De voetballer waarover elke coach wil beschikken, is diegene die in alle omstandigheden juiste beslissingen kan nemen en kwalitatieve acties kan blijven maken. Coaches klagen evenwel vaak over een gebrek aan concentratie op het einde van de wedstrijd bij hun spelers en dat de afspraken dan niet meer worden nagekomen.

Voor ons is de afname in concentratie het gevolg van een tekort aan energie in de hersenen, waardoor het niet meer mogelijk is om op hetzelfde niveau te blijven nadenken. De oplossing is verrassend eenvoudig: we moeten onze hersenen weer gebruiken waarvoor ze gemaakt zijn en leren functioneren in verschillende omstandigheden.

Voetbalclubs zouden het ontbijt beter af en toe nà de training opdienen.

Wanneer onze hersenen een tekort aan energie waarnemen, beschikken ze over verschillende ingenieuze systemen om dat op te lossen.

In de evolutie van de mens was honger een van voornaamste redenen om te bewegen: honger mobiliseert energie naar de hersenen en de spieren om voeding te kunnen zoeken. In onze huidige maatschappij en sportwereld gebruiken we dat oeroude mechanisme niet meer. We gaan daarentegen het aantal calorieën dat we tijdens de activiteit verbruiken op voorhand innemen. Je zou denken: logisch toch? Alleen begrijpen onze hersenen daar helemaal niets van.

Door elke keer opnieuw energie ter beschikking te stellen, vooral onder de vorm van snelle koolhydraten, om zo snel mogelijk het 'probleem' op te lossen, maken we onze hersenen lui en minder flexibel. We duwen letterlijk opnieuw energie in ons hoofd via het zogenaamde push-principe: we zijn afhankelijk geworden van de constante inname van suiker.

Helaas verwaarlozen we op die manier het veel krachtiger pull-mechanisme: wanneer onze hersenen onvoldoende energie waarnemen, kunnen ze letterlijk gaan 'trekken' aan de energie. Hiervoor beschikken ze over verschillende systemen: GLUT1-transporters om gebruik te maken van glucose; MCT-transporters om gebruik te kunnen maken van ketonen; en ze kunnen zelfs melkzuur in de spieren omzetten in glucose.

Maar om van deze systemen gebruik te kunnen maken, zijn er twee voorwaarden.

We zullen onze comfortzone bewust moeten verlaten en er bewust voor moeten kiezen om een beetje te lijden.

1. We moeten onze hersenen trainen om weer met deze systemen om te gaan.

We zullen onze comfortzone bewust moeten verlaten en er bewust voor moeten kiezen om een beetje te lijden. Alleen door onze hersenen een beetje metabole stress aan te bieden, zullen we opnieuw gebruik kunnen maken van de verwaarloosde systemen. Dat kunnen we bijvoorbeeld door nuchter intensief te bewegen en het een beetje zwart voor de ogen te krijgen. Daar bestaat een mooie publicatie over: The real problem is that winter never comes. Jazeker, er zijn in de evolutie van de mens periodes geweest dat er overvloed aan voedsel was, maar nadien kenden we telkens weer schaarste. Dan was bewegen zonder voedsel een noodzaak om te overleven. Het wordt tijd dat we dat ritme en die flexibiliteit weer herstellen.

Grote namen in de sportwereld die vroeger de grootste voorstanders van het laden van koolhydraten waren, zoals Asker Jeukendrup, introduceren intussen 'nieuwe' termen. In zijn Periodised Nutrition for Athletes adviseert de Nederlandse voedingsspecialist nu ook om op te schuiven naar minder koolhydraten, nuchter trainen en zelfs trainen in gedehydrateerde toestand. Misschien is het echt wel zo dat de atleet van de toekomst een beetje meer uit het stenen tijdperk komt.

Mijn tips voor elke atleet zijn: leer nuchter te bewegen en beperk de maaltijdfrequentie tot ongeveer zeventien maaltijden per week. Of nog beter: schrijf op papiertjes verschillende eetvensters, periodes waarbinnen je die dag mag eten. Bijvoorbeeld: voor 12 uur; tussen 10 en 16 uur; tussen 17 en 21 uur: heel de dag; en heel de dag niets. Doe die papiertjes in een zakje, haal er elke dag ééntje uit en pas telkens je maaltijden aan. Zo kunnen je hersenen niet anticiperen en maak je ze weer gezond.

Kunnen we onze levensstijl zodanig aanpassen dat onze bloedsuikerspiegel en onze insulinewaarden optimaal zijn, dan worden we onverslaanbaar.

2. Onze bloedsuikerwaarden moeten laag zijn.

Wanneer onze bloedsuikerspiegel en onze insulinewaarden hoog zijn, kunnen we geen gebruik maken van deze systemen. Kunnen we onze levensstijl zodanig aanpassen dat onze bloedsuikerspiegel en onze insulinewaarden optimaal zijn, dan worden we onverslaanbaar: dan kunnen we gebruik maken van ketonen en zelfs het in de spieren geproduceerde melkzuur opnieuw gebruiken als energie voor de hersenen.

Maar daar zullen een paar mindshifts voor nodig zijn. Eén daarvan is natuurlijk onze maaltijdfrequentie. Een andere is het schrappen van rood vlees. Vorige week nog verscheen er een gigantische publicatie die verwerkt en rood vlees aanduidt als de grootst mogelijke ontstekingsfactor en verstoorder van de bloedsuikerspiegel. Deze factor is voor mij al langer risicofactor nummer 1. Volgens eigen onderzoek heeft zo'n 30 procent van de voetballers verstoorde bloedsuikerwaarden.

Smakelijk!