Pelé: de synthese van alle talent

Pelé bij zijn derde wereldtitel in 1970 in Mexico. © GETTY
Sam Kunti Freelancemedewerker van sportmagazine.be

De voetbalwereld heeft afscheid moeten nemen van een van de grootsten aller tijden. Pelé was een echte Braziliaan en een natuurfenomeen.

Wilson Piazza: ‘Alleen God is perfect, maar durf ik te beweren dat ook Pelé perfect was?’

Rivellino: ‘De Koning.’

Tostão: ‘Pelé had alles.’

Paulo Henrique: ‘Een genie.’

Denilson: ‘Redder des vaderlands.’

Antonio Lima: ‘Iedereen wist dat Brazilië afhankelijk was van Pelé.’

Paulo Henrique: ‘Ik kan met geen woorden beschrijven hoe Pelé was.’

Edu: ‘Hij was als een vader die ons leerde hoe we moesten voetballen.’

Antonio Lima: ‘Hij betekent alles.’

Marco Antônio: ‘Hij was de beste voetballer ter wereld en voor mij zal hij dat blijven zolang ik leef.’

Amarildo: ‘Hij was Pelé van het moment dat hij begon te voetballen tot de dag dat hij zijn carrière beëindigde.’

Paulo Henrique: ‘Hij zei nooit dat hij ging verliezen. Het ging alleen maar over winnen, begrijp je?’

Rivellino: ‘Pelé is altijd mijn grote voorbeeld geweest in het leven. Ik heb hem nooit over iets horen klagen.’

Marco Antônio: ‘Als kind in Santos, ging ik naar hem kijken. Op een keer gaf hij bewust een dubbelpass met een tegenstander door de bal tegen diens been aan te spelen. Zoiets had ik nog nooit gezien.’

Gérson: ‘Hij dacht altijd sneller dan de anderen.’

Marco Antônio: ‘God heeft hem alles gegeven.’

Tostão: ‘Hij leek wel een computer: hij berekende alle bewegingen van zijn tegenstanders en van de bal.’

Rivellino: ‘Sommige sporters zouden voor eeuwig moeten blijven leven.’

Marco Antônio: ‘Ik kan hier en nu sterven, maar ik speelde aan de zijde van Pelé. Dat blijft voor altijd mijn redding.’

Rivellino: ‘Godzijdank is hij geboren als Braziliaan. Ik geloof dat er nooit nog iemand zoals hij zal bestaan.’

***

Trots en angst

Wie met Pelé gevoetbald heeft, voelt zich geprivilegieerd. Ze speelden op velden die verlicht werden door zijn glans en leefden in het ‘Pelé universum’. Hij was de synthese van alle talent. De grote ster van Santos. De talisman en topscorer van de Seleção. Drievoudig wereldkampioen. De eerste superster in het voetbal. Ambassadeur van Brazilië. Icoon voor de zwarte bevolking.

Met zijn korte kapsel, ovalen gezicht, heldere ogen en indrukwekkende fysiek leek Pelé tijdloos. Toch werd hij ooit voor de allerlaatste keer toegejuicht als international. Het was op een zonnige middag in juli 1971, Brazilië voetbalde in Maracanã tegen Joegoslavië. De week voordien had Sao Paulo hem met een kroon en een scepter gevierd na het 1-1-gelijkspel tegen Oostenrijk. Rio liet dergelijke overdrijvingen achterwege, maar vanaf de tribune smeekten de fans hem wel om te blijven. Het nummer 10 was echter onvermurwbaar: dit zou zijn afscheidswedstrijd in het Braziliaanse shirt worden. Te midden van de lofzangen en de festiviteiten dwaalden Pelés gedachten af naar zijn vader, Dondinho, die zijn zoon een eenvoudig advies had gegeven: ‘Stop niet wanneer ze je dat vragen, stop aan de top.’ Pelé deed precies dat.

Dondinho was een vaardige speler, maar zijn carrière werd beknot door blessures. Hij verwerkte het trauma van zijn carrière en gaf daarna zijn dromen door aan zijn zoon. Pelé wilde altijd zijn vader evenaren, tot groot ongenoegen van zijn moeder, Dona Celeste, die voetbal zag als een onstabiel beroep dat haar man veel pijn en verdriet had gebracht. Waarom zou haar zoon dezelfde kwelling moeten ondergaan? Hoe zou hij voor zijn gezin kunnen zorgen? Op 13-jarige leeftijd droeg Pelé bij aan het huishouden van zijn ouders als schoenpoetser en als verkoper van gestolen pinda’s aan de club uit zijn buurt.

Zijn ouders vormden hem: zijn vader gaf hem de drive mee om harder te trainen, sneller te lopen, beter te voetballen en slimmer te denken. Zijn moeder bezorgde hem de angst voor financiële onzekerheid. Trots en angst bewogen de jonge Pelé in gelijke mate. Mede daardoor steeg hij boven Zizinho uit, zijn idool en de metronoom op het middenveld van Brazilië in 1950.

© GETTY
Natuurfenomeen

De wereld heeft Pelé nooit op zijn best gezien. Televisie was nog helemaal niet ingeburgerd in de vroege jaren 60. Zelfs Jairzinho vroeg zich af hoe de betovering van Pelé, een abstract genie voor de moderne geest, heeft standgehouden: ‘Hoe kon deze uitzonderlijke mythe, die van een voetballer die wordt beschouwd als de beste sportman van de eeuw, zo lang en intens in leven worden gehouden? Het doet je veel nadenken en geloven dat dingen onwerkelijk lijken.’

‘Wie Pelé niet van bij het begin gevolgd heeft, kreeg een vertekend beeld, namelijk dat Pelé zijn hoogtepunt kende tijdens het WK in 1970’, aldus Tostão, die Pelé als tiener aan het werk zag. ‘De werkelijkheid is dat Pelé op zijn best voetbalde van 1957 tot 1964, toen hij nog onhoudbaar snel was. Op het WK in 1970 was hij al een gelouterde voetballer. In 1959 maakte hij in elke wedstrijd twee, drie doelpunten, het ene nog spectaculairder dan het andere. In die periode was hij sensationeel.’

Tostão wees er ook op dat Pelé eigenlijk niet trainde, omdat hij tussen de wedstrijden nauwelijks tijd kreeg om te herstellen. ‘Santos speelde te veel, want de hele wereld wilde die ploeg aan het werk zien. Pelé trainde nooit, bereidde zich nooit voor. Vanaf zijn zestiende volgde hij dat ritme. Absurd. Hij heeft nooit specifieke fitnessbegeleiding gehad. Hij was een natuurfenomeen: hij had snelheid, een waanzinnige versnelling en een ijzersterke fysiek. En dat alles zonder voorbereiding.’ Gérson vertelde ooit: ‘Kijken naar een uitgeruste Pelé is één ding, kijken naar Pelé op een van die gekke tournees die ze maakten, is iets anders.’

Pelé danste door de verdediging, de bal aan zijn voeten gekluisterd. De gladde en kronkelende beweging van zijn doelpunt tegen Mexico op het WK 1962, of de kracht en de precisie van zijn wonderlijke trap tegen Benfica datzelfde jaar in de wereldbeker voor clubteams:  de slankere Pelé van 1958 en de gezettere Pelé van 1970 zouden het niet gekund hebben. Hij belichaamde begin jaren 60 – wellicht voor de allereerste keer –  het concept van de moderne voetballer, van de hedendaagse superatleet. Zijn voetbal was een studie in accuraatheid aan een onvoorstelbaar tempo.

Onverwoestbare genialiteit

Zelfs in 1970 in Mexico, waar hij vaak zijn energie spaarde, was Pelé niet af te stoppen. Hij voetbalde met een onverwoestbare genialiteit. Zijn gewaagde maar sublieme trap vanaf de middenlijn tegen Tsjechoslowakije was een eenvoudige boodschap aan zijn tegenstanders: hij was nog altijd de beste voetballer ter wereld. Hij had zijn tegenstanders een rad voor de ogen gedraaid. Ze dachten dat ze een tragere en oudere Pelé konden afstoppen, maar daarin slaagde niemand. Bobby Moore kwam misschien nog het dichtst in de buurt, maar ook zijn inspanningen baatten niet. Deed Alan Ball het goed als mandekker van Pelé? Misschien. Hij ondernam een lovenswaardige poging, maar hij maakte zich schuldig aan een hoofdzonde: Pelé een fractie van een seconde uit het oog verliezen.

