De dominantie van het ‘groene monster’ Wout van Aert in 10 cijfers

Groenetruiwinnaar Wout van Aert met zoontje Georges op het podium van de Tour. © Getty Images/iStock
Jonas Creteur
Jonas Creteur Redacteur bij Sport/Voetbalmagazine

Het ‘groene monster’ werd hij binnen zijn Jumbo-Vismateam al lachend genoemd. Als een veelvraat schrokte Wout van Aert dan ook een recordaantal punten op. Een overzicht van zijn dominantie én van een Tour die dankzij Yves Lampaert en Jasper Philipsen nog meer tricolore kleurde.

480

Het totaal aantal punten van Wout van Aert. Daarmee verbetert hij het record van Peter Sagan, die in 2018 477 punten verzamelde. Dat record geldt wel pas sinds 2015, het jaar waarin het huidige puntensysteem werd ingevoerd. Een klein verschil met de edities tussen 2011 en 2014, toen de winnaar nog 45 punten kreeg en de tweede en derde 35 en 30 punten.

Sinds 2015 werd het verschil tussen de eerste en de tweede/derde groter gemaakt: respectievelijk 50, 30, 20 punten. Maar zelfs met het huidige puntensysteem waren Cavendish en Sagan (driemaal) tussen 2011 en 2014 ook niet in de buurt gekomen van het record van de Belg, die nu 42,11 procent van de in totaal 1140 te verdienen punten op zijn conto zette.

Dat is wel een fractie minder dan de 42,97 procent die Sagan in 2018 haalde.

16

In zo veel van de 19 ritten in lijn sprokkelde Wout van Aert punten in de tussensprints, goed voor in totaal 222 punten. Alleen in de etappes naar Mende, Megève en Parijs reed hij niet bij de eerste 15 over de streep van de sprint intermédiaire. Vier keer graaide hij de grootste buit mee (20 punten). Driemaal werd hij tweede (17 punten).

10

In zoveel van de 21 etappes verzamelde Van Aert ook punten in de eindklassering, dankzij negen toptienplaatsen en liefst acht podiumplaatsen, goed voor in totaal 258 punten.

In zeven bergritten finishte hij niet binnen de eerste 15, net als in Arenberg (de kassei-etappe waarin hij werkte voor ploegmaat Jonas Vingegaard), Longwy (waar hij lang in de aanval reed, en niet meer meesprintte op de slothelling), Cahors (waar hij ploegmaat Christophe Laporte zijn kans gaf, wegens vermoeide benen) en in Parijs (decompressie na een zware Tour).

194

Zoveel punten bedraagt de achterstand van Jasper Philipsen, de tweede in het puntenklassement, op Wout van Aert. Hij behaalde 59,58 procent van het totale aantal van de Jumbo-Vismarenner.

Dat is geen recordvoorsprong: Peter Sagan telde in 2016 470 punten, runner-up Marcel Kittel 228 punten (48,51 procent).

In een verder verleden deed Sean Kelly, weliswaar met een ander puntensysteem, nog veel straffer: in 1982 429 punten vs. 152 voor de tweede (35,43 procent) en in 1983 360 punten vs. 144 voor de tweede (40 procent).

22e

Het eindklassement van Wout van Aert, op net geen 1 uur en 36 minuten van eindwinnaar Jonas Vingegaard. Voor het tweede jaar op rij eindigt hij zo in de top 25 (vorig jaar was hij 19e).

De Kempenaar is zo ook de eerste groenetruiwinnaar sinds Laurent Jalabert in 1995 die een plek binnen de top 40 van het eindklassement bekleedt. Jaja deed wel nog een pak straffer, met toen een vierde plaats. De Fransman won toen wel ‘slechts’ één rit.

6

Voor de zoveelste keer won Van Aert het puntenklassement in een rittenkoers, al drie keer in het Critérium du Dauphiné (2019/2020/2022), in Tirreno-Adriatico (2021), in Parijs-Nice (2022) en nu dus in de Tour.

De Kempenaar is de enige renner naast Sean Kelly in 1982 die in hetzelfde jaar de puntentrui in Parijs-Nice, het Critérium du Dauphiné en de Tour de France op zak steekt.

Geen enkele andere Belg behaalde meer dan twee puntentruien in Pro/WorldTourrittenkoersen (sinds 2005). Tom Boonen pakte alleen de groene trui in de Tour van 2007, als laatste Belg voor Van Aert.

5

De zoveelste renner is Wout van Aert die naast eindwinst in het puntenklassement ook verkozen werd tot de Supercombatif, de strijdlustigste renner van de Tour.

Alleen Peter Sagan (2016), Eddy Merckx (1969), zijn stadsgenoot Rik Van Looy (1963) en Jean Graczyk (1960) deden de Herentalsenaar dat voor. Van Aert kreeg niet toevallig die prijs, want hij reed, verdeeld over zeven etappes, ruim 700 km in de aanval, of goed een vijfde van de héle Tour.

34

Zolang was het geleden dat een groenetruidrager een tijdrit in de Tour had gewonnen: Bernard Hinault in de 11e etappe van de Tour 1979, een chronorace over 34 km in Brussel.

De laatste Belg was Freddy Maertens, die in het groen op de slotdag van de editie in 1976 de korte tijdrit, over 6 km, in Parijs won.

2

Voor het zoveelste jaar op rij eindigde Wout van Aert in de top vijf van het punten- én het bergklassement: vorig jaar vijfde en vierde, nu eerste en vijfde. De laatste renner die daarin slaagde was Steven Rooks, in 1988/1989 (respectievelijk vierde en eerste, en derde en derde).

De laatste renners die het groen wónnen, én ook in de top vijf finishten van het bergklassement: Bernard Hinault in 1979 en Eddy Merckx in 1969/1971/1972.

24

Zoveel procent van zijn totaal aantal carrièrezeges (38) behaalde Van Aert in de Tour (9). Voor geen enkele niet-klassementsrenner uit de 21e eeuw (met minstens 7 etappe-overwinningen in La Grande Boucle) is dat percentage zo hoog. Zelfs bij recordhouder Mark Cavendish (34 ritzeges) is dat ‘slechts’ 21 procent.

Of hoe het Zwitserse zakmes van Wout van Aert nergens beter snijdt dan in de Tour.

De tricolore Tour

6

Zoveel etappezeges behaalden de Belgische renners: drie met Van Aert, twee met Jasper Philipsen en één met Yves Lampaert. Het is geleden van 1985 dat onze landgenoten, qua etappe-overwinningen, zo succesvol waren.

Toen waren de rittenkapers Rudy Matthijs (drie stuks, onder meer in Parijs), Eric Vanderaerden (twee ritten, onder meer ook een tijdrit) en Ludwig Wijnants.

24

Zoveel jaar, plus 4 maanden en 22 dagen oud was Jasper Philipsen toen hij in Parijs zijn vijfde etappezege in een grote ronde op zijn palmares zette, na al drie ritsuccessen in de Vuelta.

Hij is de jongste Belg met zoveel etappe-overwinningen, waarvan minstens twee in twee grote rondes, sinds Eric Vanderaerden in 1984. Die was toen 23,5 jaar toen hij al drie ritzeges in de Tour en twee in de Vuelta op zijn palmares had staan.

100

Aan zoveel procent scoorden de Belgen in de tijdritten in deze Tour, met Lampaert en Van Aert. De laatste keer dat dat gebeurde: in 1976, toen Freddy Maertens drie chronoraces won en Ferdinand Bracke één.

50

Met Yves Lampaert en Jasper Philipsen wonnen twee Belgen de eerste en laatste rit van de Tour. Dat was exact 50 jaar geleden, toen Eddy Merckx de snelste was in de proloog in Brest, en Willy Teirlinck triomfeerde in de slotetappe in Parijs. In 1974 won de Kannibaal wel op zijn eentje de eerste en laatste rit.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier