Waarom onwetendheid over een vervuild voedingssupplement geen excuus is voor Toon Aerts

© Belga
Jonas Creteur
Jonas Creteur Redacteur bij Sport/Voetbalmagazine

Toon Aerts heeft van de UCI een schorsingsvoorstel van twee jaar gekregen, nadat bij hem op 19 januari het verboden middel Letrozole Metabolite werd aangetroffen. Volgens hem een ‘veel te zware straf’ voor niet intentioneel gebruik van het product. Voor meer uitleg consulteerden we professor Peter Van Eenoo, hoofd van het dopinglab van de UGent.

Welk product is Letrozole Metabolite en waarom staat het op de dopinglijst?

Peter Van Eenoo: ‘Letrozole staat op de dopinglijst van het Wereldantidopingagentschap WADA onder de sectie 4.1, bij de hormonale en metabole modelatoren. Letrozole is een oestrogeenremmend middel dat normaal wordt voorgeschreven bij vormen van hormoongerelateerde vormen van borstkanker, in de nabehandeling van chemotherapie.

‘Bij mannen vermindert het de bijwerkingen (vrouwelijke vormen) van anabole steroïden, maar gaat het ook de afbraak van testosteron, het mannelijke geslachtshormoon, tegen. Op zich is het niet prestatiebevorderend, maar hoe meer je, via Letrozole, het testosterongehalte kunt opkrikken, hoe beter de spieropbouw en de recuperatie van een atleet, zeker in een zware trainings- en competitieperiode.

‘Letrozole is dan ook teruggevonden bij verschillende atleten, vooral in pure krachtsporten als bodybuilding en gewichtheffen. Maar er zijn ook boksers, roeiers en tennissers op betrapt. Het is dus zeker geen obscuur product.’

Toon Aerts spreekt over een minieme hoeveelheid die bij hem werd aangetroffen: 2,4 nanogram per milliliter. Hoe klein is dat?

Peter Van Eenoo: ‘Dopinglaboratoria moeten minimaal 20 nanogram per milliliter kunnen detecteren, WADA-laboratoria 10 nanogram. Hier in ons dopinglabo in Gent kunnen we zelfs 0,2 nanogram per milliliter opsporen, wat extreem weinig is.

‘2,4 nanogram per milliliter is dus slechts een vierde van de vereiste voor WADA-laboratoria. Dus kan je inderdaad spreken over een minieme hoeveelheid.’

Waarom geldt voor Letrozole geen drempelwaarde van een bepaalde hoeveelheid, maar betekent elke, zelfs minieme, concentratie in de urine een afwijkende test?

‘Voor Letrozole geldt inderdaad een zero tolerance, omdat het behoort tot een klasse (van hormonale en metabole modelatoren, nvdr) waarvoor er geen drempelwaarde bestaat. De periode waarin die producten detecteerbaar zijn is immers korter dan de werking ervan.

‘In het geval van Letrozole verdwijnt dit bij een therapeutische dosis na enkele dagen uit de urine. Afhankelijk wel van hoeveel keer je moet plassen, of er een kleinere of grotere dosis is ingenomen, en hoeveel dosissen in een bepaalde termijn.

‘Maar als je dit inneemt, werkt het resultaat ervan (spieropbouw, door de verhindering van de afbraak van testosteron, nvdr) wel langer door dan enkele dagen. Op training, maar later eventueel ook in competitie.

‘Dat is het verschil met bijvoorbeeld amfetamine, dat maar heel kort prestatiebevorderend is, en waarvoor in competitie wel een drempelwaarde geldt. Iemand die op een feestje XTC gebruikt, en de week erna positief plast, heeft daar tijdens die wedstrijd geen effect meer van. Vandaar die limiet op de gevonden hoeveelheid. Zo niet, dan zouden er veel positieve gevallen zijn voor amfetamine…

‘Zelfs als er slechts éénmaal op x dopingcontroles (bij Aerts naar eigen zeggen twaalf testen op vier maanden, nvdr) een bepaalde, zelfs minieme, hoeveelheid wordt gevonden, dan leidt dit altijd tot een afwijkende test, door het ontbreken van een drempelwaarde.

‘Een minieme hoeveelheid pleit je dus niet automatisch onschuldig. Omdat je het precieze tijdstip van inname nooit met zekerheid kunt bepalen. Als een atleet vandaag een grote dosis inneemt, kan hij binnen enkele dagen zo’n minieme concentratie laten optekenen. Maar neemt hij vandaag een heel kleine dosis in, dan kan hij morgen bij een controle een even minieme hoeveelheid van het product uitscheiden.’

In de verdediging van Toon Aerts zijn de haarstalen cruciaal – vandaar ook zijn lang kapsel. Volgens hem is hij over een periode van vier maanden blootgesteld aan Letrozole. Maar hij testte in die vier maanden slechts één keer op twaalf positief. Hoe kan dat?

Peter Van Eenoo: ‘Zoals aangehaald verdwijnt dit product na enkele dagen uit de urine. Het is mogelijk dat de dopingcontroles telkens buiten de detecteerbare periodes hebben plaatsgevonden (de positieve plas van Aerts was op 19 januari 2022, zeventien dagen na zijn vorige controle, en negen dagen voor zijn volgende op het WK in Fayetteville, nvdr)

‘In haar verdwijnt echter niks. Dat groeit zo’n centimeter per maand. Als je een haar afknipt en onderverdeelt in stukjes van een centimeter, of een halve centimeter, kan je bepalen over welke periode een bepaald product is ingenomen. In het geval van Aerts dus over vier maanden. Wat kan wijzen op de inname in elk van die vier maanden. Maar dat hoeft daarom dus niet per se tot meerdere positieve tests te leiden.’

Zijn er voorbeelden bekend van voedingssupplementen die besmet waren met Letrozole?

Peter Van Eenoo: ‘In ons dopinglabo hebben we dat nog niet vastgesteld. Maar dat betekent niet dat dat scenario niet kan. In het verleden hebben we zelfs op regelmatige basis voedingssupplementen onderzocht, en daar hebben we ongelofelijke vaststellingen over contaminatie gedaan – tot anabole steroïden in vitamine C.

‘Het is een feit dat vrij veel supplementen gecontamineerd zijn. Ofwel per ongeluk, door bijvoorbeeld slechte reiniging van bepaalde instrumenten bij de productie. Of moedwillig verwerkt door de producent. Als je anabolica vindt in producten die de spiermassa vergroten, kan je daar van op aan.’

Hoe kan je als atleet zeker weten dat een voedingssupplement niet besmet is, zoals met Letrozole?

Peter Van Eenoo: ‘Simpelweg: door er geen te nemen. En als je er toch gebruikt, voortgaan op de resultaten van de tests op voedingssupplementen van antidopinglaboratoria, vaak in samenwerking met bonafide fabrikanten. Op die lijsten staan supplementen die zeer waarschijnlijk safe zijn, al ben je zelfs dan niet 100 procent zeker.’

Toon Aert en zijn manager Yannick Prevost verschaften in een persconferentie meer uitleg over de voorstel tot schorsing van twee jaar, opgelegd door het antidopingtribunaal van de UCI. © Belga

Volgens Aerts’ verdediging heeft een labo een vervuild supplement met Letrozole in een geopende ‘container’ gevonden. En is er dus ‘100 procent zekerheid dat het product door contaminatie in het lichaam van Aerts is terechtgekomen.’ Waarom volstaat dit niet voor een vrijspraak?

Peter Van Eenoo: ‘Centraal in de dopingbestrijding staat het principe van strikte aansprakelijkheid. Dit betekent dat elke sporter te allen tijde zelf en persoonlijk verantwoordelijk is voor wat hij gebruikt of poogt te gebruiken. Of wat zich in zijn lichaam bevindt en via een dopingtest vastgesteld is.

‘Ongeacht dus hoe de stof in het lichaam is gekomen. En of het bewust of onbewust was, zelfs als er geen bedoeling was om vals te spelen. Onwetendheid, over in dit geval een vervuild voedingssupplement, is dus geen excuus.’

Aerts krijgt geen schorsing van vier jaar, maar ‘slechts’ twee jaar, omdat volgens zijn verdediging het om niet bewust gebruik gaat. Kan hij in beroep dat nog reduceren?

Peter Van Eenoo: ‘Het is moeilijk om hier een sluitend antwoord op te geven, want daarvoor zou je het hele dossier van de UCI moeten kunnen inzien, en de redenen voor het voorstel tot een schorsing van twee jaar. Je kan er evenwel vanuit gaan dat het antidopingtribunaal in eer en geweten heeft gehandeld, en volgens de regels die straf oplegt.

‘Een atleet kan niettemin een sterke strafvermindering tot x maanden krijgen als hij bepaalde elementen juridisch bindend en ondubbelzinnig kan bewijzen. In het geval van een besmet supplement kan dit alléén als in een geslóten pot een contaminatie wordt aangetroffen.

‘Daar houdt de commissie van een antidopingtribunaal bij een uitspraak zeker rekening mee. Zoals wanneer je met 160 km per uur geflitst wordt op de autosnelweg, maar je bij de politierechter kunt bewijzen dat je je hoogzwangere vrouw naar het ziekenhuis bracht.

‘De open ‘container’ die Aerts heeft aangedragen, geldt echter niet als bewijs, want daaraan kan achteraf iets zijn toegevoegd – waarmee ik niet wil zeggen dat dit is gebeurd. Zolang hij geen gecontamineerde, geslóten pot met voedingssupplementen kan vinden, is de kans op een nog grotere strafvermindering door de UCI, laat staan vrijspraak, heel klein.’

‘Aerts kan na een definitieve uitspraak van het antidopingtribunaal (allicht binnen twee tot drie maanden, nvdr) wel nog in hoger beroep gaan bij het Internationaal Sporttribunaal (TAS). Zoals in het normale rechtssysteem wordt dan het hele dossier opnieuw beoordeeld. Maar ook dan zal Aerts mogelijk nieuwe elementen moeten aanbrengen met oog op strafvermindering.

(Het TAS bevestigde onlangs de schorsing van twee jaar voor de Estse worstelaar Heiki Nabi omdat ook die niet de exacte bron van de contaminatie van een voedingssupplement kon aantonen, nvdr)

‘Zelfs als Aerts bij het TAS dan toch strafvermindering zou krijgen, dan zal het allicht nog minstens vele maanden duren eer er een definitieve uitspraak is. En zal zijn schorsingsperiode (tot 16 februari 2024, nvdr) dan allicht al grotendeels zijn afgelopen.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier