Column

Jacques Sys

‘Aad de Mos? Wie is dat?’

Jacques Sys Jacques Sys is hoofdredacteur Sport/Voetbalmagazine

Jacques Sys, hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine, grasduint iedere zaterdag in zijn archief. Deze week heeft hij het over enkele bijzondere aanvallers bij Club Brugge.

Eigenzinnige aanvallers. Er zijn in de loop van de jaren nogal wat vreemde vogels gepasseerd bij Club Brugge. Sommigen eigenden zich al meteen status toe. Zoals de Kroaat Bosko Balaban, die tussen 2004 en 2007 bij blauw-zwart voetbalde. Als er een vrijschop moest genomen worden, dan diende je snel te zijn om te beletten dat hij die zou trappen.

Balaban was een egoïstische spits. Grillig als weinig anderen. Hij beschikte over een fantastische trap. Hoe graag hij op het veld de aandacht op zich vestigde, erbuiten bleef hij liefst uit de schijnwerpers. Als hij al eens een interview gaf, dan mocht dat niet langer duren dan een halfuur. En toen Aad de Mos hem eens een luie spits noemde, vroeg hij: ‘Wie is dat Aad de Mos?’ Anderzijds hield Balaban wel van mode en kon schoonheid hem bekoren. Hij was dan ook getrouwd met een fotomodel.

Egocentrisch was ook een andere Kroaat, Robert Spehar, die tussen 1995 en 1997 furore maakte bij Club. Toen hij in Brugge arriveerde, eiste hij meteen een basisplaats op. Trainer Hugo Broos vond het vreemd om dat te horen. Maar Spehar demonstreerde zijn kwaliteiten als doelpuntenmaker wel. In een met 8-2 gewonnen wedstrijd tegen Lokeren scoorde hij vier goals, waaronder een juweeltje: hij stuurde de bal met een lob van net voorbij de middellijn naar doel, omdat hij had gezien dat doelman Hans De Schrijver ver voor zijn kooi stond. Vader Spehar kwam die dag voor het eerst naar een wedstrijd van zijn zoon kijken. Hij viel bij de vierde goal in de armen van een wat dikkere man. En schrok achteraf dat het om de toenmalige eerste minister Jean-Luc Dehaene ging.

Maar de beste van alle buitenlandse aanvallers was Jean-Pierre Papin. Hij woonde in het grauwe Valenciennes in een piepkleine studio. Toen Club hem daar medio 1985 kwam weghalen, had hij geen last van een minderwaardigheidscomplex. Hij zou vaak scoren, riep hij.

De Fransman had buskruit in de voeten. Maar zijn door armoede gekenmerkt verleden had Papin niet vergeten: toen de spelers van Club voor een feestje een koude schotel hadden laten aanrukken, wilde hij, schichtig rond zich kijkend, van het moment dat iedereen onder de douche stond profiteren om die schotel mee naar huis te nemen. Waarop doelman Birger Jensen dat net op tijd zag en hem resoluut bij de kraag greep. Nadien kwam de Fransman in een blitse wereld terecht, maar toen hij veel later tot de beste buitenlander uit de geschiedenis van Club werd verkozen, kwam hij naar het Jan Breydelstadion om voor een wedstrijd gehuldigd te worden. Hij kreeg tranen in de ogen toen de supporters minutenlang zijn naam scandeerden.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier