Dromen deed Antwerp in zijn lange geschiedenis al vaker. In 1996 bijvoorbeeld, toen George Kessler resideerde op de Bosuil en de eminente trainer vond dat de club op een kruispunt in haar geschiedenis stond. Kessler bouwde de plannen uit voor een nieuw stadion, hij had zelfs een model bedacht waarop de investering op termijn zou kunnen worden terugbetaald. Uren en uren zat Kessler toen over de maquette van het stadion gebogen. De spelers durfden zijn bureau amper te passeren, want dan werden ze binnengeroepen en langdurig onderhouden. Niet over het spelconcept, maar over het stadion.

Uiteindelijk durfde Antwerp de gok niet aan en verzuimde de club om, volgens Kessler, de echte sprong naar de top te maken en de rijkste club van België te worden. Hij verbaasde zich over het gebrek aan moed en durf van de toenmalige voorzitter Eddy Wauters.

Nochtans had Wauters geen gebrek aan ambitie. Alleen bleek dat in de praktijk niet. Drie jaar eerder miste Antwerp ook al de kans om naar de top door te groeien. Het haalde de finale van de Europabeker voor Bekerwinnaars tegen Parma, verloor, maar zette zich internationaal op de kaart. Na de wedstrijd kwam het tot een pijnlijk dispuut tussen Wauters en trainer Walter Meeuws, die naar KAA Gent zou overstappen.

Antwerp miste een visie op de lange termijn, het leefde te veel in het verleden. Vreemd voor een zakenman als Eddy Wauters, die zich heel graag met het sportieve moeide. Zoals bijvoorbeeld Guy Thys mocht ervaren toen hij met Antwerp in 1974 en 1975 vicekampioen werd en met verfrissend voetbal uitpakte, bezield door de Oostenrijkse balvirtuoos Karl Kodat.

Antwerp staat voor een kantelmoment.

In die periode belde Wauters iedere zaterdagochtend naar zijn trainer om de opstelling van het elftal te kennen. Wauters ergerde zich aan de naar zijn idee op het veld te afwezige Jos Heyligen en zei niet te begrijpen waarom Thys die bleef opstellen, omdat er met Heyligen op het veld naar zijn idee met tien man werd gespeeld. Maar de latere bondscoach liet zich niet uit zijn evenwicht brengen en zei dat de ploeg met tien man zo vaak wedstrijden won dat hij het risico niet wilde nemen om met elf aan te treden.

Nu staat Antwerp weer dicht bij de top. De bekerwinst zorgde voor een golf van euforie, de verwachtingen zijn hoog. Daar doet het 1-1-gelijkspel van afgelopen zaterdag tegen Excel Mouscron geen afbreuk aan. Er worden nu volop nieuwe stappen gezet op de Bosuil. Antwerp, dat alle financiële putten dichtte, is het nu aan zijn status verplicht om kleur te bekennen. Het droomt groots. De vroeger zo verpauperde accommodatie oogt nu mooi, de gevel van het stadion ademt klasse uit, nu moet het ook op het veld gebeuren. En intussen moet er verder worden gewerkt aan de sportieve structuur, aan het scoutingsysteem, aan de jeugdopleiding.

Voor de transferperiode op 5 oktober afsluit, gaat Antwerp zijn spelerskern ongetwijfeld een kwalitatieve injectie geven. Voorzitter Paul Gheysens barst van ambitie en sportief directeur Luciano D'Onofrio heeft nog altijd voldoende contacten, al geldt hij niet als de man van de grote uitgaven. Slechts één miljoen euro trok Antwerp in de aanloop naar het seizoen uit, met name voor doelman Jean Butez. Versterkingen zijn absoluut noodzakelijk. In de verdediging, links op het middenveld en ook vooraan, waar er geen alternatief is voor Dieumerci Mbokani. Dat is een risico, in een slopend seizoen met een overladen kalender en een aantal Europese wedstrijden.

Net zoals in 1996 bevindt Antwerp zich ook nu op een kantelmoment. Toen verbaasde Kessler zich over Eddy Wauters, die naar zijn mening niet vooruit durfde te denken. Paul Gheysens is een man van een heel ander kaliber. Hij pompte geen 30 miljoen euro in de club voor een figurantenrol. Gheysens droomt van de titel.

Dromen deed Antwerp in zijn lange geschiedenis al vaker. In 1996 bijvoorbeeld, toen George Kessler resideerde op de Bosuil en de eminente trainer vond dat de club op een kruispunt in haar geschiedenis stond. Kessler bouwde de plannen uit voor een nieuw stadion, hij had zelfs een model bedacht waarop de investering op termijn zou kunnen worden terugbetaald. Uren en uren zat Kessler toen over de maquette van het stadion gebogen. De spelers durfden zijn bureau amper te passeren, want dan werden ze binnengeroepen en langdurig onderhouden. Niet over het spelconcept, maar over het stadion. Uiteindelijk durfde Antwerp de gok niet aan en verzuimde de club om, volgens Kessler, de echte sprong naar de top te maken en de rijkste club van België te worden. Hij verbaasde zich over het gebrek aan moed en durf van de toenmalige voorzitter Eddy Wauters. Nochtans had Wauters geen gebrek aan ambitie. Alleen bleek dat in de praktijk niet. Drie jaar eerder miste Antwerp ook al de kans om naar de top door te groeien. Het haalde de finale van de Europabeker voor Bekerwinnaars tegen Parma, verloor, maar zette zich internationaal op de kaart. Na de wedstrijd kwam het tot een pijnlijk dispuut tussen Wauters en trainer Walter Meeuws, die naar KAA Gent zou overstappen. Antwerp miste een visie op de lange termijn, het leefde te veel in het verleden. Vreemd voor een zakenman als Eddy Wauters, die zich heel graag met het sportieve moeide. Zoals bijvoorbeeld Guy Thys mocht ervaren toen hij met Antwerp in 1974 en 1975 vicekampioen werd en met verfrissend voetbal uitpakte, bezield door de Oostenrijkse balvirtuoos Karl Kodat.In die periode belde Wauters iedere zaterdagochtend naar zijn trainer om de opstelling van het elftal te kennen. Wauters ergerde zich aan de naar zijn idee op het veld te afwezige Jos Heyligen en zei niet te begrijpen waarom Thys die bleef opstellen, omdat er met Heyligen op het veld naar zijn idee met tien man werd gespeeld. Maar de latere bondscoach liet zich niet uit zijn evenwicht brengen en zei dat de ploeg met tien man zo vaak wedstrijden won dat hij het risico niet wilde nemen om met elf aan te treden. Nu staat Antwerp weer dicht bij de top. De bekerwinst zorgde voor een golf van euforie, de verwachtingen zijn hoog. Daar doet het 1-1-gelijkspel van afgelopen zaterdag tegen Excel Mouscron geen afbreuk aan. Er worden nu volop nieuwe stappen gezet op de Bosuil. Antwerp, dat alle financiële putten dichtte, is het nu aan zijn status verplicht om kleur te bekennen. Het droomt groots. De vroeger zo verpauperde accommodatie oogt nu mooi, de gevel van het stadion ademt klasse uit, nu moet het ook op het veld gebeuren. En intussen moet er verder worden gewerkt aan de sportieve structuur, aan het scoutingsysteem, aan de jeugdopleiding. Voor de transferperiode op 5 oktober afsluit, gaat Antwerp zijn spelerskern ongetwijfeld een kwalitatieve injectie geven. Voorzitter Paul Gheysens barst van ambitie en sportief directeur Luciano D'Onofrio heeft nog altijd voldoende contacten, al geldt hij niet als de man van de grote uitgaven. Slechts één miljoen euro trok Antwerp in de aanloop naar het seizoen uit, met name voor doelman Jean Butez. Versterkingen zijn absoluut noodzakelijk. In de verdediging, links op het middenveld en ook vooraan, waar er geen alternatief is voor Dieumerci Mbokani. Dat is een risico, in een slopend seizoen met een overladen kalender en een aantal Europese wedstrijden. Net zoals in 1996 bevindt Antwerp zich ook nu op een kantelmoment. Toen verbaasde Kessler zich over Eddy Wauters, die naar zijn mening niet vooruit durfde te denken. Paul Gheysens is een man van een heel ander kaliber. Hij pompte geen 30 miljoen euro in de club voor een figurantenrol. Gheysens droomt van de titel.