Nieuws uit Spanje: de spelers en de technische staf van eersteklasser Eibar brachten een gezamenlijk statement naar buiten. De teneur: wij zijn bang. Bang om te gaan trainen, bang om straks wedstrijden te spelen, bang om besmet te geraken. En bang om het virus door te geven aan familie en vrienden, en op die manier, wie weet, een opstoot van de epidemie te veroorzaken.

Een terechte vrees, wat mij betreft. Dat er terug getennist wordt, dat is ergens nog aannemelijk. In sporten waar de afstand gegarandeerd kan worden, is het risico op besmetting alleszins minder groot, hoewel virusbestendige tennisballen voorlopig nog niet op de markt zijn. Maar een contactsport als voetbal terug willen organiseren?

'Het is gevaarlijker om naar de apotheek te gaan dan om te gaan trainen', relativeerde Javier Tebas, de grote baas van de Spaanse profliga, meteen. Hij maakte zich ook sterk dat alle mogelijke maatregelen genomen worden om een veilige en gecontroleerde terugkeer van het voetbal te garanderen.

Natuurlijk is het niet Javier Tebas die straks het veld op loopt om te trainen en wedstrijden te spelen. Het is niet Javier Tebas die straks een kopduel zal aangaan, een tackel zal uitvoeren of in de voeten van een spits zal duiken. Nee, Javier Tebas moet hoogstens zijn latex handschoenen aandoen om de stapeltjes geld te tellen die het voetbal weer zal opleveren en waarvan hij een deel zal kunnen mee graaien.

De spelers gaan zich blootstellen aan de risico's, maar waar is hun stem in dit alles? Op dit moment lijkt het alsof ze niet meer dan dieren in een circusact zijn. Ze moeten hun kunstjes opvoeren, ook al riskeren ze daar hun leven of dat van hun omgeving mee. Natuurlijk worden topvoetballers vorstelijk betaald en wanen sommigen zich immuun - zoals blijkt uit de lockdownparty's van een aantal idioten - maar toch blijf ik me afvragen hoe ze zich voelen bij de druk van de voetbalindustrie.

Is er dan eens een enkeling die zijn stem durft te verheffen, zoals Birger Verstraete, dan wordt hij meteen teruggefloten door zijn club. Want de bal, en vooral het geld, moet straks weer rollen.

De vraag die zich dan opdringt, is diegene die ook Damiano Tommasi zich stelt. De ex-speler van AS Roma is nu voorzitter van de Italiaanse spelersvakbond. 'Iemand moet zich verantwoordelijk stellen voor de risico's die de werknemers van de voetbalindustrie straks lopen', zegt hij onomwonden in een interview met El País. Inderdaad, wie zal verantwoordelijk zijn als het misloopt? De clubs? De profliga? De voetbalbond? De regering?

Wat gaan we doen als straks een speler sterft aan het coronavirus? Of als zijn carrière om zeep is door schade aan zijn longen? Is dat dan collateral damage? Geofferd op het altaar van de voetbalindustrie? Eigenlijk komt het hierop neer: mag je bewust de gezondheid van je werknemers op het spel zetten? Als het antwoord daarop 'ja' is, dan vraag ik me af in wat voor een wereld we leven.

Nieuws uit Spanje: de spelers en de technische staf van eersteklasser Eibar brachten een gezamenlijk statement naar buiten. De teneur: wij zijn bang. Bang om te gaan trainen, bang om straks wedstrijden te spelen, bang om besmet te geraken. En bang om het virus door te geven aan familie en vrienden, en op die manier, wie weet, een opstoot van de epidemie te veroorzaken.Een terechte vrees, wat mij betreft. Dat er terug getennist wordt, dat is ergens nog aannemelijk. In sporten waar de afstand gegarandeerd kan worden, is het risico op besmetting alleszins minder groot, hoewel virusbestendige tennisballen voorlopig nog niet op de markt zijn. Maar een contactsport als voetbal terug willen organiseren?'Het is gevaarlijker om naar de apotheek te gaan dan om te gaan trainen', relativeerde Javier Tebas, de grote baas van de Spaanse profliga, meteen. Hij maakte zich ook sterk dat alle mogelijke maatregelen genomen worden om een veilige en gecontroleerde terugkeer van het voetbal te garanderen. Natuurlijk is het niet Javier Tebas die straks het veld op loopt om te trainen en wedstrijden te spelen. Het is niet Javier Tebas die straks een kopduel zal aangaan, een tackel zal uitvoeren of in de voeten van een spits zal duiken. Nee, Javier Tebas moet hoogstens zijn latex handschoenen aandoen om de stapeltjes geld te tellen die het voetbal weer zal opleveren en waarvan hij een deel zal kunnen mee graaien.De spelers gaan zich blootstellen aan de risico's, maar waar is hun stem in dit alles? Op dit moment lijkt het alsof ze niet meer dan dieren in een circusact zijn. Ze moeten hun kunstjes opvoeren, ook al riskeren ze daar hun leven of dat van hun omgeving mee. Natuurlijk worden topvoetballers vorstelijk betaald en wanen sommigen zich immuun - zoals blijkt uit de lockdownparty's van een aantal idioten - maar toch blijf ik me afvragen hoe ze zich voelen bij de druk van de voetbalindustrie.Is er dan eens een enkeling die zijn stem durft te verheffen, zoals Birger Verstraete, dan wordt hij meteen teruggefloten door zijn club. Want de bal, en vooral het geld, moet straks weer rollen.De vraag die zich dan opdringt, is diegene die ook Damiano Tommasi zich stelt. De ex-speler van AS Roma is nu voorzitter van de Italiaanse spelersvakbond. 'Iemand moet zich verantwoordelijk stellen voor de risico's die de werknemers van de voetbalindustrie straks lopen', zegt hij onomwonden in een interview met El País. Inderdaad, wie zal verantwoordelijk zijn als het misloopt? De clubs? De profliga? De voetbalbond? De regering? Wat gaan we doen als straks een speler sterft aan het coronavirus? Of als zijn carrière om zeep is door schade aan zijn longen? Is dat dan collateral damage? Geofferd op het altaar van de voetbalindustrie? Eigenlijk komt het hierop neer: mag je bewust de gezondheid van je werknemers op het spel zetten? Als het antwoord daarop 'ja' is, dan vraag ik me af in wat voor een wereld we leven.