Waarom de ‘Grote Drie’ voorlopig de ‘Grote Twee’ is (in onderlinge duels)

De enige cross tot nu toe waar Mathieu van der Poel, Wout van Aert en Tom Pidcock tot diep in de finale streden voor de zege: de WB-manche in Namen, in december 2020. © Belga
Jonas Creteur
Jonas Creteur Redacteur bij Sport/Voetbalmagazine

De ‘Grote Drie’ van het veldrijden, Mathieu van der Poel, Wout van Aert en Tom Pidcock, kruisen zondag voor het eerst dit seizoen de degens. Op basis van onderlinge duels kan je die term echter (nog) niet in de mond nemen.

Na Tom Pidcock in Merksplas (19 november) en Mathieu van der Poel in Hulst (27 november), maakt Wout van Aert zondag in de Wereldbekermanche in Antwerpen zijn rentree in het veld. De eerste cross van dit seizoen ook waarin de Brit, de Nederlander en de Belg aan de start zullen staan. En dus aangekondigd als de eerste strijd tussen de zogenaamde ‘Grote Drie’.

Een term die in de sport, onder meer in de NBA, door de media vaak gebruikt wordt. En vorig jaar voor het eerst veelvuldig opdook in aanloop naar de start van het crossseizoen van Pidcock, Van der Poel en Van Aert. Pidcock was immers in de voorafgaande zomer olympisch kampioen mountainbike geworden, en was in het voorjaar op de weg ook de beste in de Brabantse Pijl (door Wout van Aert te kloppen).

Toen de renner van INEOS Grenadiers in het vorige veldritseizoen ook nog eens zijn eerste wereldtitel bij de profs veroverde en in de afgelopen Tour de rit op Alpe d’Huez won, kreeg de ‘Grote Drie’-benaming de voorbije weken nog meer meewind – ook wij hebben het al neergeschreven.

Opvallend is evenwel dat je van een echte driestrijd nog niet kunt spreken. Toch niet als dat impliceert dat élk van die drie de andere twee al een of meerdere keren heeft verslagen.

Zoals dat wel het geval is in de jarenlange tweestrijd tussen Van der Poel en Van Aert. De eerste keer dat zij als eerste en tweede eindigden dateert dan ook al van 13 november… 2011, de juniorenrace van de cross in Hamme-Zogge.

De vijf jaar jongere Tom Pidcock nam het pas veel later op tegen de ‘Grote… Twee’. De eerste keer nog als 18-jarige belofte, op 14 oktober 2017 in Kruibeke. Mathieu van der Poel won er voor Van Aert, Pidcock eindigde als negende, op 1 minuut en 17 seconden. Het bleef dat seizoen bij die ene keer.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Het seizoen erop (2018/19) maakte de Brit al grotendeels de overstap naar de profs. Alleen in de Wereldbeker kwam hij nog uit bij de U23, goed voor de eindzege in dat klassement. En ook een wereldtitel in Bogense.

Van zijn 21 veldritten bij de elite stond hij zeven keer op het startblad naast Van der Poel en Van Aert. Zes keer kwam hij qua plaats niet in hun buurt: van een 9e tot een 22e stek. Alleen in Gavere kon Pidcock een topvijfplaats bemachtigen, als vierde, 1 minuut en 40 seconden na winnaar Van der Poel, en 1 minuut en 5 seconden na Van Aert, die derde werd.

In zijn eerste volledige veldritcampagne bij de profs (2019/20) bleef de driestrijd ook grotendeels uit. Vooral omdat Van Aert een beperkt programma van slechts zeven crossen afwerkte, wegens een lange revalidatie na zijn zware val in de voorafgaande Tour.

In twee van die veldritten startten ook Van der Poel en Pidcock: in Hoogerheide en op het WK in Dübendorf. Telkens was MvdP de beste én eindigde Pidcock voor Van Aert (mede omdat die nog verre van zijn topniveau benaderde): 7e vs. 8e in Hoogerheide, en 2e vs. 4e in Dübendorf (voor de Brit zijn eerste WK-medaille bij de elite).

Eerder op het seizoen had Pidcock wel al Mathieu van der Poel geklopt: niet toevallig op het zware klimparcours in Gavere – zijn eerste zege in een klassementscross. Van Aert was toen evenwel nog volop aan het revalideren en stond niet aan de start.

Bijna prijs in Namen

Het seizoen erna (2020/21) kwam Pidcock dichter in de buurt van de Nederlander en de Belg: in acht crossen finishte hij vier keer als derde na Van der Poel en Van Aert (in wisselende volgorde), en tweemaal als vierde, onder meer op het WK in Oostende.

Alleen in Namen (weer een klimparcours) leek Pidcock de twee tenoren te kunnen kloppen. In de laatste twee ronden moest hij zijn kleine voorsprong echter prijsgeven, om uiteindelijk als derde te eindigen.

Ook vorig seizoen bleef de driestrijd uit. Deze keer omdat Van der Poel door rugproblemen slechts anderhalve cross afwerkte, in Dendermonde (tweede na Van Aert) en Heusden-Zolder (opgave). Pidcock eindigde er als achtste en tweede, maar telkens ver na de Kempenaar.

Alleen in Baal kon hij zijn achterstand op Van Aert, als tweede, beperken tot 10 seconden. Een dag later won de Brit zelfs in Hulst, waar de Jumbo-Vismarenner vierde werd, weliswaar door een hele race te moeten achtervolgen na kettingproblemen in het begin van de race.

Van der Poel had dan al een punt achter zijn seizoen gezet. Zoals Van Aert ook zou doen na zijn Belgische titel in Middelkerke. Zo lag voor Pidcock de weg open om in Fayetteville (VS) zijn eerste regenboogtrui bij de profs te veroveren.

Nog niet gewonnen

Eindbalans van de tot dusver 20 crossen waarin de jongeman uit Leeds samen met Van Aert en Van der Poel op gang geschoten werd: geen enkele zege voor Pidcock, vier overwinningen voor de Herentalsenaar en vijftien overwinningen voor de Nederlander.

Alleen in Lokeren, in oktober 2018, won een andere renner, Daan Soete, omdat Van der Poel opgaf na een lekke band en Van Aert pas als zesde finishte door een lekke band.

Opgesplitst in duels tussen Pickock en Van der Poel, en Pidcock en Van Aert, krijg je eenzelfde beeld.

In slechts 4 van de 46 crossen met MvdP aan de start eindigde de Brit voor hem: in Gavere 2020 (met winst), in Lokeren 2018 en Heusden-Zolder 2021, door twee opgaves van Van der Poel (zonder zelf te winnen), en zaterdag in Boom, mede door de knieval van ‘Matje’, die zo pas 13e werd.

Tom Pidcock versloeg in december 2020, in de Superprestigecross in Gavere, voor het eerst Mathieu van der Poel.

In de 30 crossen met Van Aert eindigde Tom Pidcock ook slechts drie keer hoger in de uitslag dan de Kempenaar: in Hoogerheide en op het WK Dübendorf (2020), met Van Aert pas terug uit revalidatie, en begin dit jaar met winst in Hulst, waar Van Aert kettingproblemen had.

Uitdaging dus voor de regerende wereldkampioen in Antwerpen, en in andere crossen met Van der Poel en Van Aert (zijn programma is nog niet helemaal bekend): hen álle twee eens kloppen.

Mede door zijn jongere leeftijd en de beperkte veldritprogramma’s van MvdP en WvA de laatste jaren is hem dat nog niet gelukt. Maar om van een échte driestrijd te kunnen spreken is het wel noodzakelijk.

Van Aert op de weg wel al op zijn waarde geklopt

Op de weg troefde Tom Pidcock Wout van Aert wel al eens af: in de Brabantse Pijl van 2021, in een sprint. De zondag erop was de volgorde in de Amstel Gold Race omgekeerd (weliswaar na een uitgebreide studie van de fotofinish). Al is Pidcock er nog altijd van overtuigd dat hij toen heeft gewonnen.

De INEOS Grenadiersrenner kon Mathieu van der Poel nog niet kloppen in een rechtstreeks duel (in de Brabantse Pijl en de Amstel van 2021 stond MvdP niet aan de start). Ze eindigden ook slechts één keer samen op het podium: in Dwars door Vlaanderen van afgelopen voorjaar, waar Van der Poel won, en Pidcock derde werd.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier