Op bezoek in Schepdaal, thuishaven van Remco Evenepoel: ‘Hij zat eigenlijk enkel op de fiets om naar Anderlecht te rijden’

Wielertoeristen komen van heinde en verre om dit bijna iconische beeld te fotograferen, en er wachten nog vier of vijf Schepdaalse gevels op een reuzegrote Remco. © loes geuens

Wereldkampioen en Vueltawinnaar in hetzelfde seizpen, Remco Evenepoel deed het allemaal. In december 2019 ging Sport/Voetbalmagazine op bezoek in het Vlaams-Brabantse Schepdaal, waar de wielersensatie woont en thuis is.

Dit stuk verscheen in Sport/Voetbalmagazine van 11 december 2019.

Door Loes Geuens

Schepdaal is een heel gewoon dorpje. Vlaamse rand, krap 6000 inwoners, in 1977 onder impuls van Volksunieburgemeester Jef Valkeniers gefusioneerd met Dilbeek. Urbain Servranckx – Urbanus – werd hier geboren, Goedele Liekens woont er nog steeds. 450 jaar geleden mocht Pieter Bruegel de Oude hier graag de glooiende groene weiden schilderen, maar daar hebben de Vlaming en zijn baksteen de laatste decennia een flink stuk vanaf geknaagd. De N8 van Brussel naar Ninove, waar baanwinkels meer spullen verkopen dan een mens ooit nodig kan hebben, klieft het dorp doormidden. Ooit reed hier een tram vanuit Brussel-centrum rechtstreeks de heuvels van het Pajottenland in, vandaag herinnert enkel nog het nationale trammuseum aan die tijden. De auto’s razen voorbij.

Tot ver in de twintigste eeuw telde Schepdaal vier brouwerijen die zich specialiseerden in kriek, lambiek en geuze. De tram bracht dorstig werkvolk naar tientallen cafés. De meeste zijn intussen verdwenen achter nieuwe gevels, maar café In De Rustberg, geopend in 1906 en al vier generaties in dezelfde familie, hield stand. Terwijl de mist op deze vrijdagochtend langzaam optrekt uit de omgeploegde maïsvelden, rijden auto’s af en aan. Dit weekend is er pensenkermis en ze verwachten veel volk. Eigenaars Guy Janssens en Jeaninne Massagé zijn niet onder de indruk: ‘Wij zijn dat gewoon. We doen dat al 35 jaar.’ Vroeger organiseerde Guy hier ook een beloftenkoers, met een toer van tien kilometer over de kleine wegeltjes van Schepdaal, naar het lager gelegen Sint-Anna-Pede, en aankomst voor zijn café, op de lopende helling van de Scheestraat. Philippe Gilbert won hier ooit nog. Het lijkt bijna geen toeval dat hier vijf jaar geleden, slechts een paar deuren verder, ene Remco Evenepoel kwam wonen. Toen nog een jeugdvoetballer bij Anderlecht, vandaag een genie op twee wielen.

1500 EURO

Al sinds de prille ontbolstering van Remco is café In De Rustberg de vaste verzamelplaats voor de supporters. Hier vertrekken de bussen naar de wedstrijden, hier viert Remco zijn overwinningen. Vorig jaar, toen Remco twee wereldtitels pakte op het WK voor junioren in Innsbruck, hebben ze hem verrast met een metershoog portret op de zijgevel. Kunstenaar Jurgen ‘Massi’ Massagé, eveneens de neef van Guy en Jeaninne, vertelt hoe ze eraan begonnen toen Remco de tijdrit won, en ’s nachts moesten doorwerken om alles af te krijgen tegen de tijd dat hij met twee gouden medailles van de luchthaven kwam. Guy: ‘Hij weende. En ik ook.’

Als jonge gast kwam Remco soms met zijn vader mee naar de werf: die jongen weet wat werken is.’

Tom Spapens

Wielertoeristen komen van heinde en verre om het bijna iconische beeld te fotograferen, en er wachten nog vier of vijf Schepdaalse gevels op een reuzegrote Remco. Schepdaal, Remcotown. De samenwerking tussen Massi en Remco gaat al een tijdje terug. ‘Ik heb een schilderij van zijn eerste overwinning als junior gemaakt, zijn ouders wilden hem dat cadeau doen voor zijn verjaardag. En vorig jaar bestelde Remco een schilderij van zijn overwinning in de Clásica San Sebastián om aan zijn ouders te geven, omdat ze er niet bij konden zijn.’

Twee weken geleden werd een schilderij van Remco als Europees kampioen tijdrijden geveild voor 1500 euro. De opbrengst ging naar vzw De Witte Doos. Jurgen Massagé: ‘Ik ken de zus van de oprichters, die hun kindje verloren hebben bij een vreselijk ongeval in hun eigen bakkerij. Ze hebben die vzw opgericht om mensen die hun kind verliezen een eerste opvang te bieden.’ Remco Evenepoel steunt heel bewust een aantal goede doelen, die vaak een link hebben met de streek. Zoals vzw De Poel, een dagcentrum voor tachtig volwassenen met een verstandelijke beperking dat verderop in de straat ligt. ‘ Ons gasten komen naar hier omdat ze niet of niet fulltime naar sociale werkplekken kunnen, ‘ zegt projectmedewerker Lisa Vankerkhoven.

Er wordt gesnoezeld, geknutseld, gedanst, gekookt – ‘Minipizza’s!’- en gewerkt aan de sociale vaardigheden. Wandelen en fietsen doen ze hier ook graag, maar dat is niet zo makkelijk in kronkelstraatjes zonder fiets- of voetpad. De vzw wil in de tuin die nu nog zandhoop en werfhekken is, een belevings- en snoezeltuin aanleggen. Vankerkhoven: ‘Voelen en beleven is voor hen heel belangrijk. Door hun zintuigen aan te spreken krijg je een connectie om met hen te werken, een soort toegangspoort.’ Er komen verschillende bloemen en kruiden, een klein fonteintje, een rolstoelschommel, een blotevoetenpad én een fietspad. Dat laatste zal gefinancierd worden met de opbrengsten van de supportersclub en de kledinglijn van Remco. Beiden dragen het logo R.EV1703, verwijzend naar het postnummer van Schepdaal.

Een lokale frituur wilde graag een Remcohamburger serveren, maar dat feestje ging niet door. Kwestie van de Remco-indigestie te vermijden.

De rare vos

Remco houdt van Schepdaal en Schepdaal houdt van Remco. De dorpskern is er een zoals zovelen op het Vlaamse platteland. Een marktplein met parkeerplaatsen, een eenzame kerk, een keurslager en een bank waar je op afspraak terecht kan. Op een vrijdagmiddag beweegt hier niet veel, maar in september organiseren ze hier een driedaagse jaarmarkt en dan kan je over de koppen lopen, zegt Tom Spapens, projectontwikkelaar en enthousiast promotor van Schepdaal. Hij is ook mede-eigenaar van café-restaurant De Rare Vos, waar een foto van Eddy Merckx vredig naast de wereldkampioenentrui van Remco Evenepoel hangt. De Rare Vos bestaat van vlak na de Tweede Wereldoorlog en was vroeger tot ver in Brussel gekend. Oprichter Jef was daar rijkswachter en brouwde zijn eigen geuze en lambiek. Tom toont een levensgrote afbeelding in de toiletten, waar Jef tot aan zijn knieën in de krieken staat. ‘Eddy Merckx en Paul Van Himst waren hier vroeger kind aan huis.’

Tom Spapens kent de familie Evenepoel al jaren. ‘Zijn vader Patrick is de huisleverancier voor pleisterwerken bij onze bouwprojecten, we zijn kameraden geworden. Als jonge gast kwam Remco soms met zijn pa mee naar de werf: die jongen weet wat werken is. Toen hij bij Anderlecht speelde, ging ik naar al zijn matchen. Ik heb nooit begrepen waarom hij niet vaker in de A-kern stond. Als die kettekes plots op de bank belanden, is hun plezier weg. En dat is wel Remco: die heeft een enorm temperament, als het hem niet aanstaat, is hij weg.’

De overstap naar de fiets had Spapens niet zien aankomen. ‘Hij zat eigenlijk nooit op de fiets, tenzij om naar de trainingen van Anderlecht te gaan, vijf kilometer verderop.’ Remco heeft iedereen op snelheid gepakt, en nog steeds. ‘Toen we een R.EV1703-pannenkoek maakten, kregen we meteen telefoon van mensen uit Gent en Antwerpen, of ze dat hier konden komen eten. Dat je zegt: meen je dat nu? Als Remco een bericht deelt, zit je meteen aan 25.000 views. Zijn marketingwaarde is enorm. Dat lijkt allemaal leuk, maar ik zie soms wel dat zijn ouders pompaf zijn. Hij is nog maar een jongen van negentien, hé. Plots worden daar contracten onder zijn neus geduwd die veel mensen in hun leven niet bij elkaar kunnen verdienen. Daarom heeft zijn papa dat zelf in handen genomen.’

De dorpskern van Schepdaal is er één zoals zovelen op het Vlaamse platteland.
De dorpskern van Schepdaal is er één zoals zovelen op het Vlaamse platteland.© loes geuens

Van een Frank Vandenbroucke-scenario heeft Tom Spapens geen schrik. ‘Remco is in alles heel gewoon. Als mijn zoon van acht jaar mee gaat naar een wedstrijd, pakt Remco hem meteen vast: ‘Kom, Tuur, efkes op de foto.’ En na een overwinning keert hij het liefst meteen terug naar zijn nest: zijn ouders en Schepdaal.’

Indigestie

Aan het eind van de middag loopt de parking van café In De Rustberg in sneltempo vol. Buiten kruipt de koude uit de grond, binnen is het warm en lawaaierig. Jonge kerels drinken het weekend in, anderen lezen de krant of spelen met de kaarten. Jeanine tapt pinten en giet lambiek, Guy bedient aan de houten tafels. Remco kijkt vanop alle vier de muren goedkeurend toe.

Daniel Rossel kijkt op vanachter zijn laptop. Hij behoort tot een vaste kern van tien, twaalf lokale mensen die Remco helpen en werd op vraag van papa Evenepoel secretaris van de supportersclub. Hij en Patrick Evenepoel kennen elkaar al lang: ze komen uit dezelfde streek, zijn fan van Anderlecht en hebben allebei gekoerst. In de vroege jaren 80 reed Rossel voor ploegen als Tönissteiner en Lotto. Hij won onder andere een rit in de Ronde van Spanje en de Grote Prijs José Samyn, maar stopte op zijn 26e, na vier seizoenen. ‘Ik vond mezelf niet goed genoeg om tot mijn 35e te koersen en dan weer naar de fabriek te trekken. Daarbij kwam nog het feit dat we in die periode met andere toestanden te maken hadden.’

Vandaag heeft Rossel de handen vol met Remco Evenepoel. Naast de ‘moederclub’ in Schepdaal werden er het afgelopen jaar nog drie andere officiële fanclubs opgericht: Geraardsbergen, Henegouwen en Luik. ‘En daar zal het ook bij blijven.’ Het merk R.EV1703 werd officieel gedeponeerd, en dus mogen handelaars het enkel gebruiken met de expliciete toestemming van vader Evenepoel. Een lokale frituur wilde graag een Remcohamburger serveren, maar dat feestje ging niet door. Kwestie van de Remco-indigestie te vermijden.

‘We proberen de drukte rond Remco een beetje in de hand te houden, hem wat te beschermen. We werken nauw samen met Patrick Lefevere en de ploeg. Zo dachten we dit jaar nog een fandag te organiseren, maar gezien de drukte van het programma hebben we beslist om dat op te sparen voor volgend jaar. Hoe je leeft in de winter, dat maakt of kraakt je seizoen. Dat vergeten veel mensen.’ Veel is Remco overigens niet in het land. Hij traint veel in het Spaanse Calpe, waar hij een appartement huurt. Rossel: ‘Hij zit dicht bij het hotel waar wijlen Serge Baguet fietsvakanties organiseerde. Een Belgisch koppel baat dat uit, en bij die mensen kan Remco altijd terecht. Ze halen hem ook af van de luchthaven en zo. Zijn mama is dat een tijd geleden allemaal gaan regelen.’

Geel

Wie met Remco mee naar de koers gaat, keert altijd met straffe verhalen terug. Daniel vertelt hoe hij Remco op het WK in Innsbruck op het grote scherm tegen de vlakte zag gaan. Hoe papa Evenepoel naast hem bijna uit zijn vel knapte toen zijn zoon maar geen nieuw wiel kreeg. Hoe de vader van een buitenlandse concurrent in het voorbijgaan miespelde: ‘Spijtig, hé. ‘ Hoe Remco weer op de fiets stapte, begon te klimmen en het beeld vervolgens een minuut wegviel. Hoe Remco bij het volgende shot opnieuw op de plaats stond waar hij gevallen was. Hoe ze niet begrepen hoe dat kon. En hoe Remco achteraf vertelde dat hij was teruggedraaid om zijn powermeter op te rapen. Daniel Rossel schudt het hoofd. ‘Die gast is zó vastberaden. Zó moet het, dát ga ik doen. Al staat hij vanbinnen op ontploffen, hij blijft heel cool, heel kalm. Die zelfzekerheid… mocht je hem niet kennen, dan zou je het kunnen verwarren met arrogantie, maar dat is het dus niet.’

Het logo van Remco Evenepoel verwijst naar het postnummer van Schepdaal.
Het logo van Remco Evenepoel verwijst naar het postnummer van Schepdaal.© loes geuens

Af en toe fietsen ze samen naar Geraardsbergen om een koffie te drinken – ‘steendood ben ik dan’- maar wijze raad heeft Remco al lang niet meer nodig, zegt Rossel. ‘Over de koers en het parcours hoef je hem niets meer te leren. Hij bereidt zich maniakaal voor. Google Earth, naar oude wedstrijden kijken, daar is hij zeer veel mee bezig. Neem nu de Ronde van België, waar Remco in de leiderstrui stond en Tim Wellens aanviel in de Ardennenetappe, op de Roche aux Faucons. Wellens doet daar eigenlijk een beetje hetzelfde als in Luik-Bastenaken-Luik en Remco had die beelden zodanig bestudeerd dat hij op voorhand precies wist wat er ging gebeuren. Hij anticipeerde en deelde zijn beklimming perfect in.’

Over de nieuwe Eddy Merckx spreekt niemand in café In De Rustberg. Merckx is Merckx. Punt. Maar wat als Remco ooit de Tour wint? Daniel Rossel lacht. ‘Ah, Guy zijn café helemaal in ’t geel.’ Guy schuift aan. ‘Oh, da’s nog lang, jong. Misschien eerst de olympische kleuren.’ Hij haalt een iPad boven en scrolt door de foto’s. Remco met Guy, Remco met de kleinzoon van Guy, Remco die doet alsof hij een heel grote pint drinkt – ‘Hij drinkt niet. Hij vraagt altijd een warme Cécémel uit het fleske‘ – en een foto van Felix Goossens, met zijn 88 jaar de oudste supporter. Felix ligt in de kliniek met een R.EV1703-pet op zijn hoofd en een lidkaart van de supportersclub in zijn hand. Guy: ‘Toen Remco eens hier was, heeft hij Felix opgebeld, om hem courage te wensen.’ Felix is intussen opnieuw vaste klant in café In De Rustberg.

Als hij thuis is, springt Remco regelmatig binnen. Daniel Rossel: ‘Hij is graag onder de mensen. Na het seizoen is hij bijvoorbeeld twee dagen op bezoek geweest bij het Nederlandse gastgezin waar hij tijdens zijn PSV-periode verbleef. Samen met Dario, zijn neef en boezemvriend. Remco heeft af en toe behoefte aan de gewone dingen in het leven.’

De stemmen in het café klinken almaar luider. Verse regen plenst over de kale akkers van Schepdaal. Aan de horizon blikkert nog even de skyline van Brussel. In café In De Rustberg worden er kaarten gelegd en pinten gedronken. Morgen is het pensenkermis.

Ik word kampioen, ik word kampioen

Ik word kampioen, ik word kampioen

Ik word ka-aaaa-kampioen

(Uit: De Kampioen, Urbanus)

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier