Hoe FC Barcelona opnieuw uitgroeide tot een politieke beweging

In de tribunes van Camp Nou wordt met Catalaanse vlaggen gezwaaid. Het stadion van FC Barcelona is de ultieme politieke arena. © BELGAIMAGE
Sam Ooghe Medewerker van Sport/Voetbalmagazine

17:14. Na exact 17 minuten en 14 seconden tijdens Atlético Madrid – FC Barcelona van zaterdag zullen de fans van Barça een gezang aanheffen: ‘In, Inde, Independència!’ Een statement van separatistische Catalanen in de hoofdstad. Want FCB is niet zomaar een voetbalclub, het is een symbool voor de Catalaanse vrijheid. Hoe is het zover kunnen komen?

Het was een hallucinant zicht op 1 oktober. Tijdens FC Barcelona – UD Las Palmas was Camp Nou volledig leeg. Messi, Iniesta en Suárez schitterden niet voor honderdduizend fans, maar voor een handvol stewards en journalisten. Messi scoorde tweemaal en de thuisploeg won met 3-0, maar dat was bijzaak. Barça speelde in de Catalaanse kleuren. Op het scorebord sierde negentig minuten lang ‘Democrácia’. Vandaag ging niet om voetbal. Dat was al lang duidelijk.

Op de ochtend van de match leek er nochtans geen vuiltje aan de lucht. De ticketbureaus gingen open op de normale uren. Zo’n 75.000 supporters werden verwacht. De thuisploeg bereidde zich voor naar gewoonte. Enkel Sergi Roberto en Gerard Piqué ontbraken bij de ochtendwandeling. Zij gingen stemmen voor een langverwacht, maar verboden referendum.

Bij hun terugkomst hadden donkere wolken zich al verzameld boven Camp Nou en de rest van de stad. Nauwelijks hersteld van de dodelijke raid van een IS-fanaat enkele weken eerder, was opnieuw geweld uitgebroken in Catalonië. De schuldige was dit keer geen geradicaliseerde terrorist. Neen: het was de Spaanse politie. Ze sloegen, trokken, knuppelden en schoten. Bijna negenhonderd burgers raakten gewond.

Catalonië in het DNA

FCB is een vereniging die al drie eeuwen vecht tegen de bruten uit Madrid. Dat is het beeld. Maar niets is minder waar.

Catalonië voert al eeuwen een strijd om onafhankelijk te worden. De Catalanen spreken een eigen taal en hebben een eigen geschiedenis, maar sinds 1714 zijn ze deel van Spanje. Ze zijn ‘anders’ dan de Spanjaarden – of dat is toch wat de Catalanen zelf geloven. In 2014 was er al een onafhankelijkheidsreferendum in Catalonië, maar dat was vrijblijvend. Dit jaar, op 1 oktober, zou de stemming bindend zijn. Stemde 51 procent pro ‘independència’, dan was de onafhankelijkheid een feit.

Maar aan dat spelletje deed Spanje niet mee. Premier Rajoy veroordeelde het referendum. Het Grondwettelijk Hof ging verder: de stemming was illegaal, klonk het. Iedereen die zou deelnemen aan de organisatie ervan, was een crimineel. De Spaanse politie pakte in de weken voor de stemming ambtenaren, ministers en burgemeesters op. Op 1 oktober brak geweld uit. De Catalaanse politie en brandweer beschermden de stemlokalen en de burgers tegen de knuppel en kogels van de Spaanse ordetroepen. Een burgeroorlog.

FC Barcelona had zich maanden vóór het referendum al als voorstander geuit. Ook op 1 oktober stond de club in de spotlights. Ze wilde de match tegen Las Palmas uitstellen voor het referendum. Dat mocht niet van de bond. Dan werd de match maar achter gesloten deuren gespeeld.

Door de surreële aanblik van een leeg Camp Nou konden de honderden miljoenen tv-kijkers zien dat er iets niet pluis was in Catalonië, zo verklaarde voorzitter Bartomeu. Lokale media zouden door de uitzonderlijke wedstrijd de Catalaanse strijd moeten aanhalen. Na de match veroordeelde FCB het politiegeweld ook met een officieel communiqué. ‘Wij staan voor de democratie’, klonk het. Gerard Piqué stond de pers in tranen te woord en bevestigde de boodschap van de club.

Voorzitter Bartomeu
Voorzitter Bartomeu© Belga

Wie denkt dat de politieke verklaringen van Barça en Piqué niet opmerkelijk zijn, vergist zich. De Madrileense pers ging zwaar tekeer tegen de club en de verdediger. De Spaanse geschiedenis en de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd zijn traumatisch en bloedig. Door zich te profileren als separatistische club, trapt Barça op miljoenen tenen. FCB doet alsof ze geen keuze heeft, dat de onafhankelijkheidsstrijd in het DNA zit. Maar is dat zo?

De helft van Spanje doden

Volgens voorzitter Bartomeu zou Barça onlosmakelijk verbonden zijn met de Catalaanse natie. Het is bijna alsof de club ontstond in 1714, toen onafhankelijk Barcelona geannexeerd werd door de Spaanse staat. FCB ís Catalonië. FCB is een vereniging die al drie eeuwen vecht tegen de bruten uit Madrid. Dat is het beeld. Maar niets is minder waar.

De club werd in 1899 opgericht door een Zwitser – vandaar de bijnaam van Barça, los Suizos – en was lang een internationale en weinig opvallende club. Het team had wel een Catalaans karakter, maar enorm uitgesproken was dat niet. Het is pas vanaf 1939 dat de nationale strijd op het voorplan kwam, hand in hand met de oorlog tegen fascisme.

Vraag aan een Barçafan waarom Real de meeste trofeeën heeft, en hij zal antwoorden: Franco. Generaal Franco, de dictator die aan de macht was tussen 1939 en 1975, zou supporter geweest zijn van Real Madrid en hen daarom titels geschonken hebben. Oplichterij, omkoping, favoritisme. Stevige verwijten die natuurlijk ergens vandaan komen.

Franco greep de macht na een verwoestende burgeroorlog die begon in 1936. Fascisten en republikeinen voerden in Spanje een generale repetitie op voor de grootste oorlog aller tijden. Hitler testte zijn luchtmacht door Catalaanse steden plat te bombarderen. De fascisten wonnen de burgeroorlog.

Generaal Franco zou bijna veertig jaar met ijzeren hand regeren. Ooit zei hij dat hij zijn land zou zuiveren, ook al moest hij daarvoor ‘de helft van Spanje’ doden. Zeker 200.000 burgers lieten het leven bij zijn repressie. Franco liet geen ruimte voor oppositie, andere talen en culturen. Catalonië hield zich dus maar beter gedeisd.

De supporters van Barça steken niet onder stoelen of banken hoe ze over de Catalaanse onafhankelijkheid denken.
De supporters van Barça steken niet onder stoelen of banken hoe ze over de Catalaanse onafhankelijkheid denken. © BELGAIMAGE

Ook de voetbalclubs voelden Franco’s zweep. Dat betekende niet dat de matchen gefixt werden, maar wel dat alles Spaans moest worden. Elke speler moest trouw zweren aan Franco en de voorzitters werden gekozen door de regering. De eerste match onder het fascistisch regime is FC Barcelona tegen Athletic Bilbao. De match loopt een half uur vertraging op door speeches ter ere van Franco, tweemaal het Spaanse volkslied en fascistische rituelen. Dát is voetbal onder Franco: een eucharistie. En vooral geen moment om Catalaanse protestgezangen te starten, zoals Bartomeu graag wil doen geloven.

Real als exportproduct

Vooral in de periode tussen 1960 en 1980 was Real oppermachtig, met veertien titels in twintig jaar. Hiernaar zullen Barçafans verwijzen wanneer ze het hebben over omkoping. Wat ze niet zeggen, is dat net Barça de meeste kampioenschappen won tijdens Franco’s meest autoritaire periode, kort na WO II. Tussen 1945 en 1960 pakten ze zeven titels, met de legendarische Hongaar László Kubala als ster. Kubala was een overloper uit communistisch Oost-Europa en was geschorst voor clubvoetbal.

Niemand minder dan generaal Franco greep in om de diplomatieke bom onschadelijk te maken. Hij zorgde er persoonlijk voor dat Kubala, een beer van een vent die meer whisky dronk dan water, Barça een eerste gouden tijdperk kon bezorgen.

Toch is de steun van het regime aan Real geen complete mythe. Tijdens de glorieperiode van het team zat Spanje met een stevig imagoprobleem. Door het oubollige en harde beleid van de aftakelende Franco was het land blijven steken in 1940. Sommige lezers herinneren zich wellicht dat er tot enkele decennia geleden niet eens een snelweg liep van noord naar zuid. Wie naar Sevilla wou vanuit Frankrijk, moest via kustbaantjes rijden. Het typeert Spanje, en het typeert in zekere zin nog steeds de achterstand tegenover de rest van Europa.

Franco en de zijnen wilden in de jaren zestig het gordijn opentrekken. Het ideale exportproduct: Real Madrid. Het team uit de hoofdstad won Europacup na Europacup. Het progressieve Londen en de flitsende hippiesteden werden in de pan gehakt door de barbaren uit het ondemocratische Spanje. In zekere zin legitimeerde Real zo het regime van Franco. Als de spelers zo goed waren, moest het in dat land wel meevallen. Europese matchen werden diplomatieke missies. Real zelf betuigde niet overdreven veel steun aan Franco. Real toonde respect, net als Barça. Er was geen keuze.

Vrijheidsstrijder Guardiola

Vanaf de jaren zeventig ontwikkelde FC Barcelona zich meer en meer tot de uitlaatklep van de Catalaanse bevolking. De vereniging werd een thermometer die de nationalistische koorts opvolgde. De greep van Franco werd losser, en de schreeuw om een eigen natie werd luider in Camp Nou. Laat het vooral duidelijk zijn: de Catalaanse strijd en symboliek van Barça bestáán, en de steun aan de club was inderdaad een vorm van protest tijdens Franco. Maar de strijd was niet zo heroïsch als soms geloofd wordt, en ze is zeker geen honderd jaar oud. De obsessie met Franco groeide pas toen de man dood en begraven was.

Pep Guardiola
Pep Guardiola© AFP

Na Franco’s dood kreeg Catalonië meer autonomie. De taal werd weer gedoogd en de Catalanen kregen een eigen regering. Met de verworvenheden sterft ook vaak de strijd. Josep Núñez, de voorzitter van FCB van Franco’s dood tot 2000, repte haast niet over Catalanisme. In relletjes over Catalonië had hij geen zin – hij had wel wat beters te doen, zoals een wereldwijd supportersnetwerk opbouwen.

De revival van het Catalanisme kwam er aan het begin van het millennium, met het aanstellen van voorzitter Joan Laporta en trainer Pep Guardiola,twee overtuigde separatisten.Ook de huidige voorzitter, Josep Bartomeu, is een fervent nationalist. De nieuwe garde injecteert opnieuw een stevige dosis Catalanisme in de club. Geen visca Barça zonder visca Catalunya. Alle symbolische associaties met Catalonië, democratie, antifascisme en de strijd tegen Franco worden nadrukkelijk geprojecteerd op de club en haar verleden.

‘Franco is terug’, klinkt overal. Niet eens zo vergezocht, gezien de recente agressie van de Spaanse politie. De premier van Spanje vertelde zelfs dat het referendum van 1 oktober ‘nooit heeft plaatsgevonden’. Catalonië wordt zo letterlijk ontkend, net als vroeger. En Real Madrid doet mee. Ook op 1 oktober, ’s avonds, hult het Bernabéu zich in Spaanse vlaggen en klinkt ‘Qué viva España’. De burgeroorlog is terug. Niet tussen fascisten en republikeinen, maar tussen Madrid en Barcelona.

Politieke arena

Voetbal is in Spanje zodanig verbonden geraakt met de symboliek van Madrid versus Catalonië, dat er geen weg terug is.

De Catalaanse regering staat als één man achter de nationalistische missie van Barça. Ze weet dat ze een enorm wapen in handen heeft. De Spaanse antropoloog Manuel Mandianes beschreef op een uitstekende manier hoe voetbal politieke en culturele bewegingen kan smeden. De kerken zijn leeg en we kennen onze buren niet meer, maar in het voetbalstadion zitten de mensen nog samen. Meer nog: ze zingen en worden één groot geheel. Dat is wat klassieke filosofen als ‘het politieke’ zouden omschrijven. Samen één worden. Het individuele overstijgen. Met vlaggen, liederen, en een leger dat iedereen samen aanvuurt. In een voetbalstadion ontstaat de ideale voedingsbodem voor gevoelens van samenhorigheid en vijandigheid – voor politiek.

Als je die emoties gebruikt, is veel mogelijk. Net na de onwaarschijnlijke ‘remontada’ tegen PSG, tweette Carles Puigdemont, de president van de Catalaanse regering: ‘Niets is onmogelijk. Barça toonde het op het veld, Catalonië zal het in de toekomst demonstreren.’ Wat critici recuperatie noemden, was niets meer dan het expliciet maken van de overduidelijke link tussen voetbal en het nationalisme dat al jaren door de kelen van de fans gierde.

De symboliek is meer dan elders zichtbaar in Camp Nou, de ultieme politieke arena. Het hangt er match na match vol met Catalaanse vlaggen. De spelers spelen in de nationale kleuren. Er worden separatistische gezangen afgestoken. Wanneer Real Madrid er op bezoek komt, vechten de Catalanen met de bezetter. Het is een interland, zei Gerard Piqué ooit. In Camp Nou, tegen Real Madrid, is voetbal meer dan voetbal. Het is natievorming. Voetbal is in Spanje zodanig verbonden geraakt met de symboliek van Madrid versus Catalonië, dat er geen weg terug is. Sport is er niet meer vrijblijvend.

Sergio Ramos postte vorige week deze duidelijke foto op sociale media.
Sergio Ramos postte vorige week deze duidelijke foto op sociale media. © BELGAIMAGE

De vete tussen Sergio Ramos en Gerard Piqué is de verpersoonlijking van de oorlog. Piqué is de zelfverklaarde Catalaan die nog steeds voor Spanje speelt. Een deserteur, een lafaard. Hij belichaamt voor Madrilenen het verraad tegen het vaderland. Na het referendum werd hij, de Catalaan, bij de nationale ploeg van het trainingsveld gejouwd. Enkele uren later postte Ramos een foto van zichzelf, met op de achtergrond een landkaart in de Spaanse kleuren en de kroon van de koning. Volgens Piqué is de vete opgeklopt en zijn de twee ‘fenomenale’ vrienden. ‘Cuéntaselo a tu abuela’, zeggen de Spanjaarden daarop. ‘Vertel dat maar aan je oma’, want dat gelooft geen mens.

Against modern football

Het gekibbel zal vele Barçafans worst wezen. De belangrijkste vraag voor hen blijft dezelfde: is die nieuwe golf van Catalanisme überhaupt goéd voor de club? Door de gespierde taal van Bartomeu haken niet-Catalaanse fans af. Voor de match tegen Las Palmas communiceerde Barça enkel in het Catalaans. Gewone Spaanse fans begrepen er geen snars van. Velen voelden zich in de steek gelaten. Reken daar nog eens de honderden miljoenen fans bij uit Qatar, Tokio en Schellebelle die hélemaal geen boodschap hebben aan pathetische gezangen en ruzies over Catalonië. Is dat het allemaal wel waard? In de geglobaliseerde en gecommercialiseerde voetbalwereld, is een beetje toegeven misschien geen slecht idee.

Die discussie over eigenheid barstte enkele jaren geleden los, wanneer Real Madrid onder druk van Arabische geldschieters het kruisje uit het embleem verwijderde in enkele landen. Weg katholicisme. Verlies van traditie, maar wel enkele tientallen miljoenen euro’s in de kassa. Het kwam Real op kritiek te staan, maar dat deerde de clubbonzen niet. In dezelfde lijn ligt de poging van Red Bull om binnen te dringen in het voetbalcircuit. Leipzig en Salzburg moesten verregaande toegevingen doen om zich te verzekeren van financiële injecties. Het embleem veranderen, de kleuren, zelfs de clubnaam. Tot woede van de fans. Wat is er nog ‘eigen’ aan de teams? Moeten clubs hun eigenheid en waarden niet laten varen in het commercieel circuit van de 21e eeuw?

U kan dat antwoord invullen zoals u zelf wil. Maar de meeste fans zullen denken: neen. De ‘against modern football’-bewegingen gaan in essentie terug tot het bewaren van de clubtradities en kernwaarden. Voor het bewaren van het lokale. Het zijn bewegingen die ijveren voor meer politiek in voetbal. Want daar is niets mis mee. Meer nog: het is wat voetbal kruidt.

Wanneer Barcelona komende zondag naar Madrid trekt, en de fans ‘independència’ aanheffen, is dat niet om spelers een hart onder de riem te steken. Het is een pure, politieke uiting van ongenoegen. Wie zegt dat zoiets niet thuishoort in een voetbalstadion, onderschat de passie in de harten van de fans. Het gevoel van samenhorigheid, dat de mensen zo nodig hebben. Voetbal is politiek, want voetbal is van de mensen. Tot de dag dat ook Barcelona opgekocht wordt door Red Bull. Laten we hopen van niet.