Terug naar de extreem organisatorische George Kessler: ‘Zeven uur is zeven uur. Punkt aus’

George Kessler: ‘Ik heb nooit de behoefte gevoeld met mijn voetbalkennis te koketteren.’ © GETTY, BELGAIMAGE & PHOTONEWS
Jacques Sys
Jacques Sys Jacques Sys is hoofdredacteur Sport/Voetbalmagazine

George Kessler werkte als trainer bij onder meer Anderlecht, Club Brugge, Standard en twee keer Antwerp. Zijn zucht naar een bijna extreme vorm van organisatie liep als een rode draad door zijn carrière. Vorige maand werd de Nederlandse Duitser 90 jaar.

Het was een bloedhete dag in de Griekse havenstad Piraeus. George Kessler trainde de plaatselijke club Olympiacos, hij was daar als een Messias binnengehaald. De eigenaar van de club, een steenrijke reder, kwam onder de indruk van Kessler en wilde met hem op goede voet staan. In een bui van goedheid zei hij Kessler na de oefensessie dat hij hem bij de voornaam mocht noemen en vroeg zijn nieuwe trainer vervolgens hoe die wenste aangesproken te worden. Dat vond George Marie Kessler een overbodige vraag: ‘U noemt me gewoon ‘mister Kessler’. ‘

Een zekere afstandelijkheid moest er volgens Kessler altijd zijn. Het paste bij zijn aura. Hij hield ook van klasse en stijl. Ooit werd hem in Berlijn, tijdens zijn driejarige ambtsperiode bij Hertha BSC, de naam Sir George gegeven. Dat vond hij prachtig. Kessler bewoog zich graag in de betere kringen, als een heer van rang en stand. Zo presenteerde hij zich ook altijd naar buiten. Kessler praatte niet, hij doceerde, hij stapte niet, hij schreed. Gedreven door een enorm sterke persoonlijkheid, door een zelfstandigheid die hem al in zijn jeugdjaren werd bijgebracht. Als jongetje van zes reisde hij met de trein van Saarbrücken naar Maastricht, hij moest onderweg twee keer overstappen, dat bleek voor hem geen enkel probleem.

Vliegen in de kleedkamer

George Kessler pleegde zijn inbreng in de clubs die hij trainde in fraaie bewoordingen te omschrijven: hij organiseerde en stimuleerde, hij boetseerde en corrigeerde. Hij trok zodanig strakke disciplinaire lijnen dat hij constant de grenzen van het redelijke leek te overschrijden. Toen hij bij FC Köln werkte, zei de legendarische doelman Toni Schumacher dat onder Kessler zelfs de vliegen in de kleedkamer in dezelfde richting vlogen. Dat vond hij een groot compliment.

Bij Club Brugge wilde Kessler na een paar weken zijn contract inleveren.

Bij FC Köln ook vroeg de voorzitter eens of hij met de spelersbus mocht meerijden naar een training, de ploeg was toen voor een Europese wedstrijd in Portugal. Daar had Kessler geen bezwaar tegen. De bus zou om zeven uur vertrekken. Eén minuut voor zeven zat iedereen in de bus, behalve de voorzitter, Kessler hoorde de spelers gniffelen: zou hij het aandurven om de bus op tijd te laten vertrekken? Stipt om zeven uur zei hij tegen de chauffeur: ‘Abfahren. ‘ Op dat moment ging de deur van het hotel open en kwam de voorzitter de trap afgestormd. De chauffeur wilde nog even wachten maar Kessler brulde: ‘Abfahren!’ Dat vonden de spelers prachtig. Als trainer, zei George Kessler altijd, moet je af en toe laten voelen dat je er bent. Later zei de voorzitter dat hij het allemaal toch wat overdreven vond, maar Kessler zei: ‘Zeven uur is zeven uur. Punkt aus. ’

Drie horoscopen

George Kessler, in het Duitse Saarland geboren en in het Nederlandse Sittard opgegroeid, karakteriseerde zichzelf als een trainer die hield van de schoonheid van het spel. Hij wilde niet alleen winnen, hij wilde met mooi voetbal winnen. Alleen werd hij nooit zo neergezet en veel meer getaxeerd als de organisator dan als een pure voetbalman. Kessler, zo heette het, was tactisch niet zo sterk. En hij kon beter praten dan trainingen geven. Zelf kon hij met dat (voor)oordeel leven. Hij vond dat hij op tactisch vlak zijn tijd ver vooruit was. Alleen, zei hij, had hij nooit de behoefte om met die kennis te koketteren, hij hield die tactische dingen liever voor zichzelf.

George Kessler was als trainer heel rationeel en methodisch. Toch had hij een irrationele kant. Hij verdiepte zich bijvoorbeeld in drie horoscopen van zijn spelers: de Europese, de Chinese en de Keltische. Omdat hij de mens in zijn totaliteit wilde doorgronden. Daarom liet Kessler onderzoeken uitvoeren naar het bioritme van elke speler. Daar ging het hem als trainer uiteindelijk om: dat hij iedere speler op de juiste plek neerzette. Hij zag spelers als steentjes die samen een mozaïek vormen. En hij liet zich leiden door vreemde gedachten. Toen Kessler ooit als trainer van Antwerp tegen Anderlecht speelde, op 7 november 1987, zei hij vooraf tegen voorzitter Constant Vanden Stock dat hij die dag niet van hem kon winnen. Want Kessler was op 7 november namelijk onklopbaar. Want de zevende letter in het alfabet is de G. En november is de elfde maand en de elfde letter in het alfabet is de K. ‘Begrijpt u?’, vroeg hij aan de verbouwereerde Vanden Stock. Antwerp won de wedstrijd met 2-1.

Als trainer van Club Brugge. Kessler woonde op 830 stappen van het stadion.
Als trainer van Club Brugge. Kessler woonde op 830 stappen van het stadion. © GETTY, BELGAIMAGE & PHOTONEWS
Eet smakelijk

Kessler gold heel zijn carrière als een autoritaire man, een nuchtere denker en heldere ziener, hard als steen. Die koude afstandelijkheid bleek telkens weer een façade: hij is een bevlogen prater, een verbale kunstenaar, pathetisch en bombastisch, met veel eigenliefde en soms zelfs eigenwaan, maar attent en voorkomend, correct en humoristisch. Alleen week hij geen duimbreed af van de regels die hij zelf uitvaardigde. Naar namen keek hij nooit. Als Nederlands bondscoach zette hij ooit Johan Cruijff uit de selectie omdat hij in de aanloop naar een wedstrijd tegen Bulgarije niet naar de training kon komen. Omdat hij voor zijn schoenenzaak naar Italië moest. Terwijl hij daarvoor geen toestemming had gekregen.

Kessler dreef altijd zijn zin door. Ook bij Anderlecht, de eerste van zijn vier Belgische clubs. Zijn komst, medio 1971, zorgde voor een kleine revolutie. Hij rangeerde een aantal oudere spelers uit en zette jongeren in de plaats. Zo vormden Gille Van Binst en Hugo Broos het hart van de defensie. Er werden de spelers ook tafelmanieren bijgebracht. Iedereen moest achter zijn stoel blijven staan tot de trainer arriveerde en de toelating gaf te gaan zitten. Na de woorden ‘Eet smakelijk’ mocht er gegeten worden.

Na een catastrofale start werd paars-wit in 1972 kampioen, maar Paul Van Himst had zo zijn bedenkingen bij die aanpak. Toen het gemor in de kleedkamer toenam werd er onder impuls van Van Himst een heimelijke vergadering georganiseerd, in de vestiaires van de jeugd. De spelers schrokken zich een bult toen Kessler daar verscheen. Lachend vroeg hij of hij niet uitgenodigd was. Iedereen mocht zich weer omkleden om een supplementaire training af te werken. Om acht uur ’s avonds. ‘Even uitwaaien na een belangrijke vergadering is altijd goed’, grijnsde Kessler die in zijn tweede seizoen bij Anderlecht wel werd ontslagen.

Kessler verdiepte zich in drie horoscopen van zijn spelers.

Rillend van schrik

Verhalen over George Kessler, ze zijn er genoeg. Bij Anderlecht ontstak hij ooit in woede toen een bus die de spelersgroep op afzondering naar het Nederlandse Papendal moest brengen niet op tijd was. Hij belde zes taxi’s die op hetzelfde moment arriveerden als de bus. De spelers namen plaats in de taxi’s en Kessler liet de lege bus achter de taxi’s rijden. Hij zorgde ervoor dat de busmaatschappij alles betaalde.

In zijn tijd bij Club Brugge, tussen 1982 en 1984, drukte hij meteen zijn stempel. Hij installeerde een spelershome, volgens hem was dat noodzakelijk om het groepsgevoel aan te scherpen. Hij liet ook twee gigantische wasmachines kopen zodat de spelers hun uitrusting niet meer thuis hoefden te wassen. Vervolgens kocht hij nieuwe machines om het hoofdveld en de oefenvelden beter te verzorgen. Hij inspecteerde de velden elke dag, terwijl de terreinverzorger rillend van schrik op zijn rapport wachtte. En toen hij op zijn eerste werkdag een mooi bureau zag staan in de zaal van het bestuur eiste hij dat meteen voor zich op: ‘Dit is vanaf nu mijn bureau.’ Daar moest Michel Van Maele, de sterke man van Club, zich bij neerleggen. Dezelfde Van Maele had heel veel moeite moeten doen om Kessler in het begin van het seizoen aan boord te houden. Toen de spelers na een vriendschappelijke wedstrijd in Keulen tegen zijn orders in een stapje in de wereld gingen zetten, stak hij eerst een tirade af en ging vervolgens, na amper een paar weken in Brugse loondienst, zijn contract inleveren omdat hij niet langer met een ‘ongeregeld zootje’ wilde werken. Van Maele moest alles uit de kast halen om Kessler in Brugge te houden. Die bleef pas nadat de hele spelersgroep zijn excuses had aangeboden, aanvoerder Jan Ceulemans op kop.

Zo was George Kessler. Hij vertelde graag dat hij op 830 stappen van het stadion woonde. En alles en iedereen controleerde. Toen hij zijn assistent Gille Van Binst voor een scoutingopdracht naar Seraing stuurde, dat altijd tegen de volgende tegenstander van Club speelde, had die daar geen zin in. Hij stopte in Kobbegem, in de discotheek van zijn gabber Nico de Bree en belde naar de trainer van Seraing, zijn ex-ploegmaat Georges Heylens, met de vraag of die hem geen notities kon bezorgen. Heylens zei dat dit niet nodig was: hij had Kessler op de tribune zien zitten. Waarop Van Binst naar Seraing raasde, een kwartier te laat kwam en door zijn grijnzende trainer werd begroet: ‘Pech gehad, jongen?’

Bij Anderlecht met Leen Barth, Rob Rensenbrink, Jan Mulder en Jan Ruiter.
Bij Anderlecht met Leen Barth, Rob Rensenbrink, Jan Mulder en Jan Ruiter. © GETTY, BELGAIMAGE & PHOTONEWS
Een unieke kans

Kessler heeft altijd graag in België getoefd. Ook bij Standard waar het gebrek aan geduld hem wel frappeerde, terwijl dat voor hem de absolute voorwaarde was voor het behalen van succes. Anders kon een ploeg nooit groeien. Bij de Rouches, waar hij constateerde dat de ploeg het zich niet kon veroorloven de bal te laten rondgaan en te zoeken naar een opening, kwam het tot een aanvaring met manager Roger Henrotay. Die waagde het ooit eens om hem aan de telefoon af te blaffen. De dag nadien stapte hij het bureel van Henrotay binnen en sprak hem toe op een ijskoude manier. Want niemand, zei hij, had het recht om hem uit te schelden.

Bij Antwerp ontvouwde Kessler tijdens zijn tweede ambtsperiode plannen om een nieuw stadion uit de grond te stampen. Hij boog zich constant over de maquette van deze voetbalarena, een stadion naar het model van de AmsterdamArena, maar dan met een capaciteit van 32.000 plaatsen. Spelers durfden toen amper de cabine van hun trainer voorbij te stappen. Want dan riep Kessler hen binnen. Niet om over tactiek te praten, maar over het stadion. Uiteindelijk ging het hele project niet door, de toenmalige voorzitter Eddy Wauters durfde het niet aan. Het vermogen om drie, vier stappen vooruit te denken, dat miste Kessler bij de clubleiding. Terwijl je volgens hem in het leven iets moet durven riskeren. Antwerp, zo vond hij, miste toen een unieke kans.

Roodharig ventje

Met tevredenheid blikt George Kessler op zijn carrière terug. Op zijn tijd bij het Nederlandse AZ bijvoorbeeld, waarin er in één seizoen 101 goals gemaakt werden en de acties vaak zo oogstrelend waren dat hij van de bank opsprong om te applaudisseren. Hij aanziet dat als een hoogtepunt.

Kessler beëindigde zijn carrière medio 1998, na zijn tweede termijn bij Antwerp. Hij trok zich terug in de Eifel, in zijn prachtig huis in Schleiden. Hij doodde vooral zijn tijd met lezen en verdiepte zich graag in geschiedkundige werken. Hij wilde zich altijd verder vormen, dat proces was volgens hem nooit ten einde. Kessler is een gearriveerd man en dat terwijl hij als roodharig ventje in Maastricht met een viskar door de stad liep en haring verkocht. Ook dat vormde zijn karakter en verhoogde zijn incasseringsvermogen. En maakte van hem een man van de wereld.

Kansen voor de jeugd

Heel zijn carrière lang had George Kessler aandacht voor jongeren. Hij liet bij Anderlecht de destijds 17-jarige Ludo Coeck in de eerste ploeg debuteren, ook al was Paul Van Himst daar aanvankelijk niet zo blij mee. En onder zijn hoede maakte Marc Degryse bij Club Brugge zijn opwachting in het eerste elftal, enkele dagen na zijn achttiende verjaardag.

Kessler koesterde Degryse als zijn troetelkind en gaf hem alle kansen om zich verder te ontwikkelen. Eerder had hij tegenover de ouders van Degryse een indrukwekkend pleidooi gehouden om Marc te laten kiezen voor een loopbaan als voetballer boven verder studeren.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier