Het was eind december 2018 toen we op bezoek gingen bij Victor Campenaerts, voor een verhaal in de Wielergids van Sport/Voetbalmagazine. Ons opzet: hem laten spreken over zijn 'tijdritgeboden'.

Waarom hij - een renner die als neoprof alleen bij Topsport Vlaanderen-Baloise terecht kon, die sindsdien één wegrace (een kermiskoers in Borsbeek) op zijn naam schreef en die, na een val in de slotbocht, in zijn eerste tijdrit bij de elite te voet over de streep was gestrompeld - vijf jaar later was uitgegroeid tot een van de absolute toppers in de eerlijkste en hardste discipline van het wielrennen.

We hadden op een interview van zo'n anderhalf uur gerekend, maar na twee uur was Campenaerts nog aan het praten, met zijn kenmerkende glinsterende ogen. 'Houden we je niet te lang bezig?', vroegen we. 'Neen, absoluut niet', klonk het. 'Het enige wat op mijn planning staat is - zoals altijd - vroeg gaan slapen. We hebben dus nog wel wat tijd. En ik vind dit heel interessant. En plezant.'

Zo ging Victor - tot we hem zelf stillegden - nóg een uur door. Tot op onze audiorecorder 3 uur, 3 minuten en 12 seconden verscheen.

In die tijd had Campenaerts verteld over hoe hij tijdens zijn trainingen soms tientallen keren de Leuvense Vaart op en af rijdt, op rechte stukken, zodat hij in zijn tijdritpositie kan blijven fietsen. Over hoe hij al sinds 2014 élke dag twintig minuten ademhalingsoefeningen doet. Over hoe hij de avond voor een tijdrit zélf zijn perfect afgewogen potje havermout klaarmaakt. En dan in de koelkast van zijn hotelkamer zet, om - zo zei hij doodserieus - het kommetje te kunnen meegraaien in geval van brand. Want dan zou hij 's morgens toch juist kunnen ontbijten...

In die ruim drie uur had Campenaerts ook verteld over hoe hij al jaren met de wetenschappers in zijn team de nieuwste innovaties qua materiaal uitpluist, in de zoektocht naar een nog meer aerodynamische positie. Zelfs tijdens het gesprek bleef hij nadenken: 'Hé, da's misschien iets om te onderzoeken, dat moet ik opschrijven!'

En ook toen we hem de weken na het interview, tijdens zijn hoogtestage in Namibië, artikels over aerodynamica en de invloed van meditatie op de fysieke prestatie mailden, luidde het antwoord telkens: 'Superinteressant! Merci!'

Geen druk

Zelden hebben we zo'n gedreven, passionele, perfectionistische renner geïnterviewd. Zelfverzekerd ook, maar zonder enige zweem van arrogantie. Het uurrecord, zo verklapte hij, spookte tóén al - eind december - elke dag, elke training, door zijn hoofd. Op de livingtafel lag zelfs een boek over de geschiedenis van het record. Een boek dat hij uiteraard al van a tot z had gelezen.

Campenaerts zei het die avond niet met zoveel woorden, maar je zag, je vóélde dat hij ervan overtuigd was dat hij bijna vier maanden later Wiggins' record van de tabellen zou fietsen. Dat hij zichzelf daarmee (veel) druk oplegde? Geen probleem, hij kickt er zelfs op, het doet hem nog beter presteren.

Ook dát had hij immers wetenschappelijk onderzocht met een vriend/psycholoog. 'Ik visualiseer dat ik het ga doen. Zo maak ik vóóraf al dopamine aan, het gelukshormoon dat vrijkomt na een zege. En zo kan ik nog dieper gaan, al tijdens mijn trainingen.' Want, benadrukte Campenaerts: ook dat visualiseren kan het verschil maken, tussen net wel of net niet. Niet toevallig had hij al zijn tijdritten bij de profs met een voorsprong van drie seconden of minder gewonnen.

Magische grens

(Veel) ambitieuzer was de marstabel die hij gisteren in Mexico vooropgesteld had. Tegenover de media luidde het bij hem en zijn team dat 'één meter verder dan Bradley Wiggins' genoeg was, maar op papier stond er: 55,200 kilometer, bijna 700 meter meer dan de Brit. Gewaagd, maar in Campenaerts' hoofd perfect realistisch.

Vooraf had hij intern al aangegeven: 'Als ik na 30 minuten een voorsprong van 16 seconden op Wiggins' schema heb, zal ik enkele ronden een beetje gas terugnemen.' Om dan op het einde zijn kleine lichaam nog eens helemaal tot, en over, de limiet te pushen.

Wat Campenaerts ook deed: zijn laatste rondes waren, terwijl het snot van zijn neus bengelde, zelfs zijn allersnelste. Puur op karakter, bekende hij wel achteraf. Zijn vooropgezette 55,200 kilometer haalde Victor net niet - het werd 55,089 kilometer - maar de magische grens van 55 kilometer was toch gesloopt. Zoals gepland. En zoals bijna iedereen op het thuisfront had verwacht. Alsof het vanzelfsprekend was. Nochtans is het dat allerminst.

Nog meer dan Campenaerts' puur atletische prestatie (om met zijn 1m73, als kleinste renner sinds Ercole Baldini in 1958, het werelduurrecord te verbeteren), moet je dan ook het mentale aspect benadrukken. Om te realiseren waar heel sportminnend België op gehoopt had, om een uitroepteken te zetten achter een project dat tienduizenden euro's gekost had.

Een immense druk die echter afketste op het granieten hoofd van de Antwerpenaar.

Uiteraard was de ontlading dan ook heel groot. Maar dat belette hem niet om in een eerste reactie metéén te verwijzen naar zijn pannenkoekendate met Stig Broeckx. Het zegt alles over Campenaerts: klein qua gestalte, groot als renner, even mooi als mens.

Geen underdog

De Lotto-Soudalrenner is zo, op zijn manier, uitgegroeid tot een rolmodel voor elke jonge renner/sporter in dit land. Het bewijs dat je als atleet niet over supermangaven hoeft te beschikken en je je niet in die typische Belgische underdogrol hoeft te wikkelen om grootste doelen te verwezenlijken.

Het bewijs ook dat je, als je op je sterke punten focust, maniakaal voor je vak leeft en de juiste mensen rond jou verzamelt (stuk voor stuk wereldtoppers op vlak van aerodynamica, inspanningsfysiologie, kinesitherapie, trainingsleer... - die hebben we in België immers ook), kunt zeggen: ik wil en gá dit doen.

Om dat vervolgens ook effectief te doen.

Misschien is dát wel Campenaerts' grootste verdienste.

Het was eind december 2018 toen we op bezoek gingen bij Victor Campenaerts, voor een verhaal in de Wielergids van Sport/Voetbalmagazine. Ons opzet: hem laten spreken over zijn 'tijdritgeboden'.Waarom hij - een renner die als neoprof alleen bij Topsport Vlaanderen-Baloise terecht kon, die sindsdien één wegrace (een kermiskoers in Borsbeek) op zijn naam schreef en die, na een val in de slotbocht, in zijn eerste tijdrit bij de elite te voet over de streep was gestrompeld - vijf jaar later was uitgegroeid tot een van de absolute toppers in de eerlijkste en hardste discipline van het wielrennen.We hadden op een interview van zo'n anderhalf uur gerekend, maar na twee uur was Campenaerts nog aan het praten, met zijn kenmerkende glinsterende ogen. 'Houden we je niet te lang bezig?', vroegen we. 'Neen, absoluut niet', klonk het. 'Het enige wat op mijn planning staat is - zoals altijd - vroeg gaan slapen. We hebben dus nog wel wat tijd. En ik vind dit heel interessant. En plezant.'Zo ging Victor - tot we hem zelf stillegden - nóg een uur door. Tot op onze audiorecorder 3 uur, 3 minuten en 12 seconden verscheen.In die tijd had Campenaerts verteld over hoe hij tijdens zijn trainingen soms tientallen keren de Leuvense Vaart op en af rijdt, op rechte stukken, zodat hij in zijn tijdritpositie kan blijven fietsen. Over hoe hij al sinds 2014 élke dag twintig minuten ademhalingsoefeningen doet. Over hoe hij de avond voor een tijdrit zélf zijn perfect afgewogen potje havermout klaarmaakt. En dan in de koelkast van zijn hotelkamer zet, om - zo zei hij doodserieus - het kommetje te kunnen meegraaien in geval van brand. Want dan zou hij 's morgens toch juist kunnen ontbijten...In die ruim drie uur had Campenaerts ook verteld over hoe hij al jaren met de wetenschappers in zijn team de nieuwste innovaties qua materiaal uitpluist, in de zoektocht naar een nog meer aerodynamische positie. Zelfs tijdens het gesprek bleef hij nadenken: 'Hé, da's misschien iets om te onderzoeken, dat moet ik opschrijven!'En ook toen we hem de weken na het interview, tijdens zijn hoogtestage in Namibië, artikels over aerodynamica en de invloed van meditatie op de fysieke prestatie mailden, luidde het antwoord telkens: 'Superinteressant! Merci!'Zelden hebben we zo'n gedreven, passionele, perfectionistische renner geïnterviewd. Zelfverzekerd ook, maar zonder enige zweem van arrogantie. Het uurrecord, zo verklapte hij, spookte tóén al - eind december - elke dag, elke training, door zijn hoofd. Op de livingtafel lag zelfs een boek over de geschiedenis van het record. Een boek dat hij uiteraard al van a tot z had gelezen.Campenaerts zei het die avond niet met zoveel woorden, maar je zag, je vóélde dat hij ervan overtuigd was dat hij bijna vier maanden later Wiggins' record van de tabellen zou fietsen. Dat hij zichzelf daarmee (veel) druk oplegde? Geen probleem, hij kickt er zelfs op, het doet hem nog beter presteren.Ook dát had hij immers wetenschappelijk onderzocht met een vriend/psycholoog. 'Ik visualiseer dat ik het ga doen. Zo maak ik vóóraf al dopamine aan, het gelukshormoon dat vrijkomt na een zege. En zo kan ik nog dieper gaan, al tijdens mijn trainingen.' Want, benadrukte Campenaerts: ook dat visualiseren kan het verschil maken, tussen net wel of net niet. Niet toevallig had hij al zijn tijdritten bij de profs met een voorsprong van drie seconden of minder gewonnen.(Veel) ambitieuzer was de marstabel die hij gisteren in Mexico vooropgesteld had. Tegenover de media luidde het bij hem en zijn team dat 'één meter verder dan Bradley Wiggins' genoeg was, maar op papier stond er: 55,200 kilometer, bijna 700 meter meer dan de Brit. Gewaagd, maar in Campenaerts' hoofd perfect realistisch.Vooraf had hij intern al aangegeven: 'Als ik na 30 minuten een voorsprong van 16 seconden op Wiggins' schema heb, zal ik enkele ronden een beetje gas terugnemen.' Om dan op het einde zijn kleine lichaam nog eens helemaal tot, en over, de limiet te pushen.Wat Campenaerts ook deed: zijn laatste rondes waren, terwijl het snot van zijn neus bengelde, zelfs zijn allersnelste. Puur op karakter, bekende hij wel achteraf. Zijn vooropgezette 55,200 kilometer haalde Victor net niet - het werd 55,089 kilometer - maar de magische grens van 55 kilometer was toch gesloopt. Zoals gepland. En zoals bijna iedereen op het thuisfront had verwacht. Alsof het vanzelfsprekend was. Nochtans is het dat allerminst.Nog meer dan Campenaerts' puur atletische prestatie (om met zijn 1m73, als kleinste renner sinds Ercole Baldini in 1958, het werelduurrecord te verbeteren), moet je dan ook het mentale aspect benadrukken. Om te realiseren waar heel sportminnend België op gehoopt had, om een uitroepteken te zetten achter een project dat tienduizenden euro's gekost had.Een immense druk die echter afketste op het granieten hoofd van de Antwerpenaar.Uiteraard was de ontlading dan ook heel groot. Maar dat belette hem niet om in een eerste reactie metéén te verwijzen naar zijn pannenkoekendate met Stig Broeckx. Het zegt alles over Campenaerts: klein qua gestalte, groot als renner, even mooi als mens.De Lotto-Soudalrenner is zo, op zijn manier, uitgegroeid tot een rolmodel voor elke jonge renner/sporter in dit land. Het bewijs dat je als atleet niet over supermangaven hoeft te beschikken en je je niet in die typische Belgische underdogrol hoeft te wikkelen om grootste doelen te verwezenlijken.Het bewijs ook dat je, als je op je sterke punten focust, maniakaal voor je vak leeft en de juiste mensen rond jou verzamelt (stuk voor stuk wereldtoppers op vlak van aerodynamica, inspanningsfysiologie, kinesitherapie, trainingsleer... - die hebben we in België immers ook), kunt zeggen: ik wil en gá dit doen.Om dat vervolgens ook effectief te doen.Misschien is dát wel Campenaerts' grootste verdienste.