Wie verdiende er, volgens de data, écht een plaats in de play-offs?

Zouden Anderecht en Antwerp ook bij een 'juiste stand' in play-off 1 hebben gezeten? © GETTY
Dieter Peeters
Dieter Peeters Voetbalanalist en -journalist. Momenteel performance analyst bij de nationale U16 & U17.

De plaatsen voor de play-offs zijn verdeeld. Maar of die eerlijk verdeeld zijn, is een andere kwestie. In voetbal pakt niet altijd de beste ploeg de meeste punten, zelfs niet na 34 speeldagen. Hoog tijd dus om het klassement eens uit te spitten. Welke club verdiende er meer of minder op basis van hun prestaties?

Na bijna elke wedstrijd komt dezelfde discussie terug: was de uitslag terecht? Kansen creëren is namelijk één ding, ze ook nog afmaken is iets anders. En helaas voor sommige ploegen, levert enkel dat laatste punten op. Door de ‘uitvinding’ van Expected Goals, kortweg xG, is er sinds enkele jaren een manier om uit te drukken hoeveel doelpunten voor en tegen te verwachten waren op basis van de doelpogingen en in welke mate een uitslag, en bij uitbreiding een klassement, dus ‘verdiend’ is.

Waarom is dat nog interessant? Omdat die ‘Expected Goals’ de beste voorspeller zijn van resultaten op langere termijn. Beter zelfs dan voorgaande resultaten. Een ploeg kan bijvoorbeeld met een gelukje drie keer op rij winnen, maar dat voorspelt misschien niet veel goeds voor de volgende matchen. xG drukt dergelijke prestaties uit in een cijfer, wat de analyse ervan een stuk diepgaander maakt.

Op basis van de ‘verwachte doelpunten’ in een match kan je dus ook berekenen hoeveel ‘verwachte punten’ een ploeg zou binnenhalen en bijgevolg een klassement opstellen. Simpel gezegd, wat zou er gebeuren als alle ploegen even goed afwerkten? De ploeg die de meeste en de beste kansen creëerde en het minste weggaf, zou het vaakst winnen, met dit klassement tot gevolg.

Meer uitleg over de gebruikte methode kan je onderaan dit artikel vinden.

Wie verdiende er, volgens de data, écht een plaats in de play-offs?
© Sport/Voetbalmagazine

Daar is Gent plots

Zowel op vlak van resultaten, als qua prestaties stak Club Brugge er dit seizoen weer bovenuit. Offensief creëerden enkel Gent en Genk ongeveer evenveel kansen, maar blauwzwart toonde zich veel efficiënter: 6 doelpunten meer dan te verwachten op basis van hun doelpogingen. Het verschil met de concurrentie maakte de leider echter vooral in de defensie. Club gaf net als vorig jaar veruit het minste kansen weg en Mignolet redde ook weer 8 goals meer dan gemiddeld te verwachten was. De grote voorsprong van Clement en zijn jongens is dus, ook volgens de data, meer dan terecht.

Eerste achtervolger zou eigenlijk KAA Gent moeten zijn. Maar de Buffalo’s pakten 12 punten minder dan te verwachten viel en eindigden zo 5 plaatsen lager, nog net goed voor een plek in de ‘Europa play-off’. Vooral voorin knelde het schoentje. Gent creëerde de meeste goede kansen van de hele competitie, meer zelfs dan Club Brugge, maar scoorde 14 goals minder dan te verwachten was (in totaal dus bijna 20 minder dan Club). Dat gebrek aan efficiëntie brak Thorup, Bölöni en De Decker al snel zuur op. Onder Hein Vanhaezebrouck volgde de resultaten uiteindelijk wel meer en meer de prestaties, ook al omdat hij meer stabiliteit in de defensie kreeg (in totaal de 4de beste verdediging en 2 goals minder geslikt dan verwacht).

KAA Gent verdiende volgens de data veel meer dan waar het nu geëindigd is.
KAA Gent verdiende volgens de data veel meer dan waar het nu geëindigd is.© Belga Image

KV Oostende zonder geluk

Geen ‘Champions play-off’ dus voor AA Gent, wel voor Antwerp, Anderlecht en Genk. Van dat drietal pakte vooral Antwerp veel meer punten dan het verdiende. Op basis van de kwaliteit van hun kansen voor en tegen zou de Great Old eigenlijk maar op een 8ste plaats geëindigd zijn. Antwerp was offensief en defensief niet uitzonderlijk efficiënt, maar leerde onder Vercauteren – op een paar stevige nederlagen na – wel op een resultaat te spelen.

Anderlecht behaalde ook iets betere resultaten dan wat ze eigenlijk presteerden. Paars-wit creëerde wel veel meer kansen dan vorig seizoen, maar nog altijd een pak minder dan Club, Genk en Gent. Achterin was er meer goed nieuws: op Club na gaf Anderlecht de minste kansen weg en het slikte er ook nog eens heel wat minder dan te verwachten was.

Concurrent KV Oostende gaf ongeveer evenveel kansen weg, maar slikte wel 7 doelpunten meer dan Anderlecht. Dat in combinatie met hun gebrek aan efficiëntie voorin, 10 goals minder dan gemiddeld te verwachten was, deed de Kustboys uiteindelijk de das om. Op basis van hun doelpogingen voor en tegen had KVO eigenlijk 4 punten boven Anderlecht moeten staan, op een derde plek. Maar efficiëntie, geluk en/of kwaliteit in beide doelgebieden veroordeelden Alexander Blessin en zijn jongens tot een vijfde plaats.

KRC Genk daartegen verdiende wel haar plek bij de eerste vier, volgens de data. De Limburgers creëerden bijna evenveel kansen als leider Club Brugge en veel meer dan hun rechtstreekse concurrenten. Aan de andere kant van het veld gaven ze wel heel wat meer weg. Defensief presteerde Genk eigenlijk slecht als een middenmoter. Maar al hun aanvallend geweld compenseerde genoeg om een vierde plaats te verdienen en dankzij de reddingen van Vukovic en Vandevoordt (5 tegengoals minder dan verwacht) staan ze daar ook.

Defensief was KRC Genk een middenmotor, aanvallend een absolute topper
Defensief was KRC Genk een middenmotor, aanvallend een absolute topper© Belga Image

Net onder de top vier beleefde KV Mechelen een bizar seizoen. Waar ze zich vorig seizoen (vooral voorin) nog erg efficiënt toonden, leerde Malinwa dit jaar de andere kant van de medaille kennen. Qua prestaties deed de ploeg van Wouter Vrancken het eigenlijk beter, maar de resultaten wilden lange tijd niet volgen. Uiteindelijk pakte Malinwa toch nog een ticket voor de ‘Europa play-off’, maar volgens de data hadden ze eigenlijk moeten meestrijden voor PO I. Met 5 goals minder gemaakt en 4 tegengoals meer dan gemiddeld zat dat er echter nooit in.

Opvallende promovendi

Nieuwkomers Beerschot en OHL gaven dit seizoen mee kleur met opvallende resultaten, maar bleven uiteindelijk allebei met lege handen achter. Volgens de cijfers was dat geen verrassing. De Ratten kwamen onder Losada makkelijk tot kansen en maakten die vooral heel efficiënt af. Helaas voor hen was die ‘overperformance’ geen heel seizoen vol te houden. Daarnaast gaven ze achterin ook heel wat weg. Enkel Waasland-Beveren, Zulte Waregem en OHL presteerden op dat vlak nog slechter. De verdediging van Marc Brys liet de meeste kansen toe van alle eersteklassers, heel wat meer dan die van Beerschot, maar slikte toch 5 tegengoals minder. Rafa Romo voorkwam in zijn eentje zo’n 10 doelpunten. Zo bleef OHL lang in de running voor de prijzen. Ook al omdat Henry, Mercier en Sowah zich erg efficiënt toonden voor doel. Maar uiteindelijk bleek dat OHL gewoonweg te weinig tot goede kansen kwam (slechts 4 ploegen creëerden minder) en te veel kansen weggaf om echt mee te kunenen strijden met de grote jongens. Volgens de onderliggende data hadden ze zelfs eerder moeten vechten tegen de degradatie als ze niet zo efficiënt waren geweest.

OH Leuven heeft er een uitstekend seizoen op zitten, maar als het van de data afhing zou het binnenkort hebben moeten strijden tegen Seraing tegen degradatie.
OH Leuven heeft er een uitstekend seizoen op zitten, maar als het van de data afhing zou het binnenkort hebben moeten strijden tegen Seraing tegen degradatie.© GETTY

Strijd om degradatie

Onderin werd het een lange strijd tussen STVV, Cercle, Waasland-Beveren en Mouscron. Net als vorig seizoen had Cercle Brugge met hun prestaties eigenlijk nooit in de problemen mogen komen. Defensief deden ze het degelijk, maar aanvallend creëerden ze te weinig. Die weinige kansen werden dan ook nog eens onvoldoende afgemaakt en dan krijg je een lastig seizoen. Hetzelfde geldt voor STVV. Het omgekeerde beeld bij Zulte Waregem, dat na OHL de meeste kansen weggaf, maar dankzij een vlot scorende Gianni Bruno en een secure Bostyn nooit echt in de problemen kwamen.

Maar behalve OHL moesten vooral Waasland Beveren en Mouscron zich zorgen maken over hun prestaties. Beide ploegen creëerden veruit de minste kansen. Defensief hielden de Henegouwers het wel veel beter dicht dan de Waaslanders, maar het verschil bleek zoals zo vaak de efficiëntie. Noem het geluk en/of kwaliteit, maar Waasland-Beveren scoorde uit bijna evenveel kansen meer dan 10 goals meer dan Mouscron. Dat konden zelfs de heldendaden van doelman Koffi niet meer goedmaken.

Wat zijn ‘Expected points’?

Expected points gaat verder dan enkel de Expected goals voor en tegen vergelijken, want daarin kan één sterke wedstrijd te zwaar doorwegen. AA Gent won bijvoorbeeld op de laatste speeldag met 2-7 tegen Zulte Waregem (oftewel 0,6 – 3,5 in xG). Dat leverde hen 3 belangrijke punten op. Als we enkel naar de Expected goals voor en tegen zou kijken, zou deze match zwaarder doorwegen dan matchen waarin weinig gecreëerd werd, maar net zo goed 3 punten te verdienen waren. Daarom wordt er per match bekeken wat de kans was dat een ploeg zou winnen, op basis van de doelpogingen voor en tegen. Die ‘verwachte punten’ van elke wedstrijd worden dan opgeteld in een nieuw klassement.