© GETTY

‘Hij kon toen niet meer de hele tijd blijven gaan, maar hij vertraagde even om dan weer te versnellen’, wist Roberto Miranda. Eenzelfde geluid was te horen bij Marco Antônio: ‘Dat flitsende zag je niet meer, maar hij hield nog altijd drie tegenstanders aan de praat.’ Zijn atletisch vermogen kon blijven zegevieren omdat zijn geest sneller werkte dan die van andere spelers. Zijn hersenen waren even indrukwekkend als zijn voeten.

‘Hij zag de dingen anders, toch?’ verklaarde Gérson. ‘Hij merkte zaken eerder op dan anderen. Daarom moest je hem altijd op de hielen zitten, het spel in de gaten houden, weten waar hij stond. Plotseling zou hij bewegen. De verdedigers, die de aanval voor hem inleidden, moesten zich focussen met al hun zintuigen. Anders was het moment voorbij. En dan kreeg je het te horen: ‘Zijn jullie daar in de defensie in slaap gevallen?’ Toen ik hem die pass verstuurde tegen Tsjechoslowakije – die bal die hij op de borst controleerde en met rechts voorbij de keeper trapte – zag ik hoe hij naar de buitenkant van de verdediger begon te bewegen. Hetzelfde voor het derde doelpunt dat we maakten in de finale tegen Italië. Met het hoofd legde hij het leer panklaar neer voor Jairzinho.’ Clodoaldo verwoordde het als volgt: ‘Pelé leerde mij om het spel anders te bekijken, om mijn ploeggenoten en de tegenstanders eerst te observeren vooraleer ik de bal kreeg toegespeeld.’

Mooiste nooit gemaakte doelpunt

Brazilië stond altijd bekend voor een goede mix tussen artiesten en atleten, tussen voetbalverstand en fysieke kracht. In 1958 waren Dadá en Garrincha de balvirtuozen, Zagallo en Vavá de werkpaarden. In 1970 ging van Jairzinho pure natuurkracht uit – Tostão: ‘Hij was een stier.’ – terwijl Gérson, Rivellino en Tostão de estheten waren. Pelé combineerde beide eigenschappen. Dat onderscheidde hem in een team van sterren: hij was zowel de opperste atleet als de opperste artiest.

‘Pelé bleef verrassen met nieuwe bewegingen’, zei Carlos Alberto. ‘Zijn poging van aan de middenlijn tegen Tsjechoslowakije was gedurfd. Voor het eerst probeerde een voetballer van zo ver te scoren. Twaalf jaar lang speelde ik met Pelé bij Santos en daarna bij New York Cosmos. In elke wedstrijd kon hij verrassen. Die twee wereldbefaamde momenten tegen Uruguay waren uniek: Pelé probeerde iets wat nooit iemand hem had voorgedaan. In elke wedstrijd improviseerde hij, het handelsmerk van de écht grote Braziliaanse spelers.’

In een eerbetoon voor het tijdschrift Eight by Eight schreef journalist en auteur David Hirshey over Pelés meest memorabele moment uit de halve finale het volgende: ‘Hij verlegde de grenzen van de menselijke logica. De kleine middenvelder Tostão bracht Pelé met zijn pass oog in oog met Ladislao Mazurkiewicz. Pelé leek twee keuzes te hebben. Eén: in volle snelheid de bal over de aanstormende Uruguayaanse doelman stiften. Of twee: rond Mazurkiewicz heen dribbelen. In een fractie van een seconde moest hij de berekening maken en bepalen welke optie hij zou nemen. (…) Alle twee zouden ze ongetwijfeld tot een gemakkelijk doelpunt geleid hebben, maar Pelé verwierp ze beide. Want wat zou daar leuk aan geweest zijn? In plaats daarvan had hij het lef om de absolute voetbalperfectie na te streven en een gat te slaan in het ruimte-tijdcontinuüm (…) Uit evenwicht gebracht trapte hij toch nog vanuit een scherpe hoek op doel, maar de bal hobbelde enkele centimeters naast de gapende doelmond. Het werd zo het mooiste doelpunt in de geschiedenis van het WK dat nooit gemaakt werd.’

Jairzinho: ‘Pelé liet de bal lopen en op een grillige manier die maakt dat voetbal voetbal is, was het die fantastische beweging – en zijn het bij uitbreiding dat soort geniale momenten – die het langst voortleefde in onze hoofden en in de hoofden van de fans. Zelfs meer dan een echt doelpunt, begrijp je?’ Dadá merkte er lachend over op: ‘Het is best grappig: was het Jairzinho of Tostão geweest, dan zou niemand er commentaar op gegeven hebben dat die bal niet in doel belandde.’

