Opinie

Frank Van Laeken

‘Weg met de tweede zit in het voetbal’

Frank Van Laeken Freelance journalist en auteur

Nooit eerder werd er in de Jupiler Pro League zoveel aan spelers uitgegeven in de maand januari als in de pas afgesloten transferperiode. Ook in het buitenland werden recordsommen gespendeerd, in een poging de kern te versterken of de concurrentie de loef af te steken. Maar vooral: om de eigen fouten uit het verleden recht te trekken en slechte scouting te verdoezelen. Een pervers systeem, vindt Frank Van Laeken.

Het is een van die spuuglelijke woorden die stiekem onze taal is binnengeslopen: wintermercato. De markt van de winter. In het voetbal wordt daarmee de maand januari bedoeld, 31 koortsige dagen waarin voorzitters, managers, technisch directeurs en spelersmakelaars als logebroeders met elkaar omgaan: netjes afgesloten van de buitenwereld, geheimzinnig, een beetje achterbaks. In de hoop goede transfers te realiseren enerzijds en veel commissiegeld op te strijken anderzijds.

De belangen lijken gelijk te lopen, maar dat is slechts schone schijn. Een makelaar zal niet aarzelen zijn spelers te overwaarderen. Een middelmatige voetballer wordt dan plots een toekomstige wereldster, iemand die het elftal op korte termijn beter zal doen renderen. ’t Is zo’n beetje zoals dealers op het Autosalon een povere gezinswagen proberen te slijten als ware het een prestigieuze sportcoupé.

Big spenders

Ooit is die wintertransferperiode ingevoerd om clubs die met heel veel blessureleed te maken hadden, de kans te bieden hun kern te vervolledigen. Een soort ‘Pech onderweg’-verzekering. In Engeland was het dan weer een manier om de competitie aantrekkelijk te houden. We zouden het haast vergeten, maar een paar decennia geleden werden er het hele seizoen door transfers gerealiseerd in de bakermat van het voetbal.

Weg met de tweede zit in het voetbal!

Tegenwoordig is het tijdelijk opvangen van blessures slechts een nevenargument. De maand januari is de periode om de flaters uit het recente verleden weg te vegen. Hoe rijker de club, hoe minder ze daarvan wakker ligt. Er gingen dan wel vier of vijf verloren maanden aan vooraf, oké, maar de competitie is nog maar iets voorbij halfweg en een paar transfers kunnen voor stevige veranderingen zorgen. Denken ze. En dus wordt er met geld gesmeten.

PSG gaf afgelopen maand het meeste uit van alle clubs in Europa: 70 miljoen euro. Voor slechts twee spelers dan nog. De 20-jarige Portugees Gonçalo Guedes werd voor 30 miljoen weggeplukt bij Benfica Lissabon en de 23-jarige Duitser Julian Draxler leverde Wolfsburg 40 miljoen op. Zeventig miljoen voor twee spelers die amper de voetbalpampers ontgroeid zijn, ach, ’t is een habbekrats voor een Qatarese emir. In mijn boek £X€£$$ UNITED. Het geld van het voetbal (Houtekiet, 2015) hervormde ik het acroniem PSG niet voor niets tot ‘Parvenus Sans Gêne’. Elk greintje goed fatsoen wordt in Parijs al vijfenhalf jaar geofferd op het altaar van de kerk van het Grote Voetbalgeld. Over goed bestuur zullen we het maar helemaal niet meer hebben.

Op de tweede plaats in de ranglijst van de ‘big spenders’ in januari prijkt, heel verrassend, het Londense Crystal Palace. Sam Allardyce, manager van de degradatiekandidaat, ex-bondscoach, mocht meer dan veertig miljoen euro uitgeven voor vier spelers en dat zijn allesbehalve toppers. Het geld mocht, pardon: móest, rollen.

En Manchester City zult u zich afvragen? Dat stelt enigszins teleur met een vijfde plaats en een uitgavenpost waarop amper 32 miljoen euro vermeld wordt. Weliswaar voor slechts één speler, het 19-jarige Braziliaanse supertalent Gabriel Jesus.

Tweede zit

Leon Bailey (L) en Wilfred Ndidi
Leon Bailey (L) en Wilfred Ndidi© Belga

In de Jupiler Pro League werd 29,65 miljoen euro uitgegeven aan nieuwe spelers. Dat is bijna negen miljoen meer dan een jaar geleden en zelfs 21 miljoen meer dan in 2015. Dat wijst op twee zaken: 1) de eersteklassers hebben hun werk slechter dan ooit gedaan in juli en augustus, 2) er heerst grote nervositeit om de resterende zes wedstrijden van de competitie play-off 1 te halen of niet te degraderen. Dan gaat het financieel vernuft even de brandkast in en komt er paniekerig, amateuristisch zakendoen in de plaats. Of wordt het spaarpotje aangesproken om iets recht te zetten of de trainer te plezieren, zoals bij KAA Gent gebeurde. De zomertransfers flopten, dus werden nu alle linies van het elftal versterkt. Dure Wiedergutmachung.

Voor één club rinkelde de jackpot: KRC Genk. Wilfred Ndidi en Leon Bailey werden verkocht aan respectievelijk Leicester en Leverkusen, goed voor 31 miljoen euro. Voor een Belgische subtopper komt dat zowat overeen met het jaarbudget. Vraag is of de Limburgse club niet dermate verzwakt is, dat play-off 1 nu quasi onhaalbaar wordt. De kwakkelende resultaten kostten trainer Peter Maes al z’n job. Hoe dan ook: Genk staat in de Europese top 3 van de transferinkomsten, achter Benfica en Wolfsburg.

Tegenwoordig is het tijdelijk opvangen van blessures slechts een nevenargument

Ook Club Brugge en Anderlecht waren zeer actief op de transfermarkt, terwijl die clubs toch in de top 3 van het klassement staan. Dat bewijst maar één ding: de wintertransferperiode staat verder af van de oorspronkelijke bedoeling – het opvangen van te veel langdurige blessures – dan ooit tevoren. Het is echt een tweede zit geworden, voor wie gebuisd was na de vorige zomer. Of een pre-eerste zit, voor wie nu al wil anticiperen op de volgende transferzomer.

Nog opvallender is dat onze competitie steeds meer overspoeld wordt door buitenlanders. Sommige clubs – en niet van de minsten – moeten bricoleren om zes ‘homegrown’-spelers (voetballers die minstens drie jaar van hun jeugdopleiding in ons land doormaakten) op het wedstrijdblad te kunnen zetten. Het is symptomatisch voor het kortetermijndenken. En voor de manier waarop onze clubs naar hun jeugdacademie kijken: veel vertrouwen is er niet.

‘Bad luck’ of ‘bad deals’?

De Premier League is nog altijd de Europese competitie die de meeste aandacht genereert. Daar werd alweer 257 miljoen euro geïnvesteerd, Crystal Palace en Manchester City voorop. Kampioen Leicester City, dat dit seizoen maar net boven de degradatiestreep spartelt, gaf 17,6 miljoen uit aan ‘Genkenaar’ Wilfred Ndidi, een verdienstelijke speler die volgens de betrouwbare website transfermarkt.de minder dan de helft waard is. Ook voor Gabriel Jesus werd door City het dubbele gespendeerd van de geschatte waarde van de jonge speler.

Manchester United deed dan weer mee aan de solden. De Nederlander Memphis Depay werd voor ongeveer tweederde van zijn transferwaarde aan Lyon verkocht en ook de Fransman Morgan Schneiderlin werd onder de prijs verhandeld. Zo gaat dat in clubs waar het geld geen waarde meer lijkt te hebben: een slecht transferbeleid wordt er weggemoffeld onder de hoeveelheid aan transacties. 105 miljoen euro uitgeven aan Paul Pogba, een speler die een paar jaar voordien nog voor een habbekrats werd verkocht, het blijft aberrant.

De reden voor dat vlot rollende geld is heel eenvoudig: het nieuwe voetbalcontract dat vorige zomer is ingegaan en dat zelfs de laagst geklasseerde clubs ruim 120 miljoen euro garandeert op seizoensbasis. Tegen dat financiële geweld kunnen andere competities niet op. Het maakt dat een mislukte transfer in Engeland minder dramatisch is dan in armlastiger voetballiga’s. Slecht beleid wordt in de Premier League gecompenseerd door de binnenstromende ponden.

Al is dat niet nieuw. In januari 2011 betaalde Chelsea 63 miljoen euro voor de Spaanse spits Fernando Torres van Liverpool, destijds een recordbedrag in de Premier League. Het werd een flop: in tweeënhalf jaar tijd scoorde Torres één keer om de zes wedstrijden, niet echt een prestatie die zijn prijskaartje verantwoordde. Liverpool verving Torres onmiddellijk door de Engelse aanvaller Andy Carroll. Daarvoor betaalde het circa 40 miljoen euro, op dat moment een recordbedrag voor een Engelse speler. Ook Carroll brak geen potten: zes doelpunten op twee jaar. Zowel Torres als Carroll werden eerst verhuurd en daarna verpatst. Bad luck, zeker? Ik denk: bad deal.

En dan hebben we het nog niet over de Chinezen…

Afschaffen, die handel!

Laten we niet rond de pot draaien: de wintertransferperiode heeft geleid tot oneigenlijk gebruik. Clubs in spelersnood de kans bieden hun kern aan te vullen is al lang niet meer de hoofdbedoeling. Het draait nu om het rechttrekken van een falend beleid, het opvangen van een ondermaats scoutingapparaat, dure deals sluiten met het oog op de toekomst en het verzwakken van de concurrentie. Het resultaat: competitievervalsing. Casinocompetities. Hapsnapbeleid.

Het enige zindelijke wat de voetbalwereld zou kunnen doen, is die duivelse wintermercato – mijn excuses voor dit lelijke woord! – afschaffen. Weg ermee. (Zoals het ook gedaan zou moeten zijn met transfers doen zodra de competitie aan de gang is, voeg ik er even snel aan toe.)

Natuurlijk gaat dat niet gebeuren. Integendeel: ik zie die periode eerder uitgebreid dan ingeperkt worden. Straks zijn we weer terug in het systeem dat eertijds in Engeland gehanteerd werd: het hele jaar door transfers. Een vrolijk en eindeloos ronddraaiende carrousel, een cabaret van de slechte smaak, met Liza Minnelli die de hele tijd ‘Money makes the world go around’ zingt. ‘A euro, a yen, a buck, or a pound / Is all that makes the world go around / That clinking clanking sound / Can make the world go ‘round’.