Wout van Aert vs. Mathieu van der Poel: alles keert terug, ook in Antwerpen

Wout van Aert en Mathieu van der Poel begonnen op de tweede en vierde startrij, maar eindigden alweer als tweede en eerste. © Belga
Jonas Creteur
Jonas Creteur Redacteur bij Sport/Voetbalmagazine

1. Mathieu van der Poel, 2. Wout van Aert. In hun eerste duel van het crossseizoen, in Antwerpen, keerden de onderlinge waardeverhoudingen én de manier waarop die tot stand kwamen terug, zoals vanouds. Een analyse.

De cross aan het strand van Sint-Anneke begon met een primeur: voor het eerst startte zowel Mathieu van der Poel als Wout van Aert in een veldrit bij de profs niet op de eerste rij. De Nederlander zelfs pas op de vierde, de Kempenaar op de tweede rij.

Het bleek amper een nadeel op de nochtans korte aanloopstrook van 75 meter richting het veld: WvA draaide als tweede op, MvdP in vijfde, zesde positie. Twee kanonstarten.

Aan het einde van de openingsronde namen beide tenoren al de eerste twee plaatsen voor zich. Waarop Van der Poel kort erna zijn vleugels spreidde, en wegvloog van zijn eeuwige rivaal en de rest van het pak. Precies zoals hij in zijn eerste twee crossen van dit seizoen, in Hulst en Boom, had geprobeerd, maar toen tijdelijk en definitief werd achteruitgeslagen door een val.

Deze keer kon niets of niemand hem stoppen: een tweede ronde afgelegd in 8 minuten en 20 seconden, 10 tellen rapper dan de tweede snelste, Michael Vanthourenhout, en 13 dan Van Aert.

In de vierde ronde kneep Van der Poel daar zelfs nog 4 seconden van af: 8 minuten en 16 seconden, 11 tellen sneller dan de tweede rapste, Van Aert.

Daarna was het controleren, en binnenkomen met een voorsprong van 23 seconden op de Herentalsenaar en 34 op Michael Vanthourenhout.

Gewonnen volgens het aloude Mathieu van der Poelrecept: van de nu 144 crossen die hij bij de elite won, liet hij de rest in één derde van de keren al in het eerste kwartier ter plaatse. Bij 27 procent van die zeges soleerde hij van in het tweede kwartier – samen ruim zestig procent.

Telkens door één of twee bliksemsnelle rondes af te haspelen, vaak tot zelfs 10 seconden rapper, zoals in Antwerpen.

Ondanks die dominantie heeft MvdP altijd de kunst verstaan om niet té veel te domineren: 64 procent van zijn 144 zeges behaalde hij met een voorsprong van een halve minuut of minder, waarvan 37 procent tussen de 11 en 30 seconden, zoals ook zondag aan Sint-Anneke.

Geruststellend genoeg om zich nog een foutje te permitteren, of om (relatief rustig) uit te bollen. Zoals alweer in Antwerpen, waar Van der Poel de laatste omloop 15 seconden trager afwerkte dan Vanthourenhout en 6 seconden trager dan Sweeck en Van Aert.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Opvallend: Van der Poel won zo zijn 18e zandcross op een rij, maar totaliseerde volgens de berekeningen van dataspecialist Arie Zijlstra niet eens de snelste tijden in de langste zandpassage voor de finish: 13 seconden trager dan hyperspecialist Laurens Sweeck, 10 tellen trager dan Van Aert en Michael Vanthourenhout.

Weliswaar mede omdat hij als koploper telkens zelf eerst het spoor moest trekken. Het geeft niettemin aan hoe snel Van der Poel vlamde op alle andere stukken.

Voor op schema

Dat uiteindelijk Wout van Aert achter hem als tweede finishte, was ook geen verrassing. Ook al had de Kempenaar vooraf verklaard dat een podiumplaats moeilijk zou worden. ‘Met top tien ben ik al blij.’ Achteraf stelde hij vast dat hij conditioneel toch weer voor ligt op schema.

Zo hield de Jumbo-Vismarenner Vanthourenhout, Sweeck, Iserbyt en Van der Haar achter zich. De ‘Grote Vier’ van het eerste deel van het veldritseizoen, want ze bezetten toen álle podiumplaatsen in de eerste 10 klassementscrossen.

Tot Tom Pidcock, en vervolgens Van der Poel en Van Aert hun intrede in het veld maakten.

Zo werden de aloude waardeverhoudingen weer gerespecteerd: voor de 11e keer op rij finishten Van der Poel en Van Aert als eerste of tweede (of omgekeerd) in een cross die ze beiden beëindigden (exclusief dus MvdP’s opgave vorig jaar in Heusden-Zolder).

De teller van het aantal opeenvolgende crossen, met de ‘Grote Twee’ aan de start, waarin een van hen won staat zelfs al op 32 (Toon Aerts was op 1 november 2018, op de Koppenberg, de laatste die hen kon verslaan). Het aantal keer dat de Nederlander en de Belg in die 32 races de eerste twee plaatsen bezetten: 21, met MvdP 17 maal als de beste.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Series die allicht nog langer waren geweest als Van der Poel vorig seizoen niet had gesukkeld met de rug. En als Van Aert in het seizoen 2019/20, toen hij nog revalideerde na zijn zware val in de Tour, op volle kracht had kunnen rijden.

Pidcock als derde hond

De vraag is of Tom Pidcock zich daar dit seizoen nog zal kunnen tussenwringen. En vooral of hij zowel Van der Poel als Van Aert in een cross zal kunnen kloppen, wat hem in 21 veldritten nog niet is gelukt.

Zoals ook in Antwerpen, waar hij pas achtste werd, mede door een slechte start. Al reed hij ook daarna geen rondetijden die podiumwaardig waren.

Ook dat keerde terug: de Brit en zand, het is geen goed huwelijk. Terwijl hij zich op het zware Tomorrowland-parcours in Boom, afgelopen zaterdag, wel in zijn sas voelde. Of hij Van der Poel, zonder val, had kunnen kloppen, zullen we nooit weten, maar in controlemodus was Pidcock duidelijk de betere van Iserbyt en co.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Het zal wachten worden tot de klimcross in Gavere, op 26 december, op een echte kans voor de 23-jarige jongeman uit Leeds om Van der Poel én Van Aert te kunnen bekampen. En mogelijk te verslaan.

Voor en nadien zullen de Belg en Nederlander hun dominantie verder etaleren. Zoals ze al vele jaren doen, zelfs nu ze meer wegrenners dan veldrijders zijn. Met weliswaar een onblusbare liefde voor de cross.

Ook dát zal blijven terugkeren. En daar mag elke wielerfan blij om zijn.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier