De achterkant van het WK: de Wereldbeker door de ogen van onze man in Qatar

Duizenden anonieme gezichten, zoals van deze mensen, gaven gestalte aan het WK. © GETTY & SAM KUNTI
Sam Kunti Freelancemedewerker van sportmagazine.be

Het WK zit erop, het voetbalcircus heeft de woestijn verlaten. Wie verder keek dan de FIFA-show, zag dat gastarbeiders nog steeds verstrikt zitten in strenge en repressieve arbeidswetten. Lees hier het échte verhaal van Qatar 2022.

Op een hoek van een drukke straat aan de rand van Doha, de hoofdstad van Qatar, zijn migranten uit India, Bangladesh, Pakistan en Afrika druk in de weer met dagelijkse beslommeringen. Ze doen inkopen bij de hypermarkt, drinken chai, een soort thee, en kletsen wat. Een gigantische rat sluipt weg achter een boom. We staan aan de vooravond van het WK voetbal, het eerste dat in de Arabische wereld zal plaatsvinden.

Qatar heeft niets aan het toeval overgelaten en investeerde tijdens de twaalf jaar durende voorbereiding meer dan 200 miljard dollar in het tornooi. In dit deel van Doha is daar weinig van te merken. Het leven gaat zijn gang. Witte minibusjes voeren voortdurend gastarbeiders af en aan. Aan de ingang van de hypermarkt hangen enkele vlaggen van de 32 WK-finalisten. Een gastarbeider in een shirt van Argentinië slentert wat rond.

Twee jongens op voetbalschoenen verschijnen om de hoek. Ze komen terug van een partijtje voetbal. Mark is zeventien en zijn vriend Robert achttien. In Ghana verkochten de families van de jongens hun grondbezit om 2500 euro – in lokale valuta – te kunnen betalen aan een rekruteringsagent. Het tweetal wilde op zoek naar een beter leven en naar werk voor een broodnodig inkomen. Toen zij in maart 2022 aankwamen in Doha, bleken de banen die de rekruteringsagent hen had beloofd niet te bestaan.

Mark en Robert zijn geen uitzonderingen. Veel van hun landgenoten komen aan op Hamad International Airport om al snel te verdwijnen in een wereld van dof arbeidsmisbruik. Ze moeten bedelen om onderdak en een slaapplaats te vinden. Zij hebben geen geld, geen eten en weinig uitzicht op een enigszins stabiele toekomst. Ze raken verstrikt in de strenge en repressieve arbeidswetten van een ver en vreemd land.

Het WK biedt de jongens nieuwe kansen. Qatar is een autoritaire politiestaat maar heeft desalniettemin nog extra veiligheidspersoneel nodig. Mark en Robert vinden een baan als security guards. Ze zijn opgelucht – eindelijk kunnen ze weer geld naar huis sturen en hun familie onderhouden. Ze moeten een WK-stadion, een ticketing centrum en het mediacentrum bewaken. Zij zien er de uitbundige fans van over de hele wereld, de hoogwaardigheidsbekleders en de rondhollende journalisten.

Mark en Robert, twee Ghanese security guards, beleven weinig plezier aan het WK. De hoogmis van het voetbal wordt letterlijk op hun rug gevierd.

Mark en Robert zijn plots belangrijke pionnen geworden voor het veilige verloop van het grootste massa-event ter wereld, maar zelf beleven ze er weinig vreugde aan. De hoogmis van het voetbal wordt letterlijk op hun rug gevierd. Ze moeten vaak twaalf uur op de been blijven; het werk is zwaar en uitputtend. Mark klaagt over rugpijn, Robert over duizeligheid door de verzengende hitte. Een dag ziek zijn is geen optie. De werkgever zou als represaille hun salaris inhouden.

Nu het WK in volle gang is en de hele wereld samenkomt in Doha, is hun situatie precair geworden. Hun salaris is al twee maanden niet uitbetaald. Samen met andere arbeiders hebben ze geklaagd bij de Pakistaanse baas van hun arbeiderskamp. Het is een van de meest beruchte in Qatar – gelegen buiten Doha, in ‘the middle of nowhere’. Zonder toestemming kunnen arbeiders het kamp niet verlaten.

De kampbaas doet weinig om te helpen. Een Qatarese manager belooft dat de betaling op handen is maar er gebeurt niets. Het beveiligingsbedrijf waarvoor ze werken is een officiële partner van de FIFA en beroept zich op het partnerschap met de wereldvoetbalbond om Mark, Robert en de andere gastarbeiders de mond te snoeren – niets mag het voetbalfeest verstoren. Men voert een beleid van ‘zwijg en werk’ dat doet denken aan de beruchte brief waarin FIFA-voorzitter Gianni Infantino oproept om de politiek achter zich te laten.

De jongens zijn wanhopig. Ze vragen de kampbaas geen toestemming meer om het kamp te verlaten en overwegen om weg te lopen. In Qatar is ‘onderduiken’ een strafbaar feit, een middel om gastarbeiders in bedwang te houden en zelfs om wraak te nemen. ‘Onderduiken’ kan leiden tot arrestatie en deportatie, maar Robert en Mark hebben niets meer te verliezen.

Het sabelvormige Fairmont Hotel was tijdens het WK de uitvalsbasis van de FIFA. Ook het kruim van de voetbalwereld logeerde er.
Het sabelvormige Fairmont Hotel was tijdens het WK de uitvalsbasis van de FIFA. Ook het kruim van de voetbalwereld logeerde er. © GETTY & SAM KUNTI

En het WK dan? Dat heeft voor Mark en Robert geen betekenis. Zij volgen het niet. Zij vragen zich eerder af hoe ze nog een maand zullen doorkomen.

Uiteindelijk wordt een van de twee maandsalarissen gestort. Dat verdrijft hun wanhoop niet want drie dagen na de WK-finale zal hun arbeidscontract aflopen. Er is geen uitzicht op een nieuwe job. ‘Er is geen hoop, we kunnen nergens naartoe’, zegt Robert. Dakloosheid loert om de hoek. Hun zestienjarige dorpsgenoot André beaamt de uitzichtloze situatie. Hij staart voor zich uit. Zijn geest lijkt reeds gebroken. André beweert dat hij niet de jongste gastarbeider is in het kamp. Er zou ook een jongen van vijftien ronddwalen in Barwa Al Bahara dat streng bewaakt wordt en waar de politie dagelijkse controles uitvoert. ‘Hier terugkomen? Nooit, maar dan ook nooit’, zegt Mark. ‘Compensatie? Daar hebben we nog nooit van gehoord.’

De Great Gatsby in Lusail

Plots stopt hij met lachen. Een Afrikaanse voetballegende ontdekt dat zijn WK-tickets slechts vips en niet ‘vvip’ zijn. Voor FIFA is hij geen ‘very, very important person’. Dat ontgoochelt hem en zijn entourage. Hij geniet niet van de allerhoogste exclusiviteit en moet nu de aanwijzingen volgen van een vrouw in een marineblauwe blazer die een bordje ‘FIFA vips’ vasthoudt. Hij moet een pendelbus naar het stadion nemen.

In Lusail bruist de lobby van het Fairmont Hotel – een luxehotel ontworpen in de vorm van twee gekruiste kromzwaarden, het embleem van Qatar – elke ochtend van de voetballegendes, de officials, A-listers en adviseurs. Didier Drogba hangt er wat rond in de lobby terwijl UEFA-voorzitter Aleksander Ceferin naar zijn auto wordt begeleid. Barbara Facchetti, de protocolchef van FIFA-voorzitter Gianni Infantino, rent heen en weer. Er mag absoluut niets misgaan. Haar baas is nergens te bekennen.

Het Lusailstadion kostte 1 miljard dollar.
Het Lusailstadion kostte 1 miljard dollar. © GETTY & SAM KUNTI

Het hoofdkwartier van de FIFA bevindt zich in het Fairmont Hotel. Een kamer kost er 2300 dollar per nacht. De ingang en de lobby zijn monumentaal, als van een paleis. Alles is gloednieuw. Fernando Sarney, lid van de FIFA Council, grinnikt: eigenlijk is het hotel nog niet helemaal af. Zijn kamer kijkt uit over de Arabische Golf en de Braziliaan heeft toegang tot drie ‘FIFA-clubs’ in het hotel. Het zijn exclusieve ruimtes voor ontspanning en culinaire verwennerij – Provoke, Gold en Fairmont. Het lijkt de Great Gatsby van het voetbal: terwijl de wereld brandt, stroomt hier de champagne.

Hier geen discussies over mensenrechtenschendingen, misbruik van arbeidsmigranten of discriminatie van de LGBT-gemeenschap. Ethische en morele kwesties vinden geen weerklank in het universum van de FIFA. Integendeel, grote baas Infantino hanteert dezelfde argumenten als gastland Qatar: het Westen is racistisch en hypocriet.

Journalisten zijn niet welkom in het Fairmont hotel. Ze mogen enkel binnen wanneer zij een uitnodiging op zak hebben.

Sinds FIFA-voorzitter Sepp Blatter en zijn uitvoerend comité het WK in 2010 toekenden aan Qatar, is het voetbal de weg kwijt. ‘s Anderendaags kopte de International Herald Tribune: ‘FIFA tilt toekomst van voetbal naar het oosten’.

Het hoofdkwartier van de FIFA bevindt zich in het Fairmont Hotel. Een kamer kost er 2300 dollar per nacht.

Aan de vooravond van het toernooi slaat Infantino terug. In een bizarre monoloog van een uur valt hij de westerse media meedogenloos aan. Hij is zelf een migrant, werd gepest op school vanwege zijn rood haar en nu krijgt zijn organisatie het zwaar te verduren. Hij is een mix van Sepp Blatter en Donald Trump. Een FIFA-bron zegt dat ‘het precies dezelfde toespraak was die Sepp Blatter altijd hield, maar feller – over de Europeanen en de kolonialisten’.

Infantino excelleert ook in het oude systeem dat zijn voorganger in het zadel hield: patronage. In zijn openingsspeech als FIFA-voorzitter in 2016 is zijn sales pitch eenvoudig. ‘Het geld van de FIFA is jouw geld.’ Het klonk de meer dan 200 voorzitters van de nationale voetbalbonden als muziek in de oren en zette de toon voor jaren van cosmetische hervormingen en windowdressing – denk aan Fatma Samoura, de secretaris-generaal van de FIFA wiens taakomschrijving vaag blijft.

Afgezien van het transfersysteem heeft Infantino bijna niets hervormd bij de FIFA. Er is een gebrek aan ‘good governance’ en transparantie. Het verwijderen van Domenico Scala, Hans-Joachim Eckert en Cornel Borbely heeft daar enkel toe bijgedragen. De bestemming van de ontwikkelingsgelden van de FIFA zijn vaak een mysterie.

Dezelfde FIFA-bron vergelijkt Infantino met Donald Trump. De voormalige Amerikaanse president schoffeert met zijn opruiende opmerkingen en tirades voortdurend de liberalen, die vervolgens hun woede uiten op de sociale media en op hun beurt de Trumpsupporters opzwepen. Infantino gebruikt dezelfde tactiek: de westerse media ophitsen en hen ertoe brengen de derdewereldlanden te bekritiseren. Vervolgens spreekt Infantino zijn steun uit voor de derdewereldlanden. Infantino weet dat hij de westerse media niet nodig heeft om aan de macht te blijven. Hij gedraagt zich als een zonnekoning en luistert naar niemand. Ook Trump vertrouwde zijn eigen adviseurs niet.

De emir van Qatar krijgt de handen van Gianni Infantino op elkaar.
De emir van Qatar krijgt de handen van Gianni Infantino op elkaar. © GETTY & SAM KUNTI

Infantino voelt zich onaantastbaar in de wetenschap dat hij volgend jaar herverkozen zal worden in het Rwandese Kigali, met de steun van de kleinere voetballanden en dwergstaten in alle uithoeken van de wereld. Een lid van de FIFA Council zegt dat er ‘10.000 redenen zijn om op Infantino te stemmen’. Maltock benadrukt dat ook de OFC, een marginale confederatie, deel uitmaakt van de FIFA-familie. Hij verdedigt de politiek van de FIFA om voor de hand liggende redenen: Maltock krijgt als lid van de FIFA Council een jaarlijkse toelage van maximaal 300.000 dollar.

Maar terwijl de omerta wordt gerespecteerd door hoge FIFA-functionarissen, heerst er onvrede bij het middenkader en onder het personeel van de wereldvoetbalbond, met name over de richting die Zürich uitgaat. Een personeelslid laat vallen dat een keuze voor Saudi-Arabië als gastland voor het WK 2030 hem niet zou verbazen. Net als Maltock is Infantino misschien gewoon weer een egocentrische voetbalofficial in een lange rij van schurken.

Arabische eenheid

Met de openingsceremonie van het tornooi wil Qatar zijn mooiste gezicht aan de wereld tonen – de show is een mix van Arabische en Westerse cultuur. Het land is erop gebrand om te bewijzen dat het als een van de kleinste landen het grootste sportevenement ter wereld kan organiseren. Tijdens de rust vertelt Noora, een Qatarese tiener: ‘Het was de essentie van de Qataterese en Arabische cultuur, alle kleine details gaven dit weer. De muziek had Arabische invloeden. De speech van Morgan Freeman en Ghanim Al-Muftah verwees naar de islamitische geschriften. De openingsceremonie weerspiegelde onze cultuur en wie we zijn als Arabieren.’

De Arabische eenheid is een thema dat vaak zal worden aangehaald tijdens het tornooi: de Saudische kroonprins en emir van Qatar verbroederen weer, de supporters in de regio scharen zich achter tornooirevelatie Marokko en iedereen steunt Palestina. In de acht WK-stadions zijn vlaggen, opschriften en armbanden pro-Palestina alomtegenwoordig. De politieke boodschappen schenden de FIFA-regels, maar worden getolereerd, ook tijdens België-Marokko, Tunesië-Australië en Qatar-Senegal. In die laatste wedstrijd neemt een supporter uit Koeweit het op voor Palestina maar verkondigt tegelijkertijd dat de LGBT-gemeenschap niet thuishoort in de Arabische cultuur en de menselijke waardigheid oneer aandoet. Een minderheid van de Qatarezen draagt een pro-Palestina-armband en drukt zich voorzichtig uit: ‘We dragen Palestina in ons hart’ en ‘Ik wil een boodschap sturen’.

Gastarbeiders volgen een cricketwedstrijd naast hun werkkamp.
Gastarbeiders volgen een cricketwedstrijd naast hun werkkamp. © GETTY & SAM KUNTI

‘Het WK heeft Qatar progressiever gemaakt’, zegt Noora, een supporter van Al Arabi en Manchester United. ‘En dit zal niet eindigen met het WK.’ In haar woorden liggen trots alsook een spanningsveld tussen de regio en het Westen. Hoe progressief is een land dat gastarbeiders onderdrukt met dwangarbeid en de LGBT-gemeenschap discrimineert?

‘Het is hypocriet’, argumenteert Noora. ‘Het Westen heeft niet het recht om te zeggen wat moreel en niet moreel is na duizenden jaren van racisme, imperialisme en kolonialisme, zelfs vandaag nog. Wanneer een Arabisch land, een moslimland het WK organiseert, komt het Westen aandraven met moraliteit.’

Het argument dat het Westen moraliserend en racistisch is, domineert het discours van de FIFA, het lokale organisatiecomité, het gastland en de regio, maar het leidt de aandacht af en houdt geen steek. Nicholas McGeehan, directeur van mensenrechtenorganisatie FairSquare, zegt dat Qatar nog steeds ‘een afschuwelijk systeem van discriminatie handhaaft tegen een enorme en zeer kwetsbare bevolking die het vreselijk uitbuit en misbruikt. Er is natuurlijk islamofobie evenals een zekere mate van hypocrisie in de manier waarop het Westen dat deel van de wereld behandelt. Een deel van de kritiek gaat echter niet over Qatar maar over de manier waarop het voetbal wordt gerund en het is de taak van journalisten om de organisatoren ter verantwoording te roepen. Er bestaan schadelijke stereotypen, maar beweren dat racisme en hypocrisie de westerse media aansturen is gevaarlijk. Het is een argument dat de Qatarese staat door middel van een zwaar gefinancierde pr-operatie naar voor schuift. Het is tevens een argument dat wordt gebruikt om de gastarbeiders, die de dupe zijn van dit WK, gerechtigheid te ontzeggen.’

Anonieme gezichten

In de schaduw van het goudkleurige Lusailstadion – prijskaartje 1 miljard dollar – vat Joseph zijn bestaan samen: ‘Wij zijn onzichtbaar.’

Zijn lot is verbonden aan het tornooi. In november verhuisde Joseph van Kampala, Oeganda, naar de Qatarese hoofdstad als nieuwe werkkracht voor het WK voetbal. Achter de toonbanken van het Lusailstadion schenkt hij Coca-Cola en Bud Zero aan de kleurrijke supporters die hem nauwelijks opmerken. Hij is een van de duizenden anonieme gezichten die het WK gestalte geven.

In de acht WK-stadions zijn vlaggen, opschriften en armbanden pro-Palestina alomtegenwoordig. De politieke boodschappen schenden de FIFA-regels, maar worden getolereerd.

Joseph leeft in een woonkazerne, een eufemisme voor een werkkamp. Zijn kamp heeft geen naam. Je vindt het ook niet op Google maps en toch kan je er niet naast kijken. Het ligt namelijk naast het stadion, zelfs niet op een boogscheut maar vlak naast een ingang voor fans.

Naast de parkeerplaats voor golfkarretjes slapen, douchen en eten Joseph en andere anonieme mannen. Dag na dag eten zij rijst met kip of kip met rijst. Een paar honderd meter verderop genieten vips en voetballegendes van de meeste exclusieve hospitality en de allergrootste voetbalwedstrijden.

Joseph is een fan van Brazilië en kijkt op zijn gsm naar hun wedstrijden wanneer hij kan. Daarna slentert hij terug naar de woonkazerne. Camera’s bewaken er de omgeving. Aan de ingang wappert een grote Qatarese vlag. De kamers zijn krap, het sanitair is rudimentair en vuil. In het hart van het kamp is een welzijnsbureau gevestigd waar de arbeiders met hun vragen en noden terecht zouden kunnen. De realiteit is evenwel anders. David klaagt over de lange werktijden, vaak in de hitte. Hij werkt standaard twaalf uur maar soms wordt zijn dienst verlengd tot 13-14 uur. Robert, een andere Oegandees, vertelt over het gebrek aan rustdagen. Er zijn er gewoonweg geen. Hij klaagt over rugpijn.

Eliud uit Kenia, die Harry Kane graag wou ontmoeten, bevestigt dat het non-stop werken is. ‘Het contract stipuleert dat een werkdag acht uur is, maar ze laten ons de hele tijd werken’, zegt hij. ‘De overuren worden ook niet uitbetaald.’ En hij vult aan: ‘We gaan afwachten.’ Thuis in Nairobi handelde Eliud in allerlei reserveonderdelen. Vandaag is hij een nummer in de gigantische ‘FIFA workforce’.

© GETTY & SAM KUNTI

David werkt in een stad die nooit lijkt te slapen. Tijdens het tornooi flikkert de skyline van West Bay dag en nacht. Gebouwen zijn versierd met gevelgrote afbeeldingen van Neymar, Manuel Neuer, Enner Valencia en Son Heung-min. Zelfs om twee uur ‘s ochtends zijn er bewakers aan een congrescentrum in de binnenstad. Om drie uur ’s nachts bewaakt Daniel, zittend op een stoel, het teamhotel van Zuid-Korea.

Een paar uur later, in de vroege ochtend, snoeien Pakistaanse mannen uit Peshawar het gras bij het Al Bidda-park. Hun shift duurt 12 uur. De zon is dan verschroeiend. ‘s Middags wordt Pradip uit Mumbai naar het Al Khalifastadion gestuurd om er de hospitality uit de nood te helpen. Hij was ook al ober voor de vvip (very, very important people) in het Al Baytstadion. Ook Pradip klaagt over rugpijn wegens het gebrek aan rustdagen.

Bij het International Broadcasting Centre moet Samuel in de late namiddag urenlang rechtstaan. Hij heeft een gezwollen enkel en is naar het ziekenhuis geweest. Hij zegt: ‘Qatar is lastig om te werken. Alleen de Qatari hebben het hier goed, want die werken niet.’ Tegen 19 uur is hij uitgeput.

Dit werkkamp bevindt zich vlak bij het Lusailstadion.
Dit werkkamp bevindt zich vlak bij het Lusailstadion. © GETTY & SAM KUNTI

Qatar Star Services (QSS), een zelfverklaarde cateringgigant, de werkgever van Joseph, Robert en Eliud, is een FIFA-partner die in het verleden ook samenwerkte met Qatar University, Georgetown University, Qatar Foundation, Hamad Hospital en de Amiri Guard. In 2021 verzorgde het bedrijf de catering voor de Arab Cup – de generale repetitie voor het WK 2022 – en beweerde stellig dat het ‘helemaal voldoet aan de Ethical Recruitment Standards, waardoor onze volledige inzet wordt gegarandeerd om individuen naar het project te halen met het welzijn van de werknemers in gedachten.’ QSS lijkt een alternatieve definitie van werknemerswelzijn te hanteren.

Het WK voetbal heeft de gastarbeiders, een groep met weinig tot geen rechtszekerheid, fysiek en mentaal tot het uiterste gedreven. Niets mag immers ‘the greatest show on earth’ verstoren. McGheehan vult aan: ‘De gastarbeiders in Qatar blijven ongelooflijk kwetsbaar en hebben zeer weinig macht om aan de eisen of verzoeken van hun werkgevers te weerstaan. Met de druk op Qatar om een soepel en goed georganiseerd toernooi af te leveren, was het onvermijdelijk dat er een zware last op deze arbeiders zou komen te rusten.’