Vijf pittige vragen aan Sébastien Pocognoli

Sebastien Pocognoli © BELGAIMAGE
Pierre Danvoye
Pierre Danvoye Redacteur bij Sport/Voetbalmagazine

De 30-jarige linkerflankspeler én aanvoerder van Standard ziet nog veel uitdagingen bij de Rouches.

1. Was je terugkeer naar Standard afgelopen zomer een logische zaak?

‘Dat zat al lang in mijn hoofd, maar ik had helemaal geen zin om dat te doen op mijn 36e. Nu heb ik nog enkele mooie jaren voor me liggen. Mijn seizoenseinde in Brighton, met een tweede plaats in de Championship en de promotie naar de Premier League, was goed. Ik kon daar misschien zelfs een nieuw contract tekenen. In ieder geval lieten ze me dat zo verstaan. De dag dat we vierden, had ik daarover nog een goed gesprek met de manager. Toen Standard kwam met een voorstel, hapte ik snel toe. Voor mij kwamen ze op het juiste moment. Het feit dat ik drie seizoenen zonder echt veel speeltijd had afgewerkt, speelde ook mee in mijn afweging. Ik had nood aan een uitdaging die me volledig prikkelde. De challenge om Standard terug naar de top te brengen, die vond ik super motiverend. Bovendien had ik nood aan stabiliteit. Natuurlijk speelde ook mee dat er een contractvoorstel voor drie seizoenen kwam. Ik kon terugkeren naar een vertrouwde plaats met een perspectief op lange termijn.’

2. Mogen we je buitenlandse avonturen samenvatten als heel goed in Nederland en Duitsland, maar matig in Engeland?

‘Ja. Het was best oké bij AZ en Hannover. In Nederland werd ik kampioen. Dat kan niemand me nog afnemen. Ik speelde ook in de Bundesliga, ook dat blijft onuitwisbaar staan. Ik voetbalde in de Allianz Arena van Bayern München en in Dortmund. Onvergetelijke momenten. Maar ook West Bromwich was heel goed. Tot het ogenblik dat er met Tony Pulis een nieuwe manager werd aangesteld. Van de ene op de andere dag was het voor mij gedaan. Zonder uitleg. Ik begreep achteraf dat hij voor de flanken het liefst fysiek sterke centrale verdedigers had. En nadien promoveerde ik met Brighton.’

3. Waarom verklaarde je al meermaals dat je verliefd bent op Sclessin? Komt dat niet wat te geforceerd over?

‘Ik overdrijf dat niet. Toen ik klein was, zat ik in de tribunes. Ik speelde er in de jeugdteams, tal van namiddagen spendeerde ik met het voorbereiden van mini tifo’s, met confetti die ik op wedstrijddagen de lucht in gooide. Ik zei de hele tijd dat ik ervan droomde om als prof ooit op het veld van Standard te voetballen. Dus ja, er was altijd sprake van liefde.’

4. Enkele weken geleden liet je tijdens een interview vallen: ‘Bepaalde personen vertelden me dat ik een beetje gek moest zijn om me in zo’n avontuur te gaan storten.’ Verwees je daarmee naar je laatste twee seizoenen bij Standard en de gezondheid van de club toen je er tekende?

‘Ja. En wanneer ze me dat zeiden, antwoordde ik: ‘Wat ook de beslissing is die iemand neemt, altijd zal er een stukje risico zijn.’ Soms moet je een beetje rekenen, maar als het over zulke zaken gaat, doe ik dat niet. Ik weet wat ik deed in het verleden, ik weet dat ik hier geapprecieerd word. Ik vertrek altijd van het principe dat iemand die alles geeft altijd beloond wordt. Misschien dat ik over twee of zes jaar kan opscheppen dat ik deel uitmaakte van de eerste successen onder het voorzitterschap van Bruno Venanzi. Hij verdient dat het hier goed loopt. Zijn goesting is groot. Maar Standard is geen Chinese multinational, alles moet stukje bij beetje heropgebouwd worden. Dat vergt tijd.’

5. ‘Hoe meer kritiek ik krijg, hoe sneller ik onverwachte krachten vind’, verklaarde je ook al. Kan je dat verduidelijken? Voel je je soms een slachtoffer?

‘Ik verwees daarmee naar puur sportieve momenten. Het is niet altijd rozengeur en maneschijn geweest. Mijn vertrek bij Hannover was ingewikkeld, omdat ze me lieten verstaan dat ik niet langer in de plannen paste. Tijdens diezelfde periode vloog ik na de WK-kwalificatiecampagne uit de groep op het laatste moment. En werden er jongens mee naar Brazilië genomen die totaal niet hadden deelgenomen aan die campagne. Dat is hard. Gelukkig kon ik me troosten met een transfer naar Engeland. Ook bij West Brom was het einde moeilijk. Telkens vond ik echter de fysieke en mentale kracht om de armen niet te laten zakken.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier