Luik-Bastenaken-Luik: dan toch Gilbert?

© BELGA

Na een twaalfde plaats in de Brabantse Pijl gaf Philippe Gilbert aan dat hij in de Ardense klassiekers niets te zoeken had, maar amper anderhalve week later lijkt de Waalse Monegask dan toch klaar voor een tweede zege in Luik-Bastenaken-Luik. Of niet?

“Te veel en te intensief getraind tijdens de zware ploegstages van BMC, waardoor hij vermoeider aan het seizoen begon.” “Moeilijkheden om zich aan te passen in zijn nieuwe ploeg én aan zijn nieuwe fiets.” “Aanslepende tandproblemen.” “Bewust rustiger gestart aan het seizoen, met oog op de Tour, Olympische Spelen en het WK.”

Neen, dit zijn geen geruchten, maar oorzaken die de directe omgeving van Philippe Gilbert de voorbije weken aangaf voor diens ondermaatse prestaties. BMC-ploegleider John Lelangue hield het vooral op de tanden, Christian en Jérôme, de broers van, spraken eerder over te zware trainingen en aanpassingsproblemen.

De waarheid zal zoals zo vaak ergens in het midden liggen, maar Lelangue bleek niettemin fel geïrriteerd door de “regen van kwakkels” in de media. Hij weigerde de afgelopen weken kranten en magazines te lezen en had het in Knack zelfs over een “gecoördineerd offensief” tegen BMC en Gilbert.

Een bizarre en flauwe redenering, want het is niet meer dan logisch dat de pers op zoek gaat naar oorzaken voor Gilberts onverwacht slechte voorjaar. Dat is nu eenmaal het lot van een van ’s werelds beste renners.

Met sensatiezucht heeft dat niks te maken. De Vlaamse media bleven zelfs vrij braaf voor de Belgische kampioen. Behalve in enkele lezersbrieven zijn er nooit speculatieve verhalen verschenen over doping, een liederlijk leven of een slechte winter. Net als in het voetbal blijken echter ook in het wielrennen de tenen van managers en ploegleiders bijzonder gevoelig en schieten ze in moeilijke momenten al te vaak pijlen in de richting van de pers.

Twijfels

Dat het slecht ging, is ontegensprekelijk. Zelfs Tom Boonen belandde in zijn twee voorbije ‘slechte’ jaren nooit in zo’n diepe put als Gilbert. Zowel in de E3 Prijs, Gent-Wevelgem als in de Ronde van Vlaanderen werd de Belgische kampioen als een modale subtopper kilometers voor de finish uit de wielen geknald. Dat velen hun twijfels hadden of Fast Phil nog op kruissnelheid zou raken voor de Waalse klassiekers, was dan ook niet meer dan logisch. Meer dan hij en Lelangue laten uitschijnen, zullen Gilberts wankele conditie ook bij hen tot kopzorgen geleid hebben.

Toch pleit het voor de Belgische kampioen dat hij nooit de handdoek in de ring gegooid heeft. Even goed had hij het voorjaar kunnen laten voor wat het was, om zich op de Tour, de Spelen en het WK te concentreren.

De eergierige Waal ging zich na de Ronde echter afbeulen in het Monegaskische hinterland en behaalde, na een tegenvallende Brabantse Pijl, onverwacht een zesde plaats in de Gold Race, nadat hij de hele finale opvallend strijdlustig in de kop van het peloton gereden had.

Belgische kranten spraken meteen over een “wedergeboorte”, terwijl op Engelstalige wielerwebsites artikels verschenen met als titel “The King is dead.” Een duidelijk verschil in perceptie…

Niemand kon echter voorbij aan het feit dat Gilberts demarrage aan de voet van de Cauberg een paar honderd meter verder strandde in een krampachtige grijns. En dat nog vijf renners hem op zíjn terrein passeerden, terwijl andere podiumkandidaten als Damiano Cunego en Samuel Sánchez uitgeschakeld of opgehouden werden door een valpartij. Bovendien was er tot aan de Cauberg nauwelijks gekoerst.

Melkzuur uit de oren

Hoopvoller was Gilberts derde plaats op de Muur van Hoei, een klim die hij tot vorig jaar nog als “te steil” bestempelde. Al moet je dat ook nuanceren, gezien Cunego in Italië koerste en Sánchez voor zijn tv zat. Bovendien was het verschil met 2011 levensgroot. Toen begon Gilbert al vijftig meter voor de aankomst naar het publiek te zwaaien, terwijl je woensdag het melkzuur uit zijn oren zag stromen toen hij over de finishlijn kwam.

De tijd die de Waalse Monegask nodig had om de laatste kilometer van de Muur te overbruggen was ook opmerkelijk trager dan vorig jaar: 3’03” tegenover 2’43” (uitbollend). Het weer was slechter, de finale iets lastiger en ook winnaar Joaquín Rodríguez reed 14 seconden langzamer naar boven dan in 2011, maar het geeft wel aan dat Gilbert nog altijd niet de superman van vorig jaar is. En vooral dat hij zondag niet de uitgesproken favorietenrol zal torsen als toen, zeker niet in een afvallingskoers als Luik-Bastenaken-Luik die nog een pak zwaarder is dan de Gold Race.

Is Gilbert in La Doyenne daarom kansloos? Neen. Als de Waal, die naar eigen zeggen met de dag beter wordt, zijn koersgedrag kan afstemmen op zijn lager vormpeil en afwachtender rijdt dan vorig jaar, dan is er veel mogelijk. Net als Boonen in de Vlaamse klassiekers heeft hij immers het voordeel dat hij de sprint kan afwachten en dat hij de concurrentie niet per se hoeft los te rijden.

Phil moet dus hopen op een vrij gesloten koers én op het aangekondigde slecht weer (90 procent kans op regen, tien graden, windkracht vier vanuit het zuidwesten), omstandigheden waarin hij – in tegenstelling tot Spanjaarden en Italianen – als Ardenner floreert. Aan motivatie zal het hem in zijn streek alleszins niet ontbreken en bovendien kan de Belgische kampioen op een sterk BMC-blok, met onder meer Greg Van Avermaet en Tejay Van Garderen, rekenen.

Opgeluchte Rodríguez

Gilberts grootste concurrenten? Ongetwijfeld de renners die al in de Ronde van het Baskenland schitterden. Op kop Joaquín Rodríguez, woensdag eindelijk winnaar van de Waalse Pijl, zijn droomwedstrijd. Nu de frustraties van al die tweede plaatsen weggewist zijn, hoopt Purito zondag op de steile Roche-aux-Faucons of op Saint-Nicolas te kunnen wegrijden zoals op de Muur van Hoei.

Vraagteken is of zijn versnelling bergop na 250 kilometer nog even snedig is als na 197 kilometer. Na tweede plaatsen in de Waalse Pijl van 2010 en 2011 eindigde hij vier dagen later pas als 43e en 26ein Ans, al stond hij drie jaar geleden wel op het podium, als tweede, na Andy Schleck.

Katushaploegmaat Oscar Freire finishte op de Rue Jean Jaurès al vijf keer tussen plaats tien en vijftien en lijkt in La Doyenne op zijn plafond te stuiten. Anderzijds voelt de drievoudig wereldkampioen al weken zijn benen niet. In een tamme finale kan hij met zijn sprintsnelheid een gevaarlijke klant worden.

Ook Samuel Sánchez, oppermachtig winnaar in het Baskenland, drijft op een hoog vormpeil. Zevende in de Gold Race, maar allicht was hij dichter gefinisht als hij op twintig kilometer voor de streep zijn ketting niet gebroken had. Dat hij toch nog vooraan raakte, was al opmerkelijk. En dat Sánchez ondanks de val van Cunego nog als zevende eindigde, net achter Gilbert, geeft aan dat hij over heel goede papieren beschikte.

De Spanjaard liet de Waalse Pijl vallen en zou ook Luik-Bastenaken-Luik niet rijden, maar komt – gezien ploegmaat Igor Anton het woensdag liet afweten – nu toch aan de start. Met volle goesting? De olympische kampioen werd in 2003 en 2004 al eens zesde en vierde, maar kwam daarna niet verder dan een tiende plaats (2009 en 2011). De vraag is ook of Sánchez’ conditiecurve al niet in dalende lijn is nadat hij alles op de Ronde van het Baskenland zette.

Zijn landgenoot Alejandro Valverde is een groter vraagteken. Velen hadden hem al op de Cauberg en op de Muur van Hoei verwacht, maar de Spanjaard kwam nooit in beeld. Gebrek aan koersritme voor een klimklassieker nadat hij eind maart, na een val, moest opgeven in de Ronde van Catalonië? Bevangen door de koude in Valkenburg of Hoei? Het is gissen, al meldden insiders wel dat El Imbatido, tweevoudig winnaar in Luik, álles op La Doyenne gezet heeft.

Cunego gerecupereerd?

In Italië zijn alle ogen gericht op Vincenzo Nibali – achtste op de Muur van Hoei na een tegenvallende Gold Race – en vooral op Damiano Cunego. Door zijn val op de Cauberg zullen we nooit weten of hij zijn landgenoot Enrico Gasparotto had kunnen kloppen, maar Il Piccolo Principe bewees van de week in de Ronde van Trentino dat hij in de boter trapt.

De Lamprerenner koos bewust voor de Italiaanse rittenkoers, omdat hij in Luik zijn beste resultaat behaalde – derde in 2006 – nadat hij die week de eindzege in Trentino op zak gestoken had. Doet hij deze keer nog beter? Of zal een dag niet volstaan om te recupereren van de zware beklimmingen van de Punta Veleno (donderdag) en Passo Pordoi (vrijdag)?

Voor Roman Kreuziger was dat vorig jaar alvast geen probleem. Na ritwinst in Trentino eindigde het Tsjechische supertalent als vierde, op 24 seconden van Gilbert en de Schlecks. De afgelopen dagen toonde hij in Italië dat zijn vorm even goed is. De Astanarenner is in volle voorbereiding op de Giro, maar kan ook in Ans scoren.

Of de Schlecks hun prestatie van vorig jaar zullen evenaren, is sterk twijfelachtig. Andy hinkt zichzelf al het hele seizoen achterna en ook naar de conditie van broer Fränk is het raden. Twaalfde in de Gold Race en twintigste in de Waalse Pijl, nadat hij in de finale even aan de kant moest met een lekke band.

Toch is het niet onwaarschijnlijk dat hij zondag opnieuw een belangrijke rol zal spelen. De voorbije zes jaar behaalde Fränk vijf keer een toptienstek, waarvan drie podiumplaatsen. Geen eendagskoers die hem beter ligt dan de oudste der wielerklassiekers.

Onverwachte Voeckler

Thomas Voeckler deed in Luik nooit beter dan een tiende plaats (2010), maar als hij de lijn van de voorbije weken doortrekt (overtuigende winst in de Brabantse Pijl, vijfde in de Gold Race), kan dat zeker beter. Sinds vorig jaar beseft de Fransman dat hij tot meer in staat is dan domweg aanvallen en gekke bekken trekken, en vooral dat hij in de grote klassiekers op meer dan een figurantenrol mag hopen.

Titi heeft niet de explosiviteit om op de Roche-aux-Faucons of Saint-Nicolas iedereen uit het wiel te knallen, maar als een renner ervoor of erna kan profiteren van een aarzeling én sterk genoeg is om daarna stand te houden, dan is hij het.

Bij de Belgen rust alle hoop, naast Gilbert, op Jurgen Van den Broeck en vooral op Jelle Vanendert. Allicht had hij, na zijn tweede plaats op de Cauberg, op iets meer gehoopt dan een vierde plaats in Hoei, maar de 27-jarige Limburger is ongetwijfeld klaar voor zondag. Winst wordt wellicht moeilijk, al weet je in een tactische finale nooit.

Dat Vanendert Luik-Bastenaken-Luik zeker aankan, bewees hij vorig jaar al, toen de Lottorenner zeventiende werd, nadat hij kilometers op kop gesleurd had voor Philippe Gilbert. Misschien vindt hij zondag in zijn ex-kopman en goede vriend wel een ideale bondgenoot…

Jonas Creteur

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier