Het veldritseizoen in 7 opmerkelijke statistieken

© BELGA

Een aparte terugblik op het seizoen 2011/2012. Sven Nys en Kevin Pauwels houden elkaar in evenwicht.

Vorige zondag viel in Oostmalle het doek over het veldritseizoen 2011-2012. Op het gevoel gaven commentatoren en kenners al hun oordeel over de man van het seizoen – de ene zegt Sven Nys, de andere Kevin Pauwels – maar wat zeggen de naakte cijfers? En zijn er nog opvallende statistieken? Een overzicht in 7 delen, gebaseerd op de resultaten van de 33 zogenaamde tv-crossen.*

1) Sven Nys behaalde de meeste overwinningen (12), gevolgd door Kevin Pauwels (8), Niels Albert (7), Zdenek Stybar (3), Tom Meeusen (2) en Bart Wellens (1). Van zijn 12 zeges behaalde Nys er 5 in de 3 grote klassementen. Hij scoorde ook een 4 op 4 in de Fidea Classics, waar de toppers weliswaar iets minder belang aan hechten. Pauwels daarentegen behaalde zijn 8 overwinningen allemaal in klassementscrossen, waaronder liefst 4 wereldbekermanches. Hij won dan ook dat klassement en de GVA-Trofee. Nys, die voor de 11ekeer de Superprestige op zak stak, werd ook nog Belgisch kampioen. Conclusie: beiden houden elkaar op dit vlak in evenwicht.

2) Ook qua aantal podiumplaatsen lossen ze elkaar van geen vin: zowel Nys als Pauwels eindigde 22 keer bij de eerste 3. Gevolg door Albert en Stybar (elk 14 keer), Meeusen (7), Klaas Vantornout (6), Rob Peeters (5), Bart Aernouts en Wellens (elk 3), Radomir Simunek, Francis Mourey en Dieter Vanthourenhout (elk 1 keer).

3) De Grote Vier wonnen 30 van de 33 of 91 procent van de crossen, een stijging i.v.m. vorig seizoen (81 procent), maar een daling i.v.m. het seizoen 2009-2010 (97 procent), want toen behaalden Albert, Nys en Stybar alleen 30 van de 32 zeges. Die 3 behaalden toen ook 77 procent van de 96 podiumplaatsen.

Dat is de laatste 2 seizoenen fel geslonken: 56 en 51 procent. In de voorbije campagne stonden de voormalige Grote Drie zelfs maar één keer samen op het podium, in Loenhout. In het seizoen 2009-2010 was dat nog 12 keer op de 32 crossen.

4) De ontbolstering van Pauwels is de grootste reden voor die terugval. In 2009-2010 eindigde de stille Kempenaar 10 keer in de top 3, vorig seizoen 17 keer en afgelopen seizoen 22 maal. Dezelfde evolutie zie je in zijn aantal zeges: 1, 3 en 8.

Vooral Stybar moest inbinden: van 27 podiumplaatsen in 2009-2010, over 13 in 2010-2011 en naar 14 afgelopen seizoen, met ook amper 3 zeges. Vorig seizoen was de Tsjech wel een tijd out en in het voorbije seizoen had hij last van de naweeën van zijn wegcampagne. Niettemin stond Stybar wel op het eindpodium van de 3 regelmatigheidscriteria.

Ook Albert moest zijn deel van de koek afstaan: van 22 over 19 naar 14 podiumplaatsen. De wereldkampioen miste het afgelopen seizoen wel 7 wedstrijden door een handbreuk.

De ouder wordende Nys bleef de voorbije 3 jaar zijn constante zelf (podiumplaatsen: 25-22-22; zeges: 11-9-12).

5) De rest moest het de laatste 3 seizoenen met kruimels stellen, al is de opkomst van Meeusen wel duidelijk: van 2 podiumplaatsen in 2009-2010, naar 7 in de afgelopen campagne. Vantornout was de crosser die het dichts aansluit bij de Grote Vier (8, 6 en 6 keer bij de eerste 3), al slaagde hij er afgelopen seizoen niet in om een cross te winnen.

6) Opmerkelijk is dat afgelopen seizoen de winnaar in de 33 crossen met een gemiddelde voorsprong van 17,18 seconden won, duidelijk meer dan de voorbije 2 seizoenen (14,63 en 14,28 seconden). Nochtans werd dubbel zo vaak (8 maal) om de bloemen gesprint als vorig seizoen, maar dat werd gecompenseerd door het grotere aantal solozeges met meer dan 25 seconden voorsprong (10 keer afgelopen seizoen vs. 5 keer in 2010-2011).

Nys sprokkelde als enige meer dan 50 seconden voorsprong bijeen (55 in Leuven en 52 op het BK) en was ook de renner die in zijn zeges gemiddeld het verst wegreed van de nummer 2 (20,75 seconden), al zit ook hier Pauwels in de buurt (18,38). Albert en Stybar hadden een gemiddelde voorsprong van respectievelijk 16,86 en 8,33 seconden.

7) Wanneer je álle crossen van de nationale en internationale kalender meetelt (*), dan is Nys ook dan zegekoning met 14 bloementuilen. Pauwels volgt met 11 overwinningen, net als Jeremy Powers, maar die behaalde al zijn zeges in kleinere Amerikaanse crossen. Albert staat op 4 (8 overwinningen), evenveel als Ryan Trebon, nog zo’n veelwinnaar in de VS. Daarna volgen Stybar en Mourey, met elk 7, al was de Fransman alleen koning in eigen land. (JC)

* Tot de 33 tv-crossen behoren de wedstrijden van de drie grote klassementen (GVA-Trofee, Superprestige en wereldbeker), de vier veldritten van de Fidea Classics (Neerpelt, Niel, Antwerpen en Leuven), de drie resterende A1-crossen op de Europese kalender (Kalmthout, Overijse en Valkenburg), het BK en het WK.

Tellen níét mee (wegens beperkte bezetting of omdat de toppers in deze wedstrijden niet het volle pond geven of soms cadeautjes uitdelen): de A1-crossen in Heerlen en Nommay en de A2-crossen die niet in aanmerking komen voor een klassement of de Fidea Classics, zoals Laarne, Ardooie, Otegem of Lebbeke. Ook het Tsjechisch kampioenschap tellen we niet mee. Stybar is dus lichtjes ‘benadeeld.’

In de cijfers van vorig seizoen (2010-2011) en het seizoen ervoor (2009-2010) tellen 32 crossen mee.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier