‘Vandenhaute mogen ze heilig verklaren’

Niemand die de vernieuwde finale van de Ronde van Vlaanderen beter kent dan Patrick De Cridts, alias ‘De Koning van de Paterberg’. Hij velt voor Sport/Voetbalmagazine zijn oordeel.

De Cridts (40) dankt zijn bijnaam aan twee fenomenale sportieve prestaties. In september 2008 beklom de Kluisbergenaar, die suikerziekte heeft, in 24 uur liefst 175 maal de Paterberg. Hij wilde diabetici hoop en zelfvertrouwen geven en aantonen dat de ziekte de fysieke mogelijkheden niet beperkt. Het plan was om 128 de Paterberg op te rijden, omdat zijn dochter Febe in 2002 128 uur voor haar leven gestreden had. Maar na 24 uur had De Cridts met zijn mountainbike 47 beklimmingen méér afgewerkt.

Het strafste moest dan nog komen: twee jaar later beklom hij in zeven dagen 825 keer de steile bult in Kluisbergen, waarvan 187 maal de eerste dag – te vergelijken de hoogte van de Mount Everest… “Ik heb toen bijna achttien uur per dag gefietst, en amper twee, drie uur per nacht geslapen. Pure topsport! Het extreemste wat een diabeet ooit gedaan heeft”, zegt De Cridts, die in die week steun kreeg van peter Paul Herijgers maar ook van Johan Museeuw en profrenners Stijn Vandenbergh en Kenny Deketele. “Zij verklaarden mij zot. Maandenlang heb ik dertig à veertig uur per week getraind, terwijl ik ook een fulltimejob had. Zelfs een trainingsbeest als Museeuw zei dat hij dat in zijn carrière nooit gedaan had.”

‘Jammer dat het droog blijft’Dat Wouter Vandenhaute de finale van de Ronde van Vlaanderen drie keer over zijn geliefde berg laat passeren, juicht De Cridts enorm toe. “Toen dat nieuws bekend raakte, stuurde ik een sms naar mijn vrouw: ‘Ze mogen Vandenhaute heilig verklaren.’ Door die drievoudige beklimming van de Paterberg zal de sportieve waarde van, en het respect voor mijn prestatie nog meer stijgen.”

“Jammer dat het zondag wellicht droog blijft, want anders hadden renners ondervonden hoe lastig en glibberig een nátte Paterberg is. Ter info: ik heb in 2010 350 beklimmingen in de regen gereden… En vooral: nooit in het gootje gefietst.”

Terug naar de roots

Niet alleen voor hem persoonlijk, ook voor de Ronde van Vlaanderen op zich, is de parcourswijziging een goede zaak, vindt De Cridts. “Vlaanderens Mooiste keert terug naar zijn roots: de Vlaamse Ardennen. De Muur mag dan wel een mythische beklimming zijn, het is in de streek rond Oudenaarde, Kluisbergen en Ronse dat de traditie en de naam van Ronde gemaakt werd en de échte strijd geleverd wordt. Ik hoop al twintig jaar dat de aankomst zou verlegd worden naar Oudenaarde, het échte centrum van de Ronde. En nu is het eindelijk zover.”

Het oude parcours had volgens De Cridts een groot nadeel. “Tussen Brakel en de Muur van Geraardsbergen viel het altijd stil, waardoor nog veel slepers hun wagonnetje nog konden aanhaken en er vaak een (te) grote groep aan de Muur begon. De zwaarste kasseihellingen waren dan ook al gepasseerd, terwijl de Oude Kwaremont, Paterberg en de Koppenberg nu veel verder in de finale liggen. Dat maakt het nieuwe parcours mínstens dubbel zo lastig.”

“Die derde keer de combinatie Oude Kwaremont/Paterberg – een uithoudingsberg en een explosieve berg heel kort op elkaar – wordt móórdend, zeker na 240 kilometer. Geloof me: een pannenkoek zal nooit winnen, daarvoor volgen de hellingen elkaar in de finale te vlug op. Er is nauwelijks tijd om te recupereren.”

100 km bikkelen

“Bovendien,” zegt De Cridts, “wordt het gevecht om in een goeie positie aan de hellingen te beginnen, nóg heviger en het risico op valpartijen dus nóg groter. Vroeger had je vooral de strijd voor de Oude Kwaremont – de zogenaamde poort tot de finale -, maar nu zal er hónderd kilometer aan een stuk gebikkeld worden.

“De eerste keer in aanloop naar de Taaienberg, de eerste helling, al na 115 kilometer. Steil en smal, daar móét je al bij de eerste twintig zitten. Zeker omdat het daarna meteen naar de Eikenberg en de Molenberg gaat, nog twee moeilijke kasseihellingen, wat het eerste deel nog eens extra zwaar maakt.”

“Daarna volgen 45 relatief rustige kilometers, over asfaltbeklimmingen als de Rekelberg, Berendries en Valkenberg. En vooral over bredere wegen, waardoor geloste renners de kans krijgen om terug te keren, al kan hen dat later zuur opbreken.”

“Maar dan begint Wereldoorlog III in aanloop naar de eerste beklimming van de Oude Kwaremont. Die begint niet op kilometer 181, maar al tien kilometer vroeger, wanneer de renners de grote weg tussen Oudenaarde en Berchem opdraaien. Een strijd op leven en dood! Wie daar niet vooraan zit, mag de zege vergeten, terwijl winnaar Nick Nuyens vorig jaar wél nog kon terugkeren nadat hij op de Kwaremont achterop geraakt was.”

“Daarna volgen nóg twee beklimmingen, hé. Al zal het peloton dan wel al in meerdere stukken gebroken zijn, waardoor het gewring allicht iets minder wordt. De renners zullen dan wel minder vlug op adem kunnen komen in de Broektestraat, in de smalle asfaltaanloop naar de kasseien van de Kwaremont. Daar viel het vroeger, zodra de posities ingenomen waren, altijd stil, maar nu zullen ze ook daar vlugger doorheen razen. En dus vermoeider aan de Kwaremont beginnen.”

“Hoe dan ook wordt positie kiezen cruciaal. De coureur die het minst gaten moet dichten en het meest vooraan koerst, zal in de laatste lus het meeste overschot hebben.”

Materiaalpech

Er is nog een bijkomend, belangrijk aspect, merkt De Cridts op: “Door die lussen en smalle wegen zal het voor de ploegleiders heel moeilijk worden om bij de renners te raken, waardoor materiaalpech fataal kan zijn. Ploegen zullen dus op veel plaatsen mensen met wielen moeten zetten. En goeie helpers die tot diep in de finale een wiel kunnen afstaan, zullen ook goed van pas komen.

“Ook niet te vergeten: vroeger konden de renners in aanloop naar de Muur nog even bijtanken, maar nu moeten ze cónstant bergop en bergaf rijden, draaien en keren, zonder een echt rustpunt, waardoor het in de finale niet eenvoudig wordt om genoeg te drinken en te eten. Bovendien zullen op die lussen nog veel meer toeschouwers staan dan in de vroegere finale, waardoor renners in die euforie vlugger vergeten om kolen op het vuur te gooien.”

Slechte kasseien

Meer nog dan de Paterberg wordt de Oude Kwaremont – die hij ook al tientallen keren naar boven reed – een cruciale beklimming, volgens De Cridts. “Niet alleen omdat het gewring en de aanloop ernaartoe nog lastiger wordt, maar ook omdat dit dé helling is om het verschil te maken, nog meer dan vroeger op de Muur.”

“Je kunt de Kwaremont opdelen in twee stukken. Een steil stuk tot aan het Kwaremontplein, waar de kasseien er heel slecht bijliggen. Je moet oppassen dat je niet met je voorwiel in de gleuven tussen de stenen terechtkomt. Een juiste lijn kiezen is daar heel belangrijk.”

“Op dit stuk kun je al een kloofje slaan, maar na het Kwaremontplein, op het vals plat met de iets beter liggende kasseien, kun je die voorsprong met de grote versnelling nog meer uitdiepen. Zo’n uithoudingsklim – toch een inspanning van drie, vier minuten – is op het lijf van Fabian Cancellara geschreven. Hij kan daar, als hij super is, tien à vijftien seconden nemen.”

“Ná de top, op het asfalt van de Nieuwe Kwaremont, volgt nog een verraderlijk stuk. De zogenaamde ‘put’, waar de renners eerst een paar honderd meter afdalen en daarna nog een stuk bergop te verwerken krijgen, vooraleer ze linksaf slaan. Ook dit is voor een tijdrijder als Cancellara ideaal om weg te rijden. Zeker omdat je daarna, in de smalle, bochtrijke afdaling naar de Paterberg, voortdurend uit het zicht van de achtervolgers bent. Bovendien kunnen ze geen tijd terugnemen, want wie er te snel rijdt, vliegt uit de bocht. Een koploper moet dus niet meer moeite doen dan de rest om zijn voorsprong vast te houden.”

“Na die gevaarlijke afdaling – veel toeristen hebben daar al vel achtergelaten – draai je rechtsaf naar de Paterberg. In het begin denk je: het valt nog mee, maar na een flauwe bocht zie je een stenen muur voor je liggen. Een groot deel van de wielertoeristen en bijna alle renners weten ondertussen ze dat voor het opdraaien kleiner moeten schakelen, maar velen – zeker in die eerste categorie – maken de fout om meteen hun de kleinste versnelling te gebruiken. Neen, de kunst is om af te bouwen: ik schakelde nog drie keer voor ik het steilste punt bereikte, al zullen de meeste profs het allicht bij een keer houden.”

“Een andere veel gemaakte fout is dat velen te snel beginnen en dan stilvallen op het stuk van twintig procent, terwijl je moet proberen om naar het einde toe te versnellen. Al zal zondag sowieso het merendeel van de renners na 240 kilometer naar boven kruipen. Zeker omdat – in tegenstelling tot in andere koersen – het gootje wordt afgezet met dranghekken en ze op de kasseien naar boven moeten. Dat maakt de Paterberg nog twintig procent lastiger.”

“Voordeel is wel dat de kasseien er meer effen zijn dan op de Oude Kwaremont of op de Muur. Ik vrees wel dat ze er vrij glad zullen bijliggen, want de dagen voor de Ronde en op de dag zelf zullen heel veel auto’s en vrachtwagens naar boven rijden. Die laten altijd wel wat olie en modder achter. Gelukkig voor de renners zal het allicht droog blijven, want anders had het valpartijen geregend en hadden de toeschouwers nog meer spektakel gekregen. Nat of niet: sowieso is het belangrijk om aan de voet zeker bij de eerste drie op te draaien. Een schakelfout van de voorganger en je kunt te voet staan. En dan verlies je héél veel tijd.”

“Wie de Ronde wil winnen, moet volgens mij al weg zijn van op de Oude Kwaremont, want op de Paterberg – hoe lastig hij ook is – een grote kloof slaan wordt moeilijk. Al zullen diegene die op de Kwaremont al op hun limiet zaten, er op het steilste stuk wel onherroepelijk af moeten.”

Vlakke finale

“De afdaling na de Paterberg, die begint op 13,3 kilometer van de finish, is smal, maar niet al te gevaarlijk. En een voordeel voor een eenzame vluchter: je blijft uit het zicht van de achtervolgers. Zodra je beneden in Berchem komt, zit je tussen de huizen ook wat uit de wind, want die blaast daar meestal in het nadeel. Maar wanneer je aan de rotonde in Kerkhove de grote baan richting Oudenaarde opdraait, op 8,6 kilometer van de streep, heb je weer rugwind.”

“Het enige ‘minpunt’ aan de nieuwe finale is dat het stuk tot de finish in Oudenaarde minder lastig is dan dat van de Bosberg tot aan de vroegere aankomst in Meerbeke. Daar zaten nog een paar knikjes in, terwijl de laatste tien kilometer nu zo goed als vlak is. Al denk ik wel dat de beslissing daar al zal gevallen zijn. Daarvoor is het parcours ervoor te lastig. Té zwaar? Een prof die dat zegt, moet de post gaan uitdelen.”

‘Droomparcours voor Cancellara’

Een zaak staat vast, volgens De Cridts: “Het wordt een gigantisch wijze koers. Voor Fabian Cancellara is dit een droomparcours. Hij is mijn topfavoriet, nog meer dan Tom Boonen.”

“Als outsider denk ik vooral aan Stijn Devolder, duidelijk beter dan de voorbije twee jaar. Hij is bovendien dé man om op de niet te onderschatten stukken tússen de hellingen, met een paar verraderlijke stroken vals plat, te demarreren. Ik denk daarbij vooral aan de wegen richting de Hotondberg in Ronse, waar hij de basis legde voor zijn Belgische titel. Stijn heeft bovendien al twee keer bewezen dat hij die inspanning in de laatste tien kilometer kan volhouden.

“Wie veel geld wil verdienen, moet op Dries Devenyns gokken. Hij woont op de Oude Kwaremont, kent het parcours op zijn duimpje, en is al het hele jaar in bloedvorm. Alleen vrees ik dat hij veel voor Boonen zal moeten werken. Al weet je nooit dat hij in een ontspanning kan meegaan en als enige kan overleven.”

Jonas Creteur

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier