'The best thing about the future is that it comes one day at a time.'

'Een quote van Abraham Lincoln die onlangs de muren van mijn hotelkamer voor de meeting in Düsseldorf sierde. Perfect passend bij mijn gevoel van de laatste maanden. In coronatijden lees en hoor je zoveel over hoe mensen nood hebben aan perspectief. Continu gaat het over: "Wat mogen we binnen enkele weken/maanden weer?" Enerzijds logisch, anderzijds is die toekomst zo onzeker en worden alle plannen voortdurend omgegooid. Dat maakt mensen angstig, depressief zelfs, omdat ze zich aan een wankele tak vastklampen.
...

'Een quote van Abraham Lincoln die onlangs de muren van mijn hotelkamer voor de meeting in Düsseldorf sierde. Perfect passend bij mijn gevoel van de laatste maanden. In coronatijden lees en hoor je zoveel over hoe mensen nood hebben aan perspectief. Continu gaat het over: "Wat mogen we binnen enkele weken/maanden weer?" Enerzijds logisch, anderzijds is die toekomst zo onzeker en worden alle plannen voortdurend omgegooid. Dat maakt mensen angstig, depressief zelfs, omdat ze zich aan een wankele tak vastklampen. 'Beter is daarom, zoals Lincoln zei, alles dag per dag te bekijken. Zoals dat in de sportpsychologie al veel langer, nog voor de coronacrisis, als advies geldt: focus op het proces, niet op het mógelijke resultaat. Denk: hoe kan ik mezelf nú, vandáág verbeteren? Door goed te rusten, gezond te eten, door een specifieke snelheids- of technische training af te werken... 'Maak daarvan een kortetermijndoel, beschouw het als een spel en vind daar een uitdaging en plezier in. Als de fun stopt, begint immers de stress. Élke dag verbeteren zal weliswaar niet lukken, maar door stukje per stukje de puzzel te leggen, vermijd je dat je té gefixeerd bent op het eindbeeld. Hoe meer een hoogspringer bezig is met: "Ik móét over x meter", hoe meer hij afgeleid wordt van wat hij moet doen om effectief zo hoog te springen. 'Natuurlijk moet die droom, jouw uiteindelijke doel - in mijn geval nu de Olympische Spelen - in je achterhoofd zitten. Een inspiratie immers om je doorheen moeilijke momenten te loodsen. Soms visualiseer ik zelfs die grote momenten, de kick van een finale in een volgepakt stadion bijvoorbeeld - precorona. Dat kan het vuur aanwakkeren, maar het mag geen verstikkende obsessie worden. Een jaar voor mijn gouden medaille op het EK 2005 bij de junioren schreef ik zo op een briefje: "Eline Berings Europees kampioene 2005!" Ik heb dat briefje echter weggestopt en er niet elke dag naar gekeken. Anders had ik die titel allicht niet behaald. 'Ook nu vraag ik me niet elke dag af of de Olympische Spelen zullen doorgaan. "Control the controllables", is het devies: controleer wat je zélf in de hand hebt. Laat je niet frustreren door externe zaken, hoe vervelend die ook zijn. Aanvaard de situatie en maak er het beste van. Niet simpel, want ook ik werd in de eerste coronamaanden soms moe en boos door alle negatieve berichten en afgelaste competities. Tot ik mezelf ervan losgekoppeld heb en teruggegaan ben naar de basis: ik leef, ik adem, ik kan bewegen, niets kan mij tegenhouden om mezelf te pushen op training, zelfs in moeilijke omstandigheden. 'Enkele weken geleden moest ik bijvoorbeeld in een ijskoude Topsporthal in Gent trainen, amper vijf graden. Dan moet je in je hoofd kunnen schakelen: ik was dit van plan, maar zal het op een andere manier aanpakken. Hetzelfde tijdens de opwarming voor een meeting, soms is die ruimte niet meer dan een simpele mat, met amper plaats voor alle atleten. Sommigen worden daardoor uit hun lood geslagen, maar ik probeer dan te doen wat ik kan doen. En maak daar een nieuwe uitdaging van.'De beste topsporters zijn daarom - naast uiteraard zeer getalenteerd - én gedisciplineerd én flexibel. Ze voeren elke dag uit wat op hun schema staat, maar kunnen indien nodig ook verschillende wegen richting hun doel bewandelen. Soms via een lange omweg, want daar moet je rekening mee houden: weinig zaken lopen in het leven zoals gepland. Toen ik in 2015 mijn kruisband scheurde en plots in het ziekenhuis lag, heb ik zo binnen de paar uur alles in mijn hoofd gereset en direct nieuwe plannen gemaakt. Om daarna mijn revalidatie dag per dag aan te pakken, focussend op het proces.' 'In die revalidatie heb ik er meteen in geloofd dat alles na verloop van tijd goed zou komen. Daarvoor bestaat, zo ontdekte ik onlangs, een Japanse term: Nankurunaisa. Het rotsvaste vertrouwen dat je alle obstakels, elke rotperiode kan overwinnen. 'Daarom vond ik de boodschap van Martine Tanghe zo mooi na haar laatste VRT Journaal: "Alles komt goed!" En dat zal zo zijn, hoe uitzichtloos deze coronatijden soms lijken. Ik ben er zelfs van overtuigd dat we binnen vijf jaar zullen zeggen: eigenlijk viel het toen nog wel mee. Zoals uit veel negatieve zaken zal er misschien iets moois uit voortvloeien. De kunst is om daarin te geloven. En te denken: ik kan dit aan! 'Dat lukt het best als je je elke dag aan een bepaalde routine en structuur houdt. Voor mij bijvoorbeeld om 10 uur starten met trainen, niet om 10.30 of 11 uur. Zodat mijn hoofd en lichaam bijna onbewust weten: Eline, tijd om te beginnen! Ook al heb ik op dat moment echt geen goesting. Niemand, zelfs de grootste kampioen niet, is immers elke dag even gemotiveerd. Dat hoeft ook niet om aan iets te beginnen. Vaak is motivatie het gevólg van een actie - niet omgekeerd. Dat zijn zelfs de trainingen waar je de meeste voldoening uit haalt. Wanneer je in het begin het gevecht met jezelf aangaat, die vermoeidheid en lusteloosheid overwint en er op het einde helemaal doorkomt. Dan ga je zo trots en tevreden naar huis, dat je automatisch gemotiveerd bent voor de volgende training.''Iets wat erg onderschat wordt: de angst om te verliezen of zelfs om te winnen. Zal ik mijn ultieme prestatie kunnen neerzetten? En wat erna? Daarom is het zo belangrijk dat je onbevreesd denkt: ik doe dit graag, ik kan dit, ik wíl dit. Valt het tegen, so be it, dan heb je jezelf tenminste honderd procent gegeven. Een andere mooie quote is ook, uit het gedicht van de Australische auteur Erin Hanson: ' What if I fail? Oh but my darling. What if you fly?' Niet denken: wat als ik faal? Maar: wat als ik vlieg? Wat als het fantástisch is? 'Zaak is ook om te weten wat je ziel aanvuurt. Zoals de theorie van het boek van de Britse/Amerikaanse auteur Simon Sinek: "Start With Why". Dikwijls wordt aan atleten gevraagd: "Wat is jouw volgend doel? Wat wil je bereiken? Hoe ga je trainen?" Dé essentie is echter: waarom doe je dit? Dat is namelijk de kern van je motivatie. In mijn geval omdat ik er op mijn 34e nog altijd ongelofelijk van geniet om over de horden te zweven, om mijn techniek te verbeteren, om te spelen met timing en ritme, om - in niet-coronatijden - de wereld rond te reizen, collega's en coaches te ontmoeten die mij inspireren. 'Veel meer dan een gouden medaille, roem of geld, is het die intrinsieke motivatie die de échte toppers voortstuwt. In het Japans mooi omschreven met de term Ikigai: het samenvallen van je passie, missie, roeping en beroep. Als je dat punt bereikt, creëert dat een enorme mentale rust. 'Door te veel invloeden van buitenaf kunnen atleten echter compleet verdwalen. Omdat ze vergeten te denken aan waarom ze hun sport graag doen, en ze zo dat plezier uiteindelijk verliezen. Kijk naar Tom Dumoulin. Voor zover ik uit zijn interviews kan inschatten, probeerde hij vooral de hoge verwachtingen in te lossen van de buitenwereld, fans, pers, sponsors... Maar als de druk om te winnen zo groot wordt, kan je alleen verliezen. Terwijl het gevoel om te mógen verliezen essentieel is om te kunnen winnen. Dat zie je nu ook bij Wout van Aert. Elke tweede, derde plaats, zelfs in de Ronde van Vlaanderen of op een WK, wordt beschouwd als een "nederlaag". Gelukkig gaat Wout daar goed mee om, kan hij door zijn nuchterheid alle superlatieven én kritiek goed plaatsen. En vooral trouw blijven aan zijn waaromvraag.' 'Dat ik al twee Japanse termen heb aangehaald, is geen toeval. De laatste maanden heb ik me verdiept in de Japanse cultuur en wijsheden. Fascinerend vond ik onder meer hoe daar de deugdzaamheid van rust en reflectie benadrukt wordt. Ik ben nochtans geen 'zweverig', mediterend type, maar dat vind ik heel belangrijk, in de topsport én in het dagelijks leven. Zowel bij hoogte- als laagtepunten moet je even durven halt houden. Wij rushen echter te snel van het ene naar het andere, staan vaak te weinig stil bij wat we hebben en wat we hebben verwezenlijkt. Als (top)sporter mag, móét je trots zijn op je overwinningen, hoe klein en op welk niveau dan ook. Omdat het de motivatie en de energie voedt in het proces naar een volgend doel. 'In dat proces is het cruciaal dat je dicht bij jouw waarden blijft, dat je weet waar je voor staat, én dat je jezelf blijft heruitvinden. Niet dat je elk jaar zaken helemaal moet omgooien, maar wees niet bang om heel beredeneerd een nieuwe weg in te slaan in de zoektocht naar trainingsmethodes en mensen die je kunnen verbeteren. Ik ben zo al enkele keren van coach veranderd, om op een andere manier uitgedaagd en geprikkeld te worden. Dat kan mee- of tegenvallen, maar zelfs al slaat het tegen, dan kan je ook daaruit leren.' 'In de wereld van de topsport gaat het om imago, om kracht en vertrouwen uitstralen. Faalangst tonen: not done. Fake it until you make it, zeker in een sprintnummer in de atletiek. Nochtans worstelen veel atleten daarmee en is angst een primaire emotie. Iedereen vindt het normaal dat we onze blijdschap tonen, maar twijfels? Oei, beter wegstoppen, zo ver mogelijk, voor de buitenwereld en voor jezelf. 'Op zich is angst als emotie nochtans niet per se negatief, zolang je dat (h)erkent en je dat kunt omkeren in moed. Zoals op de top van een klif staan, wat bevreesd naar beneden kijken en er durven van te springen. Als je dat kan, zoals Nelson Mandela bedoelde met bovenstaande quote, dan ben je bevrijd en kan je ongelofelijke prestaties neerzetten. 'Veel sporters kunnen die angst echter niet van zich afzetten. Praten er niet over en proberen het voor zichzelf op te lossen, uit soort van trots: ik móét dat aankunnen. Ze laten dat zolang aanslepen tot ze zichzelf helemaal verliezen en een depressie/burn-out toeslaat. Pas als ze de bodem bijna hebben bereikt, staan ze op de rem en zoeken ze hulp van buitenaf. Doodzonde, omdat je zo veel cruciale maanden, zelfs jaren verliest. 'Daarin kan een sportpsycholoog een heel belangrijke rol spelen. Veel atleten consulteren die echter pas als het bijna te laat is, en op latere leeftijd. Gelukkig hebben in België pioniers als Jef Brouwers het taboe daarover langzaam laten verdwijnen. Maar we zijn nog niet zover dat elke jónge topsporter een bezoek bij een sportpsycholoog als even normaal beschouwt als een sessie bij een kinesist of diëtist. Ik hoop dat het ooit zover komt. Zelfs ogenschijnlijke superatleten worden immers op een bepaald moment overmand door stress en twijfels. Door die sessies bij een sportpsycholoog weten ze echter hoe ze daarmee aan de slag kunnen, om het niet te laten escaleren. Beter preventief dan curatief werken! 'We moeten daarnaast absoluut af van het idee dat sportpsychologie alleen dient om atleten met problemen te begeleiden. Prestatiepsychologie kan immers ook een grote meerwaarde opleveren: atleten zo mentale tools aanleren, zodat ze nog beter en constanter maximaal kunnen presteren. Daarom zouden sportpsychologen geregeld op het terrein aanwezig moeten zijn, als vast lid van een omkadering binnen een federatie of een club, niet alleen als klankbord waar je om de zoveel maanden eens naartoe gaat. Zo kunnen ze continu mee helpen om iemand mentaal sterker te maken, wordt de drempel voor een atleet om naar een psycholoog te stappen ook veel kleiner. 'Om budgettaire redenen blijkt dat helaas vaak geen optie, omdat het resultaat op korte termijn niet direct zichtbaar is, of uit te drukken in concrete cijfers. Zoals een diëtist dat bijvoorbeeld wel beter kan aantonen. Trainers denken ook nog te veel dat zij een psycholoog zijn. Sommige topcoaches kunnen inderdaad heel empathisch omgaan met hun atleten, maar psychologie is nog altijd een vak apart. Gelukkig staan er ook steeds meer trainers daarvoor open. 'In deze extreme uitdagende coronatijden, maar ook al ervoor, is het bovendien opvallend hoeveel atleten met hun mentale problemen naar buiten zijn gekomen. Als een icoon als Michael Phelps daar heel openlijk over vertelt - over hoe hij zelfs suïcidale gedachtes had - kan dat zeker komaf maken met het taboe daarrond en met het beeld van de onbreekbare, altijd gelukkige en gemotiveerde topsporter. Toch hoeft niet elke atleet van mij in de media zijn of haar verhaal te vertellen. Voorál belangrijk is dat sporters zich veilig voelen en zonder schrik binnen hun team, met hun coach én psycholoog, kunnen praten. Pas dan kan je veel mentale problemen vroegtijdig aanpakken en atleten de moed en de durf geven om hun angsten te overwinnen.'