Van Andrej Zintsjenko over ‘Froomigal’ tot het getal zes: het ABC van de Vuelta

Froome verloor in 2016 in een niet zo bijzondere etappe alle kans op eindwinst in de Vuelta © GETTY
Jonas Creteur
Jonas Creteur Redacteur bij Sport/Voetbalmagazine

De voorbije 76 edities van La Vuelta ciclista a España stonden bol van de opvallende figuren, mooie anekdotes, aparte locaties en (zeer steile) beklimmingen. Een overzicht van A tot Z.

Dit stuk verscheen in de Vueltagids van Sport/Voetbalmagazine. Ontdek hier wat u nog meer kan vinden.

Andrej Zintsjenko

De obscure Rus die vooral naam maakte door zijn hattrick in de Vuelta van 1998. Drie ritzeges, onder meer op de Alto de Navacerrada, behaalde hij er voor de kleine Spaanse ploeg Vitalicio-Seguros, al dan niet op verboden brandstof. Twee jaar later voegde Zintsjenko daar nog een etappezege op de Lagos de Covadonga aan toe. Zijn erelijst telt verder amper zes overwinningen, waaronder ritten in de Rondes van Asturië, Portugal en Alentejo.

Bernabéustadion

In de thuishaven van Real Madrid eindigde in 2002 de slottijdrit van de Vuelta. De Spanjaard Aitor González reed er leider Roberto Heras in extremis uit de goudgele leiderstrui. Madrid is sinds 1979 meestal het eindpunt van de Spaanse ronde, op 1985 (Salamanca), 1986 (Jerez de la Frontera) en drie keer Santiago de Compostella (1993, 2014, 2021) na. In de jaren 50, 60 en 70 waren vooral Bilbao en San Sebastián het slotdecor.

Capitán

De naam van het hotel waar Miguel Indurain definitief de remmen dichtkneep in de dertiende rit van de Vuelta in 1996, zijn allerlaatste racedag als prof. Nadat hij in de Tour als vijfvoudig winnaar onttroond werd door Bjarne Riis, behaalde de Banestorenner begin augustus wel de olympische tijdrittitel in Atlanta. Tegen zijn zin moest Indurain daarna starten in de Vuelta, die hij sinds 1991 niet meer had gereden. Opgelegd door de teamsponsors, die hem ook in Spanje aan het werk wilden zien.

Het bekwam Indurain slecht, want in de twaalfde etappe zakte hij door het ijs op de Alto del Naranco. Om daags erna, richting de Lagos de Covadonga, de parking van Hotel Capitán op te rijden, waar zijn ploeg verbleef. Het trieste einde van een illustere carrière.

Danke

Het dankwoordje van de Duitser Bert Dietz voor Laurent Jalabert na de twaalfde rit van de Vuelta in 1995. De Telekomrenner leek na een ruim 200 kilometer lange vlucht en bijna zeven uur fietsen op weg naar de zege op de Sierra Nevada. Tot de Fransman hem in de ultieme hectometers bijhaalde, maar hem weer voorbij liet. Dietz veroverde zo de mooiste overwinning uit zijn loopbaan. Een groots gebaar van Jalabert, die in die editie (nota bene de eerste Vuelta ooit die ná de Tour de France gereden werd) vijf ritten won en de eindzege pakte.

Bert Dietz
Bert Dietz© GETTY

Eric Vanderaerden

Op een leeftijd van 21 jaar en 69 dagen werd Eric Vanderaerden in 1983 de jongste Belgische ritwinnaar in de Vuelta – en dat is hij nog altijd. In Teruel versloeg de renner van het Jacky Aernoudtteam de Italiaan Beppe Saronni in de tweede etappe. In de elfde rit naar Logroño zou Vanderaerden dat nog eens herhalen.

Twee maanden later baarde de 21-jarige Limburger nog meer opzien toen hij de Tourproloog won, in Fontenay-sous-Bois. Als nog altijd jongste naoorlogse Belgische winnaar van een etappe in de Ronde van Frankrijk.

Eric Vanderaerden
Eric Vanderaerden© BELGAIMAGE

Froomigal

In 2016 verloor Chris Froome de Vuelta door de zogenoemde ‘Hinderlaag bij Formigal’ (ook ‘Froomigal’ genoemd) – het zou de titel van een western kunnen zijn. Cowboys Alberto Contador, Nairo Quintana en Alejandro Valverde schoten toen in een schijnbaar ongevaarlijke etappe van 118 kilometer het peloton aan flarden. Froome en zijn Sky-indianen lieten zich verrassen en zagen Contador en co niet meer terug. Resultaat: de Brit moest tweeënhalve minuut prijsgeven, waardoor Quintana zijn rode leiderstrui definitief veiligstelde.

Gamonal

Mei 1997. In het Cantabrische gebergte stapt Miguel Prieto, de slechtziende directeur van de Spaanse blindenloterij ONCE en sponsor van de gelijknamige wielerploeg, een bijzonder steil paadje naar boven. Wanneer hij de cijfers van de klim bestudeert – 12,5 kilometer, maximaal stijgingspercentage van ruim 23 procent – herinnert Prieto zich de woorden van Vueltabaas Enrique Franco. Die had op de voorstelling van zijn ronde luidop gedroomd van nieuwe, heroïsche beklimmingen die het blazoen van de afgebladderde Vuelta moesten opblinken.

Niet veel later schrijft Prieto een brief naar señor Franco. ‘In Asturië’, pent hij, ‘ligt een berg genaamd La Gamonal. Die kan de Italiaanse Passo di Mortirolo overtreffen.’ Het voorstel valt niet in dovemansoren. Twee jaar later, in 1999, steekt Franco La Gamonal, of de Alto de l’Angliru, voor het eerst in het Vueltaparcours. Het werd een voltreffer, want geen Spaanse berg spreekt intussen meer tot de verbeelding dan het Monster van Asturië.

Herrera

Luis Alberto ‘Lucho’ Herrera, uitkomend voor Café de Colombia, werd in 1987 de eerste Zuid-Amerikaanse winnaar van de Vuelta, én van een grote ronde. Twee jaar ervoor was De Kleine Tuinman ook al de eerste renner uit Latijns-Amerika geworden die de bolletjestrui in de Tour de France had veroverd. Een klassement dat Herrera ruim twee maanden na zijn eindzege in Spanje nog eens zou winnen. In 1989 deed hij dat ook in de Giro. De Colombiaan is met Federico Bahamontes zo nog altijd de enige renner die zich in de drie grote rondes tot beste klimmer kroonde.

Íñigo Cuesta

De Spanjaard die de meeste deelnames aan de Vuelta op zijn naam heeft staan: 17 – op rij bovendien, van 1994 tot 2010. Cuesta reed daarnaast zevenmaal de Tour en drie keer de Giro. Opvallend: de renner uit Burgos bleef, na zijn eerste jaren bij Euskaltel en ONCE, niet plakken bij Spaanse ploegen. Hij reed ook vier jaar voor Cofidis, drie seizoenen voor CSC en twee jaar voor Cervélo.

Íñigo Cuesta
Íñigo Cuesta© GETTY

Jiménez

Renners met deze achternaam hebben de meeste ritzeges behaald in de Vuelta: 18 stuks, verdeeld over zes renners: Antonio, Eladio, Joaquín, José María, Julio en Nemesio. Van hen was (intussen wijlen) José María Chaba Jiménez de succesvolste, met negen etappezeges, allemaal aankomst bergop. Opvallend: het is al van 2005 geleden, met Eladio, dat er nog eens een Jiménez een Vueltarit won.

José Maria Jiménez
José Maria Jiménez© GETTY

Kas

Het legendarische Spaanse team, gesponsord door de gelijknamige limonadefabrikant, dat 25 jaar in het peloton actief was, van 1958 tot 1979, en van 1986 tot 1988. Kas won liefst tien keer het ploegenklassement van de Vuelta, tussen 1964 en 1979. Het bleef wel steken op vijf eindzeges, met Francisco Gabica (1966), José Manuel Fuenté (1972 en 1974), José Pesarrodona (1976) en Seán Kelly (1988).

Luik

De enige Belgische plaats waar ooit een Vuelta-etappe arriveerde, in de editie van 2009, die begon in het Nederlandse Assen. Na drie ritten bij onze noorderburen staken de renners, na een start in Venlo, in de vierde etappe de grens over. André Greipel was in Luik de snelste in een massasprint.

Melchor Mauri

16 mei 1991. De Vuelta nadert zijn apotheose wanneer aan de vooravond van de 53 km lange tijdrit ene Eufemiano Fuentes naar zijn koelbox wijst. ‘Hierin zit de sleutel voor de Vuelta’, orakelt de ploegdokter van ONCE. Een dag later raast Melchor Mauri, kopman van de loterijploeg, over de wegen nabij Valladolid. Hij smeert Miguel Indurain ruim een minuut aan de broek en wint op zijn 25e zijn eerste en laatste grote ronde.

Acht jaar later wordt in West-Vlaanderen de zoon van Wim Vansevenant en Vicky Acke geboren. Vicky’s opa heette Mauritz, terwijl papa Wim, profrenner bij Collstrop, al jaren tegen Melchor Mauri koerst. Het koppel sluit een compromis. De Spaanse familienaam wordt een West-Vlaamse voornaam. Mauri Vansevenant is geboren.

Melchor Mauri
Melchor Mauri© GETTY

Nico Sijmens

De enige Belg die in de 21e eeuw de beste was op een lange aankomst bergop in de Vuelta. En niet de minste: de Lagos de Covadonga, voor de intrede van de Angliru de bekendste berg in de Vuelta. Sinds 1983 werd er al 22 keer de finishlijn van een rit getrokken. Sijmens kwam in 2010 wel pas als … tweede boven. De Spanjaard Carlos Barredo, toen rijdend voor Quick-Step, was de snelste klimmer, maar hij werd zijn zege later ontnomen door een dopingschorsing.

Nico Sijmens
Nico Sijmens© GETTY

Oranje

De kleur van de leiderstrui van de eerste Vuelta-editie, in 1935. In tegenstelling tot de Giro (roze) en Tour (geel) veranderde die kleur geregeld in de decennia erna: oranje ook in 1936, 1942 en 1977, wit in 1941, wit met een rode band tussen 1946 en 1948 en in 1950, goudgeel (amarillo) tussen 1955 en 2009, en rood in 1945 en sinds 2010.

Peelman

De meest onbekende Belgische rittenkaper in de Vuelta: negen stuks verzamelde Eddy Peelman er, tussen 1970 en 1974. Alleen Rik Van Looy (18), Freddy Maertens (13) en Eddy Planckaert (10) behaalden er meer. De zwaargebouwde renner uit Baasrode, die voor gereputeerde ploegen als onder meer Mercier, Rokado en Bic reed, voelde zich thuis in Spanje, want hij veroverde er het overgrote deel van zijn 55 profzeges.

Quick-step

De ploeg van Patrick Lefevere was in de Vuelta al goed voor 35 etappezeges sinds het ontstaan van het team in 2003. Recordhouders zijn Paolo Bettini, die tussen 2005 en 2008 vier keer op rij een etappe won (in 2008 zelfs twee), en Fabio Jakobsen, met twee ritzeges in 2019 en drie in 2021, plus het puntenklassement.

De succesvolste editie (over de drie grote rondes zelfs) was 2017, toen Quick-Step liefst zes ritten wegkaapte, waarvan vier voor Matteo Trentin, één voor Yves Lampaert en één voor Julian Alaphilippe.

Patrick Lefevere
Patrick Lefevere© GETTY

Reynolds-Benotto

De sponsornaam van het huidige Movistarteam toen de Spaanse ploeg in haar oprichtingsjaar 1980 voor het eerst deelnam aan de Vuelta. En daarin ook zijn eerste rit won, met de Fransman Dominique Arnaud. Slechts vier keer kon de ploeg van manager Eusebio Unzué daarna het eindklassement binnenhalen: met Pedro Delgado in 1989, Abraham Olano in 1998, Alejandro Valverde in 2009 en Nairo Quintana in 2016. Twaalfmaal won Unzué met zijn teams wel het ploegenklassement, sinds 1994.

Sarah

De Italiaanse vrouw, werkend als promogirl voor het Saecoteam, die Frank Vandenbroucke leerde kennen in de Vuelta van 1999 en op wie hij stapelverliefd werd. Voor de etappe naar Avila reed VDB met verzorger Freddy Viaene ’s nachts tot bij haar. Hij beloofde Sarah dat hij daags erna zou winnen. Met als inzet: dat ze met hem zou slapen. Zo gezegd, zo gedaan. Aan de poorten van de vestingstad reed Vandenbroucke Mikel Zarrabeitia en co met verbluffend gemak uit het wiel, weliswaar niet op pompwater. De Cofidisrenner kreeg zijn beloning van Sarah. Nooit vermoedend dat die zege in Avila zijn allerlaatste profsucces zou worden.

Tenerife

Eén keer is de Vuelta gestart op de Canarische Eilanden: in 1988 op Tenerife, in hoofdstad Santa Cruz. Ettore Pastorelli won er de openingstijdrit, Iñaki Gastón was de beste in de daaropvolgende etappe in lijn. Op de derde dag snelde BH naar de zege in de ploegentijdrit op het naburige eiland Gran Canaria, in Las Palmas.

Twee jaar eerder was de Vuelta voor het eerst, en voor het laatst, al gestart op Palma de Mallorca, waar proloogspecialist Thierry Marie triomfeerde.

Ullrich

Na zijn Tourzege in 1997 en tweede plaats in 1998 moest Jan Ullrich in 1999 forfait geven voor de Ronde van Frankrijk. Het gevolg van een knieblessure die hij had opgelopen bij een val in de Ronde van Duitsland. De Telekomrenner hervatte half augustus en zou de Vuelta rijden, puur als voorbereiding op het WK in Verona.

Desondanks won Ullrich op de vijfde dag al een bergrit naar Ciudad Rodrigo. Om in de dertiende etappe de leiderstrui over te nemen van Abraham Olano en in de laatste tijdrit naar Avila iedereen te degraderen. De tweede, Alex Zülle, moest liefst tweeënhalve minuut prijsgeven. Het werd de laatste eindzege in een grote ronde voor Ullrich, die twee weken later wel de wereldtitel tijdrijden in de wacht sleepte.

Jan Ullrich
Jan Ullrich© GETTY

Van Hooydonck

Nathan Van Hooydonck hielp vorig jaar Jumbo-Vismakopman Primoz Roglic aan zijn derde opeenvolgende eindzege in de Vuelta. Opvallend, want Belgische ploegmaats van eindwinnaars waren de laatste dertig jaar op één hand te tellen: Ben Hermans als knecht voor de 41-jarige veteraan Chris Horner in 2013 (RadioShack), Frederik Willems voor Vincenzo Nibali in 2010 (Liquigas), Johan Bruyneel, die zelf derde werd (als laatste Belg op het eindpodium), voor Laurent Jalabert in 1995 (ONCE), en Nico Emonds in 1994 voor Tony Rominger (Mapei-Clas).

Wolfshohl

Rolf Wolfshohl schreef in 1965 de Vuelta op zijn naam, vóór eeuwige tweede Raymond Poulidor. Opvallend: de Duitser was begin dat jaar tweede geworden op het WK cyclocross in Cavaria, na Renato Longo en had in 1960, 1961 en 1963 zelfs de regenboogtrui in het veld veroverd. Wolfshohl werd zo de eerste, en voorlopig laatste, ex-wereldkampioen cyclocross die een grote ronde naar zijn hand zette (Jean Robic won in 1947 wel de Tour en drie jaar later het allereerste WK veldrijden).

Xorret de Catí

Een zogenaamde Spaanse muro, in de regio Valencia, bij Castalla: 3,95 kilometer lang, 1097 meter hoog, gemiddeld stijgingspercentage van 11 procent, met pieken tot 17 procent.

In 1998 werd de steile helling voor het eerst opgenomen in het Vueltaparcours. Niet toevallig fladderde wijlen José María Jiménez er al eerste boven, in 2000 en 2004 opgevolgd door naamgenoot Eladio. En later door Gustavo César Veloso (2009), David Moncoutié (2010) en Julian Alaphilippe (2017), die op Xorret de Catí zijn eerste ritzege in een grote ronde behaalde.

Julian Alaphilippe
Julian Alaphilippe© GETTY

Yañez

Felipe Yañez De La Torre kroonde zich in 1979 tot de beste klimmer van de Vuelta en won in totaal drie ritten: in 1979 en 1986 telkens op de Sierra Nevada, en in 1987 in Pamplona. Opvallend: in dat seizoen kwam de Spaanse berggeit uit voor de kleine Belgische ploeg Lucas-Orbea. Daar was Yañez teamgenoot van de jonge, nog onbekende Deen Bjarne Riis.

Zes

Zoveel seconden bedroeg in 1984 de kloof tussen eindwinnaar Eric Caritoux en Alberto Fernández. Het kleinste verschil ooit in het eindklassement van de drie grote rondes. De Spanjaard was in de laatste tijdrit wel 31 tellen sneller dan de Fransman.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier