Wout Van Aert en Mathieu van der Poel: ze zijn niet zo lief, meneer

Wout Van Aert in achtervolging op Mathieu van der Poel. © BELGA
Jonas Creteur
Jonas Creteur Redacteur bij Sport/Voetbalmagazine

De perceptie: Wout Van Aert en Mathieu van der Poel zijn o zo lief voor elkaar. De werkelijkheid: de loopgraven tussen de twee zijn dieper dan ze zelf laten blijken. Relaas van een koude veldritoorlog die zondag op het WK meer dan ooit verhit wordt.

“Iets negatiefs over Mathieu? Ik zou het niet weten. Naast de koers komen we perfect overeen. Zoals het moet. We hoeven toch niet met modder te gooien?” Aldus luidde het antwoord van Wout Van Aert toen VRT-reporter Renaat Schotte na de cross in Overijse, op 11 december, opwierp dat hij zo lief was voor Mathieu van der Poel. Die had hem nochtans net op bijna een minuut gereden. De Nederlander beaamde de woorden van de Belg: “Buiten de wedstrijden komen we goed overeen… Denk ik.”

Al voor de start in Overijse hadden beiden, in een interview met HUMO, de rivaliteit gerelativeerd. Ze benadrukten hoe sympathiek ze elkaar vinden, hoe ze van elkaar appreciëren dat ze bij verlies geen excuses zoeken. Het is ook de perceptie bij de waarnemers. Sunwebmanager Jurgen Mettepenningen, Paul Herijgers, Bart Wellens: allemaal vertelden ze de voorbije maanden hoe braaf beide tenoren voor elkaar zijn, met name verbaal. Het was, na een nochtans fel duel in Namen, zelfs de titel van een artikel in Het Nieuwsblad, waarin Van der Poel en Van Aert nog eens de onzin van een heel klein beetje oorlog beklemtoonden. De wereldkampioen wenste zijn collega per sms zelfs beterschap toen die vorige zomer een knieoperatie onderging. Want, beseft Van Aert, én Van der Poel: ze hebben elkaar nodig. “Ik win liever met Mathieu erbij, anders vinden de mensen het normaal als ik win. Hem kloppen is dé reden waarom ik zo hard train”, aldus de Belg in HUMO. Hetzelfde bij Van der Poel: “Zonder Wout zou ik sneller op het veldrijden uitgekeken zijn.”

Je zou bijna denken dat ze op kerstavond samen Stille Nacht hebben gezongen. Maar dat is niet zo. Tussen de regels, en soms erop, kon je horen en lezen hoe de toon tijdens het seizoen steeds grimmiger werd. Al van in het begin van dit seizoen fluisterden insiders uit beide kampen zelfs: “Niet dat Wout en Mathieu elkaars bloed kunnen drinken, maar de spanning tussen hen is veel groter dan ze zeggen. Gezellig keuvelen? Nooit.”

Dat bleek ook uit de beelden na het ‘brave’ interview in Overijse, net voor de podiumceremonie. Van der Poel tuurt er met gekruiste armen strak naar beneden. Een meter verder staart Van Aert, slurpend van zijn recupdrank, even star voor zich uit. Oorverdovend stil. Na andere crossen valt evenzeer op hoe de wereldkampioen achter het podium babbelt met Laurens Sweeck of Tom Meeusen, maar Van der Poel straal negeert.

Dat doen, volgens insiders, vaders Adrie en Henk, nog méér. “Een interview met die twee? Onmogelijk. Ze gunnen elkaar geen blik” – iets wat Wout Van Aert vorig jaar al schoorvoetend bevestigde in HUMO. Nota bene in een dubbelgesprek met ploegleider/vriend Niels Albert, wiens relatie met zijn ex-teammanager/zelf omschreven halfbroer Christoph Roodhooft intussen ook is bekoeld. Onder meer omdat Albert, na zijn gedwongen rennerspensioen, als ploegleider naar Vastgoedservice verkaste, ondanks een mondelinge deal met Roodhooft.

Die is dan weer de huidige teammanager van… Mathieu van der Poel. Geen toeval, want vader Adrie gaf Roodhooft, ook een ex-veldrijder, al advies toen die junior was. Een band die beiden jaren later opnieuw aanknoopten, waarna Mathieu, en diens broer David, van bij de junioren crosten als lid van Roodhoofts BKCP-(jeugd)ploeg, met toen nog Niels Albert als kopman bij de profs.

Groot verschil

Vaders die elkaar negeren, de twee kampioenen die veel minder lief voor elkaar zijn dan ze zelf beweren: hoe komt dat? Daarvoor moet je in hun gezamenlijk crossverleden duiken. Dat begint al in september 2009, wanneer Van der Poel en Van Aert in Essen voor het eerst samen starten in een officiële veldrit. De Nederlander debuterend als nieuweling, de Belg als tweedejaars. Toch triomfeert VDP, Van Aert wordt pas zesde. Een trend over het hele seizoen: supertalent Mathieu rijgt de zeges aan elkaar, de (toen nog) schriele Wout glundert al met een podiumstek.

Wout Van Aert
Wout Van Aert© Belga Image

Pas twee seizoenen later (2011/12), wanneer beiden weer in dezelfde categorie (junioren) uitkomen, raakt de Lillenaar enigszins in de buurt. In Ruddervoorde klopt hij VDP voor het eerst en op het WK in Koksijde behaalt hij zilver na de superieure Hollander, die dan 22 van zijn 25 races heeft gewonnen.

Door Van Aerts late fysieke ontwikkeling kantelt de balans vanaf dan langzaam. Als tweedejaarsbelofte doorprikt hij in het seizoen 2012/13 zelfs VanderPoels onoverwinnelijke aura, met onder meer demonstraties in Gavere en Baal. Voor het eerst kiemt ook de rivaliteit: op de Koppenberg wint Laurens Sweeck, “met dank aan Wout en Mathieu, die elkaar het licht in de ogen niet gunden.”

Twee weken later showt de 19-jarige Van Aert zijn kunnen bij de profs, wanneer hij Sven Nys in Niel lang bestookt. Extra opgejut door Paul Herijgers die eerder Van der Poel heeft bestempeld als “de nieuwe Nys”. Dan al drijft het eergevoel van de Kempenaar boven: “Mathieu is niet veel beter dan ik.”

Na een eerste profzege in Otegem – ook extra gemotiveerd na zijn diskwalificatie op het BK in Waregem – prikkelt Van Aert zijn concurrent voor het WK beloften in Hoogerheide, op een parcours uitgestippeld door diens vader Adrie. “Officieel had Mathieu geen inspraak, maar zijn vader zal niets opstellen wat hem niet ligt. Ik ben dus de underdog, Mathieu kan alleen verliezen.” En dat blijkt: in Hoogerheide kraakt VDP onder de druk en betaalt hij de tol voor een druk wegprogramma, met onder meer een wereldtitel bij de junioren. Van Aert profiteert en pakt zijn eerste regenboogtrui.

Het seizoen erna (2014/15) werken de Lillenaar en Van der Poel hun eerste (gedeeltelijke) profseizoen af. Met brio: de Nederlander wint in Gieten als jongste ooit (19 jaar en 8 maanden) meteen een klassementscross, een maand later volgt Van Aert zijn voorbeeld op de Koppenberg, als pas twintigjarige. Hij stoomt door met acht zeges, maar twijfelt of hij in Tábor zal deelnemen aan het WK voor profs of dat voor beloften. Uiteindelijk start de Belg bij de elite, “om te leren”. Tot ergernis van Adrie van der Poel – het vorige WK van Hoogerheide in gedachten. “Als je als dé man van het seizoen de underdog speelt, dan ben je een flauw ventje.”

Ook zoon Mathieu maakt een week voor het WK echter indruk, met een zege in de WB-race van… Hoogerheide. Een hoogvorm die hij etaleert in Tábor: onweerstaanbar weg van in de eerste ronde. Een nerveuze Van Aert sukkelt met zijn ketting, keert nog sterk terug, maar VDP houdt stand en kroont zich tot jongste wereldkampioen ooit.

Dopinginsinuatie?

Iedereen verlekkert zich het volgende seizoen (2015/16) op Het Grote Duel, maar het voorgerecht valt weg wanneer Van der Poel na een knieoperatie de eerste seizoensweken mist. Van Aert raast over de tegenstand, waarop Adrie van der Poel in Het Laatste Nieuws diens gedaanteverwisseling aanhaalt: “Wout is drie keer langer en zes keer breder geworden. Te vertrouwen? Daar laat ik me niet over uit.” Later ontkent hij dat hij op doping insinueerde, maar zijn opmerking valt bij Van Aert en vooral diens vader Henk in slechte aarde. De Belg reageert niettemin sereen: “Anders was daar een polemiek rond ontstaan – zo slim ben ik wel”, vertelt hij wat later aan dit magazine. Voor het jongste BK in Oostende is Van Aert in HLN echter veel harder: “Ik geloof niet veel van wat die kerel (Adrie VDP, nvdr) zegt. Ik hecht er geen belang meer aan. Een slag onder de gordel? Ja.”

Mathieu van der Poel
Mathieu van der Poel© Belga Image

Wanneer Mathieu van der Poel eind november 2015 terugkeert in Koksijde, is de tweestrijd eindelijk een feit. Echt spannend wordt het, op de cross in Namen na, echter niet. Aanvankelijk is Van Aert beter, in december neemt Van der Poel over. De Kempenaar verlost zichzelf met zijn eerste tricolore, op het BK in eigen Lille, wel van een grote mentale druk, maar het is Van der Poel die na twee klinkende WB-zeges, in Frankrijk en in alweer Hoogerheide, als licht favoriet naar het WK in Zolder trekt. En een prik uitdeelt: “Als ik, zoals Wout, in Hoogerheide op een minuut gereden was, zou ik me toch zorgen maken.”

Dat doet Van Aert niet: op het WK blijft hij zelfs ijzig kalm wanneer de twee in elkaar verstrengeld raken. De Nederlander laat wel het kopje hangen, de Belg pakt zijn eerste profwereldtitel. Toch is VDP er nog altijd van overtuigd dat Van Aert niet sterker was: “Ik had gewonnen als ik me mentaal iets sneller had herpakt”, vertelt hij eind september 2016 in HetBrabants Dagblad, net voor zijn comeback in Gieten, na een nieuwe knieoperatie in de zomer.

Daar ontspint zich al direct een nieuw duel, gewonnen door Van der Poel, mede door Van Aerts nukkige ketting. Die wint dan weer in Ronse – wanneer zijn rivaal, terwijl hij aan de leiding rijdt, zijn trapstang kapot trapt – en ook met overmacht op de Koppenberg – waar VDP een offday heeft -, maar in Zonhoven, Valkenburg, Ruddervoorde en Gavere is de Nederlander duidelijk de beste. Tot frustratie van de Belg, die na Gavere mental coach Rudy Heylen opzoekt. Diens raad: “Pieker niet over hoe sterk Mathieu is, focus op waar jij goed in bent. Denk positiever.”

Frieten

Van Aert is uit op revanche in Koksijde, maar die cross wordt afgelast. ’s Avonds, om 17.34 uur, post hij een filmpje op Instagram met beelden van een pittige training, die namiddag. Een klein uur erna tweet Van der Poel de data van een tocht van… 207 km, vanuit Koksijde naar huis, in Kapellen. Dat ontgaat ook Tom Boonen niet, in een interview met HLN: “Een psychologisch spelletje, hé. Ik ken Wout. Die wordt zót. Die springt meteen op zijn rollen.” Drie dagen later retweet Van Aert een artikel op Sporza.be, met als titel: “Denk niet dat tochtje van 207 km je beter maakt.”

De avond van Koksijde postte hij ook al een (later gedelete) foto op Instagram waarop hij frieten eet, verwijzend naar Van der Poel die eerder had gezegd dat elke week te doen. “Grappend bedoeld”, beweert Van Aert achteraf, maar ook een teken van ergernis, over de zogenaamd speelse en niet altijd superprofessionele Nederlander, die desondanks in die periode de betere is van de (schijnbaar) serieuzere Kempenaar. “Mathieu speelt altijd maar. Dat doe ik ook graag: winnen en dan zeggen dat ik niet in orde was. Plezant”, vertelt hij later die week ook in HLN, voor de crossen in Zeven en Hamme.

Daar is VDP opnieuw oppermachtig, wéér tot Van Aerts frustratie. “Het rijdt precies met andere banden.” Waarop zijn collega naast hem fijntjes laat vallen: “Voor het WK wil ik nog wat procentjes sterker worden…” De week erna haalt de wereldkampioen echter overtuigend zijn gram in Francorchamps. Van der Poel relativeert direct: “Ik schoot te kort in het lopen, maar heb door die knieoperatie daar nog niet op getraind”, waarop hij de volgende dag in Mol Van Aert weer aftroeft. Die wint, mede door pech van zijn rivaal, daarna in Essen, maar in Overijse, Antwerpen, Namen en Diegem showt VDP opnieuw zijn suprematie. Letterlijk, door in Diegem over een brugje te jumpen en uitdagend zijn sprint af te remmen, omkijkend naar de Belg. “Al springend ging ik gewoon sneller. Vernederend? Niet aan gedacht.” De wereldkampioen heeft de jump naar eigen zeggen niet gezien, maar knoopt wel het advies van Niels Albert in de oren. Die heeft hem er vóór Diegem al op gewezen dat hij stouter moet zijn.

In Zolder profiteert een geprikkelde én sterke Van Aert van een kapotte schoen van de Nederlander om naar de zege te soleren. Net voor de finish kijkt hij als een indiaan achterom. “Waar blijf je, Mathieu?” Zijn uitleg voor de VRT-camera’s: “Opzettelijk? Ja. Eerst show verkopen en dan zeggen dat het per ongeluk is, dat doe ik niet.” Albert vult later aan: “Wout wilde een statement maken: als Mathieu wint, wordt hij altijd tweede. Dat is omgekeerd niet zo.” Bij Van der Poel vallen alle commentaren slecht, aldus vader Adrie in Het Nieuwsblad: “Matje is gekwetst nadat hij kritiek kreeg omdat hij in Diegem show verkocht heeft en dat bij Wout uitbleef. Een gevoelsmens, hé. Zoiets doet hem veel pijn.”

In Loenhout verwacht iedereen een nieuwe plaagstoot, maar de Nederlander valt, waardoor hij forfait moeten geven voor Bredene en Baal. Het vuur luwt, al gunnen de twee tenoren in Otegem, daags na hun nationale titels, elkaar geen blik. Diezelfde dag pookt Niels Albert – altijd in voor wat commotie – de vlammen (bewust) weer op. Hij stelt zich vragen bij de rol die vader Adrie speelt in de bouw van het WK-parcours in Luxemburg. Mathieu noemt hem daarop in een tweet ‘janker’, waarna – tot jolijt van Wout Van Aert – Albert repliceert in HLN: “Van een kampioen als Mathieu had ik een ander taalgebruik verwacht. Ik zal maar de slimste zijn en het hierbij laten, want als ik giftig reageer, dan breekt de hel los.”

Voor Van der Poel hoeft het dubbelinterview met zijn concurrent, aangevraagd door de Vlaamse kranten als voorbeschouwing op het WK, dan al niet meer: “We worden al maanden tegen elkaar opgezet. Waarom dan nog een confrontatie?”, vertelt hij in HLN. Hij geeft ook toe dat de rivaliteit met Van Aert fel is toegenomen. “Respect, ja. Maar vrienden? Neen.”

Zó lief zijn ze dus niet (meer), meneer.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier