De toekomst van de Zesdaagse: ‘Het mag geen event worden voor de elite’

© INGE KINNET
Jef Van Baelen
Jef Van Baelen Journalist voor Knack

De Lotto Zesdaagse Vlaanderen-Gent bestaat 100 jaar en volgens organisatoren Christophe Sercu en Christophe Impens mogen daar gerust nog 100 jaar bij komen. ‘Iljo Keisse is natuurlijk erg belangrijk geweest voor de Gentse zesdaagse. Maar dat waren Patrick Sercu, Etienne De Wilde en Kenny De Ketele ook.’

Golazo, Argentijns-Spaans voor wereldgoal: wie in België met sport bezig is, kent de naam. Het bedrijf van Bob Verbeeck haalde zijn inspiratie bij een extatische voetbalcommentator die het even niet meer wist toen Diego Maradona vijf Engelsen dribbelde op het WK’86 en die ter plekke een nieuw woord uitvond: geen gol, maar un golazo. Het Belgische Golazo kunt u kennen van sportevenementen als de Memorial Van Damme, de Antwerp 10 Miles en de Ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen. Zo’n twintig jaar geleden ging Golazo een partnerschap aan met de organisatie achter de zesdaagse van Gent. De legendarische Patrick Sercu was daar de sterke man, intussen opgevolgd door zijn zoon Christophe. ‘De zesdaagse bevond zich toen op een kruispunt’, vertelt Christophe Sercu. ‘Je voelde dat het tijd was voor professionalisering, om de zesdaagse beter in de markt te zetten en klaar te maken voor de toekomst. Golazo heeft de zesdaagse gemoderniseerd, met respect voor ons rijke verleden.’

Christophe Impens neemt het compliment in dank aan. De voormalige Belgische recordhouder op de 1500 meter is vandaag managing director bij Golazo. ‘De Lotto Zesdaagse Vlaanderen-Gent is een evenement dat zichzelf verkoopt, omdat het helemaal in lijn zit met waar een Vlaamse sportfan verlekkerd op is’, meent hij. ‘Het biedt de ideale combinatie van sport en vertier, met het sfeervolle Kuipke als onweerstaanbare troef. Zie het als de winterversie van de Gentse Feesten, maar dan met een sportevenement van wereldniveau.’

Voor Christophe Sercu is het zijn vijfde zesdaagse als wedstrijddirecteur en zijn derde sinds zijn vader Patrick overleed in 2019. Sercu is zo’n man voor wie er 25 uur in een dag lijken te zitten: naast de zesdaagse werkt hij (meer dan) voltijds als algemeen manager van Sport Vlaanderen-Baloise, waar talloos veel Vlaamse coureurs hun eerste kilometers maalden als prof. Hij is ook het wandelende geheugen van de zesdaagse. ‘Ik ben nu 52 en dit wordt mijn 51e zesdaagse. Alleen als baby was ik er, naar het schijnt, niet bij’, lacht Sercu. ‘Ik denk dat ik mag zeggen dat we momenteel hoogdagen beleven. De laatste tien jaar is het Kuipke quasi elke avond uitverkocht. De sfeer zit goed, de koersen boeien. Atleten, publiek en sponsoren: ze zijn er allemaal graag bij. Het gaat uitstekend met de Gentse zesdaagse.’

Om een Gentse volkszanger te citeren: ‘Sterren komen, sterren gaan.’ Een nieuwe generatie krijgt de kans om zich te profileren.’

CHRISTOPHE SERCU

Waarom lukt hier wel wat op een ander zo stroef loopt? Er worden nog amper zesdaagsen gehouden: de ene na de andere organisatie legt de boeken neer.

Christophe Sercu: ‘Al voor corona was er een neerwaartse trend en het virus bleek voor veel organisatoren de tik te veel. Het Kuipke is niet alleen onze troef voor de sfeer, erg belangrijk is dat de zaal eigendom is van de stad Gent, die de zesdaagse honderd procent steunt. Dat de zesdaagsen van München of Dortmund van de kalender verdwenen, kwam niet omdat er geen winst werd gemaakt. Die organisaties waren rendabel, maar niet rendabel genoeg. De Westfalenhalle in Dortmund werd twee weekends ingenomen door de zesdaagse. Een slimme boekhouder zei: ‘Zou het niet minder kosten én meer opbrengen als we op die dagen gewoon een concert organiseren?’ De bloei van de evenementenhallen was de doodskus voor de zesdaagsen. Zo ging het ook in het Antwerpse Sportpaleis, dat met sport niet veel meer te maken heeft: de wielerbaan ging eruit om plaats te maken voor andere events.’

Christophe Impens: ‘Het ironische is dat de zesdaagsen sukkelen terwijl het baanwielrennen bloeit. Overal ter wereld wordt er geïnvesteerd in wielerbanen en in topsportprogramma’s voor pistiers.’

Op de Olympische Spelen horen de pistekoersen bij de best bekeken wedstrijden.

Impens: ‘Ja, maar dat is typisch voor de Spelen: sporten waar iedereen eens om de vier jaar wild van is, maar die voor de rest weinig aandacht krijgen. Wie op tv de olympische ploegkoers volgt, koopt daarom nog niet automatisch een kaartje voor een zesdaagse.’

© INGE KINNET

Sercu: ‘Beginnen met een nieuwe zesdaagse is financieel een sprong in het duister. Je hebt organisatoren nodig die de kar willen trekken. Dat er in het buitenland zoveel interesse is in baanwielrennen, doet mij hopen dat het op termijn wel goedkomt. Al die pistiers zullen toch wel eens in eigen land een zesdaagse willen rijden?

‘Over de toekomst van Gent maak ik me voorlopig geen zorgen, maar het zou jammer zijn als wij als enige zesdaagse overblijven. Hoe meer zesdaagsen, hoe meer werkgelegenheid voor pistiers, hoe groter de vijver waaruit wij vissen.’

Maken jullie je zorgen om de periode na Iljo Keisse? Na deze zesdaagse neemt de populaire Gentenaar afscheid.

Sercu: ‘Om een Gentse volkszanger te citeren: ‘Sterren komen, sterren gaan.’ (lacht) Carrières duren niet eeuwig, een nieuwe generatie krijgt de kans om zich te profileren. Een ongeschreven regel in de Gentse zesdaagse is dat meer dan de helft van het deelnemersveld Vlamingen zijn. Er zit in dat peloton talent klaar om de macht te grijpen.’

Impens: ‘Je voelt dat Jules Hesters, Tuur Dens en Fabio Van den Bossche aan het opkomen zijn. Je voelt dat het publiek hen omarmt. Iljo Keisse is natuurlijk erg belangrijk geweest voor de Gentse zesdaagse. Maar dat waren Patrick Sercu, Etienne De Wilde en Kenny De Ketele ook.’

Wij voelen die hoge prijzen uiteraard ook: geen evene-ment zonder energie. Ik schat dat de organisatiekosten 20 tot 30 procent stijgen.’

CHRISTOPHE IMPENS

Sercu: ‘De Gentse zesdaagse maakt van renners sterren. Maar de enige echte ster van de affiche is de zesdaagse zelf.

‘Die kost alleen maar geld en wordt elders overal wegbezuinigd, maar wij houden vast aan de jeugdzesdaagse onder de 23 jaar. Als je ziet hoeveel renners later carrière maken die hier de stiel hebben geleerd! Ik zie het als investeren in de sport, en dus ook in de toekomst van de zesdaagse.’

Impens: ‘Wij zijn heel blij met de nieuwe velodroom in Heusden-Zolder. Die garandeert dat er nog vele jaren goeie Belgische pistiers aankomen. Niet alleen jongens, ook meisjes.’

Het vrouwenwielrennen is sterk in opmars, met straffe kijkcijfers, zowel voor het wegwielrennen als het veldrijden. Moet de zesdaagse van Gent nog meer inzetten op vrouwenkoers?

Sercu: ‘Op termijn zouden we graag een ploegkoers voor dames organiseren. We hebben het één keer gedaan – toen Jolien D’hoore en Lotte Kopecky wereldkampioen waren – maar ik zou het momenteel niet opnieuw doen. Je hebt een ruime groep rensters nodig die op de kleine, technische piste van het Kuipke kunnen presteren en momenteel kun je bij de vrouwen nog geen strijdbaar deelnemersveld samenstellen voor de ploegkoers. We organiseren in Gent al zeven jaar pistenummers voor vrouwen. Voorlopig blijft dat beperkt tot twee koersdagen en nog eens een recordpoging op een andere dag, maar ik zou het programma voor de dames graag uitbreiden.’

