Van Onana tot Idumbo: de erfgenamen van de ‘gouden generatie’ Rode Duivels doorgelicht

Amadou Onana ontpopt zich nu al tot een van de grote mannen bij de Rode Duivels. © GETTY
Guillaume Gautier
Guillaume Gautier Journalist bij Sport/Voetbalmagazine en Sport/Footmagazine.

Met de vroegtijdige uitschakeling op het WK heeft de succesvolste generatie in de geschiedenis van het Belgisch voetbal haar einde bereikt. Zijn de spelers die er nu aankomen beter of gaan we terug naar een mindere periode? Een overzicht van wie er zoal aankomt.

Yari Verschaeren mag dan de eer gehad hebben om de eerste te zijn, toen hij vier minuten voor tijd Youri Tielemans verving en voor het talrijke publiek in het Schotse Hampden Park zijn vuurdoop beleefde, de echte wegbereider heet Jérémy Doku. In de kwartfinales van het voorbije EK, toen België niet kon beschikken over zijn kapitein en meester-dribbelaar, legde Roberto Martínez de linkerkant van zijn aanval in de handen van een kind. De komeet uit Borgerhout, geboren in 2002, heeft dan amper 75 profwedstrijden en negen caps op de teller, maar is toch de voornaamste bron van ongemak voor de verdediging van Italië, dat later Europees kampioen zou worden. Maar vooral: met hem wordt de bocht van de generatiewissel ingezet, ook al heeft België daarbij lang op de rem gestaan.

In de slipstream van Doku zouden nog andere adolescenten volgen, zoals Charles De Ketelaere, Amadou Onana of Zeno Debast. Die laatste is geboren in 2003, toen de Rode Duivels net aan een donkere periode begonnen. Heel het land hoopt dat die niet terugkomt, nu de toekomst na de gouden generatie zo zorgvuldig wordt uitgestippeld.

De laatste steen in de opbouw van de toekomstige nationale ploeg is het opnemen van de U23-ploegen van de grote clubs in de lagere afdelingen. Dat zou een oplossing moeten bieden voor de problemen van de postformatie, die een rem waren op de ontwikkeling van heel wat talenten in de jaren 90. Het is ook een manier om jongeren sneller hun profdebuut te laten maken en zo een tegengewicht te bieden aan de sirenenzang van het buitenland.

In de grootste opleidingscentra van België kennen ze allemaal wel voorbeelden van jonge talenten van wie het te vroege buitenlandse avontuur slecht afgelopen is. Wat hebben Charly Musonda, Thibaud Verlinden of Tibo Persyn nog gepresteerd na hun snelle aftocht bij Anderlecht, Standard of Club Brugge? Waar is de briljante toekomst naartoe die voorgespiegeld werd aan Adrien Bongiovanni, Matthias Bossaerts of Francesco Antonucci – om er maar enkele te noemen?

Er zijn er evenwel een paar die het wagen en slagen. Roméo Lavia bijvoorbeeld, die van Anderlecht naar Manchester City ging, is een van de revelaties van dit seizoensbegin geworden in het shirt van Southampton. De middenvelder is ondertussen de op één na duurste speler ter wereld onder de achttien jaar geworden volgens de inschatting van de website Transfermarkt. Alleen Gavi, het wonderkind van Barça dat al in de selectie van Luis Enrique zit, kost momenteel (veel) meer dan de Brusselse diamant.

Maar Lavia blijft de uitzondering die de regel bevestigt. Zeker nu de Jupiler Pro League beseft dat het een mooie springplank geworden is, die spelers lanceert en hun waarde de hoogte in jaagt. Momenteel zijn er vier van de tien duurste Belgen onder de 21 jaar die hun debuut buiten onze landsgrenzen hebben gemaakt: Amadou Onana, Roméo Lavia, Largie Ramazani en Eliot Matazo.

De balans helt dus over naar debuteren in eigen land, en dat wordt vergemakkelijkt door die U23-ploegen in de lagere afdelingen. Op dit ogenblik hebben 37 Belgische U21’s een waarde van minimaal één miljoen euro – oplopend tot dertig miljoen euro voor Onana en De Ketelaere. Dertig van hen maakten hun debuut in de Belgische competitie. Zij zijn de pronkstukken van een nieuwe generatie jonge Duivels die zich aftekent en die geboren is in het derde millennium. Door hun debuut op jonge leeftijd, met veel media-aandacht, zijn het al bekende namen geworden en elke nieuwe jongere lijkt nog beter dan de vorige. Verandering van spijs doet eten, zegt men, en wat dat betreft zorgt de nieuwe eeuw voor genoeg afwisseling in smaken.

Charles De Ketelaere © GETTY
2001

De vaandeldragers van een vruchtbaar jaar voor Belgische talenten, Amadou Onana en Charles De Ketelaere, mochten onlangs allebei meedoen met de grote jongens in de Johan Cruijff Arena in Amsterdam, waar de Rode Duivels voor het laatst verzamelen bliezen vóór het WK. Yari Verschaeren werd na zijn debuut op jonge leeftijd nu teruggezet naar de U21, waar hij enkele opvallende jongens van deze interessante generatie terugvond.

Largie Ramazani is niet de bekendste van hen, maar doet van zich spreken sinds hij stevig uit de startblokken schoot in La Liga. De polyvalente offensieve speler promoveerde met Almería, werd afgelopen seizoen genoemd bij Monaco en stond in de basis van het team van Jacky Mathijssen dat het tijdens de interlandbreak opnam tegen Les Bleuets. Aan zijn zijde bij de Jonge Duivels speelden ook de energieke Matisse Samoise en de jonge Louis Patris, onbetwiste titularissen in de Pro League, net als Nicolas Raskin of Michel-Ange Balikwisha, andere sterkhouders van de generatie van 2001.

2002

Ook de generatie 2002 is goed vertegenwoordigd bij de U21. Ze wordt aangevoerd door Jérémy Doku, die normaal gezien meegaat naar Qatar als hij zijn fysieke ongemakken achter zich kan laten. Deze generatie maakt ook al naam op de binnen- en buitenlandse velden.

In eigen land is Maarten Vandevoordt incontournable tussen de palen van KRC Genk, dat hij over een tijd zal verlaten voor Leipzig – die transfer is al beklonken. Ameen Al-Dakhil staat in de verdediging van STVV, Marco Kana en Anouar Ait El Hadj bevolken het middenveld van Anderlecht en Ken Nkuba doet de flank van Charleroi. Ondanks hun jonge leeftijd hebben ze al heel wat profwedstrijden op de teller. Bij OH Leuven kampt de jonge Mandela Keita met een voetblessure, maar hij blijft in de belangstelling van bepaalde Europese topclubs staan, die gecharmeerd zijn door de intensiteit en die zijn kwaliteit toonde bij zijn debuut op het hoogste niveau.

Sommigen zijn de grens al overgestoken. Hugo Siquet en Ignace Van der Brempt naar het oosten, al spelen ze weinig bij respectievelijk Freiburg en Leipzig. Koni De Winter verkoopt zijn huid duur in het calcio, waar talenten, zeker in de verdediging, weinig kansen krijgen. AC Milan vertrouwt op Aster Vranckx en Monaco op Eliot Matazo om hun toekomst voor te bereiden.

Eliot Matazo in actie voor Monaco.
2003

Het jaar 2003 bracht minder opvallende talenten voort, maar telt sinds kort ook zijn eerste Rode Duivel door het internationale debuut van Zeno Debast, die al van bij het seizoensbegin basisspeler is bij Anderlecht in de driemansverdediging van Felice Mazzu. Misschien is Debast niet eens de grootste belofte van deze lichting, want de zware blessure van Luca Oyen mag niet doen vergeten welke flitsen van klasse hij al toonde. De offensieve middenvelder van Genk is het nieuwe gezicht van de Limburgse opleiding en lijkt een voorsprong te hebben op jongens als Johan Bakayoko (steeds meer in beeld bij PSV) of Cisse Sandra van Club Brugge. In het zuiden van het land trekt de kracht van Nathan Ngoy in de verdediging van Standard de aandacht.

2004

Zou Roméo Lavia op zijn eentje van deze lichting een grand cru kunnen maken? Anderlecht laat zijn offensieve kracht Mario Stroeykens, die wel steeds vaker gebruikt wordt door Mazzu, langzaam en voorzichtig rijpen, net als Noah Sadiki, die in de laatste wedstrijd van vorig seizoen gelanceerd werd door Vincent Kompany en sindsdien almaar vaker speelt.

Ook buiten Neerpede zijn er enkele namen die stilaan bekend in de oren klinken. Martin Wasinski kreeg al zijn kans bij Charleroi, maar lijkt in het seizoen van de bevestiging wat te stagneren, in tegenstelling tot Mehdi Boukamir, die stilaan het niveau haalt dat bij de Zebra’s verwacht wordt. Krachtpatser Sekou Diawara scoorde in de Challenger Pro League al vier keer voor de U23 van Genk. In diezelfde afdeling zet Club Brugge de talenten van Romeo Vermant en Mathis Servais in de etalage, en Standard die van Léandre Kuavita.

In het buitenland verzamelde Norman Bassette al enkele speelminuten bij Caen, in de Franse Ligue 2. En de Portugese lucht moet ervoor zorgen dat Pierre Dwomoh, vaak gezien als het grootste talent van deze jaargang, eindelijk zijn carrière op de rails krijgt na een tumultueus vertrek uit Genk en een wisselvallig debuut bij Antwerp.

Mario Stroeykens laat zich meer en meer zien bij Anderlecht. © Belga Image
2005

Dit is waarschijnlijk het meest uitgesproken jaar qua potentiële talenten. Allicht ook omdat de meesten van hen nog niet voor langere tijd geconfronteerd werden met de eisen van het profbestaan en dus eerder spannende projecten zijn dan afgewerkte voetballers. Maar toch: de beleidsmakers van het Belgisch voetbal zitten vol ongeduld op deze lichting te wachten en dat komt vooral door de beloftevolle generatie die wordt opgekweekt in Luik. Op de grasmat van Sclessin zagen we verdediger Lucas Noubi, de precieze voorzetten van Cihan Canak, de verwoestende kapbewegingen van Brahim Ghalidi, het enorme potentieel van Noah Mawete en de reddingen van Matthieu Epolo.

Bij de nationale ploeg kruisen de talenten van de SL16 Football Campus het pad van Enock Agyei, de linksvoetige aanvallende middenvelder die Neerpede doet dromen, maar ook het offensieve Genkse wonderkind Mika Godts, het Brugse goudhaantje Noah Mbamba (die al even van de Champions League mocht proeven), de explosieve Gentenaar Malick Fofana of verdediger Kyriani Sabbe.

En dan hebben we het nog eens gehad over degenen die in het buitenland spelen, zoals verdediger Ibrahim Digberekou van Mönchengladbach, verdedigende middenvelder Joseph Nonge Boende van Juventus of de creatieve en spectaculaire Stanis Idumbo van Ajax. Niet zo gek dus dat de generatie van 2005 de meest beloftevolle sinds tien jaar wordt genoemd. De vorige generatie die zoveel lof kreeg, die van 1996, stapelde vooral de teleurstellingen op.

Stanis Idumbo, het grote talent bij Ajax. © Belga Image
2006

Ze zijn nog maar zestien, of zelfs nog niet, maar doen al van zich spreken. Bijna alle volgers van het Belgisch voetbal kennen de naam van Rayane Bounida, die vele jaren werd beschouwd als het grootste talent van Neerpede en nu zijn opleiding voortzet bij Ajax. Ondertussen maken zijn kompanen Ethan Butera en Julien Duranville naam in ons land. De eerste staat centraal in de verdediging van de paars-witte U23 in de Challenger Pro League. De tweede, bijgenaamd ‘de bliksem’ wegens zijn buitengewone schijnbewegingen, maakte al zijn eerste goal bij de profs in de wedstrijd tegen OHL waarin Felice Mazzu hem zijn vuurdoop in eerste klasse liet maken. Op die leeftijd blijven de meeste namen nog onder de radar, al wordt Rabby Mateta op de oevers van de Maas vaak genoemd als een van de grootste beloften van de Rouches.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier