László Bölöni over...

... zijn definitie van goed voetbal:

'Goed voetbal is volgens mij niet altijd interessant voor het publiek. Solide zijn, goede aanvallen in elkaar steken, agressief en fysiek aanwezig zijn: dat kan ook voor een goede wedstrijd zorgen zonder dat je iets speciaals hebt laten zien. Soms hoor ik zeggen dat we een slechte Champions Leaguefinale zagen, maar de finale van de Champions League kán niet slecht zijn! Dat er weinig spektakel was, maakt niet uit voor de winnaar. Er zijn maar heel weinig toeschouwers die louter en alleen voor het spektakel komen. De mensen komen in de eerste plaats naar het stadion om hun ploeg te zien winnen.'

... zijn keuze voor mandekking bij Antwerp FC:

'Dat had te maken met de spelers die ik ter beschikking had toen ik hier aankwam. Hun vechtlust, hun strijdvaardigheid, was hun belangrijkste kwaliteit. We kwamen uit de tweede afdeling, we mochten niet over ons heen laten lopen. Maar analisten en experten vergissen zich soms: ik ben geen Guy Roux die te allen tijde individuele mandekking eist. Elke speler heeft zijn zone en binnen die zone moet hij in staat zijn om zijn gevaarlijkste tegenstander af te stoppen. Soms duiken twee tegenstanders op in dezelfde zone en dan moet een speler intelligent genoeg zijn om te kiezen voor de gevaarlijkste. Ik verkies dus individuele mandekking, maar dan binnen de zone waarin de speler in kwestie opereert. De bal recupereren begint niet op je eigen speelhelft maar op die van de tegenstander, tenminste als je daarvoor de spelers hebt. In België heeft niet elk team die. Iets anders: je begint de opbouw van achteren uit, ook weer als je daarvoor de spelers hebt. Heb je die niet en probeer je dat toch, dan brengt dat meer problemen met zich mee dan oplossingen. Dus kies je misschien beter voor iets anders.'

... coachen vanaf de tribune:

'Spijtig genoeg ben ik al een paar keer uitgesloten geweest. Daarbij kwam ik tot de vaststelling dat je in de tribune een betere kijk hebt op het spel dan langs de zijlijn. Anderzijds hou ik er wel van om dicht bij mijn spelers te zijn en de spanning van de wedstrijd van nabij te voelen. Toen ik trainer was van de nationale ploeg van Roemenië, vroeg ik aan een ex-trainer van me, die directeur van de bond was geworden en de wedstrijd vanuit de tribune volgde, om tijdens de rust twee, drie minuten van gedachten te wisselen alvorens ik mijn spelers zag. Ik wilde weten of onze visie over de wedstrijd dezelfde was. Dikwijls bleek dat we niet tot dezelfde conclusies kwamen. Even vaak had hij het bij het rechte eind.'

Lees het hele interview met Bölöni in onze Plus-zone of in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 23 oktober.