Remco Evenepoel en Dylan van Baarle: de vreemde eenden in de bijt der WK-favorieten

Dylan van Baarle en Remco Evenepoel reden op het WK vorig jaar al samen voorop. © Getty
Jonas Creteur
Jonas Creteur Redacteur bij Sport/Voetbalmagazine

Veel trainen en weinig competitiedagen: de rode draad doorheen de voorbereiding van de topkandidaten voor de wereldtitel bij de mannen, zondag in Wollongong. Daarop zijn Remco Evenepoel en Dylan van Baarle de grote uitzonderingen.

47. Zoveel koersdagen staan er tot dusver op de teller van Wout van Aert, inclusief vier eendagswedstrijden na de Tour. Zijn totaalaantal competitiekilometers dit seizoen, voor de start van het WK op de weg: ‘slechts’ 8088. De Jumbo-Vismarenner staat daarmee op plaats 512 (!) van de ranking van Procyclingstats.com.

Iets hoger op die ranglijst, op plaats 484, met 8295 racekilometers in 2022: Tadej Pogacar, verdeeld over 50 competitiedagen, waarvan vijf na de Tour.

Wat lager, op plaats 587, met 7651 competitiekilometers in 2022: Mathieu van der Poel, gespreid over 47 competitiedagen. Aantal wedstrijden sinds zijn opgave in de Tour: vijf, waarvan twee kermiskoersen, en de mixed relay van afgelopen woensdag.

Op plaats 311, met 55 koersdagen en 9401 wedstrijdkilometers in de benen: Michael Matthews, de Australische thuisfavoriet in Wollongong. Aantal koersdagen sinds zijn deelname aan de Tour: vijf.

Op plaats 387, met 8919 racekilometers in 53 wedstrijddagen: Biniam Girmay. Aantal opgespelde rugnummers sinds begin augustus: 11.

Rode draad doorheen de seizoenen van die vijf WK-favorieten: niemand overschrijdt de kaap van de 55 koersdagen. Ter vergelijking: in de voorbije 25 jaar telden amper twee wereldkampioen minder racedagen voor ze hun wereldtitel behaalden: Mario Cipollini in 2002 met…53. En de onnavolgbare Oscar Freire met 34 en 13 (!) wedstrijddagen, in 2001 en 1999.

Een statistiek die veel zegt over het beperkte competitiemenu dat veel toppers dezer dagen op hun bord leggen. Via meer focus op specifieke trainingen en hoogtestages proberen ze frisser te zijn voor de grootste afspraken (monumenten, grote rondes en WK), weliswaar gespreid over een heel seizoen.

Tadej Pogacar klopte in de jongste GP Montréal Wout van Aert in de sprint. © Getty
Combinatie Vuelta/WK

Dat staat in contrast met de voorbereiding van die andere favoriet voor de wegrit: Remco Evenepoel. Die echter vooral van de Vuelta zijn hoofddoel maakte. En door zes andere rittenkoersen in het eerste halfjaar van 2022 af te werken al aan 10.581 racekilometers over 66 wedstrijddagen zit.

Van échte frisheid, nochtans zijn codewoord voor de Vuelta, is er bij de Quick-Steprenner logischerwijs geen sprake meer. Toch niet in de mate van bovengenoemde namen.

Drie weken vol koersen voor een goed klassement in de Vuelta wordt dan ook niet (meer) als de ideale WK-voorbereiding beschouwd. Dat blijkt ook uit de aanwezigheid in Wollongong van andere renners die in de top 25 van de Ronde van Spanje zijn geëindigd.

Naast Evenepoel welgeteld nog vijf: João Almeida (5e in Madrid), Ben O’Connor (8e), Jai Hindley (10e), Jan Polanc (11e) en Sergio Higuita (23e) – van wie niet toevallig twee Australiërs die voor eigen publiek zullen rijden.

Dat zo weinig klassementsrenners de Vuelta en het WK combineren heeft ook te maken met het parcours in Wollongong. Meer geschikt immers voor de klassieke types dan voor de klimmers, ondanks de 4000 hoogtemeters. En voor een deeltje ook met de degradatiestrijd in de WorldTour: Alejandro Valverde (twaalfde in de Ronde van Spanje) moet immers thuisblijven. Hij moet voor Movistar in het najaar nog kostbare punten sprokkelen in de Europese eendagskoersen.

Anonieme Vuelta

Hoewel Van Aert en co hun competitiedagen en -kilometers beperkten, zijn er ook niet-klassementsrenners/allrounders die de Vuelta reden. Al zijn ze op twee handen te tellen: Ethan Hayter, Ben Turner, Daryl Impey, Bob Jungels, Dylan van Baarle, Fred Wright, Nelson Oliveira, Marc Soler én regerend wereldkampioen Julian Alaphilippe. Die had de competitiekilometers nodig na zijn zware val in Luik-Bastenaken-Luik.

Voor Jungels, Van Baarle, Wright, Oliveira en Soler was dat geen factor: die hadden zelfs eerder al de Tour de France gereden. Toch was hun manier van koersen in de Vuelta heel verschillend. Terwijl Wright en Soler vele keren meestreden voor een ritzege (met succes, voor de Spanjaard), koersten Jungels en Van Baarle er drie weken vrij anoniem rond. De Luxemburger, die in de Tour al een rit won, ging wel één keer mee in de ontsnapping, met een achtste plaats op de klim naar Monasterio de Tentudía als resultaat.

Dylan van Baarle en Remco Evenepoel tijdens de afgelopen Vuelta. De ene reed er anoniem rond, de andere pakte de eindzege. © Getty
Beproefd (oud) recept

Hun WK-voorbereiding staat haaks op die van de topfavorieten, maar was in het eerste decennium van deze eeuw wel steevast hét succesvolle recept voor een gouden medaille: van 2001 tot 2010 had de wereldkampioen télkens de Vuelta in de benen. Wel opvallend: negen van die tien keer reed die de Ronde van Spanje niet helemaal uit, om fris genoeg te zijn voor het WK.

Alleen Cadel Evans was in 2009 de uitzondering op de regel: na een derde plaats in het eindklassement van de Vuelta veroverde hij in Mendrisio de regenboogtrui – niet toevallig op een zwaar klimparcours met 4600 hoogtemeters.

In de tien daaropvolgende jaren (exclusief het atypische coronaseizoen 2020, toen de Vuelta na het WK geprogrammeerd werd) bleek de Ronde van Spanje minder het juiste pad richting de wereldtitel.

Voor slechts drie wereldkampioenen: Philippe Gilbert in 2012 (inclusief zijn eerste twee seizoenszeges na een kwakkelseizoen), Peter Sagan in 2015 (opgegeven na acht ritten na een botsing met een motor) en Alejandro Valverde in 2018 (goed voor twee ritzeges en een vijfde plaats in het eindklassement).

Dat die laatste de enige wereldkampioen is die ook hoog in het algemene klassement van de Vuelta eindigde, had toen ook te maken met het loodzware parcours in Innsbruck, met ruim 4700 hoogtemeters. Toen kwamen de vele afgelegde klimkilometers in de Vuelta wel van pas, zoals in 2009 ook voor Cadel Evans in Mendrisio.

Frisheidtheorie

De kans is reëel dat in Wollongong de frisheid van Pogacar, Van der Poel en Van Aert na ruim zes uur koersen hen een beslissend voordeel zal opleveren, wanneer op de Mount Pleasant nog een laatste keer wordt doorgetrokken.

Maar evengoed doen Dylan van Baarle of Bob Jungels een gooi naar de regenboogtrui, na hun ‘aparte’ voorbereiding, via de Vuelta.

Niet te vergeten: de Luxemburger won in 2018 Luik-Bastenaken-Luik en de Nederlandse kilometervreter droomde na zijn zege in de jongste Parijs-Roubaix al luidop van het WK in Australië. Vorig jaar was Van Baarle ook al tweede op het WK in Leuven. Als enige renner uit de top vijf die de Ronde van Spanje had gereden (inclusief een opgave na 18 ritten, na een val op zijn heup).

Toen zaten er wel drie weken tussen het einde van de Ronde van Spanje en de wegrit op het WK. Dat is dit jaar twee weken. Minder recuperatietijd dus. En deze keer vindt het wereldkampioenschap Down Under plaats, met een lange vliegtuigreis en jetlag als extra belasting.

Unieke dubbel

Voor Remco Evenepoel kwam daar nog eens de WK-tijdrit bovenop, waarin hij niettemin derde werd. Nadat de Schepdaalnaar naar eigen zeggen wel een van zijn beste wattagewaardes ooit had getrapt, en vooral in het bochtenwerk tijd had verloren op wereldkampioen Tobias Foss.

De inspanning te veel? Of kan hij zondag, na een zware afvallingskoers, nog eens zo’n straf solonummer uit zijn benen schudden? En kiepert hij zo alle frisheidtheorieën in de vuilbak door goud te veroveren?

Remco Evenepoel behaalde al brons in het WK tijdrijden in Wollongong. © Belga Image

In dat geval zou Evenepoel een unieke dubbel realiseren, als eerste Vueltawinnaar (sinds de Ronde van Spanje in 1995 naar augustus/september verschoven werd) die ook de wereldtitel op de weg verovert. En zelfs als eerste groterondewinnaar met WK-goud in hetzelfde seizoen sinds Greg LeMond in 1989 de gele én de regenboogtrui aantrok.

En nog straffer: als zelfs pas vierde renner in de geschiedenis die daar nog een zege in een monument heeft bovenop gedaan, na Bernard Hinault in 1980 (Luik-Bastenaken-Luik, Giro, WK), Eddy Merckx in 1971 (Milaan-Sanremo, Luik-Bastenaken-Luik, Ronde van Lombardije, Tour en WK) en Alfredo Binda in 1927 (Ronde van Lombardije, Giro en WK).

Logischer zou zijn dat de Quick-Steprenner explosiviteit zal tekortschieten op een omloop die vooral geschikt is voor de explosieve ‘punchers’ – Evenepoel weegt naar eigen zeggen ook drie kilo lichter dan toen hij in Luik-Bastenaken-Luik op de top van Le Redoute wegknalde.

Logischer zou ook zijn dat hij in de diepe finale frisheid zal tekortkomen ten opzichte van Tadej Pogacar en co. En dat de recente trend van minder competitiekilometers in aanloop naar een groot doel bevestigd wordt.

Maar Evenepoel heeft al meermaals getoond dat wielerlogica op hem niet van toepassing is. Zondag ook in Wollongong?

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier