Het palmares van Paul Van Himst, nu 76, is indrukwekkend: vier Gouden Schoenen, acht titels, vier bekers en drie keer topschutter in de Belgische competitie. Het leeuwendeel van zijn carrière speelde hij bij Anderlecht, de club van zijn hart.

Toen Sport/Voetbalmagazine hem in september 2018 interviewde naar aanleiding van zijn 75e verjaardag op 2 oktober, vertelde Van Himst over zijn eigen jeugd: 'Het was toen eigenlijk altijd voetbal. We speelden het in de straat en in de weide. 's Morgens gingen we een half uur vroeger naar school om te sjotten en 's middags stond ik met de fiets in twee minuten thuis, was ik in vijf minuten klaar met eten en stond ik een kwartier later alweer op school te sjotten.'

'Hoe meer je ermee bezig bent en hoe vaker je de bal raakt, hoe sterker je wordt. Op de speelplaats liepen wel honderdvijftig kinderen rond en wij speelden er klas tegen klas zonder herkenbare shirts aan, maar toch vonden we elkaar makkelijk. Dat helpt allemaal je ontwikkeling, denk ik, maar het moet er natuurlijk in zitten. Ik speelde heel goed met de buitenkant, maar niemand leerde mij dat ooit.'

Je ziet het bijna niet meer.

Paul Van Himst: 'Neen, soms hoor je zelfs dat ze zeggen: 'Jij speelt met de buitenkant van de voet, dat moet je niet doen. Je moet de bal eerst met je linker controleren en dan met je rechter een pass geven.' Dan moet ik wel eens slikken, want met de buitenkant spelen, is een gave die veel voordelen biedt. Ik zou de jeugd juist met de buitenkant léren spelen. Zo kun je sneller spelen. Zo kun je ook tot heel dicht bij een tegenstander komen, om dan pas een pass te spelen en door te gaan. Op die manier hoef je de 100 meter niet in 9 seconden te lopen.'

'Hoe je speelt, hangt af van je lichaamsbouw. De benen van Garrincha waren zo krom als bananen, maar net daardoor deed hij bewegingen die alleen hij kon doen. Ieder zijn eigenheid.'

In welke mate leefde je tijdens je carrière voor het voetbal?

Van Himst: 'Ik was er enorm mee bezig. Na de training bleef ik altijd voor een massage. Mijn geluk was ook dat Arlette (zijn vrouw, nvdr) goed eten kon bereiden. Daarna rustte ik in de fauteuil met de benen omhoog. Je krijgt niets voor niks, zelfs al heb je veel kwaliteiten. Er zijn er veel die goed kunnen voetballen, maar er zijn er ook veel met veel talent die kapot gaan.'

'Het is een leven waarvoor je kiest. Ik ben nooit iemand geweest die uitgaat en ik dronk bijna nooit alcohol. Het enige wat ik dronk, op een banket of een receptie van Anderlecht, was eens een glas champagne, omdat ze mij zegden dat het gezond was. De dag voor de wedstrijd at ik dikwijls de staart van een kabeljauw, die mijn vrouw klaarmaakte in een papillot.'

'Op vakantie in de bergen ging ik bergop wandelen met een van de kinderen in mijn nek. Powertraining! Mijn leven stond in het teken van voetballen en presteren.'

Het palmares van Paul Van Himst, nu 76, is indrukwekkend: vier Gouden Schoenen, acht titels, vier bekers en drie keer topschutter in de Belgische competitie. Het leeuwendeel van zijn carrière speelde hij bij Anderlecht, de club van zijn hart. Toen Sport/Voetbalmagazine hem in september 2018 interviewde naar aanleiding van zijn 75e verjaardag op 2 oktober, vertelde Van Himst over zijn eigen jeugd: 'Het was toen eigenlijk altijd voetbal. We speelden het in de straat en in de weide. 's Morgens gingen we een half uur vroeger naar school om te sjotten en 's middags stond ik met de fiets in twee minuten thuis, was ik in vijf minuten klaar met eten en stond ik een kwartier later alweer op school te sjotten.''Hoe meer je ermee bezig bent en hoe vaker je de bal raakt, hoe sterker je wordt. Op de speelplaats liepen wel honderdvijftig kinderen rond en wij speelden er klas tegen klas zonder herkenbare shirts aan, maar toch vonden we elkaar makkelijk. Dat helpt allemaal je ontwikkeling, denk ik, maar het moet er natuurlijk in zitten. Ik speelde heel goed met de buitenkant, maar niemand leerde mij dat ooit.' Je ziet het bijna niet meer. Paul Van Himst: 'Neen, soms hoor je zelfs dat ze zeggen: 'Jij speelt met de buitenkant van de voet, dat moet je niet doen. Je moet de bal eerst met je linker controleren en dan met je rechter een pass geven.' Dan moet ik wel eens slikken, want met de buitenkant spelen, is een gave die veel voordelen biedt. Ik zou de jeugd juist met de buitenkant léren spelen. Zo kun je sneller spelen. Zo kun je ook tot heel dicht bij een tegenstander komen, om dan pas een pass te spelen en door te gaan. Op die manier hoef je de 100 meter niet in 9 seconden te lopen.''Hoe je speelt, hangt af van je lichaamsbouw. De benen van Garrincha waren zo krom als bananen, maar net daardoor deed hij bewegingen die alleen hij kon doen. Ieder zijn eigenheid.' In welke mate leefde je tijdens je carrière voor het voetbal?Van Himst: 'Ik was er enorm mee bezig. Na de training bleef ik altijd voor een massage. Mijn geluk was ook dat Arlette (zijn vrouw, nvdr) goed eten kon bereiden. Daarna rustte ik in de fauteuil met de benen omhoog. Je krijgt niets voor niks, zelfs al heb je veel kwaliteiten. Er zijn er veel die goed kunnen voetballen, maar er zijn er ook veel met veel talent die kapot gaan.''Het is een leven waarvoor je kiest. Ik ben nooit iemand geweest die uitgaat en ik dronk bijna nooit alcohol. Het enige wat ik dronk, op een banket of een receptie van Anderlecht, was eens een glas champagne, omdat ze mij zegden dat het gezond was. De dag voor de wedstrijd at ik dikwijls de staart van een kabeljauw, die mijn vrouw klaarmaakte in een papillot.''Op vakantie in de bergen ging ik bergop wandelen met een van de kinderen in mijn nek. Powertraining! Mijn leven stond in het teken van voetballen en presteren.'