Denemarken: een defensief project zonder creativiteit

Christian Eriksen moet voor de creativiteit zorgen, maar is zelf maar afwerker dan aangever. © GETTY

Met een 27/30 kwalificeerde Denemarken zich zonder problemen voor hun zesde WK, maar in de eerste twee wedstrijden bleek al: voorin is het moeilijk om tot kansen te komen. Een analyse van de outsider voor de titel.

Door Robin Job

Voor de Denen begon het WK relatief rustig. Tegen Tunesië bleven ze steken op een doelpuntenloos gelijkspel en tegen Frankrijk werd met 2-1 verloren. Beide wedstrijden toonden meteen aan wat de grote zwakte van deze ploeg is in Qatar: ze komen tot te weinig kansen. De kracht van Christian Eriksen en co ligt echter ergens anders op het veld. De halvefinalisten van het laatste EK blinken uit in de verdediging. In de eerste acht kwalificatiewedstrijden wonnen de Denen al hun wedstrijden zonder ook maar één doelpunt tegen te krijgen. Hoewel hun groep niet zo sterk was, spreken de cijfers voor zich. Pas in de laatste twee wedstrijden werd doelman Kasper Schmeichel geklopt. Eerst in de zege tegen de Faeröer-eilanden en later twee keer in de enige nederlaag van de campagne tegen Schotland.

Sinds het EK 2021 heeft deze Deense ploeg een nieuwe identiteit. Bij de eerste thuiswedstrijd tegen Finland viel aanvoerder Christian Eriksen in de 43e minuut uit om de welgekende reden. Voor de rest van het toernooi moesten de Denen het ineens doen zonder hun sterspeler en belangrijkste spelmaker. Maar in plaats van in te storten, kwamen de spelers bijeen en knokten zich tot in de halve finales tegen Engeland. Een enorm hechte groep werd geboren.

Verschillende tactieken

Na het EK gingen ze gewoon verder op dat elan, met als gevolg dat de Denen een van de eersten waren om zich te kwalificeren voor het WK in Qatar. En dat nog allemaal zonder Eriksen, die alles in het werk zette om terug te keren. Bondscoach Kasper Hjulmand ontwikkelde een stijl dat varieerde tussen een goeie organisatie achterin en snelle aanvallende counters. Hij veranderde het systeem regelmatig afhankelijk van de tegenstander, variërend van 3-4-2-1 tot 4-2-3-1 of 4-3-3.

Dat was ook te zien tegen de Tunesiërs op de eerste speeldag. Nadat de match werd begonnen met een 3-4-2-1 met de twee snelle wingers Rasmus Kristensen en Joakim Maehle, veranderde hij tijdens de wedstrijd naar een 4-3-3 met de inbreng van Mathias Jensen in plaats van een centrale verdediger om een extra mannetje te hebben op het middenveld. Die tactiek bleek echter niet voldoende voor de zege tegen een Tunesië dat goed gegroepeerd stond. Het ontbrak de Denen aan de energie die ze zo kenmerkte tijdens het vorige WK.

Zoals je kan terugzien in de cijfers van het afgelopen jaar – slechts 11 tegendoelpunten in 10 wedstrijden, met onder meer wedstrijden tegen Nederland, Kroatië en Frankrijk – is Denemarken verdedigend solide. De driemansformatie van Simon Kjaer in het centrum met daarnaast Andreas Christensen en Joachim Andersen is sterk. En vergeet bij dat drietal ook keeper Kasper Schmeichel niet, die ook al op het WK verschillende keren beslissend was.

Onder leiding van Simon Kjaer staat de Deense verdediging op punt. © GETTY
Geen creativiteit

Achterin lijkt Denemarken onaantastbaar en ook voorin loopt het vlot… op papier. In 2022 kwam het aan 16 goals in 10 wedstrijden en won het onder meer tweemaal van Frankrijk. Maar als we dieper in de statistieken gaan kijken, zien we dat Denemarken steeds minder kansen had dan de tegenstander. Bovendien won het slechts 5 van de partijen, met onder meer twee keer tegen Kroatië.

Het probleem is dat als Denemarken tegenover een hecht blok staat, zoals de Kroaten, het erg moeilijk is voor ze om aan kansen te komen. Dat werd ook duidelijk tegen Tunesië – geen doelpunten – en Frankrijk – enkel dreigend via een hoekschop. De inbreng van Eriksen, die sinds maart terug is in het team, kon daar nog maar weinig aan veranderen. Meer nog, de speler van Man. United wordt zelfs meer gebruikt als afwerker dan aangever, want hij maakte zelf al vier goals van de zestien dit kalenderjaar, waarmee hij met voorsprong de Deense topschutter van het jaar is. Daarnaast staat slechts één assist van de man die zijn carrière herlanceerde bij Brentford.

Simon Kjaer en Eriksen, de twee leiders van dit team, zijn nu op hun derde WK, na 2010 en 2018. Het is nu aan hen om de ploeg van achter naar voren in één lijn te laten spelen. Als ze verder willen raken dan de 1/8 finales, de beste prestatie op een WK ooit behaald in 2010 in Zuid-Afrika, dan zal het voorin dus veel beter moeten. Want de wereld ziet ook wel wat de zwakte is van de revelatie van het laatste EK.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier