Altijd op zoek naar records: wie is het Italiaanse tijdritfenomeen Filippo Ganna?

Filippo Ganna in de tijdrit van de Dauphiné dit jaar. © FOTO GETTY

Door zich voor het derde jaar op rij tot wereldkampioen te kronen kan Filippo Ganna dit weekend weer wat hoger klimmen in de rangschikking van beste tijdrijders aller tijden. En in oktober volgt nog de aanval op het werelduurrecord. Maar wie is de Italiaan? Een portet.

Dinsdag 23 of woensdag 24 augustus. Een van die twee dagen zou Filippo Ganna een aanval plegen op het werelduurrecord, zo meldden Italiaanse media tijdens de voorbije Ronde van Italië. Officiële bevestiging voor het nieuws hadden ze nog niet en tevens maakten ze een belangrijk voorbehoud: het hing er nog vanaf hoe Ganna zijn debuut in de Ronde van Frankrijk zou verteren.

Ganna wachtte het einde van de Tour niet af om de speculaties over een recordpoging de kop in te drukken. Na de dertiende rit al, waarin hij mee zat in de kopgroep waarvan Mads Pedersen zich de sterkste toonde, luidde het dat het uurrecord niet zijn prioriteit was. Het sloot aan bij wat hij aan de vooravond van de Tour tegenover Sport/Wielermagazine had verklaard: hij had nog geen datum en was zelfs nog niet met de voorbereiding begonnen.

De buitenwereld probeert Ganna al langer tot een recordpoging te verleiden. Zelf opperde het tijdritfenomeen het idee voor het eerst openlijk in de lente van 2020. Het wielerleven was toen, om de welbekende reden, stilgevallen. ‘Jullie vragen me vaak naar het uurrecord. In de vele uren die ik in maart thuis heb doorgebracht, heb ik erover nagedacht’, vertelde hij toen aan de Italiaanse pers. ‘Ik wil het graag proberen, ook al is het nog lang geen uitgemaakte zaak. Victor Campenaerts heeft de lat absurd hoog gelegd met zijn 55,089 kilometer, maar uitdagingen zijn er om aan te gaan en records om te breken.’

Een ‘ziekelijk idee’ noemde Ganna het ook, waarbij niet helemaal duidelijk was hoe ernstig of schertsend hij die woorden bedoelde. Toen we hem aan de vooravond van de Tour zelf vroegen wat zijn drijfveer is om het uurrecord aan te vallen, zei hij heel droog en bijna cynisch: ‘Je moet het niet doen voor het aanzien, want het uurrecord geeft je niet veel aanzien. Het is niet dat je een plek verovert op de Olympus zoals na mijn gouden medaille met Italië in de ploegenachtervolging op de Spelen van Tokio. Op zich is het uurrecord aanvallen iets ‘zinloos’. Je probeert een record te veroveren dat vervolgens iemand anders kan afnemen op een moment dat er misschien andere regels gelden en andere, meer aerodynamische posities mogelijk zijn. Het is een uur verschrikkelijk afzien. Toen Bradley Wiggins het record pakte, verklaarde hij dat het de zwaarste beproeving van zijn leven was geweest. We spreken over een Tourwinnaar… Eigenlijk moet je echt achterlijk zijn om je eraan te wagen.’

Wie Ganna bezig hoort, vraagt zich af waarom hij het record überhaupt ooit zou aanvallen. Tot hij te midden van zijn betoog dan toch met dat ene ietwat cryptische zinnetje voor de proppen komt: ‘De uitdaging van het uurrecord is iets persoonlijks, het is iets in jezelf dat je vooruit brandt, een innerlijke drijfveer.’

En kijk, afgelopen vrijdag september maakte de Italiaan bekend dat er een poging zit aan te komen: op 8 oktober om 20 uur in de Grenchen Velodrome in Zwitserland.

Pisterecords

Dat records niet voor de eeuwigheid zijn, moest Top Ganna – naar de film Top Gun – vorige zomer al eens ervaren. Als wereldrecordhouder op de individuele achtervolging (4 kilometer in 4’01.934 op 28 februari 2020 in Berlijn) diende hij op 18 augustus 2021 met lede ogen vast te stellen hoe de Amerikaan Ashton Lambie in het Mexicaanse Aguascalientes als eerste de mythische muur van de vier minuten sloopte, een primeur die voor de Italiaan leek weggelegd.

Het verlies van zijn record had alleen maar extra grinta opgewekt om Lambie van antwoord te dienen op de wereldkampioenschappen op de piste, beweerde Ganna. Maar eind oktober, op de overdekte wielerbaan van Roubaix, werd de Italiaan na een ‘black-out’ in de kwalificaties verrassend uitgeschakeld door zijn landgenoot Jonathan Milan. In het duel voor brons, tegen de Zwitser Claudio Imhof, schoot Ganna daarop als een bezetene uit de startblokken. ‘Ik wilde voor het wereldrecord gaan, daarom ben ik snel van start gegaan, misschien wel te snel. Ik haalde mijn tegenstrever al na twee kilometer bij, eerder dan voorzien. Op dat moment was ik blij met brons als ‘eerherstel’ en liet ik het lopen.’

Er is geen ideale tijdrit voor mij. Je probeert klaar te zijn, of het parcours nu vlak is, op grote hoogte, bergop, bergaf, bochtenrijk of kaarsrecht.’

Filippo Ganna

Ganna had wel al daags voordien, samen met Jonathan Milan, Simone Consonni en Liam Bertazzo, Italië voor het eerst sinds 1997 goud bezorgd in de ploegenachtervolging. Voor de Piëmontees zijn vijfde wereldtitel op de piste, naast zijn vier regenboogtruien in de individuele achtervolging.

Die piste-ervaring zal een grote troef zijn als hij op een dag probeert het uurrecord van Victor Campenaerts van de tabellen te fietsen. De man van Lotto-Soudal rekende ooit uit dat hij zelf ongeveer 220 meter had ‘omgereden’ bij zijn record op 16 april 2019. Omdat hij niet de perfecte lijnen reed, legde Campenaerts elke ronde een meter te veel af, de laatste tien minuten zelfs nog meer.

In tegenstelling tot Campenaerts, die zijn record vestigde op 1880 meter hoogte in Aguascalientes, zou Ganna opteren voor een laaglandpiste. De keuze zou zijn gevallen op de wielerbaan van Grenchen in Zwitserland, waar de laatste twee succesvolle uurrecordpogingen bij de vrouwen plaatsvonden (de Britse Joscelin Snowden vorige herfst en de Nederlandse Ellen van Dijk deze lente) en waar ook paralympiër Ewoud Vromant deze zomer het uurrecord in de MC2-klasse verpulverde.

Op weg naar de wereldtitel: Filippo Ganna in de WK-tijdrit tussen Knokke-Heist en Brugge in 2021.
Op weg naar de wereldtitel: Filippo Ganna in de WK-tijdrit tussen Knokke-Heist en Brugge in 2021.© FOTO GETTY

Ganna wil naar eigen zeggen een uurrecord zonder ‘asterisken’. Een record op ‘zeeniveau’ (Grenchen ligt 451 meter boven de zeespiegel) zou hem meer voldoening schenken dan op hoogte. ‘Geen idee hoeveel meter of procent verschil het maakt’, zegt hij schijnbaar achteloos. ‘Het verschil zit hem in de aerodynamische grip en de luchtdruk. Op hoogte kun je hogere snelheden halen met minder vermogen.’

Pijn verbijten

Ganna was nog maar un pischello (een kind) toen hij voor het eerst een duel aanging met de klok. ‘Dat was op training. Ik herinner me vooral dat het veel pijn deed in verhouding tot de weinige kilometers die ik aflegde.’

Als tweedejaarsnieuweling, een maand voor zijn zestiende verjaardag, werd de Italiaanse rouleur al nationaal kampioen tijdrijden. Een titel die hij twee jaar later, in 2014, ook bij de junioren zou behalen en nadien ook bij de Beloften (2016). Bij de profs is hij inmiddels drievoudig Italiaans kampioen tegen de klok (2019, 2020 en 2022).

Internationaal nam Ganna de scepter in tijdritland formeel over van de toenmalige heerser Rohan Dennis op het corona-WK in Imola eind september 2020. De Italiaan zegevierde dat jaar in zes van de zeven tijdritten waar hij aan deelnam, daar waar de concurrentie bleef steken op hoogstens twee zegepalmen. In 2021 scoorde Ganna vijf op elf in het werk tegen de klok, waarmee hij samen met Europees kampioen Stefan Küng (vijf op veertien) opnieuw de zegekoning onder de tijdrijders was. De kroon op het werk, het WK tussen Knokke-Heist en Brugge, bestempelt Ganna nog steeds als ‘zijn beste tijdrit ooit’. Dit seizoen is hij tegen de klok opnieuw bezig aan een sterke reeks met een voorlopige score van vijf op acht.

Tijdrijden mag dan wel de discipline zijn waarin hij de meeste successen behaalde, het is niet per se zijn favoriete onderdeel. Als Ganna zijn mooiste overwinning op de weg moet aanduiden, kiest hij niet een van zijn negentien tijdritzeges maar een van de slechts twee overwinningen die hij behaalde in een rit in lijn: de rit naar Camigliatello Silano in de Giro twee jaar geleden, een halve bergrit, zijn eerste niet-tijdritzege sinds zijn overwinning in Parijs-Roubaix voor Beloften in 2016 (zie kader).

‘Ik rijd graag tijdritten, maar ook andere wedstrijden’, verklaart Ganna. ‘Het is niet dat ik de voorkeur geef aan het werk tegen de klok. Temeer omdat je van een tijdrit weet dat je vanaf de eerste kilometer gaat afzien. De pijn die je in een tijdrit lijdt, kun je met geen woorden beschrijven. Alleen als je dat gevoel zelf hebt ervaren, weet je wat ik bedoel.’

Waar probeert hij tijdens een tijdrit aan te denken ter afleiding van de pijn? ‘Dat verschilt van wedstrijd tot wedstrijd’, zegt Ganna. ‘Soms ben ik gewoon gefocust op in positie blijven zitten, andere keren speel ik in mijn hoofd het liedje af dat ik het laatst beluisterde. Ik heb een vriend die soms wat muziek voor me mixt waar ik dan tijdens de opwarming naar luister. Afhankelijk van hoe ik uit bed ben gestapt, beslis ik waar ik wil naar luisteren: iets rustigs, iets commercieels, iets zwaarders of techno. Ik heb geen specifiek pre-tijdritgenre, maar muziek helpt om mijn gedachten te verzetten.’

Velen voelen zich geroepen om te zeggen wat ik moet doen, maar uiteindelijk is het altijd aan mij om op de pedalen te duwen.’

Filippo Ganna

Sagrada Familia

Wanneer het over zijn tijdritkwaliteiten gaat, spreekt Ganna niet graag in termen van talent. Hij beklemtoont liever dat zijn resultaten de vrucht zijn van zware arbeid. Zo trok hij zich in de aanloop naar de voorbije Tour in eenzaamheid terug op 2800 meter hoogte in de bergen van Piemonte, waar hij in het verleden ook al wereldkampioenschappen had voorbereid (zie kader). ‘Bij tijdrijden gaat het niet over talent of geen talent. Tijdrijden moet je trainen, anders volgen de resultaten niet, zoals dat voor alles geldt.’

Ganna weigert zich te verliezen in zaken waar hij geen controle over heeft. Gevraagd naar zijn ideale tijdritparcours qua afstand, techniciteit en hoogtemeters antwoordt de wereldkampioen: ‘Er is geen ideale tijdrit voor mij. Je probeert klaar te zijn, of het parcours nu vlak is, op grote hoogte, bergop, bergaf, bochtenrijk of kaarsrecht. Het komt erop aan je aan te passen.’

Voortdurend aanpassen is ook het sleutelwoord in de continue zoektocht naar aerodynamisch voordeel. Ganna vergelijkt zijn omgang met aerodynamica met de Sagrada Familia: constant werk in uitvoering, zoals de beroemde kathedraal in Barcelona. ‘Het is een kwestie van constante studie, anders boek je geen vooruitgang. Renners die je vroeger misschien achter je hield, kunnen je ondertussen zijn voorbijgestoken. Je moet dus voortdurend bezig zijn en je op de hoogte houden van de nieuwste ontwikkelingen.’

Niet toevallig dus dat Wout van Aert ooit over zijn Italiaanse opponent beweerde dat diens positie ‘nagenoeg ongeëvenaard’ is: ‘Bewonderenswaardig hoe Filippo kracht kan zetten in die houding, zo plat liggend en met zijn hoofd zo laag. Ik ben de voorbije jaren veel verbeterd qua aerodynamica, maar ik zal altijd mijn meerdere moeten erkennen in jongens zoals hij met een pisteachtergrond.’

Wat zijn laatste aanpassingen op het gebied van aerodynamica waren, wilde Ganna niet verklappen. Dat zouden we wel zien bij de Tourstart in Kopenhagen, klonk het. In de Deense hoofdstad pakte Ganna uit met een nieuw tijdritpak van Bioracer, de Belgische fabrikant die sinds dit seizoen bij de INEOS Grenadiers de kleding levert. De ‘supersonische’ skinsuit werd omschreven als een verbeterde versie van het Katana-pak dat onder meer de Nederlanders hadden gedragen op de olympische tijdrit in Tokio en dat Tom Dumoulin zilver had opgeleverd en Annemiek van Vleuten en Anna van der Breggen respectievelijk goud en brons. Aan de ontwikkeling van het tijdritpak voor Kopenhagen waren in Bike Valley Beringen en aan de universiteiten van Milaan en Stavanger meer dan 300 uur windtunneltests voorafgegaan.

Filippo Ganna in de tijdrit van Tirreno-Adriatico dit jaar.
Filippo Ganna in de tijdrit van Tirreno-Adriatico dit jaar.© FOTO GETTY

In Kopenhagen kwam Ganna ook met een nieuwe tijdritfiets voor de dag: de Bolide F, door constructeur Pinarello in de markt gezet als ‘de snelste ooit’, waarbij het gewicht van de framekit en de remmen met 170 gram is verminderd tegenover het vorige model.

Ondanks deze nieuwe snufjes draaide de openingstijdrit voor Ganna op een afknapper uit. Mede door een leegloper – waar hij zich echter niet wilde achter verschuilen – kwam de topfavoriet op de natte wegen van de Deense hoofdstad niet dichter dan een vierde plaats, op tien seconden van de verrassende Yves Lampaert. Zo bleef zijn illustere voorganger Francesco Moser nog wat langer de enige Italiaan ooit die een openingstijdrit in de Ronde van Frankrijk won (in 1975 in Charleroi).

Het belet niet dat Ganna ook qua materiaal uitstekend gewapend is voor een uurrecordpoging en al zeker over een constructeur beschikt die met dat werk ervaring heeft. Zo legden Tourwinnaars Miguel Indurain en Bradley Wiggins hun succesvolle recordpoging af op een exemplaar van de fietsenbouwer uit Treviso.

Mentaal kantelpunt

Vorig jaar, na een hoogtestage in de aanloop naar de Giro en twee dagen pistetraining, hield Ganna al eens een uurrecordtest. Op de wielerbaan van Montichiari, een Noord-Italiaanse gemeente niet zo ver van het Gardameer, haspelde hij toen in een halfuur 115 ronden af, goed voor een gemiddelde van 57,5 kilometer per uur. ‘Slechts dertig minuten en ik was al stikkapot. Daar is het me nog duidelijker geworden dat ik mijn poging in elk geval heel goed zal moeten plannen.’

Huidig recordhouder Campenaerts gaf in Het Laatste Nieuws al aan dat het hem niet zou verbazen mocht Ganna die inspanning van Montichiari dubbel zolang kunnen volhouden en dus rond de 57,5 kilometer uitkomen. Bradley Wiggins, met 54,526 kilometer bijna vier jaar lang uurrecordhouder tot Campenaerts hem van de tabellen fietste, voorspelde al dat Ganna weleens tussen de 59 en 60 kilometer in één uur zou kunnen afleggen.

Terwijl er gegoocheld wordt met afstanden, houdt schijnbaar niemand er rekening mee dat Ganna’s poging ook kan mislukken. Integendeel, zo hoog liggen de verwachtingen dat hij als het ware alleen maar kan verliezen. Hoe gaat de Italiaan daar zelf mee om? ‘Voorlopig ben ik daar niet mee bezig’, houdt hij de boot af. ‘Pas wanneer we een datum hebben geprikt, zullen we ons buigen over de psychologische kant.’

Ganna wijst erop dat hij op mentaal vlak vijf jaar geleden al een klik maakte. ‘De wereldkampioenschappen baanwielrennen in Hongkong (april 2017, nvdr) betekenden een kantelpunt voor mij. Als titelverdediger op de individuele achtervolging ben ik daar toen mentaal gekraakt (zilver na de Australiër Jordan Kerby, nvdr). Op dat moment ben ik gaan beseffen dat ik de druk en verwachtingen van buitenaf moest loslaten. Je kunt toch onmogelijk altijd en overal winnen. Velen voelen zich geroepen om te zeggen wat ik op een fiets moet doen, maar uiteindelijk is het altijd aan mij om op de pedalen te duwen.’

Hoog zullen de verwachtingen ook zijn wanneer Ganna op 18 september in Australië een gooi zal doen naar een derde wereldtitel op rij, op een parcours dat qua afstand (34,2 kilometer) te vergelijken valt met dat van Imola (31,7 kilometer), maar golvender is (312 tegenover 200 hoogtemeters). Zijn naaste belager van de voorbije twee edities hoeft hij alvast niet te vrezen, aangezien Wout van Aert al aangaf dat hij de chronoproef zal overslaan om voluit op de wegrit te focussen.

Mocht Ganna in zijn opzet slagen, zou hij de trilogie van Michael Rogers (2003-2005) en Tony Martin (2011-2013) evenaren. Die laatste blijft echter nog minstens één jaar recordhouder, als viervoudig wereldkampioen samen met Fabian Cancellara. Of je ook achterlijk moet zijn om dat record te proberen te verbreken, hebben we Ganna nog niet horen beweren.

Kluizenaar op grote hoogte

Om zich op een belangrijke afspraak voor te bereiden trekt Filippo Ganna zich als een kluizenaar terug op grote hoogte in zijn thuisregio Piemonte. Sinds een paar jaar is zijn toevluchtsoord de Rifugio Oberto Maroli, een berghut op 2796 meter hoogte op de Monte Moro dicht bij de Zwitserse grens. Een stageplaats die Ganna alleen kan bereiken door twee kabelbanen te nemen, indien nodig speciaal voor hem geopend. Het was de voorzitter van Pedale Ossolano, zijn eerste wielerclub als dertienjarig aspirantje, die hem het Alpenoord tipte.

Wanneer Ganna op de Monte Moro op stage gaat, slaapt hij hoog en daalt hij voor zijn trainingen af naar het bergdorp Macugnaga, op 1325 meter hoogte en op een zestigtal kilometer van zijn thuishaven Vignone (Verbania) aan het Lago Maggiore. In Macugnaga kan hij ook specifiek op tijdrijden werken. In de industriezone van het plaatsje tekende hij voor zichzelf een vast tijdritcircuit uit, vertelde hij onlangs aan LaGazzetta dello Sport. ‘Een lus van acht kilometer tussen de hangars, waar bijna geen auto’s rijden en met alleen maar rechtse bochten waardoor ik het verkeer nooit kruis. Belangrijk als ik heel intensief op wedstrijdtempo wil trainen.’

Ganna zocht de Rifugio voor het eerst op in de coronazomer 2020, waar hij toen de basis legde van zijn wereldtitel in Imola. ‘Sindsdien heb ik er al geregeld verbleven, maar nooit voor al te lange periodes: zeven à tien dagen, want in de eerste drie à vier dagen haal je er het meeste voordeel uit. Je moet er ook wel voorbereid aankomen. De laatste keer bijvoorbeeld (in de aanloop naar de voorbije Tour, nvdr) was ik al geacclimatiseerd door een stage op de Teide (op 2140 meter hoogte op Tenerife, nvdr). Het is de plaats waar ik de laatste hoekjes afvijl na het werk met de ploeg, de plek waar ik mijn lichaam de ultieme boost geef.’

Filippo Ganna, wiens vader Marco aan de Olympische Spelen van Los Angeles 1984 deelnam in het kanovaren en vanwege zijn ijzeren discipline ‘de Duitser’ werd genoemd, verblijft in zijn stageoord niet in grote luxe. Zijn bed is dankzij een sponsor dan wel op maat gemaakt voor zijn 1,93 meter lange lijf, hij overnacht er in een kleine kamer waar bijvoorbeeld nauwelijks internetontvangst is. Voor wie van stilte en natuur houdt, is het wel een droomdecor. Met wat geluk kun je er tegen de achtergrond van de Monte Rosa arenden, lammergieren, steenbokken en vossen spotten.