Zeven conclusies na het wielervoorjaar

© Belga

Het klassieke voorseizoen zit erop. Tijd voor een analyse. Zeven conclusies.

1) Boonen beter dan ooit

Met een uniek klavertje vier zal het klassieke voorseizoen van 2012 de geschiedenis ingaan als dat van Tom Boonen. Weinigen hadden verwacht dat hij na anderhalf jaar vol blessures op zo’n hoog niveau zou terugkeren. En zelfs als de Kempenaar de motivatie die hij voor een deel was kwijtgeraakt, zou terugvinden, dan zou de oppermachtige Boonen van 2005 en 2006 voltooid verleden tijd zijn, beweerden critici voor het seizoen.

Geprikkeld door de machtsovername van Philippe Gilbert of niet, de Omega Pharma-Quick.Stepkopman bewees hun ongelijk door in de sprint de E3 Prijs, Gent-Wevelgem en de Ronde van Vlaanderen op zijn naam te schrijven, maar vooral door een – voor hem – nooit geziene solotocht van 53 kilometer in de Hel af te ronden. Al blijft de vraag of Boonen in Oudenaarde en Roubaix even makkelijk had kunnen winnen zonder de fatale val van Fabian Cancellara.

Dat maakt echter de rekening van de ex-wereldkampioen niet. De eergierige Boonen vond de stielliefde en motivatie terug, reed beter en verstandiger dan ooit en stuwde zo ook zijn ploegmaats naar een hoger niveau. Met zeges van ook Niki Terpstra en Sylvain Chavanel werd Omega Pharma-Quick.Step zo dé ploeg van het voorjaar. Niet toevallig staat het team van Patrick Lefevere ruim op kop in de WorldTourranking. En dan te bekenden dat die voor het seizoen tevreden was met een toptienplaats… Het kan verkeren.

2) Gilbert een schim van zichzelf

Naar de exacte oorzaak voor zijn slechte resultaten (tandproblemen, moeilijkheden om zich aan te passen aan zijn nieuwe ploeg/fiets, te laat en te intensief beginnen te trainen…) zullen we allicht nog lang mogen gissen. Feit is dat Philippe Gilbert slechts een schim van de superman van 2011 was. Na belabberde prestaties in Vlaanderen volstond een betere conditie om op de Cauberg en de Muur van Hoei nog een zesde en derde plaats uit de brand te slepen, maar dat waren slechts explosies van een paar minuten in wedstrijden waarin nauwelijks gekoerst werd.

De veel zwaardere Luik-Bastenaken-Luik drukte Gilbert met de neus op de feiten: met een conditie op 95 procent red je het in Ans niet. Het gehoopte mirakel bleef uit en dat is voor zijn geloofwaardigheid, en die van het wielrennen, misschien geen slechte zaak.

Gilbert werd ook niet geholpen door de soms bizarre tactiek van BMC dat zowel in de Gold Race als in La Doyenne de koers hard maakte, terwijl de kopman nooit top was. “We hebben ons niks te verwijten”, zei ploegleider John Lelangue. Hij herhaalde het iets te vaak om overtuigend over te komen. Maar, benadrukte hij ook: “Het seizoen is nog lang. Na de Tour, Olympische Spelen en het WK praten we misschien helemaal anders.” En dat zou nog wel eens kunnen ook.

3) Andere Belgen (voorlopig) net niet goed genoeg

Door vroege blessures van Jürgen Roelandts en Nick Nuyens, en later op het voorjaar van Björn Leukemans, verloor ons land drie renners met podiumambities voor de grote klassiekers. Aangezien ook Stijn Devolder meer op het asfalt lag dan op de fiets zat, bleek de spoeling na Boonen niet zo dik.

Grootste ontbolstering was die van Sep Vanmarcke, met winst in Omloop Het Nieuwsblad en een 5e plaats in de E3 Prijs. In de Ronde en Parijs-Roubaix schoot hij nog tekort, maar dat is logisch voor een pas 23-jarige renner.

Jelle Vanendert (2e Amstel, 4e Waalse Pijl, 7e Brabantse Pijl, 10e Luik-Bastenaken-Luik) kwam dichter bij een grote klassieke zege, maar ontbrak op zijn 27e nog die extra punch om het verschil te maken. Geen schande voor iemand die voor het eerst in zijn carrière kopman was en daar mentaal goed mee omging.

Hij redde zo enigszins het voorseizoen van Lotto-Belisol, dat in de kasseiklassiekers volledig werd weggereden na het uitvallen van onder meer Roelandts en Lars Bak. Gianni Meersman won een mooie rit in Parijs-Nice, maar zakte in zijn grote doelen, de Brabantse Pijl en de Amstel, door het ijs.

Greg Van Avermaet was net als vorig seizoen weer zijn regelmatige zelf: 5e Omloop Het Nieuwsblad, 5e Strade Bianche, 4e Ronde van Vlaanderen, 5e Brabantse Pijl en zonder valpartijen in de sprints van Milaan-Sanremo en Gent-Wevelgem had hij ook daar minstens top tien gehaald. In een winnende positie zat de 26-jarige Oost-Vlaming echter nooit. Ook hij moet nog iets sterker worden, al zal Van Avermaet bij BMC de komende seizoenen onder de (allicht betere) Gilbert wel zijn kansen moeten krijgen én grijpen.

4) Succes is niet te koop Team Sky, RadioShack-Nissan, BMC, Rabobank: ploegen met de grootste budgetten, maar goed voor slechts één zege: Mark Cavendish in Kuurne-Brussel-Kuurne. Juan Antonio Flecha (lang out met een handbreuk) en Bernhard Eisel werden voor Sky nog 3e in de Omloop en de E3 Prijs, maar daar bleef het bij. Supertalent Edvald Boasson Hagen kon zich weer niet doorzetten en ook Cavendish faalde in Sanremo en Wevelgem. Sky won met Wiggins wel Parijs-Nice en zal in de Tour met hem en Cav veel kunnen rechtzetten.

BMC (twee podiumplaatsen met Alessandro Ballan in de Ronde en Parijs-Roubaix en een 3e plaats van Gilbert in de Waalse Pijl), RadioShack (2e stek van Cancellara in Milaan-Sanremo) en Rabobank (twee 3e plaatsen voor Matti Breschel in Gent-Wevelgem en Theo Bos in de Scheldeprijs) moesten het met véél minder stellen.

Over de mislukkingen van Rabobank zijn in Nederland al boeken volgeschreven, bij BMC is de oorzaak – naast het falen van Thor Hushovd – bekend en bij RadioShack konden de Schlecks in de Waalse klassiekers nooit de val van Cancellara doen vergeten. Achter de schermen is een oorlog aan de gang tussen ploegleider Kim Andersen, vertrouweling van Andy en Fränk, en teammanager Johan Bruyneel. Bevorderlijk voor de prestaties is dat niet. Zeker niet als Andy zichzelf al het hele seizoen achterna hinkt. Die moet zich dringend eens afvragen wat hij met al zijn talent nog wil uitrichten. In een Tour met bijna honderd tijdritkilometers is de kans dat hij zijn seizoen nog fel kan opblinken alleszins miniem.

5) Opmerkelijke succes van Astana

Omega Pharma-Quick.Step in de kassei- en Astana in de klimklassiekers profiteerden het meest van de malaise bij BMC en de andere Barcelona’s van het wielrennen. Terwijl je dat van de ploeg van Lefevere nog kunt verwachten, is Astana’s succes op zijn minst opmerkelijk te noemen. Zeker gezien de namen waarmee de ploeg van ex-dopingzondaar Alexandre Vinokourov twee topklassiekers op een week won: Enrico Gasparotto en Maxim Iglinskiy, subtoppers die plots de groten der wieleraarde de loef afsteken. Meer dan met hun eigen superbenen heeft dat vooral te maken met het falen en het forfait van veel favorieten en ronderenners, die alleen maar met de Giro of Tour bezig zijn.

6) Leeftijd geen item

De ene is 36, de andere pas 22, maar die ouderdom of jeugd was voor Oscar Freire en Peter Sagan geen hinderpaal om, naast Boonen, tot de figuren van het voorjaar uit te groeien. De Spaanse klasbak (7e Milaan-Sanremo, 2e E3 Prijs, 4e Gent-Wevelgem, 2e Brabantse Pijl, 4e Amstel) en de al even talentvolle Slovaak (4e Milaan-Sanremo, 2e Gent-Wevelgem, 5e Ronde van Vlaanderen, 3e Amstel) konden weliswaar geen grote klassieke zege boeken, maar hun lijst ereplaatsen is indrukwekkend.

Voor de afscheidnemende Freire een prachtig eresaluut aan de voorjaarskoersen – tenzij hij in Valkenburg wereldkampioen wordt -, voor Sagan de bevestiging van zijn immens potentieel. Boonen, Cancellara en Gilbert weten meteen waar de komende jaren het grootste gevaar vandaan zal komen.

7) Wachten, wachten en nog eens wachten

Op de Omloop Het Nieuwsblad, Parijs-Roubaix en de Brabantse Pijl na (met dank aan Sep Vanmarcke, Tom Boonen en Thomas Voeckler) voltrok zich steeds weer hetzelfde scenario: na razendsnelle openingsuren bleef de koers tot de laatste moeilijke hindernis gesloten, om dan plots te ontploffen. Zelfs de nieuwe Ronde van Vlaanderen werd zo tot de laatste beklimming van de Oude Kwaremont een halve geeuwkoers.

Ook de organisatoren van de Amstel Gold Race en Waalse Pijl probeerden met een lichte aanpassing van de finale meer “dynamiek en spanning in de wedstrijd” te krijgen, maar dat bleek vergeefse moeite. Pas op de respectieve slotbeklimmingen, de Cauberg en de Muur van Hoei, losten de groten hun eerste echte schot. Ook in Luik-Bastenaken-Luik duurde het tot de Roche-aux-Faucons voor één topper, Vincenzo Nibali, een poging durfde te wagen.

Tekenend voor een peloton zonder een dominante figuur. In de kasseiklassiekers had je die met Tom Boonen wel, maar die hoefde – gezien zijn sprint – niet aan te vallen om te winnen. In de Ardennen waren veel favorieten goed, maar geen enkele bleek ervan overtuigd dat hij echt béter was, zoals Gilbert vorig jaar. Als iedereen, zoals Vanendert zondag na Luik-Bastenaken-Luik aangaf, dan “slechts één cartouche heeft” is het wachten tot die ene allesbeslissende klim.

Een trend die zich de laatste jaren steeds meer doorzet, ook in de grote rondes. Aangezien het peloton volgens alle insiders steeds cleaner wordt, zal die ontwikkeling niet rap meer omgebogen worden. Misschien moeten we daar niet eens rouwig om zijn…

Jonas Creteur

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier