Met het aantrekken van de Sloveen Milos Kostic zet STVV in deze competitie de opmars van buitenlandse trainers verder. Zes keer kwam het dit seizoen tot een trainerswissel, vijf keer werd er voor een buitenlander gekozen. Nog slechts zes Belgische coaches zijn er in 1A aan het werk, veertien buitenlanders zijn of waren dit seizoen in onze hoogste afdeling aan de slag. Waar blijven de (jonge) Belgische trainers? Hebben ze te weinig talent, zijn ze niet goed opgeleid of werken ze niet met de juiste makelaars? Die blijven veel bepalen en hun buitenlandse waar slijten. Niet alleen qua spelers.

Waar blijven de (jonge) Belgische trainers?

STVV heeft nu helemaal een internationaal profiel: een Japanse CEO, een Braziliaanse sportief directeur, een Australische adviseur en nu ook een Sloveense trainer. Het is duidelijk een niet te stoppen tendens in het voetbal. Vergeelde romantiek is het om terug te denken aan de tijd dat er in Sint-Truiden beenharde voetballers op het veld stonden, opgedolven uit Limburgse klei.

Onduidelijk is het via welke wegen Kostic bij STVV belandde. De opvolger van Marc Brys kondigde aan dat hij wil proberen de tegenstanders onder druk te zetten en via combinaties zo snel mogelijk in de aanvalszone wil komen. Lachwekkend klinken dat soort kreten steeds weer. Want is dat uiteindelijk niet het doel van iedere trainer? Van Dennis van Wijk bijvoorbeeld, de brandweerman van dienst die bij KV Oostende aan zijn 21e karwei mag beginnen. De Nederlander kan met zijn botte omgangsvormen een groep snel scherp zetten, maar een man voor de lange termijn is hij niet. Misschien past dat wel in Oostende waar er een nevelsluier blijft hangen over die toekomst.

Natuurlijk zijn er in het verleden buitenlandse trainers geweest die voor een meerwaarde zorgden. De mythische Ernst Happel bij Club Brugge, Tomislav Ivic bij Anderlecht en Standard, Aad de Mos bij vooral KV Mechelen, het waren vernieuwers met verfrissende ideeën en een eigen aanpak en filosofie. Of er waren onbekende trainers die zich hier ontwikkelden. Hans Croon in de jaren zeventig bij Waregem bijvoorbeeld die de muren van de kleedkamer rood liet schilderen om de spelers een gevoel van onoverwinnelijkheid te geven en later onder meer naar Anderlecht ging. Of Trond Sollied die sprak over looplijnen en spelers die moesten leren nadenken op het veld.

Hoopt KRC Genk nu met Hannes Wolf iemand te hebben gevonden die via een meer wetenschappelijke methodiek de spelers beter maakt? Houden clubs in het aantrekken van trainers eigenlijk rekening met hun cultuur? Zou Milos Kostic, de afgelopen jaren aan het werk in Bosnië, Griekenland en Albanië, weten hoe die identiteit van STVV eruitziet? Soms worden er risico's genomen en wordt er gehoopt op een witte merel. Zoals KAA Gent dat deed toen het Jess Thorup aantrok. De Deen doet het uitstekend, al hoor je wel eens dat hij in de omgang met de spelersgroep dan weer te zacht is. Maar wat is het surplus waarvoor bijvoorbeeld Beñat San José Gil, Arnauld Mercier of zelfs Bernd Holllerbach zorgden? Hebben zij meer te bieden dan een gemiddelde Belgische trainer? Die kan nu, in het beste geval, als analist zijn licht laten schijnen over wedstrijden. Dat blijft een vreemd dualisme: zelf niet meer aan de bak komen, maar toch oordelen.

Een aantal Rode Duivels hebben nu laten weten dat ze met een trainerscursus willen beginnen die wordt aangeboden door de voetbalbond. Dat betekent op zich natuurlijk nog niets, maar het is wel opmerkelijk. Opvallend is bijvoorbeeld dat van de geprezen lichting uit de jaren tachtig, die toch tactisch goed geschoold was, eigenlijk alleen Eric Gerets een topcarrière maakte als trainer. Hij is een van de weinigen die ook in het buitenland werd gevraagd. Ook daar zijn Belgische trainers al lang niet meer in beeld. Tenzij in een of andere oliestaat.

Met het aantrekken van de Sloveen Milos Kostic zet STVV in deze competitie de opmars van buitenlandse trainers verder. Zes keer kwam het dit seizoen tot een trainerswissel, vijf keer werd er voor een buitenlander gekozen. Nog slechts zes Belgische coaches zijn er in 1A aan het werk, veertien buitenlanders zijn of waren dit seizoen in onze hoogste afdeling aan de slag. Waar blijven de (jonge) Belgische trainers? Hebben ze te weinig talent, zijn ze niet goed opgeleid of werken ze niet met de juiste makelaars? Die blijven veel bepalen en hun buitenlandse waar slijten. Niet alleen qua spelers. STVV heeft nu helemaal een internationaal profiel: een Japanse CEO, een Braziliaanse sportief directeur, een Australische adviseur en nu ook een Sloveense trainer. Het is duidelijk een niet te stoppen tendens in het voetbal. Vergeelde romantiek is het om terug te denken aan de tijd dat er in Sint-Truiden beenharde voetballers op het veld stonden, opgedolven uit Limburgse klei. Onduidelijk is het via welke wegen Kostic bij STVV belandde. De opvolger van Marc Brys kondigde aan dat hij wil proberen de tegenstanders onder druk te zetten en via combinaties zo snel mogelijk in de aanvalszone wil komen. Lachwekkend klinken dat soort kreten steeds weer. Want is dat uiteindelijk niet het doel van iedere trainer? Van Dennis van Wijk bijvoorbeeld, de brandweerman van dienst die bij KV Oostende aan zijn 21e karwei mag beginnen. De Nederlander kan met zijn botte omgangsvormen een groep snel scherp zetten, maar een man voor de lange termijn is hij niet. Misschien past dat wel in Oostende waar er een nevelsluier blijft hangen over die toekomst. Natuurlijk zijn er in het verleden buitenlandse trainers geweest die voor een meerwaarde zorgden. De mythische Ernst Happel bij Club Brugge, Tomislav Ivic bij Anderlecht en Standard, Aad de Mos bij vooral KV Mechelen, het waren vernieuwers met verfrissende ideeën en een eigen aanpak en filosofie. Of er waren onbekende trainers die zich hier ontwikkelden. Hans Croon in de jaren zeventig bij Waregem bijvoorbeeld die de muren van de kleedkamer rood liet schilderen om de spelers een gevoel van onoverwinnelijkheid te geven en later onder meer naar Anderlecht ging. Of Trond Sollied die sprak over looplijnen en spelers die moesten leren nadenken op het veld. Hoopt KRC Genk nu met Hannes Wolf iemand te hebben gevonden die via een meer wetenschappelijke methodiek de spelers beter maakt? Houden clubs in het aantrekken van trainers eigenlijk rekening met hun cultuur? Zou Milos Kostic, de afgelopen jaren aan het werk in Bosnië, Griekenland en Albanië, weten hoe die identiteit van STVV eruitziet? Soms worden er risico's genomen en wordt er gehoopt op een witte merel. Zoals KAA Gent dat deed toen het Jess Thorup aantrok. De Deen doet het uitstekend, al hoor je wel eens dat hij in de omgang met de spelersgroep dan weer te zacht is. Maar wat is het surplus waarvoor bijvoorbeeld Beñat San José Gil, Arnauld Mercier of zelfs Bernd Holllerbach zorgden? Hebben zij meer te bieden dan een gemiddelde Belgische trainer? Die kan nu, in het beste geval, als analist zijn licht laten schijnen over wedstrijden. Dat blijft een vreemd dualisme: zelf niet meer aan de bak komen, maar toch oordelen. Een aantal Rode Duivels hebben nu laten weten dat ze met een trainerscursus willen beginnen die wordt aangeboden door de voetbalbond. Dat betekent op zich natuurlijk nog niets, maar het is wel opmerkelijk. Opvallend is bijvoorbeeld dat van de geprezen lichting uit de jaren tachtig, die toch tactisch goed geschoold was, eigenlijk alleen Eric Gerets een topcarrière maakte als trainer. Hij is een van de weinigen die ook in het buitenland werd gevraagd. Ook daar zijn Belgische trainers al lang niet meer in beeld. Tenzij in een of andere oliestaat.