WK-directeur Scott Sunderland: ‘Dit WK komt voor Australië als geroepen’

© FOTO KOEN BAUTERS

Als het WK in Vlaanderen al ongewoon vroeg openbrak, dan wordt ook de regenboogstrijd in Australië een prachtig kijkstuk. Althans dat belooft wedstrijddirecteur Scott Sunderland. ‘Vanaf het eerste wedstrijduur zal iedereen met open mond zitten te kijken.’

Als je denkt dat je Australië kent, heb je het mis. Veel mensen hebben het idee dat Australië vlak en open is en dat alles om de oceaan draait, maar in Wollongong zijn alle elementen aanwezig om voor een dynamisch wedstrijdverloop te zorgen. Het wordt een spektakelstuk en de plaatjes zullen adembenemend zijn.’

Scott Sunderland (55) mag dan wel een halve Belg zijn – hij reed tijdens zijn profcarrière jarenlang in Belgische loondienst, is al 28 jaar getrouwd met een Vlaamse en woont in Gent – wanneer de wereldkampioenschappen straks voor de tweede keer in de geschiedenis in Australië neerstrijken, wordt het voor hem een beetje thuiskomen.

‘Ik ben afkomstig uit Inverell, New South Wales (de deelstaat waar de wereldkampioenschappen plaatsvinden, nvdr). Veel mensen die in de organisatie of als sponsor betrokken zijn, zijn jeugdvrienden. We hebben samen gekoerst vanaf ons vijftiende en zijn daarna allemaal een andere richting uitgegaan. De een is CEO, de ander algemeen directeur. Voor dit WK komen we nu allemaal weer samen. Best cool.’

Jij bent op de komende wereldkampioenschappen wedstrijddirecteur.

Scott Sunderland: ‘Toen het telefoontje kwam met de vraag die taak op mij te nemen, was ik meteen enthousiast. Ik heb in die rol ondertussen ook meer dan tien jaar ervaring. Ik werkte een zestal seizoenen voor Cycling Australia (de Australische wielerfederatie, nvdr), waar ik wedstrijdleider was voor alle nationale kampioenschappen en de wedstrijden van de National Road Series (regelmatigheidscriterium op de nationale kalender, nvdr). Ik stond mee aan de wieg van de Cadel Evans Great Ocean Road Race in 2015, waar ik ook wedstrijddirecteur ben. En sinds 2019 ben ik overkoepelend wedstrijddirecteur bij Flanders Classics.’

Wat houdt je job in?

Sunderland: ‘Ik moet erover waken dat de samenwerking tussen de verschillende organisatie-units gestroomlijnd verloopt. Dat betekent in aanloop naar de wedstrijd heel veel vergaderingen leiden: met het veiligheidsteam, met het medisch team, met de lokale besturen van de betrokken gemeenten, met de politie enzovoort. Een buitenstaander kan zich moeilijk voorstellen hoeveel coördinatie een wielerwedstrijd vereist. Tijdens de race zelf zit ik in de directiewagen met laptop en tablets in de aanslag en concentreer ik me op de wedstrijdradio. Ondanks alle voorzorgen komt het erop aan altijd het onverwachte te blijven verwachten. Een spoorwegovergang die dichtgaat zoals twee jaar geleden in de Ronde van Vlaanderen, een brand op het parcours zoals vorig jaar in de Druivenkoers, een voertuig dat plots het parcours komt opgereden. Je moet elk moment klaar zijn om de koers te neutraliseren of een andere oplossing te bedenken.’

Het is de hoogste tijd om het wielrennen in Australië opnieuw op gang te trekken.’

Scott Sunderland

Corona en oorlog

Wat betekent dit WK voor het Australische wielrennen?

Sunderland: ‘A hell of a lot. Het kon op geen beter moment komen. Het is de hoogste tijd om het wielrennen in Australië opnieuw op gang te trekken. De Tour Down Under en de Cadel Evans Race, zowel bij de mannen als bij de vrouwen onze twee grootste internationale wedstrijden, zijn de voorbije twee seizoenen vanwege corona geannuleerd. Zelfs op nationaal niveau is maar hooguit een vijfde van de wedstrijden doorgegaan. Zeker voor de jeugdcategorieën is zo’n hiaat van twee jaar een ramp. Als Belofte is je kans op een profcontract zo goed als verkeken: je hebt niet kunnen koersen en bent twee jaar ouder. De komende tijd zal uitwijzen hoe groot de uitval is en wat de uiteindelijke impact van corona op het Australische wielrennen is. Sommigen zullen er beter mee zijn omgegaan dan anderen. Voor het baanwielrennen en mountainbiken is het waarschijnlijk iets minder moeilijk geweest, maar wegwielrennen is bij uitstek een discipline waar je het tegen elkaar moet kunnen opnemen en competitie-ervaring moet kunnen opdoen.’

Scott Sunderland: 'Ik deed echt shitty jobs om op korte tijd veel te verdienen, want van dat geld moest ik zes tot negen maanden in Europa zien te leven.'
Scott Sunderland: ‘Ik deed echt shitty jobs om op korte tijd veel te verdienen, want van dat geld moest ik zes tot negen maanden in Europa zien te leven.’© FOTO’S KOEN BAUTERS

Hoe groot was de vrees dat ook het WK niet zou kunnen doorgaan?

Sunderland: ‘Op een bepaald moment kom je tot een punt dat je zegt: we gaan ervoor, wat er ook moge gebeuren. Het succes van de wereldkampioenschappen in Vlaanderen heeft velen van ons geïnspireerd. Het gaf ons hoop en hernieuwde energie, want het was heel even kantje boord. We vroegen ons af of we met deze riskante onderneming konden doorgaan. We waren geld aan het spenderen, terwijl Australië helemaal op slot ging. Australië heeft meer dan anderhalf jaar met lockdowns geworsteld. Het vliegverkeer moest helemaal vanaf nul weer opstarten. Had je vroeger elke dag een internationale vlucht, dan waren er bij de heropstart maar twee per week. Pas met kerstavond vorig jaar heb ik tickets kunnen boeken om in januari voor het eerst sinds de corona-uitbraak naar Australië terug te keren. Tot zolang had het geduurd dat je in quarantaine moest voor je weer het land in kon.’

Hoeveel toeschouwers verwachten jullie?

Sunderland: ‘In de officiële communicatie is sprake van 300.000 toeschouwers. Zelf zeg ik: als we dat aantal niet halen, is er iets mis. Op het WK vorig jaar waren er alleen al in Leuven op één dag 300.000 mensen. Ik verwacht heel veel mensen van binnen Australië, temeer omdat ze de voorbije twee jaar amper wielerwedstrijden konden bijwonen en dus ontzettend naar dit evenement uitkijken. Wat de internationale belangstelling betreft, is het afwachten. Australië is natuurlijk België niet: centraal gelegen en omringd door wielerminnende landen met hoge bevolkingsaantallen. Van deur tot deur is het dertig uur reizen. Mensen lijken wel opnieuw met vertrouwen internationaal te reizen en het vliegverkeer draait weer op volle toeren, maar het blijft onvoorspelbaar hoe corona dit najaar evolueert. En er is een oorlog aan de gang, die mogelijk ook mensen zal afschrikken.’

Mijn oorspronkelijk voorstel was om de lus over Mount Keira verderop in te lassen, maar bij de UCI hadden ze een sprinters-WK in gedachten.’

Scott Sunderland

Hoe populair is wielrennen bij het Australische publiek?

Sunderland: ‘De populairste sporten zijn cricket en football. In Australië hebben we twee football codes: Australian football en Rugby League. Daarnaast is er natuurlijk nog het zogenoemde European football, het voetbal dat we in Europa kennen. Qua populariteit kan wielrennen aan deze sporten niet tippen. Het brede publiek kent alleen de Ronde van Frankrijk. En wie een klein beetje in de sport thuis is, kent ook de klassieke monumenten. In de eerste plaats Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen. Mensen zijn gefascineerd door de kasseien in Roubaix en de massa volk in de Ronde. Dankzij de Ronde van Vlaanderen weten ze dat Vlaanderen in België ligt en België in Brussel.’ (lacht)

Waar komt jouw liefde voor de koers vandaan?

Sunderland: ‘Ik heb de microbe meegekregen via mijn vader. Toen hij jonger was, in de jaren 50 en 60, heeft mijn vader samen met zijn broers nog gekoerst. Hij woonde helemaal in het noorden van New South Wales. Om met wielrennen geld te verdienen, moest je in die tijd naar Sydney. Op de weg en op de piste waren de wedstrijden best wel lucratief, vergelijkbaar met wat je in België kon verdienen. Maar van bij hem thuis naar Sydney was het bijna 900 kilometer, twee reisdagen. Mijn vader werkte voor een groothandel in landbouwmaterialen. Hij had welhaast zijn job moeten opgeven om telkens naar Sydney te kunnen reizen en uit te zoeken of hij het als wielrenner kon maken of niet. Hij heeft die sprong niet gewaagd. Misschien had hij daar wel spijt van, want later, toen mijn broer en ik zes en zeven jaar waren en we al verhuisd waren, is hij weer beginnen te fietsen en kocht hij ook fietsen voor ons. We deden twee trainingen per week en op zaterdag hadden we een wedstrijd. In de zomer reden we op openluchtpistes, in de winter op de weg.’

Scott Sunderland: 'In het tijdperk dat ik koerste, trok ik naar een vuurgevecht met slechts een handvol stenen op zak.'
Scott Sunderland: ‘In het tijdperk dat ik koerste, trok ik naar een vuurgevecht met slechts een handvol stenen op zak.’© FOTO KOEN BAUTERS

Schop onder de kont

Wanneer wist je dat je wielrenner wilde worden?

Sunderland: ‘Toen ik vijftien was. Ik deed ook aan hardlopen, was behoorlijk goed op de 800 en de 1500 meter en had aan de staatskampioenschappen kunnen deelnemen, maar mijn hart klopte nog meer voor het wielrennen. Op mijn vijftiende werd ik kampioen van New South Wales op de weg. Mijn beslissing stond vast.’

Om als Australiër een wielercarrière te kunnen uitbouwen, moest je naar Europa.

Sunderland: ‘Ja, maar mijn pad liep eerst nog via Amerika. Toen ik achttien was, was ik het allemaal een beetje beu en vroeg ik me af welke richting ik met mijn leven uit wilde. Naar de universiteit gaan en beginnen te werken? Of toch maar die wielercarrière? Maar waar zou me dat brengen? Kon ik daar geld mee verdienen? Europa leek zo ver weg. Er was geen internet en als je een wielermagazine wilde lezen, kreeg je dat met de boot een maand nadat het gedrukt was.

‘Ik had een vriend die in Amerika woonde. Toen hij zeventien was, kwam hij terug naar Australië. Hij stelde voor eens mee te doen aan de Ronde van Texas. Hij kende daar mensen. Ik dacht: waarom niet, tenslotte moet ik íéts doen. We zijn drie maanden naar Amerika gegaan om daar te koersen tegen nationale amateurteams met jongens als Jesper Skibby en John Talen. Een heel ander niveau, voor mij een schop onder de kont. Toen ik thuiskwam, ben ik als een bezetene beginnen te trainen en won ik in Australië zowat elke race waar ik van start ging. Op mijn negentiende werd ik nationaal kampioen, een zogenaamd ‘open’ kampioenschap: profs en amateurs dooreen. Daarna nam ik deel aan de Commonwealth Bank Race, een amateurkoers waar ook teams uit Europa aan meededen. Ik fietste me in de kijker en kreeg een aanbod om met een Zwitserse amateurploeg wedstrijden te rijden. Het begin van mijn avontuur in Europa.’

Het betekende niet bepaald in je comfortzone blijven.

Sunderland: ‘Ik had geen idee waar ik aan begon. Alleen al een paspoort verkrijgen was maanden werk, want ik moest naar Sydney op en af en alles verliep via de reguliere brievenpost. Mijn familie was ook niet rijk genoeg om de vliegtickets te betalen. In het tussenseizoen deed ik allerhande really shittyjobs. Het maakte me niet uit wat, als ik maar op korte tijd veel verdiende, want van dat geld moest ik zes tot negen maanden in Europa zien te leven. Ik werkte in slachthuizen, draaide soms dubbele shifts: kuiswerk, het zware tilwerk, van alles, behalve dieren doden, want daarvoor was ik te jong, zeiden ze. Ik werkte van zes uur ’s morgens tot twee uur ’s middags, ging naar huis, at iets, deed een dutje en vertrok op training. Trainen en werken: dat was het enige wat ik deed, want ’s avonds was ik gewoon doodop.’

In 2001 won Scott Sunderland de GP Pino Cerami.
In 2001 won Scott Sunderland de GP Pino Cerami.© FOTO KOEN BAUTERS

Wat was je drijfveer?

Sunderland: ‘Ik denk dat ik mezelf wilde uitdagen. Ik had de drang om uit te zoeken hoever ik kon geraken. Ik wilde koste wat het kost naar Europa om te ervaren wat wielrennen echt was. En wees maar zeker: ik mocht al snel aan den lijve ondervinden hoe hard het eraan toeging… Ik reed met de Zwitserse amateurploeg mee tussen de profs in Parijs-Nice in 1988, de zevende en laatste eindzege van Seán Kelly. Ik zie me nog zwoegen in de gruppetto. Maar ik reed wel uit. Twee jaar later kreeg ik een contract bij TVM, het begin van mijn profcarrière die zou duren tot eind 2004. ‘

WK voor Poggiotypes

Voor wie jouw carrière niet heeft meegemaakt: wat voor renner was jij?

Sunderland: ‘Ik had niet de pk’s om mijn wil op te leggen, ook al omdat ik in een tijdperk koerste dat ik naar een vuurgevecht trok met slechts een handvol stenen op zak (de epotijd, nvdr). Maar ik koerste te graag om er daarom de brui aan te geven. En ik was tactisch heel goed. Ik kon de wedstrijd goed lezen, wist waar ik vooraan moest zitten en wanneer het zou gebeuren. Kwaliteiten die me later ook hebben geholpen als ploegleider. Na mijn rennerscarrière was ik een jaar of vijf ploegleider in het team van Bjarne Riis, maar mede door rugproblemen ben ik uit de volgwagen gestapt om uiteindelijk aan de organisatorische kant terecht te komen.’

Waardoor de Ronde van Vlaanderen nu zowaar door een Australiër wordt geleid.

Sunderland: ‘Ik was ploegleider bij Riis in de periode dat Wouter Vandenhaute zijn plannen voor Flanders Classics aan het aftoetsen was. Zo zijn Wouter en ik een paar keer samen gaan lunchen. Niet veel later ontving ik een uitnodiging voor de lancering van Flanders Classics (in 2010, nvdr) en nadien zijn we steeds contact blijven houden. Op een gegeven moment vroeg Wouter me om directeur te worden van de Great War Remembrance Race (een eendagswedstrijd in het West-Vlaamse Heuvelland die eenmalig in 2018 werd georganiseerd, nvdr). Een Australische koersdirecteur voor een race die de Eerste Wereldoorlog zou herdenken: dat leek Wouter wel passend, gezien het historische aandeel van het Anzac (Australian and New Zealand Army Corps, nvdr). Als wedstrijddirecteur bij onder meer de Australische federatie en de Cadel Evans Race had ik intussen natuurlijk ook de nodige ervaring opgedaan. Een jaar later, in 2019, volgde het aanbod om overkoepelend directeur te worden van alle wedstrijden van Flanders Classics, waar Wouter meer uniformiteit wilde creëren.’

En nu dus, als het ware tussendoor, ben je wedstrijddirecteur van het WK. Had je een hand in het parcours?

Sunderland: ‘Voor ik destijds naar Europa kwam, woonde ik bijna twee jaar in Sydney (de hoofdstad van New South Wales, nvdr). Een van mijn beste vrienden was van Wollongong, waardoor ik vaak in die omgeving trainde. Ik ken de streek dus goed. Het is op mijn advies dat de wegwedstrijden bij de elite van start gaan in Helensburgh: een klein stadje, maar met ruimte om er alles neer te poten. Dankzij die aanloop van een dertigtal kilometer kunnen we de ruige kustlijn met de prachtige kliffen in beeld brengen. Iedereen zal het eerste wedstrijduur met open mond zitten te kijken.

‘Ik heb ook hard geijverd voor de lus over Mount Keira, een klim van bijna negen kilometer met een piek tot vijftien procent. Mijn oorspronkelijk voorstel was een WK van negen ronden op het stadscircuit en na de derde en zesde ronde de lus over de Keira. Maar bij de UCI hadden ze een sprinters-WK in gedachten. Uiteindelijk zijn ze akkoord gegaan om de Keira op te nemen, om de regio in beeld te kunnen brengen, maar we doen de lus slechts eenmaal, helemaal in het begin.’

Wie zie je op dit parcours naar voren komen?

Sunderland: ‘De Mount Pleasant op het stadscircuit is best pittig. De klim vereist veel explosief vermogen en de aanloop ernaartoe is technisch, waardoor je als kopman op een sterk team moet kunnen rekenen om goed gepositioneerd te zitten. Pure sprinters, type Fabio Jakobsen, gaan de Mount Pleasant niet overleven. Caleb Ewan zal de benen moeten hebben van vorig jaar in Milaan-Sanremo en op een eendrachtige Australische ploeg moeten kunnen rekenen. Alexander Kristoff zou dit parcours in zijn jongere jaren hebben aangekund, maar nu heb ik mijn twijfels. De favorieten zijn de mannen die je op de Poggio vooraan verwacht: Julian Alaphilippe, Mathieu van der Poel, Tadej Pogacar en ja … Wout van Aert. ‘

‘Veiligheid renners staat voorop’

In zijn profcarrière, van 1990 tot eind 2004, nam Scott Sunderland zelf acht keer deel aan het WK, met als beste resultaat een zevende plaats in 2000, de door Romans Vainsteins gewonnen editie in Plouay. Daarmee was hij pas de zesde Australiër die bij de profs een toptienplaats behaalde in de regenboogstrijd op de weg, na Hubert Opperman (8e in Floreffe 1935), Donald Allan (9e in Ostuni 1976), Phil Anderson (9e in Altenrhein 1983), Allan Peiper (10e in Ronse 1988) en Stephen Hodge (8e in Stuttgart 1991). Sunderlands zevende plaats bleef het beste Australische resultaat ooit op een WK tot de zilveren medaille van Robbie McEwen twee jaar later in Zolder.

Nauwelijks twee jaar voor het WK van Plouay leek Sunderlands carrière nochtans voorbij. In de Amstel Gold Race 1998 maakte hij als Palmansrenner deel uit van de kopgroep toen hij door de TVM-volgwagen van zijn ex-ploegleider Cees Priem werd aangetikt en voor de wielen van zijn eigen volgwagen belandde. Een lange revalidatie wachtte, Sunderland werd 21 procent arbeidsongeschikt verklaard en zou zich nooit meer voelen als voorheen. ‘Ik ondervind nog altijd veel hinder van die val’, zegt hij. ‘Als ik een dag in de directiewagen heb gezeten, heb ik ’s nachts en daags nadien rugpijn. Het herinnert me er als wedstrijddirecteur telkens aan dat de veiligheid van de renners prioritair is.’

Scott Sunderland

GEBOREN 28/11/1966 Inverell, Australië

PROFTEAMS

TVM (1990-1994) Lotto- Isoglass (1995-1996) Gan (1997) Palmans-Ideal (1998-2000) Team Fakta (2001-2003) Alessio-Bianchi (2004)

BELANGRIJKSTE OVERWINNINGEN

Trofeo Pantalica (1991)

Nokere Koerse (1998)

GP Pino Cerami (2001)

GP Fourmies (2001)

DEELNAMES GROTE RONDES

2X Giro

2X Tour

3X Vuelta

Australisch wielrenner van het jaar

SIR HUBERT OPPERMAN TROPHY 1992