In de wandelgangen in de Belgische eerste klasse hoor je vaak over de kalender dat iedereen toch twee keer tegen elkaar moet spelen, en dat de ene kalender dus niet beter is dan de andere. Je kan daarover discussiëren, maar er zit een zekere logica in.

Dit seizoen is het echter anders. Tot eind augustus moeten alle matchen in 1A achter gesloten deuren afgewerkt worden. Het gaat dus in totaal om vier speeldagen. Nils Van Brantegem, verantwoordelijk voor de samenstelling van de kalender, had aan de zeventien mogelijke eersteklassers (inclusief OHL en Beerschot) gevraagd om drie tegenstanders aan te duiden die ze thuis liever niet wilden ontvangen in de maand augustus. Iedereen vermeldde daarbij Club Brugge en Anderlecht, omdat die twee clubs veel volk naar het stadion lokken.

Aangezien het onmogelijk was om Club én Anderlecht hun eerste vier matchen thuis te laten afwerken, werden de wensen van een aantal ploegen noodgedwongen niet gerespecteerd. Voor STVV loopt het al meteen mis op de eerste speeldag, want het ontvangt Anderlecht.

Andere clubs die hun eisen niet ingewilligd zagen, zijn Eupen (dat Standard ontvangt op speeldag 2), KV Mechelen (dat Club Brugge ontvangt op speeldag 2), RE Mouscron (Club Brugge op speeldag 4), KAA Gent (Anderlecht op speeldag 4) en Cercle Brugge (Antwerp op speeldag 4).

Bij de gelukkigen kunnen we toch Charleroi rekenen. De Zebra's hebben een zwaar seizoensbegin, maar uitwedstrijden op Club Brugge en Antwerp zijn toch aanzienlijk minder moeilijk zonder publiek. Uit de herstart van de Europese competities achter gesloten deuren is immers gebleken dat het thuisvoordeel zo goed als wegvalt.

Mehdi Bayat, de sterke man van de Zebra's, bleef in een reactie tegenover het agentschap Belga zijn diplomatische zelf: 'De match moet nu eenmaal gespeeld worden achter gesloten deuren, in een stadion waar er normaal gezien een echte twaalfde man is. Als u me vraagt om te kiezen, dan verlies ik liever een match mét publiek dan er een te winnen zónder publiek. Dat zou betekenen dat de strijd tegen het coronavirus achter ons ligt.'

In de wandelgangen in de Belgische eerste klasse hoor je vaak over de kalender dat iedereen toch twee keer tegen elkaar moet spelen, en dat de ene kalender dus niet beter is dan de andere. Je kan daarover discussiëren, maar er zit een zekere logica in.Dit seizoen is het echter anders. Tot eind augustus moeten alle matchen in 1A achter gesloten deuren afgewerkt worden. Het gaat dus in totaal om vier speeldagen. Nils Van Brantegem, verantwoordelijk voor de samenstelling van de kalender, had aan de zeventien mogelijke eersteklassers (inclusief OHL en Beerschot) gevraagd om drie tegenstanders aan te duiden die ze thuis liever niet wilden ontvangen in de maand augustus. Iedereen vermeldde daarbij Club Brugge en Anderlecht, omdat die twee clubs veel volk naar het stadion lokken.Aangezien het onmogelijk was om Club én Anderlecht hun eerste vier matchen thuis te laten afwerken, werden de wensen van een aantal ploegen noodgedwongen niet gerespecteerd. Voor STVV loopt het al meteen mis op de eerste speeldag, want het ontvangt Anderlecht. Andere clubs die hun eisen niet ingewilligd zagen, zijn Eupen (dat Standard ontvangt op speeldag 2), KV Mechelen (dat Club Brugge ontvangt op speeldag 2), RE Mouscron (Club Brugge op speeldag 4), KAA Gent (Anderlecht op speeldag 4) en Cercle Brugge (Antwerp op speeldag 4).Bij de gelukkigen kunnen we toch Charleroi rekenen. De Zebra's hebben een zwaar seizoensbegin, maar uitwedstrijden op Club Brugge en Antwerp zijn toch aanzienlijk minder moeilijk zonder publiek. Uit de herstart van de Europese competities achter gesloten deuren is immers gebleken dat het thuisvoordeel zo goed als wegvalt. Mehdi Bayat, de sterke man van de Zebra's, bleef in een reactie tegenover het agentschap Belga zijn diplomatische zelf: 'De match moet nu eenmaal gespeeld worden achter gesloten deuren, in een stadion waar er normaal gezien een echte twaalfde man is. Als u me vraagt om te kiezen, dan verlies ik liever een match mét publiek dan er een te winnen zónder publiek. Dat zou betekenen dat de strijd tegen het coronavirus achter ons ligt.'