Pelé na het scoren van zijn 1000ste goal in 1969. © GETTY
Grenzeloze aanbidding

In 1970, en net vanwege dat WK in Mexico, was de voorspelling van Nelson Rodrigues uitgekomen, namelijk dat Pelé ‘meer tot de mythologie van het voetbal behoorde dan tot het voetbal zelf’. Pelé was gekroond tot de beste speler aller tijden en Brazilië tot de gelukkige freewheelende grootmeester van het spel. Rodrigues was de eerste die Pelé ‘O Rei, De Koning’ noemde en voor de Braziliaanse toneelschrijver en journalist, die over weinig voetbalkennis beschikte, was hij dat ook. Maar voor degenen die aan de zijde van Pelé speelden, was hij álles.

‘Wij zijn met De Koning, wij zijn met God,’ herinnerde een in gedachten verzonken Wilson Piazza zich. God en tien stervelingen vormden het Braziliaanse team. Dat het nummer 10 vaak zijn armen om zijn tegenstanders hield en de scheidsrechters geregeld in het ootje probeerde te nemen, wordt daarbij gemakkelijkheidshalve vergeten. Tostão: ‘Hij simuleerde wel eens, maar het viel niet op.’ Zelfs voor zijn overtredingen kreeg Pelé lof, met name voor de elleboogstoot die hij als revanche uitdeelde aan Dagoberto Fontes in de halve finale tegen Uruguay. Piazza verklaarde dat Pelé ‘wist hoe hij het spel hard moest spelen, hoe hij iemand in elkaar moest trappen.’

Tostão voegde eraan toe: ‘Die agressie was een deel van zijn talent, want een van Pelés grootste kwaliteiten was dat hij nog meer grinta toonde wanneer het wat moeilijker ging. Zijn verlangen om het tij dan te keren was enorm. Soms gaf hij verdedigers een stevige duw, hij gebruikte zijn lichaam en zijn armen. Hij was agressief en gemeen, want hij wilde altijd winnen. Pelé was geen zachtaardige speler. Wel integendeel, hij was een beest.’ Rivellino beaamde: ‘We moeten winnen en we zullen winnen’, zei hij altijd.’

De aanbidding van Pelé was grenzeloos. Zijn medespelers vereerden hem wanneer hij in de bus of in de kleedkamer voor een wedstrijd zijn ogen sloot om in ‘zijn stemming’ te komen, zijn mentaliteit die hem in staat stelde tegenstanders te overtreffen en te blijven winnen. Paulo Henrique herinnerde zich: ‘Hij ging ontspannen liggen en mediteerde vijf minuten. Dat ritueel was een must voor hem. Hij moest zich concentreren, want voor hem bestond er niets behalve voetbal, voetbal en voetbal. Als hij daar stillag, haalde niemand het in zijn hoofd om hem te storen. Ik heb nooit iemand anders zich op die manier weten voorbereiden. Het was eigen aan Pelé.’

‘Het was zijn manier om zich nederig te tonen’, aldus Roberto Miranda met een knipoog. Zijn meditatie maakte ook deel uit van zijn sluwheid. Hij begreep hoe hij ontzag kon inboezemen bij de mensen rondom hem, hoe hij zich moest gedragen om op handen te worden gedragen. In Mexico focuste Pelé zich op zíjn doelstellingen, zoals hij dat altijd gedaan had. Het zou zijn laatste WK worden, het was zijn laatste kans om het pantheon der goden te beklimmen. ‘We wisten dat hij O Rei was, maar hij was ook gewoon een van ons’, relativeerde Edu.

Propaganda-instrument

Met zijn derde wereldtitel, oversteeg Pelé het voetbal. Hij werd een icoon. Brazilianen adoreerden Garrincha, met wie ze zich konden identificeren. Zijn leven ging niet over rozen, hij maakte geen deel uit van het establishment en zijn succes bleef beperkt tot het voetbalveld. Pelé behoorde tot een heel andere categorie. Hij vertolkte de ultieme collectieve fantasie van Brazilië: de overwinning maakte het land belangrijk. Pelé vertegenwoordigde een succesvol Brazilië, een natie die de wereld met verstomming sloeg.

Voor de regering was hij een nuttig propaganda-instrument, het symbool van een verenigde en bloeiende natie in opmars. Als soldaat in 1959 hield Pelé zich volledig afzijdig van politiek. Hij bekritiseerde de militaire dictatuur niet en stelde de afwezigheid van democratie in Brazilië niet ter discussie. Hij nam met genoegen de medaille van de Orde van Rio Branco in ontvangst naast hooggeplaatste leden van de Serviço Nacional de Informações, de geheime dienst van de dictatuur, en hij vierde de wereldtitel in 1970 met generaal Médici in het presidentiële Palácio do Planalto. Maakte dat van hem een bondgenoot van het regime? Die vraag werd nooit echt beantwoord en ook Pelé zelf bleef altijd vaag over zijn houding tijdens de militaire dictatuur.

Voor velen is Pelé de beste voetballer aller tijden. Ze kneedden hem – de man en de held – naar hun eigen behoeftes en voorkeuren. Koningen, premiers, supermodellen, rocksterren, groupies, voetbalofficials, managers, tv-makers en journalisten: iedereen wilde een stukje van Pelé. Een voetbalpersoonlijkheid is niet bedoeld om zo’n betekenis te hebben, maar Pelé leende zich ertoe. Zijn aura was onevenaarbaar en hij beantwoordde elke vraag met een vriendelijke, aanstekelijke glimlach. Edson hield ervan Pelé te zijn, de superheld. Hij hield ervan De Koning te zijn.

Beelden van Pelé tijdens zijn hoogdagen en tijdens de decennia erna tonen een leven dat ongelooflijk claustrofobisch moet geweest zijn. Te midden van de euforie en de hysterie moest Pelé het circus elke keer meespelen. ‘Mensen wilden hem aanraken, foto’s maken, kortom, zien of Pelé echt een mens was’, aldus Clodoaldo. ‘Op tournee met Santos werd hij bijna als een buitenaards wezen gezien.’

© GETTY

Normale stervelingen zouden het als een ondraaglijk eenzaam bestaan hebben ervaren, een leven dat zich – contradictorisch – verborgen in de schijnwerpers afspeelde. Pelé niet. Hij geloofde altijd dat hij de beste was, de allergrootste. Toen hij als 17-jarige luisterend naar de radio in Santos vernam dat hij tot de selectie behoorde voor het WK van 1958, was hij niet in shock. Toen zijn naam werd genoemd naast grootheden als Didi, Djalma Santos en Nilton Santos was hij niet eens verrast. Nee, hij had het verwacht. Al op jonge leeftijd omarmde hij wat hij als zijn lot beschouwde.

Onsterfelijk

In een interview met Jornal dos Sports in de week voorafgaand aan zijn afscheidswedstrijd in 1971, sprak hij een zin uit die hij later nog geregeld zou herhalen – Pelé zou onsterfelijk worden. Hij was op dat moment bezig met de laatste scènes van A Marcha en had het over zijn dwaze droom om een Oscar te winnen. In A Marcha speelde hij, ongeloofwaardig, de rol van Chico Bondade, de leider van een abolitionistische beweging. De context van het interview verschilde, maar de onderliggende gedachte was dezelfde: Pelé zou nooit sterven. Hij verwees toen al naar zichzelf in de derde persoon. Edson bestond niet langer, die had plaatsgemaakt voor Pelé.

De mensen die dicht bij hem staan, zoals Antonio Lima, Edu, Pepe en Mengálvio, de oude garde van Santos die tot zijn laatste dagen bij hem thuis in Guarujá langskwam voor een uitgebreide lunch of voor een  café com leite, stelden nochtans dat Edson er nog steeds was. Zij spraken af met de man die zijn hele leven verdragen had om met Pelé te leven, om Pelé te zijn. Edu: ‘Pelé zou Pelé niet zijn zonder Edson. Pelé onderscheidde zich net als Edson door zijn kwaliteiten als mens. Hij was nederig en toonde altijd respect voor zijn familie en vrienden. Zijn vreugde en blijdschap als hij ons zag, was oprecht en voelde voor ons aan als iets spectaculairs.’ Antonio Lima: ‘Hij maakte ook op het einde van zijn leven nog grapjes: ‘Denk maar niet dat jullie gemakkelijk van mij afkomen.’’

In 1971, tegen Joegoslavië, wilden de Brazilianen niet dat hun voetbalster met pensioen ging. Hij was nog niet versleten, hij kon nog altijd toveren met een bal. Maar Pelé, de man die zowel het voetbal als het imago van zijn land herdefinieerde, negeerde de oproepen en noodkreten. De Koning trad af.