Vertonghen wordt record-Duivel: ‘Jan is een nuchtere mens, altijd geweest’

Jan Vertonghen © Belga Image
Matthias Stockmans
Matthias Stockmans Redacteur van Sport/Voetbalmagazine en Knack Focus.

Jan Vertonghen wordt (zonder ongelukken) vanavond tegen Cyprus alleen recordhouder qua aantal caps bij de Rode Duivels (97). Sport/Voetbalmagazine rakelde voor die mijlpaal een interview met zijn moeder Ria op uit 2011, toen de verdediger nog bij Ajax speelde…

Dit artikel verscheen in Sport/Voetbalmagazine van 6 juli 2011

Hoewel meerdere topclubs aan zijn mouw trekken, vatte Jan Vertonghen toch gewoon de voorbereiding aan bij Ajax. Door afgelopen seizoen de Nederlandse titel te pakken viel er een gewicht van zijn schouders, maar dat betekent niet dat hij weg moet. Moeder Ria: ‘Ik geef toe dat ik mijn kop meer zot laat maken door die transferverhalen dan hij. Onze Jan zegt dan: rustig, moeke, we zien wel.’

Het is in een landelijke buurt van Tielrode, nabij Sint-Niklaas, dat Jan Vertonghen (24) opgroeide. Met zijn twee broers Lode (21) en Ward (25) voetballend en ravottend in de imposante groene tuin achter het ouderlijke huis, terwijl het geraas van de naburige E17 tussen Gent en Antwerpen voor onafgebroken achtergrondgezoem zorgde.

Zijn leven ziet er nu helemaal anders uit. Jan Vertonghen woont al acht jaar in het bruisende Amsterdam en werkte zich op tot boegbeeld en aanvoerder van Ajax Amsterdam. Met als kers op de taart het veroveren van de landstitel. Eindelijk.

‘Het is een zenuwslopend seizoen geweest voor Jan, gekoppeld aan enorm veel spanning naar het einde toe en speciaal omdat hij door omstandigheden aanvoerder is geworden. Hij heeft een bepaalde status verworven bij Ajax, de mensen kijken op naar hem’, vertelt zijn moeder Ria Mattheeuws, terwijl ze zachtjes benadrukt dat ze absoluut niet wil stoefen over haar zoon.

‘Ik probeer daar evenwicht in te vinden. Toen Jan op zijn zestiende naar Amsterdam vertrok, zei ook iedereen: wauw! Maar ik heb nog twee zonen hé, en die doen het eveneens verre van slecht.

‘Ook op een ander vlak was het constant zoeken naar een evenwicht. Met de kinderen ging het eigenlijk heel goed tijdens hun jeugd, maar tezelfdertijd zat ik met een zieke man thuis. Het was dus constant schipperen tussen euforie en medeleven. Ondertussen is het vierenhalf jaar geleden dat Paul gestorven is aan een hersentumor.

‘De eerste keer dat Jan op televisie kwam, was bij de afscheidswedstrijd van Dennis Bergkamp. Mijn man lag hier op dat moment ziek te bed. Dat bedoel ik met die dubbele gevoelens. Vriendinnen zeggen me vaak: Ria, je moet die fierheid over je drie zonen veel meer uitstralen. Zoals in april, toen ons dorp in de kijker stond in ‘Man Bijt Hond’ en ik geïnterviewd werd. Maar door alles wat er gebeurd is in onze familie bouw je toch een zekere marge in. Je probeert de rust te bewaren.

‘Al moet ik toegeven dat Jan soms mij rustig moet houden. Zoals bij al die transfergeruchten rond hem. Hij vertelt daar heel weinig over, ik weet dus niets meer dan een ander. Dan zegt hij: “Moeke, rustig hé! Ik zit goed waar ik ben, we spelen ook Champions League, dus ik moét niet weg.” Bovendien heeft hij een vriendin die in Amsterdam werkt, dat zijn zaken die allemaal meespelen. Jan is een nuchtere mens. Altijd geweest.’

Drie fantastische zonen

‘Mijn man is veertien jaar ziek geweest. Toen Jan vijf was, werden bij Paul de eerste symptomen van kanker vastgesteld. Bij Jans eerste communie is hij voor de eerste maal bestraald geweest en op diens plechtige communie, vijf jaar later, is hij hervallen. In feite werd Paul toen al afgeschreven. We hebben de kinderen niet altijd alles verteld. Soms praatten we over heel praktische en belangrijke zaken. Dat hij bijvoorbeeld gecremeerd wilde worden en dergelijke. Heel helder en concreet. Maar dat was dus weer dat evenwicht waarover ik het had: wat vertel je aan je kinderen en wat niet? We hebben getracht zoveel mogelijk een ‘normaal’ leven te leiden. Mijn man bleef ook werken, hij was actief in de IT-business. Ikzelf heb altijd voor het Wit-Gele Kruis gewerkt.

‘We gaan het woord kanker niet uit de weg. Mijn oudste zoon heeft er ook mee te maken gekregen, hij moet nog twee keer per jaar op controle. Zonder al te veel in detail te treden kan ik dus wel stellen dat we binnen de familie al het een en ander hebben meegemaakt.

‘Je zag niet aan Jans prestaties dat het op hem woog en aan zijn vader zag je ook niet veel, hoor. Die mentale sterkte hebben ze gemeen. Het hele gezin probeerde die positieve houding uit te stralen. Tot een paar maanden voor zijn dood lukte dat aardig.

‘Vanaf juni 2006 zat Paul in palliatieve thuiszorg. Hij is in januari 2007 gestorven, hier thuis. Je zag het achteruit gaan, op den duur zat hij in een rolstoel. Jan belde dagelijks om zich van de toestand te vergewissen. Soms – als ik wist dat er een belangrijke wedstrijd aankwam – verzweeg ik dat het niet goed ging met zijn vader.

‘Lode zat in het middelbaar en Ward op de hogeschool. Ik heb veel hulp van hen gekregen. Hun vader was groot, 1m90, en vrij zwaar. De jongens hebben die thuiszorg heel goed aangepakt. Ik heb drie fantastische zonen.

‘Paul overleed op een dinsdag, maar we voelden het aankomen, we hadden Jan al op zondag gebeld. We hebben dan ieder om beurt afscheid genomen. Dat zijn momenten die de familie dichter bijeenbrengen. We hebben in die periode tussen zijn dood en de begrafenis constant bijeen gezeten, gezelschapsspelletjes gespeeld. Dat huiselijke zit er bij iedereen van ons gezin in.

‘Er waren verschillende ploegmaats van Ajax op de begrafenis. Wat niet evident is, want twee jaar geleden bijvoorbeeld kreeg Jan van Martin Jol geen vrijaf om naar de trouw van zijn oudste broer Ward te komen. Hij was nochtans getuige. Jan legt zich daarbij neer, dat hoort bij het voetballersbestaan. Hij is dan wel nog nagekomen voor het tuinfeest en de volgende ochtend teruggereden naar Amsterdam.’

Zelfbewuster geworden

‘Jan is pas op zijn twaalfde vertrokken bij zijn eerste club, Tielrode, wat voor een profvoetballer vrij laat is. Aanbiedingen waren er nochtans genoeg: Anderlecht, Lokeren en Germinal Beerschot. Maar praktisch gezien lag dat moeilijk, want Paul mocht niet meer met de auto rijden en we hadden nog twee zonen. Dus toen Urbain Haesaert voorstelde om voor een chauffeur te zorgen was de keuze voor Germinal Beerschot snel gemaakt. Die overstap viel bovendien mooi samen met de overstap van de lagere naar de middelbare school. Jan ging naar de broederschool in Sint-Niklaas, dat deed hij met de fiets. Naar de training van Germinal Beerschot meerijden deed hij dan meestal met Henk Mariman, die daar toen trainer was.

‘Op zijn zestiende kwam dan de vraag van Ajax, een beslissing die we volledig aan hem overlieten. De toestand thuis was op dat moment stabiel, dus geen argument.

‘In Amsterdam kwam hij bij een gastgezin terecht en ging hij naar een school in de Bijlmer. Achteraf bekeken vind ik het wel goed dat hij daardoor de combinatie van Nederlandse en Belgische educatie heeft meegekregen. Bij ons is veel gericht op kennis, terwijl in Nederland de nadruk ligt op verbale ontwikkeling. Je ziet dat hij daar toch een pak zelfbewuster is geworden.

‘Ik herinner me nog goed dat Paul en ik het gastgezin in Amsterdam bezochten, ze hadden twee dochters en het was de eerste keer dat ze iemand van Ajax in huis namen. Ze vroegen mij: wat zijn de taken van Jan thuis? Ik moest eerlijk antwoorden dat wij alle taken uit zijn handen namen omdat de combinatie voetbal en studies sowieso al moeilijk genoeg was. Hij kwam meestal pas ’s avonds om 22 uur thuis van de training en dan moest hij vaak nog beginnen te studeren.

‘Eén keer op de week moest hij voor het gastgezin koken. Maar hij leerde rap zijn vriendin kennen en de dagen dat hij moest koken zorgde hij ervoor dat hij bij zijn vriendin ging eten. ( lacht)

‘Hij is hier ondertussen al lang weg en heeft al zeven jaar een vriendin, Sophie. Ik mag zeggen dat ik mijn zoon nog altijd goed ken, maar het echt diepgaande is misschien wel weg. Als we bellen gaat het meestal over praktische zaken, zoals hoe de wasmachine werkt. Jan is zeker nog bekommerd om ons, maar hij weet nu dat het goed gaat hier… (pakt de tafel vast) hout vasthouden.’

Gezinsleven is belangrijk

‘Ik ben normaal gezien zelden nerveus voor een wedstrijd, maar tijdens de titelmatch in de ArenA tegen Twente ben ik toch even naar het toilet gelopen. Dat werd me te veel. Bij Lode in de eindronde van derde klasse ( Lode promoveerde met Sint-Niklaas naar tweede klasse, nvdr) had ik net hetzelfde gevoel.

‘Als ik naar de match ga, zie ik eigenlijk maar één speler lopen. Het spelletje zelf interesseert me immers niet zo. Ik merk wel dat onze Jan preciezer leerde te spelen. In het begin pakte hij nogal wat gele kaarten – alle drie mijn zonen in feite – maar hoe hoger het niveau, hoe geconcentreerder je in duel moet gaan. Daarin is Jan enorm verbeterd.

‘Lode maakt nu diezelfde evolutie door, hij speelt net als Jan centraal achterin. Pas op, onze Lode verdraagt het niet goed dat ze hem altijd vergelijken met Jan. Ward heeft daar minder last van. Hij is een ander type. Ward speelt als spits in provinciale, maar hij zou nooit naar het buitenland trekken zoals Jan dat heeft gedaan. Hij woont op de buiten en werkt als bouwkundig ingenieur, dat zijn zeer lange dagen. Lode volgt sport- en cultuurmanagement in Brugge. Jan doet trouwens dezelfde studie, aan de Johan Cruijff University, maar dan gespreid over twee of drie jaar. Hij is er tot nu toe elke keer in eerste zit doorgeraakt.

‘Op een podium staan heeft Jan nooit afgeschrikt. Je zag dat ook tijdens de kampioenenviering, hé. Maar hij heeft toch altijd iets aan de hand, zo liet hij nu weer die schaal vallen. Hij heeft daar veel geluk gehad, want hij was bijna zijn hand kwijt, zo vertelde hij me achteraf.

‘Je moet die uitbundige kant van Jan ook in zijn context zien. Het was de eerste keer dat hij kampioen werd, er werd gedronken, er volgde een ontlading. Toen hij vorig jaar die hetze over zich heen kreeg na het zingen van dat liedje over de Feye-noordsupporters dacht ik in de eerste plaats: daarin lijkt hij op mij. Het zou mij ook overkomen in zulke euforische momenten. Je kunt de klok niet terugdraaien. Jan besefte zelf heel goed dat hij daar uit de bocht ging. Hij heeft daar zijn lesje geleerd, met de kampioenenviering pakte hij het heel anders aan.

‘Jan plaagt graag. Je ziet hem constant ploegmaats of vrienden pitsen en duwen. Dat deed hij bij zijn broers vroeger ook constant. Dikwijls mondde een partijtje voetbal in de tuin op een ruzie uit. Meestal was het Jan die dat uitlokte. Hij probeerde dan Lode zijn mond dicht te houden zodat die niet om hulp kon schreeuwen. ( lachje) Tja, alle drie wilden ze winnen. Vooral de oudste twee, Jan en Ward, lagen vaak in de clinch. Zelfs bij gezelschapsspellen konden ze absoluut niet tegen hun verlies. Jan wil zich overal in meten, ook wanneer hij tennis of basketbal speelt.

‘Ze hebben wel veel aan elkaar nu. Jan vond bijvoorbeeld dat hij Lode te weinig hoorde, dus kocht hij hem een nieuwe BlackBerry, zodat ze meer contact kunnen houden.

‘Wij zijn opgegroeid op de buiten, maar ondertussen is Jan een stadsmens geworden. Logisch, want hij beleefde zijn belangrijkste jaren in Amsterdam. Jan heeft een brede interesse. Hij reist graag, hij leest veel boeken en gaat graag eens naar de film of het theater. Ik ben tevreden dat hij die stap naar Amsterdam gezet heeft, omdat ik merk dat hij er gelukkig is.

‘De toekomst? Die laat ik aan hem over. Ik zeg hem: kom vooral met je vriendin overeen. Ik hamer er bij mijn kinderen altijd op dat ze rekening moeten houden met anderen, vooral met hun vriendin. Gezinsleven is belangrijk.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier