Tözsér: ‘Bij elke thuismatch lijkt het alsof we de WK-finale spelen’

© IMAGEGLOBE

Sport/Voetbalmagazine sprak met Daniel Tözsér, voormalig sterkhouder van KRC Genk en sinds vorig seizoen actief bij de Italiaanse eersteklasser Genoa.

Sport/Voetbalmagazine sprak met Daniel Tözsér, voormalig sterkhouder van KRC Genk en sinds vorig seizoen actief bij de Italiaanse eersteklasser Genoa.

Bij Genoa moest Dániel Tözsér (28) tot halfweg deze maand wachten op zijn eerste speelminuten van 2013. “In december brak ik een teen”, aldus de Hongaarse middenvelder, die tot medio vorig jaar bij KRC Genk speelde. “Toen ik daarvan hersteld was, zat ik een week thuis met koorts.”

In vergelijking met de tweede helft van 2012, toen Tözsér aan elf van de zestien competitiematchen van Genoa mocht beginnen, is er veel veranderd bij de Noord-Italiaanse club. “Tien spelers vertrokken, elf andere kwamen”, legt Tözsér uit. “Ik maakte hier ook al drie directeurs en drie trainers mee. Nieuwe mensen krijgen amper tijd om zich aan te passen. Door dat haastige gedoe, dat me niet echt ligt, keken zowel de club als ikzelf ook voor mij uit naar een transfer, die er niet kwam.”

Tözsér overwoog een transfer omdat hij net wel tijd nodig had om zich aan te passen, vertelt hij. “Ik heb niet mijn makkelijkste halfjaar achter de rug. Dat lag onder meer aan de taal. Terwijl in België iedereen Engels spreekt, hoor je hier enkel Italiaans. En er zijn ook minder voor de hand liggende probleempjes. Zo besproeien ze hier nooit het veld. Daardoor hobbelt de bal, wat het spel bemoeilijkt. Onlangs deed ik op zo’n droog veld eens een sliding, ik sta nu vol schaafwonden.”

Over het Italiaanse voetbal zegt Tözsér: “De nul houden is hier het belangrijkste. Zelf heb ik ook een defensievere rol dan bij Genk, in onze 3-5-2 sta ik net voor de verdediging.”

Tözsér besluit dat hij nog altijd tevreden is over zijn verhuis van de Belgische top naar de degradatiestrijd in Italië. “Ik krijg niet het gevoel dat we hier knokken om het behoud. Bij elke match zit 25.000 man in het stadion, het lijkt elke keer alsof we de WK-finale spelen. En ik voetbal hier toch maar mooi in een van de sterkste competities van Europa. Ik ben hier gelukkig. Op het veld is er misschien wat weinig water, maar als ik door het raam van mijn huis kijk, zie ik de zee (lacht). Het leven is hier fantastisch.”