Het was als een alarmsignaal dat in geval van nood door megafoons wordt omgeroepen. Op de lege tribunes zonder supporters was het heel duidelijk te horen: het was het signaal waarmee Hannes Wolf zijn lange Nigeriaan het strijdperk in stuurde om op het einde van de wedstrijd een resultaat weg te kapen. ' Ball in the box for Onu, boys!', hoorde je vaak wanneer op het scorebord de negentigste minuut naderde. Alsof de kortste weg naar het doel die door de lucht was. Daar ligt dan ook eenvoudige wiskunde aan ten grondslag: wanneer de bal de grasmat verlaat en de lucht in vliegt, dan is het de grootste speler die het meeste kans heeft om hem te raken. Met zijn dikke twee meter is Paul Onuachu dus een geliefkoosd target.
...

Het was als een alarmsignaal dat in geval van nood door megafoons wordt omgeroepen. Op de lege tribunes zonder supporters was het heel duidelijk te horen: het was het signaal waarmee Hannes Wolf zijn lange Nigeriaan het strijdperk in stuurde om op het einde van de wedstrijd een resultaat weg te kapen. ' Ball in the box for Onu, boys!', hoorde je vaak wanneer op het scorebord de negentigste minuut naderde. Alsof de kortste weg naar het doel die door de lucht was. Daar ligt dan ook eenvoudige wiskunde aan ten grondslag: wanneer de bal de grasmat verlaat en de lucht in vliegt, dan is het de grootste speler die het meeste kans heeft om hem te raken. Met zijn dikke twee meter is Paul Onuachu dus een geliefkoosd target. Omdat men in het voetbal voortdurend zoekt naar een manier om voordeel te behalen op de tegenstander, leunde Genk al snel op de reus uit Owerri, een stad in Nigeria op een honderdtal kilometer van de Atlantische Oceaan. De rest is gewoon logica en gaat vooral om het zoeken naar de juiste plek om zijn dubbele meter optimaal te benutten. Genk beschikt over meerdere technisch sterke spelers en gebruikt dus niet zo vaak de lengte van zijn goalgetter, die nochtans in de top tien staat van de spelers die de meeste luchtduels per match uitvechten in de Jupiler Pro League, zij het ver achter spelers als Shamar Nicholson, Dieumerci Mbokani, Igor de Camargo of Zinho Gano. Misschien omdat de Super Eagle zich daarin niet echt laat gelden, met slechts 48,12 procent gewonnen kopduels. Zijn lengte is vooral een troef in de grote rechthoek. Daar was Onuachu al tien keer succesvol met het hoofd sinds het begin van de competitie. Dat is het dubbele van Thomas Henry, de runner-up in die specialiteit. Zelfs Europees heeft de op één na beste kopper (in de top vijftien van de kampioenschappen) er slechts zeven achter zijn naam staan: Sasa Kalajdzic, de Oostenrijkse aanvaller van Stuttgart ( zie tabel). Het postuur van Onuachu is duidelijk zijn handelsmerk geworden. Het is een wapen dat de spits van Racing tot in de perfectie beheerst: meer dan een derde van zijn goals maakt hij op die manier. Dat percentage stijgt nog wanneer we de zeven goals die hij uit een strafschop puurde, niet meetellen: in dat geval maakte hij 45 procent van zijn 22 goals met het hoofd. Uiteraard is Paul Onuachu een gevaar bij vrije trappen, maar hij duikt toch vooral op aan het eind van een goed geoliede Genkse keten. Een choreografie die hem in staat stelt om beter te schieten en die vaak begint bij de voeten van Junya Ito of Daniel Muñoz, die de rechterflank van de Limburgers bevolken. De Japanner en de Colombiaan gaven elk vijf assists aan hun nummer 18, dat is meer dan de helft van alle assists die de Nigeriaan krijgt (19 van zijn 29 goals kwamen er na een assist). Daar komen dan ook nog eens twee assists bij van Joakim Mæhle in de eerste helft van het seizoen, die ook op de rechterflank van Racing liep. In totaal kwamen dus 13 van de 19 assists op Onuachu vanop rechts.Wanneer de bal naar de flank gaat, zijn de danspasjes van Onuachu minutieus uitgetekend. De Super Eagle loopt naar de tweede paal, waar zijn centimeters dubbel tellen daar waar in de eerste zone een strakke voorzet nog kan weggewerkt worden door een kleinere speler. De landingsbaan van Big Paul situeert zich steevast in de zestien meter, van waaruit hij al zijn goals maakt, maar beperkt zich eigenlijk tot een nog meer afgebakend gebied. Sommige analisten noemen dat al de 'Onuachuzone', zo erg valt het op. Het gaat om een rechthoek van ongeveer negen meter breed en elf meter lang die zich situeert tussen enerzijds het midden van de goal en de zijkant van het doelgebied, en anderzijds tussen de doellijn en het penaltypunt. Van de 22 goals (dus zonder de strafschoppen) die de Nigeriaanse reus maakte, kwamen er 15 vanuit die zone. Met andere woorden: 68 procent van zijn treffers vinden hun oorsprong in een perceel grond van amper honderd vierkante meter, dat is minder dan een zesde van het strafschopgebied. Een brede gang in een paleis, zeg maar. Dáár is het dat Paul Onuachu zijn hart ophaalt. Vaak bliksemsnel. Daar loopt veel volk rond en kunnen veel baltoetsen al snel overbodig worden, dus handelt de spits snel: 25 van zijn goals maakte hij met één baltoets. Slechts bij één doelpunt, een technisch hoogstandje waarmee hij de hoop van OH Leuven begroef, raakte hij de bal meer dan twee keer. De Nigeriaan heeft dat ook niet nodig, simpelweg omdat hij vaak al zo goed opgesteld staat dat hij maar binnen te tikken heeft. Meer dan de afwerking - hij miste ook al acht grote kansen dit seizoen - is het de juiste plaatsing die de Gouden Stier tot kunst verheven heeft. Niemand op de Belgische velden creëert zoveel big chances dan hij en alleen de gerenommeerde Brugse goalgetter Bas Dost trapt gemiddeld vanuit een nog gunstiger positie op doel - wat komt doordat de Nederlander vaker aan de eerste dan aan de tweede paal wordt aangespeeld: hij verhoogt zo zijn kansen door met de voet in plaats van het hoofd af te werken. In tegenstelling tot veel goalgetters die scoren wanneer het er niet meer toe doet, zet de reus van Owerri zich op het scorebord wanneer het telt. Met vijftien van zijn goals, dus iets meer dan de helft, bracht hij Racing Genk op voorsprong. Acht goals deden er niet echt meer toe, omdat zijn ploeg al op voorsprong stond wanneer hij de netten deed trillen. Onuachu komt het minst goed uit de verf wanneer zijn ploeg op achterstand staat: in die situatie scoorde hij slechts zes keer. Misschien omdat de tegenstander zich dan gegroepeerd terugtrekt en er veel volk rondloopt in de zestien meter. Paradoxaal genoeg maakt de Nigeriaan eerder brokken na een snelle omschakeling dan na een zorgvuldig opgebouwde aanval over meer dan tien stationnetjes. Dat komt omdat zijn ploegmaats profiteren van een verdediging die iets hoger staat om in de diepte te lopen en een voorzet af te leveren. Van zodra de tegenstander achteraan de deur openzet, moet gewoon het consigne opgevolgd worden: ball in the box for Onu. Wie eerst komt, eerst maalt. Aan de tweede paal.