Robbe Ghys: ‘Ik was van plan mijn fiets aan de haak te hangen’

© KOEN BAUTERS

Hij werd ooit bestempeld als de nieuwe Iljo Keisse, maar zelf spiegelt hij zich vooral aan Michael Mørkøv. Uittredend zesdaagsewinnaar Robbe Ghys heeft een duidelijk carrièrepad voor ogen, terwijl hij na de Spelen van Tokio nog kennismaakte met het beruchte zwarte gat.

‘Hij kan het goed uitleggen, hé?’ Zich liefdevol ontfermend over hun in juli geboren baby Nox, heeft Amber Cannoodt het interview van haar vriend op de achtergrond gevolgd. Robbe Ghys is niet alleen snel met de pedalen, lang hoeft hij ook nooit naar zijn woorden te zoeken. Dat afgezaagde cliché over het spreekdebiet van de Limburgers mag definitief de prullenmand in.

Voor de fotoshoot leidt Ghys ons de trappen op van het huis in Brakel dat hij met zijn gezin sinds de lente van vorig jaar betrekt. Boven ontvouwt zich een weids uitzicht over het glooiende landschap. ‘Mensen zeggen wel vaker dat ze spontaan een vakantiegevoel krijgen wanneer ze hier komen.’

Ghys is een kamer aan het inrichten die dienst zal doen als krachthonk en entertainment room – de tweevoudige winnaar van de zesdaagse van Gent is een fervent gamer. Tegen de muur staan twee ingekaderde truien te wachten om te worden opgehangen, souvenirs aan zijn Europese titels ploegkoers uit 2017 (U23) en 2018 (elite).

De komende periode echter zal Ghys zich in deze ruimte in eerste instantie moeten concentreren op zijn linkerknie. Noodgedwongen. Door een patellapeesontsteking heeft de 25-jarige vijfdejaarsprof een streep moeten trekken door het WK baanwielrennen. ‘Die knie is een blijvend aandachtspunt. Van bij de beloften al. Het is ooit begonnen door met een verkeerd paar schoenen te rijden. Zolang ik mijn stabilisatieoefeningen doe, heb ik er geen last van, maar ik had al een tijdje mijn oefeningen niet meer gedaan. In Izegem Koers zat ik op een reservefiets die niet honderd procent stond afgesteld en in de Ronde van Luxemburg was het helemaal prijs, toen ik mijn knie tegen mijn stuur stootte. Daardoor kreeg ik wat botoedeem: te weinig voor een inspuiting of behandeling en dus niet zo erg, maar het WK kwam jammer genoeg te vroeg. Afspraak nu dus in de zesdaagse van Gent.’

Het eerste gevoel dat bij me opkomt als ik aan de zes-daagse denk? Stress. Je mag de prestatiedruk daar niet onderschatten. Zeker als Belg.’

ROBBE GHYS

Wat is het eerste gevoel dat bij je opkomt wanneer je aan de zesdaagse denkt?

Robbe Ghys: ‘Stress, hé. Je mag de prestatiedruk daar toch niet onderschatten. Als Belg, en zeker als renner van Sport Vlaanderen-Baloise, is dat dé gelegenheid om je voor eigen publiek te tonen. Op andere meetings kun je dat hooguit eens een uurtje in de ploegkoers, in Gent sta je een week lang in de schijnwerpers. Ik ben er altijd op gebrand om daar sterk voor de dag te komen.’

Kun je er dan ook nog van genieten?

Ghys: ‘Bij momenten, niet altijd. Verleden jaar bijvoorbeeld was het een zalige week. Amber had me de dag voor de zesdaagse verteld dat ze zwanger was. Ik leefde sowieso al op een wolk. En dan met het afscheid van Kenny (De Ketele, nvdr) … Dat moment dat ik achter zijn rug de speaker had ingelicht dat Kenny de baanronde zou rijden en ik iedereen recht op de banken wilde krijgen en zijn naam horen roepen… Een herinnering voor het leven.’

Aan het eind stonden jullie ook op het hoogste podiumtrapje, voor de tweede opeenvolgende keer.

Ghys: ‘Die laatste was ook de mooiste overwinning. We hebben de zesdaagse vorig jaar echt gedomineerd, er was geen discussie mogelijk over wie de beste ploeg was. Ik denk dat ik toen de beste Robbe was die ik ooit ben geweest. Ik kon blijven gaan. Op een bepaald moment zei Kenny: ‘Stop, het is genoeg, ze weten dat we de beste zijn.’ Maar ik ging nog eens. De volgende aflossing riep Kenny: ‘Allez, jongen, grote ballen, grote ballen!’ Om te zeggen: ‘Jij durft nogal.’ Prachtige momenten.’

Huilend de piste af

Hoe is iemand uit Limburg ooit in het Kuipke in Gent beland?

Ghys: ‘In mijn familie koerste er eigenlijk niemand. De koersliefhebber thuis, dat was ik. Als klein manneke zat ik altijd voor tv naar de cyclocross te kijken. Ik wilde ook zelf beginnen te koersen, maar thuis vonden ze dat te veel gedoe: ‘Ga maar gewoon voetballen.’ Tot ik met mijn eigen spaarcentjes mijn eerste koersfiets kon kopen: een tweedehands voor 200 euro van Massimo Vanderaerden, de zoon van Eric, die ook in Linkhout (deelgemeente van Lummen, nvdr) woonde. Zo ben ik halfweg het seizoen, toen ik twaalf was, begonnen met koersen, eerst nog in combinatie met voetbal.

‘Jos Geurts, mijn begeleider bij mijn toenmalige ploeg Sport en Moedig Genk, raadde me aan om eens van alle disciplines te proeven voor ik nieuweling werd: mountainbiken, cyclocross, piste. Zo trok ik op een dag met François Lambrechts, de pistecoach van Limburg, naar een initiatie in Gent. Ik begon aan buitenmeetings deel te nemen en omdat me dat goed afging, schreef ik me op mijn veertiende in aan de Topsportschool in Gent. Ik zat samen in de klas met Gerben Thijssen en Sacha Weemaes. De mooiste tijd van mijn leven. Ik heb me daar super geamuseerd, mijn beste kameraden leren kennen. En Amber leren kennen. Zij zat ook op school in de Voskenslaan, zij volgde het gewone middelbaar. We zijn al samen sinds 2015. ’

Ging je toen al naar de zesdaagse?

Ghys: ‘Ik was al eens voordien met mijn vader geweest. Met de Topsportschool gingen we traditioneel de woensdag. We supporterden dan voor de jongens van het zesde middelbaar die aan de Toekomstzesdaagse deelnamen.’

Kenny De Ketele en Robbe Ghys vieren hun overwinning in de Gentse zesdaagse van vorig jaar.
Kenny De Ketele en Robbe Ghys vieren hun overwinning in de Gentse zesdaagse van vorig jaar. © KOEN BAUTERS

Jouw naam komt niet voor in de annalen van de Toekomstzesdaagse.

Ghys: ‘Nee, ik ging die rijden, maar ben ziek geworden de dag dat hij begon. Het jaar erop (2016, nvdr) ben ik onmiddellijk gedebuteerd bij de profs, de editie van Bradley Wiggins en Mark Cavendish. In ’t Kuipke had ik hooguit twee keer een uurtje gereden, nog nooit een ploegkoers. Ik zat alleen maar te denken: ik mag hier vooral geen fouten maken. Als ik Wiggins of Cav doe vallen, is mijn carrière voorbij.’

Je eindigde met de Duitser Marcel Kalz elfde en laatste op 57 ronden. Je moet geweldig hebben afgezien.

Ghys: ‘Bizar genoeg helemaal niet. Ik ging normaal met Christian Grasmann rijden, een meer ervaren Duitser, maar die was ziek. De dag voor de wedstrijd hadden ze Marcel Kalz als vervanger opgetrommeld. Een sprintkanon, zeiden ze, maar hij kwam ongemotiveerd en ongetraind aan. Tijdens de eerste jacht zei hij: ‘Niet aanvallen, gewoon blijven zitten.’ Omdat hij zelf niet kon. Ik ben de hele jacht in het peloton gebleven zonder een trap te geven maar verloor wel negen ronden. Een koude douche. Van alle kanten demareerden ze langs me heen, ik had het gevoel dat ik er alleen maar was om de hoop te vullen. Na die eerste ploegkoers ben ik huilend van de piste gestapt.’

En toen?

Ghys: ‘Ik zat samen in de cabine met Kenny en Moreno (De Pauw, nvdr), met wie ik in die tijd al meereed in de ploegenachtervolging. Zij vingen mij op. Kenny zei: ‘Robbe, kalm, jouw tijd komt. Probeer je straks te tonen wanneer je alleen in de baan bent: in de baanronde, de scratch, de puntenkoers, de afvalling…’ Ik maakte de klik en begon er plezier in te vinden.’

Ontgoocheld in Lotto

Je was vorig jaar geëmotioneerd bij De Keteles afscheid.

Ghys: ‘Het deed pijn om Kenny te moeten afgeven. Ik heb heel veel aan hem te danken. Hij heeft me alles geleerd: de techniek, de koers lezen, het trainen. Hij heeft me ook op de fiets gehouden op de momenten dat ik het niet meer zag zitten en wilde stoppen met koersen.’

Was je dat echt van plan?

Ghys: ‘Na Tokio heb ik even heel diep gezeten. Dat najaar heb ik nog zeven koersen op de weg gereden, waarvan zes keer de finish niet gehaald. Ik was niet op niveau.’

Zo ontgoocheld na jullie gemiste medaille in de olympische ploegkoers?

Ghys: ‘Nee, helemaal niet. Kenny kan die koers niet herbekijken, maar ik heb de beelden ondertussen al zes keer opnieuw gezien en voel vooral trots omdat we er zo dichtbij waren en op die manier hebben gekoerst. Na Tokio had ik gewoon geen doel meer. Twee jaar lang had ik elke koers met Tokio in het achterhoofd gereden. Die vijftig minuten olympische ploegkoers waren in een vingerknip voorbij. Ik kreeg achttien dagen rust, ben naar Frankrijk op vakantie gegaan, maar toen ik de trainingen moest hervatten, had ik geen drive meer. Had Kenny toen niet elke dag aan mijn deur gestaan of berichten gestuurd om te gaan trainen, was ik nu misschien geen renner meer.

In de zesdaagse vorig jaar was ik de beste Robbe ooit, ik kon blijven gaan. Kenny riep: ‘Grote ballen, grote ballen!’’

ROBBE GHYS

‘Kenny motiveerde me om toe te werken naar het WK piste in Roubaix. We behaalden daar dan brons in de ploegkoers, maar ik had het gevoel dat ik had gefaald. Ik was daar zeker niet slecht, maar Kenny was outstanding en zonder mijn dip in de voorbereiding hadden we wereldkampioen kunnen worden. Met dat wrange gevoel ben ik als een bezetene begonnen te trainen voor de zesdaagse van Gent. Ik prentte me in: dit jaar klopt niemand ons.’

Na die zesdaagse hangt De Ketele de fiets aan de haak en moet jij tot de Spelen in Parijs nog bijna drie jaar overbruggen. Dreig je op zo’n moment opnieuw je motivatie te verliezen?

Ghys: ‘Ik vreesde dat ik in een zwart gat zou belanden, maar op dat moment kwam Lotto-Soudal polsen of ik interesse had om bij de ploeg te komen, voor afgelopen seizoen dus. Voor mij was dat geweldig: een WorldTourploeg die mij wilde, ik was goed bezig. Kurt Van de Wouwer ging mij iets laten weten. Een paar dagen voor hij me zou contacteren vernam ik toevallig dat Cedric Beullens de vacante plaats had ingenomen. En van Kurt hoorde ik helemaal niets meer. Hij kent mij nochtans van bij de U23 van Lotto. Ik was daar zo van aangedaan dat ik me voornam: volgend jaar gaan ze spijt hebben dat ze me niet hebben aangenomen. Ik zou eindelijk ook eens mijn kwaliteiten op de weg laten zien. Ik moet toegeven: toen ik na het voorbije BK las dat Arnaud De Lie een lead-out had gemist, terwijl ik daar zelf een prachtige lead-out had gedaan (voor Weemaes, nvdr), heb ik me daar wel in verkneukeld.’

Schijtkoers Gent-Wevelgem

Wordt de sprint aantrekken ook jouw rol op de weg bij je nieuwe ploeg, Alpecin-Deceuninck?

Ghys: ‘Ik zal zeker als lead-out worden ingeschakeld, voor Jasper Philipsen en Kaden Groves. Maar de ploeg zal ook iets kleinere koersen aanduiden waar ik voor eigen rekening mag rijden. Ze vinden het belangrijk dat ik de voeling met het finalerijden niet verlies. Dat was een verschil met de aanbieding van Team DSM, waar ik op de piste ook nog wel mijn eigen ding had mogen doen maar op de weg fulltime knecht zou zijn geweest in de sprinttrein van Alberto Dainese.

‘Ik zie mezelf niet als een echte sprinter, mijn kwaliteit is dat ik me in massasprinten makkelijk kan plaatsen. Ik heb de feeling van op de piste om op de juiste momenten te kunnen aangaan en snel de juiste beslissingen te nemen. Mijn sterkte is een zittende versnelling te plaatsen zoals ik op de piste altijd doe. Ik denk dat ik daarom de perfecte lead-out kan zijn. Ik spiegel mij aan Michael Mørkøv. Als ik op termijn in de buurt kom van wat hij heeft bereikt, zal ik een mooie carrière hebben gehad.’

Klopt het dat je ook naar Quick-Step kon?

Ghys: ‘Ja, daar waren ze ook heel duidelijk: ze zochten een vervanger op termijn voor Mørkøv. Dat was natuurlijk een hele eer. Maar ze wilden mij pas vanaf 2024, terwijl ik voor drie jaar naar Alpecin-Deceuninck kon.’

Robbe Ghys: ‘Ik moet het klassieke werk aankunnen, al kan ik niet goed tegen regen en kou.’
Robbe Ghys: ‘Ik moet het klassieke werk aankunnen, al kan ik niet goed tegen regen en kou.’ © KOEN BAUTERS

Bij de beloften was je in 2017 derde in de Omloop Het Nieuwsblad en vierde in Parijs-Roubaix. Hoe zie je jezelf evolueren in het klassieke werk?

Ghys: ‘Ik denk dat ik dat moet kunnen, al ben ik iemand die niet goed tegen de regen en de kou kan. Maar ik denk dat ze mij ook op dat vlak bij Alpecin-Deceuninck zullen kunnen helpen. Jonas Rickaert zegt vaak dat ik grote ogen zal trekken als ik zal zien hoe professioneel de begeleiding bij die ploeg is. Ik kijk daar echt naar uit.’

In de jongste Gent-Wevelgem reed je de finale in de groep achter het ontsnapte viertal met winnaar Biniam Girmay.

Ghys: ‘Op twee kilometer van de streep rijdt Søren Kragh Andersen nog weg uit onze groep. Ik twijfel om mee te springen, maar maak de fout om dat niet te doen. Kragh wordt nog nipt vijfde. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik zo’n finale reed. Achteraf was ik wel heel trots dat ik kon meesprinten voor plek zes. Mijn vijftiende plaats voelde als een overwinning.’

En dan te bedenken dat je vorig jaar in Wevelgem laatste eindigde.

Ghys: ‘Dat is het ironische. Ik vond Wevelgem een schijtkoers, met die wind, dat slechte weer… Helemaal mijn ding niet. Vorig jaar zat ik mij vooraf al af te vragen waar ik er nu weer zou worden afgereden. Maar ik zat toen in die negatieve spiraal. Dit jaar had ik mij er volledig anders op ingesteld. Ik kwam over de streep en maakte me de bedenking: dju toch, Robbe, je hebt in je carrière wel al wat kansen laten liggen. Oké, ik ben nog maar 25, maar een carrière duurt maar tien of vijftien jaar, hé.

‘Vroeger zei ik ook vaak: als ik olympisch kampioen ploegkoers word in Tokio of Parijs, hang ik de fiets onmiddellijk aan de haak. Ik was iemand die kickte op competitie, maar niet bijzonder graag fietste. Ik kon geen alledaagse toerist zijn. Maar ik heb me volledig hervonden. Ik kan nu ook genieten van het trainen. Ik denk dat ik het wielrennen volledig heb ontdekt.’

Remco gevloerd

Op de weg gaf Robbe Ghys voor het eerst zijn visitekaartje bij de profs af door de openingsrit van de Baloise Belgium Tour te winnen in 2021. In Maarkedal vloerde hij toen in de sprint niemand minder dan Remco Evenepoel. ‘Toen ik Remco op het WK bezig zag, moest ik daar onmiddellijk aan terugdenken. Het lijkt alsof hij niet versnelt, maar hij zet je op elk moment van de koers onder druk: bergop, bergaf, op het vlakke. Op het WK rijdt hij Aleksej Loetsenko al op de vlakke stukken morsdood. Ik heb in die rit in de Baloise mijn beste waarden over vijftig minuten ooit gereden. In het wiel, hé! Ongelooflijk hoe hard hij rijdt. Gelukkig zat ik in de vroege vlucht en moest ik Remco’s echte explosie niet meemaken. Toen hij bij mij kwam, was hij al een tikkeltje minder en zat hij vooral met het klassement in zijn hoofd.’