Roubaix

België is weer helemaal in de ban van de koers door de prestaties van Wout van Aert en Remco Evenepoel. Als je één van die twee in Gent aan de start kunt krijgen…

Sercu: ‘Bekende, populaire coureurs zijn uiteraard een attractie, maar een wegrenner snel eventjes in de zesdaagse droppen, zouden we nooit doen. Dat is vragen om problemen. Heb je gezien hoe steil de bochten van het Kuipke zijn?’

Impens: ‘Remco komt acte de présence geven op Merci Iljooo, het afscheidsfeest van Iljo Keisse, maar ik denk niet dat hij al ooit een pistefiets van dichtbij heeft gezien. Wout komt uit het veld en is technisch ongetwijfeld vaardig. Heeft hij piste-ervaring?’

© INGE KINNET

Alleen in Parijs-Roubaix, denk ik.

Sercu: ‘Wanneer Gent uitpakt met een wegwielrenner, dan zijn het mannen met een sportieve meerwaarde. Bradley Wiggins, Mark Cavendish en Elia Viviani hebben heel hun jeugd op de piste gesleten. Ze boekten succes op de weg, maar in hun hart blijven het pistiers.’

Impens: ‘Een bekende naam is altijd fijn, maar in Gent vraagt geen enkele toeschouwer wie er meedoet. Het publiek geeft de organisatie het vertrouwen dat het de moeite zal zijn.

We merken aan de ticketverkoop dat de mensen de zesdaagse hebben gemist. In 2021 was de beleving niet hetzelfde, met die mondmaskers, maar dit jaar wil iedereen erbij zijn. We verkopen sneller uit dan in 2019, de laatste editie voor corona.’

Eerst sloeg corona een gat in de kas, nu is er de ontsporende inflatie en onwezenlijke energiefacturen. Slecht nieuws voor de organisator van een indoorevenement. En misschien houden de bezoekers wat meer de vinger op de knip?

Impens: ‘De situatie moet bijzonder erg zijn eer de Vlaming bespaart op zijn pintje en zijn hamburger, maar ik zou het niet raar vinden als de mensen het wel in het achterhoofd houden, ja. Wij voelen die hoge prijzen uiteraard ook: geen evenement zonder energie. Elke leverancier verhoogt zijn facturen. Het is moeilijk om nu al de rekening te maken, maar ik schat dat de organisatiekosten 20 tot 30 procent stijgen.’

Jullie eigen winstmarge verhogen lijkt niet moeilijk. De zesdaagse is uitverkocht. Dat betekent dat de ticketprijs hoger kan, zullen kapitalisten zeggen.

Impens: ‘Nee, want dan raak je aan het volkse, aan wat de zesdaagse van Gent mooi maakt. Tickets moeten betaalbaar blijven, het mag geen evenement worden voor de elite.’

Het middenplein moet van het publiek blijven. Als je er elke euro probeert uit te persen, boet je in op sfeer.’

CHRISTOPHE SERCU

Hoe belangrijk is het randgebeuren, de schlagerzangers, de dj’s?

Impens: ‘Die horen erbij en zijn plezierig, maar niemand komt naar de zesdaagse voor de muziek. Sommigen smullen van de ambiance op het middenplein en zetten de polonaise in, voor anderen is dat het perfecte moment om een pintje te halen. De artiesten zelf vinden de zesdaagse in ieder geval bijzonder leuk om te doen.’

Sercu: ‘In de pauze ligt de koers sowieso twintig minuten stil. Je moet de mensen iets bieden of de sfeer valt plat.’

De gestopte Duitse zesdaagsen waren wilde zuipfestijnen: een Oktoberfest naast een wielerbaan. Is dat hun ondergang geworden?

Sercu: ‘Duitse ploegkoersen duurden soms tot drie uur ’s morgens. Hoe later, hoe meer bier er werd verzet en hoe groter de kans dat een discussie ontaardde. In Gent zijn we nooit die weg op gegaan. Mijn vader was daar duidelijk in: het mag plezierig zijn, maar de sport primeert.’

Voor dummies

Hoeveel vips ontvangt de zesdaagse?

Impens: ‘We beperken het tot maximaal 2000 per avond.’

2000 vips op 6000 aanwezigen? Dan is ‘vip’ relatief.

Impens: ‘Het gaat om betaalbare viptickets, relatief goedkoop voor wat je krijgt. Het zou vloeken met het laagdrempelige event dat de zesdaagse is om er een megaexclusief verhaal van te maken.

‘Onze vips denken dat ze buiten in een tent zitten, maar in feite wordt die opgebouwd in de Floraliënhal. Ik ken mensen die pas na jaren ontdekken dat ze eigenlijk binnen zitten.’

Sercu: ‘We zetten geen viptafels op het middenplein, zoals bij andere zesdaagsen gebeurt. We zouden daar mooie bedragen voor kunnen vragen en het zou vlot uitverkopen, maar we doen het niet: het middenplein moet van het publiek blijven. Als je er elke euro probeert uit te persen, boet je in op sfeer.’

© INGE KINNET

Hoe zien jullie de zesdaagse de komende jaren evolueren? Wat kan er beter?

Sercu: ‘Dat het nu heel succesvol is, maakt mij vanzelf wat beducht: zijn we geen evoluties aan het missen? Je moet de vinger aan de pols houden: wie inslaapt, wordt op een dag niet meer wakker. Na elke editie zitten we met het organisatieteam samen, om te zoeken naar verbeteringen.’

Impens: ‘We hebben geïnvesteerd in ledschermen. Die stonden er al bij de coronaeditie van 2021, maar dit jaar kunnen we ze in hun volle glorie benutten. Af en toe duiken er cameramensen op in het publiek, zodat je als fan zelf ook eens op dat grote scherm belandt. Op die schermen projecteren we voor iedere proef ‘de zesdaagse voor dummies’: we leggen uit hoe de wedstrijd in elkaar steekt en wat er de komende minuten op het spel staat. Niet iedereen is kenner.’

Bij een ploegkoers moet je er wel je hoofd bij houden, ja, zeker op de kleine piste van het Kuipke. De trend neigt eerder naar korte, makkelijk te volgen wedstrijden.

Sercu: ‘Die trend is niet nieuw: ik hoor al dertig jaar dat de ploegkoers simpeler moet. Ik heb daar begrip voor, maar de combinatie van verschillende disciplines, het tellen van de punten en de rondes is juist de charme van de ploegkoers. Je moet natuurlijk ook niet overdrijven. Ploegkoersen van honderd kilometer bestaan niet meer en ik denk niet dat iemand ze mist.’

Doet de zesdaagse er nog honderd jaar bij?

Impens: ‘Op korte termijn zijn er geen wolken aan de horizon. Op lange termijn moet je je afvragen wat de stad Gent binnen pakweg twintig jaar van plan is met het Kuipke. En of dat we ooit een opvolger voor Christophe vinden met de dezelfde passie voor baanwielrennen. Dit eerste eeuwfeest van de Gentse zesdaagse laten we niet onopgemerkt voorbijgaan. Het Kuipke krijgt een opknapbeurt: de wat lelijke kant van de zaal, met de airconditioning en de blinde muur, wordt bekleed met prachtige foto’s die de geschiedenis van de zesdaagse eren. (mijmert) Misschien verklaart dat ook de magie van het Kuipke. Je proeft dat hier sportgeschiedenis is geschreven. Vanzelf denkt iedere toeschouwer: misschien ga ik hier vandaag ook wel een nieuwe wielerhoogdag beleven.’

‘De magie van het Kuipke kun je niet reproduceren’

Christophe Sercu: ‘Aan de publieke belangstelling lag het niet, maar Hasselt bleek moeilijk rendabel te maken. Het plaatsen van zo’n demonteerbare wielerbaan kost een fortuin.’

Christophe Impens: ‘Ik miste een zekere magie. Wat hier in het Kuipke leeft, kun je niet reproduceren.’

Sercu: ‘Het Kuipke is gebouwd als wielerbaan. De vorm van de tribunes dient om koers te kijken. Waar je ook zit, je ziet de actie en dat maakt een enorm verschil. Laatst ging ik naar het Europees kampioenschap in München. Een gloednieuwe piste, speciaal gebouwd voor dat EK: mooi en ongetwijfeld peperduur. Ze hebben er zo’n typische tribune op stellingen rond gebouwd. Ik heb drie verschillende vakken geprobeerd, maar nergens zag je echt goed. Het gevolg is dat je niet in de actie wordt gezogen.’