GOEIE VOETJES

In het begin van het seizoen was je gecharmeerd door wat Nicolae Stanciu bij Anderlecht toonde. Blijf je bij die mening?

DE MOS: ‘Je hebt spelers die een half jaar nodig hebben om zich aan te passen. Het lijkt me een gevoelige jongen, maar hij kan wat anderen niet kunnen: spelers voor doel brengen. In het hotseknotsevoetbal dat Anderlecht bracht om overeind te blijven, zoals op AA Gent waar je je afvroeg hoe ze daar ooit drie punten konden meepikken, is hij niet geschikt om 50 meter achter een verdediger aan te hollen en gaten dicht te lopen.

‘Ik schrijf hem niet af, want hij heeft kwaliteiten die anderen bij paars-wit niet hebben. Sofiane Hanni is wat gedienstiger, die kan al eens een flank dichtlopen, maar bij Stanciu zie je meteen: wat een goeie voetjes. Wel komt hij uit een competitie waar maar twee wedstrijden per jaar belangrijk zijn en waar negen man in zijn dienst speelden, net als in de nationale ploeg van Roemenië.’

Bij je analyse van paars-wit in het begin van het seizoen zei je: je kan alleen maar beginnen bouwen als de fundamenten goed staan. Blijf je de verdediging onvoldoende vinden?

DE MOS: ‘Daar zit geen beterschap in. Er zit geen evenwicht in die ploeg. Ze staan hoog op basis van het geluk dat ze konden afdwingen, zoals tegen Mainz waar ze 6-1 winnen na een uur overspeeld te zijn geweest door de Duitsers. Hét voorbeeld vond ik de match in Gent waar de Buffalo’s hen alle hoeken van het veld lieten zien. Op middellange termijn zal er toch iets moeten gebeuren, wil Anderlecht de titel pakken.’

Wat bijvoorbeeld?

DE MOS: ‘De eigen kern is te groot met bijna allemaal zesjes. Je ziet dat veel van die jongens niet geschikt zijn voor Anderlecht. Stéphane Badji bijvoorbeeld die ik vanaf dag één een antivoetballer heb genoemd. Of zo’n Diego Capel, hoe komt die bij paars-wit terecht? Dat zo’n grote club zich in handen geeft van één makelaar, snap ik niet. Het lijkt alsof ze steeds verder van hun roots wegdrijven. Als je er vijf haalt en er functioneert er één terwijl je hoopt dat een tweede eraan komt, is dat niet voldoende, wanneer AA Gent en Club volop bezig zijn zich te versterken. Club heeft geleerd dat het wel eens helpt om succes te hebben als je en paar Hollanders haalt, types als Ruud Vormer die de boel opjagen.’

Anderlecht probeerde het vorig jaar ook met een Nederlander, die jij nog getraind hebt, maar Alexander Büttner is allang weer vergeten.

DE MOS: ‘Hij is geen verdediger, maar een omgebouwde linksbuiten die van waarde kan zijn als je op de helft van de tegenstander voetbalt. Alleen moet je in België ook kunnen verdedigen en op dat vlak was hij wat minder. ’t Is niet omdat je de nummer 44 bent bij Chelsea of nummer 56 bij Manchester City dat je ook een goeie voetballer bent.’

Bram Nuytinck is ook een Nederlander, maar wordt meer uitgefloten dan toegejuicht.

DE MOS: ‘Nuytinck is gehaald als aanvoerder bij de Nederlandse beloften, maar hij is blijven stilstaan in zijn ontwikkeling. Hij moet taakbewust voetballen. Als je niet te veel moet opbouwen, is er geen probleem, maar Anderlecht moet heel veel opbouwen omdat het vaak aan de bal is, en Nuytinck is op zijn best als hij zonder bal speelt.’

Vind jij René Weiler een goeie trainer voor Anderlecht?

DE MOS: ‘Wat is een goeie trainer?’

Zeg jij het maar.

DE MOS: ‘Ernst Happel heeft mij eens verteld, toen ik hem ernaar vroeg: ‘Ik heb altijd de beste spelers gehad.’ Nou, Anderlecht heeft niet de beste spelers. Iedereen zegt wel dat ze zoveel kwaliteit hebben, maar dat is helemaal niet waar. Gent heeft goeie spelers, Club ook. En Genk, dat ik altijd aantrekkelijk zie voetballen, die willen altijd het publiek vermaken en naar voren spelen, zelfs tegen Athletic de Bilbao. Ik vind ook Oostende bij momenten zeer aantrekkelijk voetballen.’

Weiler is wel de strijd aangegaan met de kleedkamer.

DE MOS: ‘Tot nu heeft hij het geluk aan zijn kant gehad. Je moet er niet aan denken dat hij 3-0 op zijn broek had gekregen in Gent. Hij had ook het geluk dat de scheidsrechterlijke dwalingen in zijn voordeel uitvielen. Ik ga de rekening maken bij de play-offs. Tot nu heeft hij slechte dingen met goeie afgewisseld, en houdt Lukasz Teodorczyk hem in het zadel.’

Brengt hij het Belgische voetbal iets bij?

DE MOS: ‘Hij heeft twee dingen ineens moeten doen: puin ruimen en resultaten halen. Ik had het idee dat hij de boel moest kuisen en dat er in de winter een nieuwe man voor de groep zou staan: Frankie Vercauteren.Het gezwel zat al lang in de kleedkamer, onder John van den Brom en Besnik Hasi is dat gaan zweren. Als je dat moet opkuisen en tegelijk presteren met spelers die hij waarschijnlijk zelf niet heeft gehaald, is dat niet makkelijk. Voor mij is een speler pas goed als hij twee jaar op niveau speelt. En een trainer is maar goed als hij twee jaar na elkaar iets heeft laten zien. Je mag hem niet beoordelen na zes maanden.’

HEIN BIJ AJAX

Club Brugge en Michel Preud’homme kregen veel kritiek na hun 0 op 18 in de Champions League. Terecht of niet?

DE MOS: ‘Tegen domme fouten bij stilstaande fases valt niet te trainen. Tachtig procent van de tegengoals kregen ze op die manier. Ik heb alle wedstrijden live gezien. Als er één is die vroeger bij KV Mechelen onder mij altijd de stilstaande fases goed doornam, was het wel Michel. Die wisselde wel eens een koppeltje dat ik opstelde omdat hij het niet goed genoeg vond.’

Had Club zonder die fouten op basis van het beschikbare materiaal meer kunnen halen in de CL?

DE MOS: ‘Ik denk dat Club beter had gepresteerd tegen sterkere tegenstanders. Dan komen ze vanuit de omschakeling beter tot hun recht. Tegen ploegen die je opwachten, is het moeilijker. Ik had Club liever in een sterkere poule gezien, zoals AA Gent vorig jaar, dat niets te verliezen had en met Kalifa Coulibaly twee keer in extremis de zaken kon kantelen.’

Het verhaal gaat dat Hein aanvankelijk zijn twijfels had bij hem.

DE MOS: ‘Dat gebeurt wel vaker bij coaches. Bij PSV moesten ze Marco van Basten niet hebben. Toen heb ik hem maar naar Ajax gehaald.’

Heb jij je ooit vergist in een speler?

DE MOS: ‘Zeker. Zo haalde ik bij RWDM ooit Yves De Greef,omdat ik dacht dat hij bij KV Mechelen een geweldige middenvelder kon worden. Maar hij kon niet tegen de hiërarchie in de groep en vond de trainingsaanpak te hard.’

Wat is de sterkte van Gent?

DE MOS: ‘De grootste verdienste van Vanhaezebrouck is dat je meteen ziet dat het zijn ploeg is. Dat is het grootste compliment dat een trainer kan krijgen. Ik had Hein graag bij Ajax gezien. Zijn aanwezigheid met de handen op de rug volstaat al om de spelers goed te laten werken. Hein is de toekomst van het Belgisch voetbal.’

Had hij afgelopen zomer moeten vertrekken?

DE MOS: ‘Nee. Je wil toch laten zien dat je het ook zonder je drie topspelers kan? Dat heeft hij getoond. Een wedstrijd verliezen en dan toch nog alle krediet krijgen, is het mooiste wat een coach kan overkomen. Na Sjachtar en Anderlecht dacht ik: jongen, wat heb je het goed gedaan. Ook al loopt het mis omdat zo’n Lasse Nielsen, Rami Gershon of StefanMitrovic in de fout gaan.’

Vorig jaar vond je al dat het verdedigend onvoldoende was bij Gent.

DE MOS: ‘Ja. Niemand had de oplossing tot Preud’homme dat als eerste deed. Iedereen bleef maar achteruitlopen om dat aanvallende gedeelte dicht te kapselen, terwijl je gewoon het zwakste gedeelte moet bestrijden. Als je die drie achterin bij Gent een op een zet, hebben ze een groot probleem. Bij veel ploegen is de verdediging niet het sterkste ploegonderdeel. Club heeft eigenlijk de beste opbouw van achteruit, met Stefano Denswil en Björn Engels. De rest van de ploegen heeft daar moeite mee.’

En dat voor een land dat vroeger grossierde in goeie keepers en verdedigers.

DE MOS: ‘Maar er is ook een dimensie aan het Belgisch voetbal bijgekomen: door Vanhaezebrouck is het zeer aanvallend geworden. Dan wordt er ook meer geëist van spelers. Gent heeft iedereen wakker geschud in het Belgische voetbal. De grote drie weten nu dat ze vol aan de bak moeten. Club heeft dat als eerste opgepikt, dan Anderlecht. Ik denk dat Oostende op dit moment een stapje verder is dan Standard. Genk blijft een probleem. Het verwachtingspatroon is te hoog. Als je haantjesgedrag vertoont zoals Patrick Janssens en Dimitri de Condé doen die zichzelf belangrijker vinden dan de trainer en de spelers… Geef een bouwer als Peter Maes de tijd en steun hem.’

Is Genk op basis van het spelerspotentieel een topploeg?

DE MOS: ‘Nee. Ze hebben hetzelfde probleem als Anderlecht. Een huis bouw je altijd op een fundament. Met die twee backs kom je niet verder. Centraal achterin is het ook niet overtuigend. Ik denk dat Leon Bailey op een hoger niveau met betere spelers rond zich aan de bak kan, maar dan in een ploeg die altijd domineert. Ik zie die bij Liverpool of Arsenal zomaar meespelen.’

HANDELSHUIS

We praten nu al een uur over Belgisch topvoetbal en Standard is nog niet eens ter sprake gekomen, terwijl dat tien jaar geleden de nieuwe macht in het Belgische voetbal leek te worden. Wat loopt daar verkeerd?

Standard is een handelshuis geworden waar de vraag niet meer luidt: hoe gaan we spelen?

DE MOS: ‘Geen visie, geen beleid, geen kijk op trainers. Te pas en te onpas spelers halen die geen meerwaarde zijn voor het team. Altijd onrust, en veranderen van systemen. Ik heb altijd het idee dat iedereen naar Standard kan, als je een beetje een goeie makelaar hebt. Ik heb liever dat je drie jaar werkt zoals bij Gent waar je door kan selecteren. Neem eens een groepsfoto van Standard van anderhalf jaar geleden: ik denk dat er niemand meer over is. Zo kan je niet werken, geen ploeg opbouwen. Dat zijn meer doorgangshuizen voor makelaars, terwijl ze een goeie speler als Julien de Sart zo maar wegsturen. ’t Is dat ze met Guy Luzon een slechte coach hadden, anders waren die kampioen geworden met Michy Batshuayi, William Vainqueur, Imoh Ezekiel, De Sart. Allemaal topspelers. Nu is het een handelshuis geworden waar de vraag niet meer luidt: hoe gaan we spelen?’

Je hebt het wel voor Adrien Trebel.

DE MOS: ‘Heel goeie speler. Kan schitterende openingen maken met dat geweldige linkerbeen van hem. Echt een scharnier.’

Tot november leek Zulte Waregem titelfavoriet.

DE MOS: ‘Met een coach die visie heeft en een bouwer is. Als er visie is, kan het eens een jaar minder gaan zoals vorig jaar, maar olie komt altijd bovendrijven. Francky Dury is een goeie people manager, hij is tactisch sterk, en hij heeft een goede selectie gemaakt.’

Zijn ze titelkandidaat?

DE MOS: ‘Voor de titel gaat het toch tussen Anderlecht, AA Gent en Club Brugge, denk ik.’

Ben je een fan van de wintermercato?

DE MOS: ‘Nee. Je weet niet wat je haalt, en je hebt maar twee weken om ze in te passen. Veel wintertransfers zijn mislukkingen, vooral bedoeld om de supporters gerust te stellen. Soms kan zo’n nieuwe speler de hele kleedkamer om zeep helpen, de groepssfeer verstoren.’

Maar zo’n Lex Immers bij Club, dat zie je wel zitten.

Lex Immers gaat de pollen uit het gras lopen. Dat hebben ze graag bij Club

DE MOS: ‘Die gaat voorop in de strijd. Die gaat de pollen uit het gras lopen. Dat hebben ze graag bij Club. Van huis uit is dat een teamspeler.’

In Nederland verbaast men zich erover dat Vormer het zo goed doet in België.

DE MOS: ‘Omdat hier heel anders gespeeld wordt. Het is hier veel moeilijker, veel tactischer. Er is meer strijd. In Nederland is er meer ruimte en krijg je meer tijd om een balletje aan te nemen.

‘De nieuwe lichting Belgische trainers zet hun wil om te winnen over op de spelers. In mijn trainersperiode zaten ze nog een beetje in de Raymond Goethals-filosofie: de nul was heilig. Nu vallen alle ploegen die in de buurt van de eerste zes zitten aan. Het Belgisch voetbal is alleen meer beter geworden.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier