Iran – Verenigde Staten: ‘De meeste spelers van Iran staan dicht bij het regime’

De oproerpolitie in Iran viert mee na de 0-2-overwinning tegen Wales. © GETTY

Vanavond staan de Iraniërs voor de tweede keer in de geschiedenis tegenover de Amerikanen. Een bijzondere match gezien de spanningen die er altijd tussen beide landen heersen.

De eerste keer was op 21 juni 1998 in Lyon, tijdens het wereldkampioenschap in Frankrijk. Het zou ‘de dag van de fair play’ worden, zo had de FIFA aangekondigd. Voor de aftrap van de wedstrijd, die onder de leiding stond van de Zwitserse scheidsrechter Urs Maier, gaven de Iraanse spelers, bij wie in grote letters IRAN op het shirt prijkte, een bos witte bloemen aan hun tegenstanders. Ze gingen zelfs met z’n allen samen op de foto. Nooit eerder vertoond!

De nieuwe wind die door de islamitische republiek woei, droeg sterk bij aan dat vertoon van broederschap. De match verliep erg sportief. Iran won uiteindelijk met 2-1. Aan Amerikaanse kant wenste de afgevaardigde van de minister van Buitenlandse Zaken de Iraanse ploeg ‘veel succes voor de komende wedstrijden’ (Iran werd nadien uitgeschakeld door Duitsland) en stelde verheugd: ‘Bruggen bouwen, muren van wantrouwen neerhalen en voor een beter begrip zorgen, daarmee begint het.’

Veertig jaar oude spanningen

Maar en kwam geen vervolg. Het politiek-militaire duel duurt al veertig jaar. Toen in april 1979 ayatollah Khomeini aan de macht kwam en de islamitische republiek installeerde, zorgde dat voor een breuk tussen beide landen.

Het meest markante feit was de gewelddadige bezetting van de Amerikaanse ambassade door Iraanse studenten, die 52 Amerikanen gijzelden gedurende 444 dagen. Zij eisten de uitlevering van de Iraanse sjah Mohammed Reza Pahlavi, die verbannen was naar de Verenigde Staten, waar hij in het hospitaal verbleef. De sjah werd ervan beschuldigd een marionet van Washington te zijn. Om de ambassade te bevrijden zette de Amerikaanse president Jimmy Carter het licht op groen voor een militaire interventie. Dat draaide echter uit op een enorm fiasco, dat de crisis nog verergerde.

De spelers van Iran en de Verenigde Staten gingen op het WK in 1998 broederlijk samen op de foto.

De ‘as van het kwaad’

De bron van de vijandschap tussen Teheran en de Amerikaanse ‘duivel’ dateert nog van veel langer. De Amerikaanse revolutionairen zijn er altijd kwaad om gebleven dat eerste minister Mohammed Mossadegh in 1953 was afgezet, hetgeen was aangestuurd door de Amerikaanse en Britse geheime diensten. Waarom was dat gebeurd? Hij had de Iraanse oliewinning genationaliseerd, voordien stond die onder Britse controle. Die afkeer jegens de westerse inmenging was een van de vonken die de revolutie deed ontbranden.

Maar de tragische relatie tussen beide landen kende nog meer episodes, zoals het neerhalen van een vliegtuig van Iran Air in 1988. De fatale raket werd afgevuurd vanop een Amerikaanse kruiser in de Perzische Golf en veroorzaakte de dood van 290 burgers. En na de aanslagen van 11 september 2001 plaatste president George W. Bush Iran in het rijte van landen die tot ‘de as van het kwaad’ behoorden, naast Noord-Korea en Irak.

Het atoomvraagstuk

In 2015, tijdens het presidentschap van Barack Obama werd er een akkoord gesloten over het nucleaire programma van Iran, wat de spanningen wat verminderde. Maar Israël en Saudi-Arabië, twee bondgenoten van Washington, bekeken dat akkoord met een scheef oog. Ze stonden dus te applaudisseren toen Donald Trump dat akkoord weer opblies.

Op 1 januari 2020 leek de geschiedenis zich te herhalen. Pro-Iraanse Irakezen vielen de Amerikaanse ambassade in Bagdad aan. Alleen wisten de Amerikaanse para’s dit keer de controle te behouden. Het antwoord volgde al snel: twee dagen later doodde een Amerikaanse drone de nummer twee van het Iraanse regime, generaal Qassem Soleimani.

Ook de steun van Iran aan het Syrië van Bashar al-Assad en het Rusland van Vladimir Poetin, en dan meer bepaald de levering van drones voor de oorlog in Oekraïne, zijn niet van dien aard om de relaties met Washington te verbeteren. Iran lijdt nog altijd onder sancties van de Verenigde Staten, die druk zetten op Europese economische spelers, zoals de banken, om met hen aan hetzelfde zeel te trekken.

Overal ter wereld, zoals hier in het Turkse Ankara, wordt er betoogd tegen het religieuze bestuur in Iran.

Van ambassade tot museum

Tegenwoordig is de Amerikaanse ambassade in Teheran een museum dat ingericht is voor propagandadoeleinden. Een plaatselijk reisagentschap organiseert zelfs een thematoer van elf dagen langs plaatsen die de recente geschiedenis van Iran gemarkeerd hebben.

We adviseren wel niet meteen om ernaartoe te reizen, want ook met België is de relatie gespannen sinds een Iraanse diplomaat in Antwerpen tot twintig jaar gevangenis veroordeeld werd wegens ‘het beramen van een terroristische aanslag’. Als vergelding werd op 24 februari van dit jaar de Belgische welzijnswerker Olivier Vandecasteele opgepakt in Teheran. Beide landen ondertekenden vervolgens een controversiële overeenkomst betreffende de ‘ruil van gevangenen’, maar tot op heden is er nog geen enkele uitlevering gebeurd.

De dood van Mahsa Amini

Momenteel zijn het nog altijd de mollahs die de macht hebben. Maar de wind is aan het draaien sinds de dood van Mahsa Amini, een jonge vrouw die op 13 september door de politie werd gearresteerd wegens het verkeerd dragen van de hoofddoek en die drie dagen later overleed. Er zijn dagelijks betogingen die de machthebbers uitdagen en het religieuze bestuur in vraag stellen.

Dat gebeurt trouwens niet voor het eerst. Iran is geregeld het toneel van protestbewegingen, zoals in 2019, toen er veel burgerslachtoffers vielen onder de repressie – sommigen gewagen zelfs van 1500 doden. Zoals gewoonlijk beschuldigde Iran de Verengde Staten ervan achter de oproer te zitten.

Voor hun eerste groepswedstrijd zongen de Iraanse spelers het volkslied niet mee, voor de tweede deden ze dat wél. Wat doen ze vanavond tegen de Verenigde Staten?

Stilte tijdens het volkslied

Bij hun eerste aantreden op deze wereldbeker, tegen Engeland, zwegen de spelers van Iran op het moment dat het volkslied werd gespeeld. ‘Als ze het zongen, kon dat slecht gevallen zijn, want ik heb nog nooit zoveel onvrede over de nationale ploeg gezien als vandaag’, stelt Carlina Azad vast, die de laatste hand legt aan een doctoraatsthesis in de sociologie met als onderwerp vrouwenvoetbal in Iran. ‘De meeste spelers staan dicht bij het regime. Voor een groot deel van de bevolking vertegenwoordigt de nationale ploeg eerder de islamitische republiek dan de natiestaat Iran.’

Dat de spelers uiteindelijk besloten om bij de tweede wedstrijd, die ze wonnen tegen Wales, wél het volkslied te zingen, duidt op de verdeeldheid binnen het team. Er gaan geruchten dat Iraanse agenten naar Qatar gevlogen zijn om orde op zaken te stellen. Het lijdt geen twijfel dat een kwalificatie voor de achtste finales van het WK, een evenement dat door de religieuzen als ‘amoreel’ wordt beschouwd, door het regime zal gerecupereerd worden om de rangen te sluiten tegen het protest. Als dat tenminste al niet te laat is.